Home

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/370 van de Raad van 5 maart 2020 tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 208/2014 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/370 van de Raad van 5 maart 2020 tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 208/2014 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 208/2014 van de Raad van 5 maart 2014 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne(1), en met name artikel 14, lid 1,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. De Raad heeft op 5 maart 2014 Verordening (EU) nr. 208/2014 vastgesteld.

  2. Op basis van een toetsing door de Raad moeten de vermeldingen voor twee personen worden geschrapt en moet in bijlage I de informatie over het recht op verdediging en het recht op effectieve rechtsbescherming worden geactualiseerd.

  3. Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 208/2014 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 208/2014 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 5 maart 2020.

Voor de Raad

De voorzitter

T. Ćorić

BIJLAGE

Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 208/2014 wordt als volgt gewijzigd:

  1. In deel “A. Lijst van in artikel 2 bedoelde natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen” worden de vermeldingen voor de volgende personen geschrapt:

    1. Mykola Yanovych Azarov;

    2. Edward Stavytskyi.

  2. Deel “B. Recht op verdediging en recht op effectieve rechtsbescherming” wordt vervangen door:

    1. Recht op verdediging en recht op effectieve rechtsbescherming

      Het recht op verdediging en het recht op effectieve rechtsbescherming uit hoofde van het wetboek van strafvordering van Oekraïne

      Artikel 42 van het wetboek van strafvordering van Oekraïne (“het wetboek van strafvordering”) bepaalt dat iedere persoon die verdachte of beklaagde is in een strafprocedure het recht op verdediging en het recht op effectieve rechtsbescherming geniet. Het gaat onder meer om: het recht op informatie over het strafbaar feit waarvan hij wordt verdacht of beschuldigd; het recht om uitdrukkelijk en onverwijld in kennis gesteld te worden van zijn rechten uit hoofde van het wetboek van strafvordering; het recht om bij eerste verzoek toegang te krijgen tot een advocaat; het recht verzoekschriften voor proceshandelingen in te dienen; en het recht beroep aan te tekenen tegen besluiten en een handelen of nalaten van de rechercheur, de openbaar aanklager en de onderzoeksrechter. Artikel 306 van het wetboek van strafvordering bepaalt dat klachten tegen besluiten en een handelen of nalaten van de rechercheur of openbaar aanklager moeten worden beoordeeld door een onderzoeksrechter van een lokale rechtbank in aanwezigheid van de eiser of zijn advocaat of wettelijk vertegenwoordiger. Artikel 308 van het wetboek van strafvordering bepaalt dat klachten over het niet in acht nemen van een redelijke termijn door de rechercheur of openbaar aanklager tijdens het vooronderzoek kunnen worden ingediend bij een hogere openbaar aanklager en dat die klachten moeten worden behandeld binnen drie dagen na de indiening ervan. Voorts is in artikel 309 van het wetboek van strafvordering bepaald dat de beslissingen van onderzoeksrechters in beroep kunnen worden aangevochten, en dat andere besluiten door de rechter getoetst kunnen worden tijdens de voorbereidende procedure voor de rechtbank. Voorts is een aantal onderzoekshandelingen alleen mogelijk na een beslissing van een onderzoeksrechter of rechtbank (bv. inbeslagname van goederen uit hoofde van de artikelen 167-175, en conservatoire maatregelen uit hoofde van de artikelen 176-178 van het wetboek van strafvordering).

      Toepassing van het recht op verdediging en het recht op effectieve rechtsbescherming van elk van de op de lijst geplaatste personen

      1. Viktor Fedorovitsj Janoekovitsj

        De strafprocedure met betrekking tot het verduisteren van overheidsmiddelen of -activa loopt nog.

        Uit de informatie in het dossier van de Raad blijkt dat het recht op verdediging en het recht op effectieve rechtsbescherming van de heer Janoekovitsj werden gerespecteerd bij de strafprocedures waarop de Raad zich heeft gebaseerd. Dit blijkt met name uit brieven van 26 september 2014 en 8 oktober 2014 betreffende de toezending van de schriftelijke kennisgeving van verdenking, de informatie dat op 27 juli 2015 toestemming werd verleend voor een speciaal vooronderzoek in absentia, een aantal beslissingen van de rechter betreffende de inbeslagname van goederen en het feit dat tegen de beslissing van 27 september 2017 tot schorsing van de strafprocedure beroep kon worden aangetekend. De Raad beschikt tevens over bewijs dat een recent verzoek van de verdediging op 30 september 2019 is ingewilligd.

      2. Vitaly Yurievitsj Zachartsjenko

        De strafprocedure met betrekking tot het verduisteren van overheidsmiddelen of -activa loopt nog.

        Uit de informatie in het dossier van de Raad blijkt dat het recht op verdediging en het recht op effectieve rechtsbescherming van de heer Zachartsjenko werden gerespecteerd bij de strafprocedures waarop de Raad zich heeft gebaseerd. Dit blijkt met name uit de beslissingen van de onderzoeksrechter van 21 mei 2018 en van 23 november 2018, waarbij toestemming werd verleend om de heer Zachartsjenko aan te houden en voor de rechter te brengen zodat hij de behandeling van het verzoek tot inhechtenisneming kan bijwonen. Bovendien kon beroep worden aangetekend tegen de beslissing van 19 februari 2019 tot schorsing van het vooronderzoek.

      3. Viktor Pavlovitsj Psjonka

        De strafprocedure met betrekking tot het verduisteren van overheidsmiddelen of -activa loopt nog.

        Uit de informatie in het dossier van de Raad blijkt dat het recht op verdediging en het recht op effectieve rechtsbescherming van de heer Psjonka werden gerespecteerd bij de strafprocedures waarop de Raad zich heeft gebaseerd. Dit blijkt met name uit het feit dat een schriftelijke kennisgeving van verdenking op 22 december 2014 is afgegeven, uit het feit dat tegen de beslissing van 16 juni 2017 tot schorsing van de strafprocedure beroep kon worden aangetekend, alsmede uit de beslissingen van de onderzoeksrechter van 12 maart 2018, 13 augustus 2018 en 5 september 2019, waarbij toestemming werd verleend om de heer Psjonka aan te houden en voor de rechter te brengen zodat hij de behandeling van het verzoek tot inhechtenisneming kan bijwonen.

      4. Viktor Ivanovitsj Ratusjniak

        De strafprocedure met betrekking tot het verduisteren van overheidsmiddelen of -activa loopt nog.

        Uit de informatie in het dossier van de Raad blijkt dat het recht op verdediging en het recht op effectieve rechtsbescherming van de heer Ratusjniak werden gerespecteerd bij de strafprocedures waarop de Raad zich heeft gebaseerd. Dit blijkt met name uit de beslissingen van de onderzoeksrechter van 21 mei 2018 en van 23 november 2018, waarbij toestemming werd verleend om de heer Ratusjniak aan te houden en voor de rechter te brengen zodat hij de behandeling van het verzoek tot inhechtenisneming kan bijwonen. Bovendien kon beroep worden aangetekend tegen de beslissing van 19 februari 2019 tot schorsing van het vooronderzoek.

      5. Oleksandr Viktorovitsj Janoekovitsj

        De strafprocedure met betrekking tot het verduisteren van overheidsmiddelen of -activa loopt nog.

        Uit de informatie in het dossier van de Raad blijkt dat het recht op verdediging en het recht op effectieve rechtsbescherming van de heer Janoekovitsj werden gerespecteerd bij de strafprocedures waarop de Raad zich heeft gebaseerd. Dit blijkt met name uit een aantal rechterlijke beslissingen inzake de inbeslagname van eigendommen en uit de beslissing van de onderzoeksrechter van 27 juni 2018 waarbij het besluit van het openbaar ministerie tot afwijzing van het verzoek van de verdediging om het onderzoek af te sluiten, nietig werd verklaard.

      6. Artem Viktorovitsj Psjonka

        De strafprocedure met betrekking tot het verduisteren van overheidsmiddelen of -activa loopt nog.

        Uit de informatie in het dossier van de Raad blijkt dat het recht op verdediging en het recht op effectieve rechtsbescherming van de heer Psjonka werden gerespecteerd bij de strafprocedures waarop de Raad zich heeft gebaseerd. Dit blijkt met name uit het feit dat een schriftelijke kennisgeving van verdenking op 29 december 2014 is afgegeven, uit het feit dat tegen de beslissing van 16 juni 2017 tot schorsing van de strafprocedure beroep kon worden aangetekend, alsmede uit de beslissingen van de onderzoeksrechter van 12 maart 2018, 13 augustus 2018 en 5 september 2019, waarbij toestemming werd verleend om de heer Psjonka aan te houden en voor de rechter te brengen zodat hij de behandeling van het verzoek tot inhechtenisneming kan bijwonen.

      7. Sergei Vitalyovitsj Koertsjenko

        De strafprocedure met betrekking tot het verduisteren van overheidsmiddelen of -activa loopt nog.

        Uit de informatie in het dossier van de Raad blijkt dat het recht op verdediging en het recht op effectieve rechtsbescherming van de heer Koertsjenko werden gerespecteerd bij de strafprocedures waarop de Raad zich heeft gebaseerd. Dit blijkt met name uit de beslissing van de onderzoeksrechter van 7 maart 2018 waarbij toestemming werd verleend voor een speciaal onderzoek in absentia. Bovendien werd de verdediging op 28 maart 2019 ervan in kennis gesteld dat het vooronderzoek was afgesloten en kreeg zij toegang tot het dossier om er zich vertrouwd mee te maken.

      8. Dmitro Volodmirovitsj Tabasjnik

        De strafprocedure met betrekking tot het verduisteren van overheidsmiddelen of -activa loopt nog.

        Uit de informatie in het dossier van de Raad blijkt dat het recht op verdediging en het recht op effectieve rechtsbescherming van de heer Tabasjnik werden gerespecteerd bij de strafprocedures waarop de Raad zich heeft gebaseerd. Dit blijkt met name uit de beslissing van de onderzoeksrechter van 8 mei 2018 waarbij toestemming werd verleend om de heer Tabasjnik aan te houden en voor de rechter te brengen zodat hij de behandeling van het verzoek tot inhechtenisneming kan bijwonen.

      9. Sergei Hennadiyovitsj Arboezov

        De strafprocedure met betrekking tot het verduisteren van overheidsmiddelen of -activa loopt nog.

        Uit de informatie in het dossier van de Raad blijkt dat het recht op verdediging en het recht op effectieve rechtsbescherming van de heer Arboezov werden gerespecteerd bij de strafprocedures waarop de Raad zich heeft gebaseerd. Dit blijkt met name uit een brief van 24 april 2017 betreffende de toezending van de schriftelijke kennisgeving van verdenking, de beslissingen van de onderzoeksrechter van 19 december 2018, 18 maart 2019 en 29 juli 2019 tot inwilliging van het verzoek van de verdediging tegen stilzitten van het OM, de beslissing van de onderzoeksrechter van 10 augustus 2017 waarbij toestemming werd verleend voor een speciaal onderzoek in absentia, en de beslissingen van de onderzoeksrechter van 4 november 2019 en 5 november 2019 tot afwijzing van de verzoeken van de verdediging om een uiterste termijn voor het afsluiten van het vooronderzoek vast te stellen.

      10. Oleksandr Viktorovitsj Klimenko

        De strafprocedure met betrekking tot het verduisteren van overheidsmiddelen of -activa loopt nog.

        Uit de informatie in het dossier van de Raad blijkt dat het recht op verdediging en het recht op effectieve rechtsbescherming van de heer Klimenko werden gerespecteerd bij de strafprocedures waarop de Raad zich heeft gebaseerd. Dit blijkt met name uit de beslissingen van de onderzoeksrechter van 1 maart 2017 en 5 oktober 2018 waarbij toestemming werd verleend voor een speciaal onderzoek in absentia, uit de beslissingen van de onderzoeksrechter van 8 februari 2017 en 19 augustus 2019 waarbij een preventieve maatregel in de vorm van inhechtenisneming werd toegekend, en uit het feit dat de verdediging bezig is zich vertrouwd te maken met de inhoud van de strafzaak.”.