Home

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/2013 van de Commissie van 21 augustus 2020 tot wijziging van Verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft technische maatregelen voor bepaalde demersale en pelagische visserijen in de Noordzee en de zuidwestelijke wateren

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/2013 van de Commissie van 21 augustus 2020 tot wijziging van Verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft technische maatregelen voor bepaalde demersale en pelagische visserijen in de Noordzee en de zuidwestelijke wateren

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende de instandhouding van visbestanden en de bescherming van mariene ecosystemen door middel van technische maatregelen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1967/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en de Verordeningen (EU) nr. 1380/2013, (EU) 2016/1139, (EU) 2018/973, (EU) 2019/472 en (EU) 2019/1022 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 894/97, (EG) nr. 850/98, (EG) nr. 2549/2000, (EG) nr. 254/2002, (EG) nr. 812/2004 en (EG) nr. 2187/2005 van de Raad(1), en met name artikel 2, lid 2, artikel 10, lid 4, en artikel 15, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Op 14 augustus 2019 is een nieuwe Verordening (EU) 2019/1241 betreffende de instandhouding van visbestanden en de bescherming van mariene ecosystemen door middel van technische maatregelen in werking getreden. Bijlage I bij die verordening bevat een lijst van verboden soorten, bijlage V specifieke bepalingen betreffende op regionaal niveau vastgestelde technische maatregelen voor de Noordzee en bijlage VII specifieke bepalingen betreffende op regionaal niveau vastgestelde technische maatregelen voor de zuidwestelijke wateren.

  2. Krachtens artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) 2019/1241 is de Commissie bevoegd om op grond van artikel 15 en overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen tot wijziging van die verordening vast te stellen door te bepalen dat de desbetreffende bepalingen van artikel 13 of de delen A of C van de bijlagen V tot en met X ook van toepassing zijn op de recreatievisserij.

  3. Krachtens artikel 10, lid 4, van Verordening (EU) 2019/1241 is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de lijst van verboden soorten in bijlage I te wijzigen.

  4. Krachtens artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) 2019/1241 is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 29 van die verordening en artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad(2) gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde de in de bijlagen bij Verordening (EU) 2019/1241 vermelde technische maatregelen te wijzigen, aan te vullen, in te trekken of daarvan af te wijken, ook bij de uitvoering van de aanlandingsverplichting.

  5. Bijlage I bevat de lijst van verboden soorten. Bijlage V en bijlage VII bij Verordening (EU) 2019/1241 bevatten specifieke technische maatregelen voor respectievelijk de Noordzee en de zuidwestelijke wateren.

  6. België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Nederland en Zweden hebben een rechtstreeks belang bij het visserijbeheer in de Noordzee. Na raadpleging van de adviesraad voor de Noordzee en de adviesraad voor pelagische bestanden hebben die lidstaten op 4 mei 2020 bij de Commissie een gezamenlijke aanbeveling voor een gedelegeerde handeling ingediend.

  7. België, Spanje, Frankrijk, Nederland en Portugal hebben een rechtstreeks belang bij het visserijbeheer in de zuidwestelijke wateren. Na raadpleging van de adviesraad voor de zuidwestelijke wateren en de adviesraad voor pelagische bestanden hebben die lidstaten op 4 mei 2020 bij de Commissie een gezamenlijke aanbeveling voor een gedelegeerde handeling ingediend.

  8. Deze verordening beoogt de opneming in een enkele handeling van bestaande bepalingen betreffende technische maatregelen die in het verleden zijn vastgesteld in het kader van de teruggooiplannen voor de Noordzee en de zuidwestelijke wateren, en van nieuwe technische maatregelen.

  9. Op basis van de door de lidstaten verstrekte informatie heeft het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) een positieve beoordeling gegeven van het door de regionale groepen verstrekte bewijsmateriaal ter ondersteuning van de in beide gezamenlijke aanbevelingen vervatte technische maatregelen(3).

  10. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn beoordeeld overeenkomstig artikel 2, lid 2, en de artikelen 10, 15 en 18 van Verordening (EU) 2019/1241. De lidstaten hebben bewijsmateriaal verstrekt om aan te tonen dat de voorstellen in overeenstemming zijn met artikel 15, leden 4 en 5, van Verordening (EU) 2019/1241.

  11. De deskundigengroep visserij is op 28 juli 2020 geraadpleegd over de gezamenlijke aanbeveling. Het Europees Parlement heeft de vergadering bijgewoond als waarnemer.

  12. In de gezamenlijke aanbeveling van de lidstaten met een belang in de Noordzee (GA Noordzee) werd voorgesteld kreeften met eitjes op te nemen in de lijst van soorten in bijlage I bij Verordening (EU) 2019/1241, die niet mogen worden bevist, aan boord gehouden, overgeladen, aangeland, opgeslagen, verkocht, uitgestald of te koop aangeboden. Het WTECV heeft het door de lidstaten overgelegde bewijsmateriaal geanalyseerd en is tot de conclusie gekomen dat er overtuigend bewijs is om de invoering van die maatregel te steunen. Het WTECV merkte op dat in andere gebieden soortgelijke maatregelen zijn getroffen die op lange termijn economische voordelen hebben opgeleverd, door een toename van de aanlandingen van kreeft als gevolg van het herstel van de bestanden. De voorgestelde maatregel moet derhalve in deze verordening worden opgenomen.

  13. In de GA Noordzee werd voorgesteld de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte voor zeekreeft te verhogen in de Zweedse exclusieve economische zone (EEZ) van ICES-sector 3a. Het WTECV wees erop dat de maatregel, ondanks het ontbreken van specifiek bewijsmateriaal voor dit verzoek, een verhoging inhoudt van de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte. Door de maatregel zal het bestand met een lagere intensiteit worden geëxploiteerd, wat onmiskenbare voordelen oplevert voor de instandhouding ervan. De voorgestelde maatregel moet derhalve in deze verordening worden opgenomen.

  14. In de GA Noordzee werd ook voorgesteld de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte voor in de recreatievisserij gevangen zeebaars in ICES-sector 3a en ICES-deelgebied 4 te harmoniseren met de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte van zeebaars voor de commerciële visserij, zoals opgenomen in artikel 10, lid 5, van Verordening (EU) 2020/123 van de Raad(4). In WTECV‐20‐04 merkte het WTECV op dat, aangezien de recreatievisserij de algemene visserijsterfte in de hand werkt, het een positieve beheersmaatregel is om de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte voor de commerciële visserij ook toe te passen op de recreatievisserij. De voorgestelde maatregel moet derhalve in deze verordening worden opgenomen.

  15. In de GA Noordzee werd verder voorgesteld een aantal aanvullende technische maatregelen die de Unie en Noorwegen in 2011(5) en 2012(6) overeengekomen zijn, voort te zetten. Sommige van die specifieke technische maatregelen zijn reeds opgenomen in bijlage V bij Verordening (EU) 2019/1241; andere zijn op grond van artikel 15, lid 5, onder a), van Verordening (EU) nr. 1380/2013 voor de jaren 2019‐2021 opgenomen in Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2238 van de Commissie(7). Die maatregelen zijn erop gericht de selectiviteit te vergroten en ongewenste vangsten voor onder de aanlandingsverplichting vallende visserijen of soorten te beperken, en moeten worden opgenomen in bijlage V bij Verordening (EU) 2019/1241. De maatregelen moeten derhalve in deze verordening worden opgenomen.

  16. In de GA Noordzee werd ook voorgesteld het bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2238 toegestane gebruik van SepNep-netten voort te zetten. Het WTECV concludeerde dat de overgelegde informatie gedetailleerd en geloofwaardig was, en de doeltreffendheid van het SepNep-net werd bewezen. Het net is de voorbije jaren door het WTECV onderzocht en de conclusie van het comité blijft geldig(8). Op basis van de verstrekte informatie concludeerde het WTECV ook dat het SepNep-net in overeenstemming is met artikel 15, lid 5, van Verordening (EU) 2019/1241 als een gelijkwaardige selectiviteitsvoorziening in het kader van de technische bepalingen die zijn vastgesteld voor gerichte visserij op langoustine, en niet zal leiden tot een verzwakking van de selectiviteitsnormen. De maatregel moet derhalve in deze verordening worden opgenomen.

  17. In de GA Noordzee werd ook een seizoensgebonden sluiting voor de commerciële visserij en de recreatievisserij op zeekreeft voorgesteld in de Zweedse exclusieve economische zone (EEZ) van ICES-sector 3a. Het WTECV heeft het door de lidstaten verstrekte bewijsmateriaal geanalyseerd en opgemerkt dat, hoewel er geen specifieke ondersteunende informatie was verstrekt waardoor het potentiële voordeel kon worden gekwantificeerd, de maatregel tot een verlaging van de visserijsterfte zal leiden, wat in combinatie met de andere voorgestelde maatregelen waarschijnlijk positieve gevolgen zal hebben voor de kreeftenbestanden. De voorgestelde maatregel moet derhalve in deze verordening worden opgenomen.

  18. In de GA Noordzee werd voorgesteld om de kreeftenvisserij met ander vistuig dan korven te verbieden in de Zweedse exclusieve economische zone (EEZ) van ICES-sector 3a. Het WTECV concludeerde dat, hoewel er geen specifieke ondersteunende informatie was verstrekt waardoor het potentiële voordeel kon worden gekwantificeerd, een verbod op het gebruik van kieuwnetten voor de gerichte vangst van kreeften en langoesten in andere gebieden positieve gevolgen heeft gehad en dat de maatregel waarschijnlijk voordelig zal zijn voor de kreeftenbestanden. De maatregel moet derhalve in deze verordening worden opgenomen.

  19. In de gezamenlijke aanbeveling van de lidstaten met een belang in de zuidwestelijke wateren (GA zuidwestelijke wateren) werd voorgesteld de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte van horsmakreel die wordt gevangen door de kleine, ambachtelijke xávega-visserij in ICES-sector 8c en ICES-deelgebied 9, zoals momenteel opgenomen in Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1394/2014 van de Commissie(9), te handhaven. Het WTECV verwees naar zijn vorige beoordeling, waarin deze maatregel positief werd beoordeeld, en concludeerde(10) dat het historische exploitatiepatroon van het bestand waarschijnlijk niet door het voorstel zal worden gewijzigd als de in de gezamenlijke aanbeveling vastgestelde voorwaarden in acht worden genomen. Aangezien de voorwaarden van het verzoek niet zijn gewijzigd en het WTECV heeft vastgesteld dat het exploitatiepatroon gedurende ten minste twintig jaar stabiel is gebleven, moet deze maatregel in deze verordening worden opgenomen.

  20. In de GA zuidwestelijke wateren werd voorgesteld de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte voor de volgende soorten die in het kader van de recreatievisserij in de zuidwestelijke wateren worden gevangen, te harmoniseren met de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte voor de commerciële visserij: schelvis, zwarte koolvis, witte koolvis, heek, schartong, tong, schol, wijting, leng, blauwe leng, makreel, haring, horsmakreel, ansjovis en sardine. In de gezamenlijke aanbeveling werden hogere minimuminstandhoudingsreferentiegrootten voor kabeljauw, rode zeebrasem en zeebaars voor de recreatievisserij voorgesteld. Het WTECV heeft het overgelegde bewijsmateriaal geanalyseerd en geconcludeerd(11) dat, aangezien de recreatievisserij de algemene visserijsterfte in de hand werkt, het een positieve beheersmaatregel is om de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte voor de commerciële visserij ook toe te passen op de recreatievisserij. De maatregel moet derhalve in deze verordening worden opgenomen.

  21. Om de exploitatiepatronen te optimaliseren, de selectiviteit van het vistuig te verhogen en ongewenste vangsten te beperken, is het derhalve aangewezen de door de lidstaten ingediende technische maatregelen vast te stellen.

  22. Aangezien de maatregelen van de onderhavige verordening rechtstreeks van invloed zijn op de planning van het visseizoen van de vaartuigen van de Unie en de daarmee samenhangende economische activiteiten, moet de onderhavige verordening onmiddellijk na de bekendmaking ervan in werking treden. Aangezien sommige technische maatregelen die in het kader van de teruggooiplannen zijn vastgesteld, eind 2020 aflopen, moet deze verordening van toepassing zijn vanaf 1 januari 2021,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) 2019/1241 wordt als volgt gewijzigd:

  1. Aan bijlage I wordt het volgende punt toegevoegd:

    1. vrouwelijke zeekreeft met eitjes (Homarus gammarus) in de ICES-sectoren 3a, 4a en 4b.”.

  2. Bijlage V wordt als volgt gewijzigd:

    1. deel A wordt als volgt gewijzigd:

      1. de volgende rij wordt aan de tabel toegevoegd:

        “Zeekreeft (Homarus gammarus)

        90 mm (carapaxlengte) in de Zweedse exclusieve economische zone van ICES-sector 3a”

      2. onder de tabel wordt het volgende punt ingevoegd:

          1. De in dit deel gespecificeerde minimuminstandhoudingsreferentiegrootten voor zeebaars (Dicentrarchus labrax) in de Noordzee en zeekreeft (Homarus gammarus) in de Zweedse exclusieve economische zone van het Skagerrak en het Kattegat (ICES-sector 3a) zijn van toepassing op de recreatievisserij.”;

    2. aan deel B worden de volgende punten toegevoegd:

        1. In afwijking van de specificaties in de tabel mag bij de visserij op Noordse garnaal in het Skagerrak (ICES-sector 3a) een visretentiesysteem worden gebruikt, mits er toereikende vangstmogelijkheden voor de bijvangst zijn en het retentiesysteem:

          • een bovenpaneel heeft met vierkante mazen met een maaswijdte van ten minste 120 mm;

          • ten minste 3 meter lang is, en

          • ten minste even breed is als het sorteerrooster.

        1. Het gebruik van een SepNep-net(1) als bedoeld in bijlage I bij deze verordening, wordt toegestaan als een gelijkwaardige selectiviteitsvoorziening voor de gerichte visserij op langoustine (Nephrops norvegicus).

    3. aan deel C wordt het volgende punt toegevoegd:

      Maatregelen voor zeekreeft in ICES-sector 3a

      In de Zweedse exclusieve economische zone van ICES-sector 3a mag zeekreeft (Homarus gammarus) alleen met korven (FPO) worden bevist.

      De korf moet ten minste twee cirkelvormige ontsnappingsopeningen hebben met een diameter van ten minste 60 mm, die zich in het onderste gedeelte van elk compartiment van de korf bevinden. Kreeften die incidenteel met ander vistuig worden gevangen, moeten ongedeerd worden gelaten en onmiddellijk in zee worden teruggezet.

      Het is verboden zeekreeft (Homarus gammarus) in de Zweedse exclusieve economische zone van ICES-sector 3a te bevissen, aan boord te houden, over te laden en aan te landen:

      1. in de commerciële visserij, in de periode van 1 januari tot en met de eerste maandag na 20 september;

      2. in de recreatievisserij, in de periode van 1 december tot en met de eerste maandag na 20 september.

      Zeekreeften die incidenteel gedurende die perioden worden gevangen, moeten ongedeerd worden gelaten en onmiddellijk in zee worden teruggezet.”.

  3. Deel A van bijlage VII wordt als volgt gewijzigd:

    1. in voetnoot 7 wordt de eerste zin vervangen door:

      “De minimuminstandhoudingsreferentiegrootte voor horsmakreel (Trachurus spp.) die in ICES-sector 8c en ICES-deelgebied 9 wordt gevangen, bedraagt 12 cm voor 5 % van de respectieve quota van Spanje en Portugal in die gebieden. Binnen die limiet van 5 % mag 1 % van het quotum van Portugal een grootte hebben van minder dan 12 cm als het gevangen is in het kader van de traditionele, vanaf het strand uitgeoefende “xávega”-zegenvisserij in ICES-sector 9a.”;

    2. onder de tabel wordt het volgende punt ingevoegd:

      1. De in dit deel gespecificeerde minimuminstandhoudingsreferentiegrootten voor schelvis (Melanogrammus aeglefinus), zwarte koolvis (Pollachius virens), witte koolvis (Pollachius pollachius), heek (Merluccius merluccius), schartong (Lepidorhombus spp.), tong (Solea spp.), schol (Pleuronectes platessa), wijting (Merlangius merlangus), leng (Molva molva), blauwe leng (Molva dipterygia), makreel (Scomber spp.), haring (Clupea harengus), horsmakreel (Trachurus spp.), ansjovis (Engraulis encrasicolus) en sardine (Sardina pilchardus) zijn van toepassing op de recreatievisserij in de zuidwestelijke wateren. In ICES-deelgebied 8 zijn voor de recreatievisserij evenwel de volgende minimuminstandhoudingsreferentiegrootten van toepassing op de volgende soorten:

        Kabeljauw (Gadus morhua)

        42 cm

        Rode zeebrasem (Pagellus bogaraveo)

        40 cm

        Zeebaars (Dicentrarchus labrax)

        42 cm”

Artikel 2 Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 augustus 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula von der Leyen

BIJLAGESpecificaties SepNep-net

Bovenkuil (viskuil)

  • Minimale maaswijdte 120 mm (tussen knopen)

  • Maximaal 80 mazen in de rondte (inclusief naden)

Onderkuil (langoustinekuil)

  • Minimale maaswijdte 80 mm (tussen knopen)

  • Maximaal 110 mazen in de rondte (inclusief naden)

Scheidingspaneel

  • Alle zijden van het scheidingspaneel moeten aan het trawlnet worden bevestigd, zodat de vissen/langoustines alleen in het onderste compartiment van het trawlnet kunnen komen via de mazen van het paneel. Het paneel moet grote vissen naar de ingang van de bovenkuil leiden. De aanzet van het paneel moet worden bevestigd aan de onderzijde van het trawlnet.

  • Maximale maaswijdte 105 mm (tussen knopen)

  • Minimumlengte van het paneel 100 mazen

  • Achterzijde van het paneel maximaal 16 mazen breed

  • De voorzijde van het paneel mag niet breder zijn dan 88 % van de breedte van het trawlnet. Dat komt bijvoorbeeld overeen met 2 paneelmazen (105 mm) bij 3 trawlmazen (80 mm).

    • Voor een efficiënte werking van het paneel wordt dubbel geknoopt Dyneema aanbevolen.

    • Drijvers die aan de onderzijde van het paneel worden bevestigd, doen de aanzet stijgen, waardoor de langoustines beter worden gezeefd.

Sorteerrooster (optioneel)

  • Het rooster moet rondom worden bevestigd aan het netmateriaal van de kuil of de tunnel rond het rooster, waardoor de onderkuil alleen toegankelijk is via de bovenste opening van het rooster.

  • De minimale afstand tussen de spijlen bedraagt 17 mm.

  • Het rooster moet in een hoek van 40° tot 90° worden geplaatst; 45° wordt aanbevolen.

  • De ingang van de onderkuil moet zich in het bovenste gedeelte van het rooster bevinden.

  • De verticale ingang naar de onderkuil mag niet meer dan 35 % bedragen van de gezamenlijke lengte van de verticale spijlopeningen en de opening naar de onderkuil.

  • Een verzwaard touwengordijn (72 g/m, touwdiameter 6 mm) wordt bevestigd aan de bovenzijde van de tunnel van de onderkuil, ten minste 4 mazen vóór het onderste gedeelte van het rooster.

  • Het verzwaarde touwengordijn moet net door het onderste stukje van de spijlen van het rooster reiken.