De Europese Groep ethiek van de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën (EGE) wordt opgericht.
Besluit (EU) 2021/156 van de Commissie van 9 februari 2021 tot verlenging van het mandaat van de Europese Groep ethiek van de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën
Besluit (EU) 2021/156 van de Commissie van 9 februari 2021 tot verlenging van het mandaat van de Europese Groep ethiek van de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Overwegende hetgeen volgt:
In artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie zijn de waarden neergelegd waarop de Unie berust. Volgens artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie heeft het Handvest van de grondrechten dezelfde juridische waarde als de Verdragen en maken de grondrechten, zoals zij worden gewaarborgd door het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en zoals zij voortvloeien uit de constitutionele tradities die de lidstaten gemeen hebben, als algemene beginselen deel uit van het recht van de Unie.
Op 20 november 1991 heeft de Commissie besloten de afweging van ethische aspecten in het besluitvormingsproces voor communautair beleid op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling op te nemen door de instelling van de Adviesgroep ethische implicaties van de biotechnologie (AGEIB).
Op 16 december 1997 heeft de Commissie besloten de AGEIB te vervangen door de Europese Groep ethiek van de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën (EGE) en daarbij het werkgebied van de groep uit te breiden tot alle toepassingsgebieden van de exacte wetenschappen en technologie. Het mandaat van de EGE is meerdere malen verlengd, laatstelijk bij Besluit (EU) 2016/835 van de Commissie(1) voor een periode van vijf jaar die op 28 mei 2021 afloopt.
Het is aangewezen het mandaat van de EGE na die datum voor onbepaalde tijd te verlengen en de nieuwe leden te benoemen, in overeenstemming met Besluit C(2016) 3301 final van de Commissie van 30 mei 2016 tot vaststelling van horizontale regels voor de oprichting en het functioneren van haar deskundigengroepen (“de horizontale regels”).
De EGE moet de Commissie op horizontaal niveau onafhankelijk advies blijven verstrekken over alle beleidsmaatregelen en wetgeving van de Unie waar dimensies op het gebied van ethiek, maatschappij en grondrechten samen komen met de ontwikkeling van de exacte wetenschappen en nieuwe technologieën, hetzij op verzoek van de Commissie, hetzij op eigen initiatief en in overleg met de Commissie. De Commissie kan de aandacht van de EGE vestigen op vraagstukken die het Europees Parlement en de Raad van groot ethisch belang achten.
De taken van de EGE zijn van essentieel belang voor de integratie van grondrechten en waarden in het beleid van de Unie op alle gebieden van wetenschappelijke en technologische innovatie. Daartoe moet de EGE diepgaande analysen en specifieke aanbevelingen ontwikkelen om in adviezen en verklaringen belangrijke ethische uitdagingen te behandelen.
De EGE moet uit hooggekwalificeerde en onafhankelijke deskundigen bestaan, die op persoonlijke titel worden benoemd en onafhankelijk en in het algemeen belang handelen. Voor de selectie van de leden moet de Commissie door een onafhankelijk comité van aanbeveling worden bijgestaan. De selectie moet plaatsvinden op basis van objectieve criteria, na een open oproep tot kandidaatstelling.
Er moeten voorschriften betreffende de openbaarmaking van informatie door leden van de EGE worden vastgesteld.
Persoonsgegevens moeten overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad(2) worden verwerkt.
Ter wille van de duidelijkheid en de rechtszekerheid moet Besluit (EU) 2016/835 met ingang van 28 mei 2021 formeel worden ingetrokken. Wat betreft de noodzaak om de bepalingen van het selectieproces en de vergaderkosten vóór het verstrijken van het mandaat uit hoofde van Besluit (EU) 2016/835 te herzien, moeten de desbetreffende bepalingen van toepassing zijn met ingang van de dag van vaststelling van dit besluit,
BESLUIT:
Artikel 1 Onderwerp
Artikel 2 Taak
De EGE heeft als taak de Commissie — hetzij op verzoek van de Commissie, hetzij op eigen initiatief, uitgesproken door de voorzitter van de EGE en in overleg met de verantwoordelijke dienst van de Commissie — onafhankelijk advies te verstrekken over vraagstukken waar ethiek, maatschappij en grondrechten samen komen met de ontwikkeling van de exacte wetenschappen en nieuwe technologieën.
De EGE moet met name:
-
ethische vraagstukken die voortvloeien uit ontwikkelingen op het gebied van de exacte wetenschappen en technologieën in kaart brengen, definiëren en onderzoeken;
-
cruciale bijstand verlenen voor de ontwikkeling, uitvoering en monitoring van het beleid of de wetgeving van de Unie in de vorm van analysen en aanbevelingen die in adviezen en verklaringen worden gepresenteerd, ter bevordering van ethische EU-beleidsvorming, met inachtneming van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
Artikel 3 Raadpleging
De Commissie kan de EGE raadplegen over alle zaken die onder de in artikel 2 omschreven taak vallen. Binnen dit kader kan de Commissie de aandacht van de EGE vestigen op vraagstukken die het Europees Parlement en de Raad van groot ethisch belang achten. De EGE wordt voor zover nodig geraadpleegd door andere door de Commissie opgerichte deskundigenorganen over aangelegenheden die verband houden met de in artikel 2 omschreven taak.
Artikel 4 Samenstelling
De groep bestaat uit ten hoogste 15 leden.
De leden beschikken over deskundigheid inzake de in artikel 2 omschreven taak.
De leden worden op persoonlijke titel benoemd.
De leden handelen op onafhankelijke basis en in het openbaar belang. De leden stellen de verantwoordelijke dienst van de Commissie van het directoraat-generaal Onderzoek en Innovatie tijdig in kennis van alle belangenconflicten die hun onafhankelijkheid in gevaar kunnen brengen.
Leden die niet langer in staat zijn om op doeltreffende wijze tot de beraadslagingen van de EGE bij te dragen, die, naar het oordeel van de verantwoordelijke dienst van de Commissie, niet aan de voorwaarden van artikel 339 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voldoen of die ontslag nemen, worden niet langer uitgenodigd aan de vergaderingen van de groep deel te nemen en kunnen voor de rest van hun ambtstermijn worden vervangen door een persoon van de in artikel 5, lid 7, bedoelde reservelijst die door de voorzitter van de Commissie wordt benoemd.