Home

Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/563 van de Commissie van 31 maart 2021 betreffende de geldigheid van bepaalde beschikkingen inzake bindende oorsprongsinlichtingen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2021) 2072) (Slechts de teksten in de Franse en de Nederlandse taal zijn authentiek)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/563 van de Commissie van 31 maart 2021 betreffende de geldigheid van bepaalde beschikkingen inzake bindende oorsprongsinlichtingen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2021) 2072) (Slechts de teksten in de Franse en de Nederlandse taal zijn authentiek)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie(1) (hierna “het wetboek” genoemd), en met name artikel 34, lid 11, en artikel 37, lid 2, eerste alinea, onder a),

Na raadpleging van het Comité douanewetboek,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Krachtens artikel 33, lid 1, van het wetboek geven de douaneautoriteiten op aanvraag beschikkingen inzake bindende oorsprongsinlichtingen (BOI-beschikkingen) af. Krachtens artikel 19, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie(2) sturen de douaneautoriteiten de Commissie op kwartaalbasis de relevante gegevens van afgegeven BOI-beschikkingen.

  2. De niet-preferentiële oorsprongsbepaling in de in de bijlage opgenomen BOI-beschikkingen is onverenigbaar met artikel 60, lid 2, van het wetboek. Deze BOI-beschikkingen zijn met name onverenigbaar met de in dat artikel vastgestelde regels voor het verkrijgen van de oorsprong, omdat de in het laatste land van productie verrichte be- of verwerkingen niet economisch verantwoord zijn in de zin van artikel 33 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie(3).

  3. Krachtens artikel 60, lid 2, van het wetboek worden goederen bij de vervaardiging waarvan meer dan één land of gebied betrokken is, geacht van oorsprong te zijn uit het land of gebied waar, in een daartoe ingerichte onderneming, de laatste ingrijpende, economisch verantwoorde verwerking of bewerking heeft plaatsgevonden die hetzij tot de fabricage van een nieuw product heeft geleid, hetzij een belangrijk fabricagestadium vertegenwoordigt.

  4. Krachtens artikel 33 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 wordt een be- of verwerking die in een ander land of gebied plaatsvindt, als niet economisch verantwoord aangemerkt wanneer op basis van de beschikbare feiten wordt vastgesteld dat die be- of verwerking tot doel had de toepassing van de in artikel 59 van het wetboek bedoelde maatregelen te vermijden.

  5. Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/886 van de Commissie(4) zijn bepaalde handelspolitieke maatregelen met betrekking tot bepaalde producten van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika vastgesteld. De producten waarop deze handelspolitieke maatregelen van toepassing zijn, zijn in bijlage I bij die verordening opgenomen. Tot de in die bijlage opgenomen producten behoren ook motorrijwielen met motor met op- en neergaande zuigers met een cilinderinhoud van meer dan 800 cm3, vallende onder GN-code 8711 50 00. De bij Verordening (EU) 2018/886 vastgestelde maatregelen zijn maatregelen als bedoeld in artikel 59 van het wetboek.

  6. Na de publicatie van de handelspolitieke maatregelen van de Europese Unie heeft de producent van de onder GN-code 8711 50 00 vallende motorrijwielen waarop de in de bijlage genoemde BOI-beschikkingen betrekking hebben, op 25 juni 2018 met een zogenaamd “Form 8-K Current Report(5)” de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (toezichthouder voor de effectenhandel) gemeld dat hij voornemens was de productie van bepaalde, voor de EU-markt bestemde motorrijwielen te verplaatsen van de Verenigde Staten van Amerika naar zijn internationale faciliteiten in een ander land om de handelspolitieke maatregelen van de Europese Unie te vermijden.

  7. Ook al is het vermijden van de handelspolitieke maatregelen niet noodzakelijkerwijs de enige reden om de productie te verplaatsen, toch is op basis van de beschikbare feiten voldaan aan de voorwaarden van artikel 33, eerste alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446. De in het laatste land van productie verrichte be- of verwerkingen worden daarom geacht niet economisch verantwoord te zijn. Bijgevolg moet de niet-preferentiële oorsprong van de motorrijwielen worden bepaald op basis van de derde alinea van voornoemd artikel 33.

  8. Krachtens deze bepaling worden goederen, wanneer de laatste be- of verwerking als niet economisch verantwoord wordt aangemerkt, geacht hun laatste ingrijpende, economisch verantwoorde be- of verwerking, die hetzij tot de fabricage van een nieuw product heeft geleid, hetzij een belangrijk fabricagestadium vertegenwoordigt, te hebben ondergaan in het land of gebied waar het grootste deel van de materialen van oorsprong is, zoals bepaald op basis van de waarde van de materialen.

  9. Aangezien de bepaling van de niet-preferentiële oorsprong van de motorrijwielen waarop de in de bijlage genoemde BOI-beschikkingen betrekking hebben, niet op de in artikel 33, derde alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 vastgestelde regel is gebaseerd, beschouwt de Commissie deze niet-preferentiële oorsprongsbepaling als onverenigbaar met artikel 60, lid 2, van het wetboek in samenhang met artikel 33 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446.

  10. Overeenkomstig artikel 23, lid 3, van het wetboek kunnen de douaneautoriteiten die een beschikking hebben afgegeven, deze op elk moment nietig verklaren, wijzigen of intrekken indien zij niet in overeenstemming is met de douanewetgeving. De douaneautoriteiten die de in de bijlage genoemde BOI-beschikkingen hebben afgegeven, hebben deze evenwel niet ingetrokken.

  11. Om te garanderen dat de niet-preferentiële oorsprong van goederen op correcte en uniforme wijze wordt bepaald, dienen de betreffende BOI-beschikkingen derhalve te worden ingetrokken. De douaneautoriteit die de BOI-beschikkingen heeft afgegeven, moet deze daarom na de kennisgeving van dit besluit zo spoedig mogelijk intrekken en de Commissie daarvan in kennis stellen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.

De BOI-beschikkingen in kolom 1 van de in de bijlage opgenomen tabel, die door de in kolom 2 van die tabel genoemde douaneautoriteit zijn afgegeven voor het in kolom 3 van die tabel genoemde product, worden overeenkomstig lid 2 ingetrokken.

2.

De douaneautoriteit in kolom 2 van de in de bijlage opgenomen tabel trekt de in kolom 1 van die tabel genoemde BOI-beschikkingen zo spoedig mogelijk in en stelt de houder daarvan zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen tien dagen na kennisgeving van dit besluit, in kennis.

3.

Wanneer de douaneautoriteit de BOI-beschikkingen intrekt en de kennisgeving doet overeenkomstig lid 2, stelt ze de Commissie hiervan in kennis.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk België.

Gedaan te Brussel, 31 maart 2021.

Voor de Commissie

Paolo Gentiloni

Lid van de Commissie

BIJLAGE

Referentienummer — Bindende oorsprongsinlichting

Douaneautoriteit

GN-code van het product

1

2

3

BE-20192406001

Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie

Algemene Directie Economische Analyses en Internationale Economie

Dienst internationale handel en investeringen

City Atrium C

Vooruitgangsstraat 50

1210 Brussel

BELGIË

8711 50 00

BE-20192406002

Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie

Algemene Directie Economische Analyses en Internationale Economie

Dienst internationale handel en investeringen

City Atrium C

Vooruitgangsstraat 50

1210 Brussel

BELGIË

8711 50 00