Home

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/384 van de Commissie van 3 maart 2021 betreffende de geschiktheid van rasbenamingen voor landbouw- en groentegewassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2009 (Voor de EER relevante tekst)

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/384 van de Commissie van 3 maart 2021 betreffende de geschiktheid van rasbenamingen voor landbouw- en groentegewassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2009 (Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2002/53/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwgewassen(1), en met name artikel 9, lid 6, tweede alinea,

Gezien Richtlijn 2002/55/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van groentezaad(2), en met name artikel 9, lid 6, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. De Richtlijnen 2002/53/EG en 2002/55/EG stellen algemene regels vast inzake de geschiktheid van rasbenamingen door te verwijzen naar artikel 63 van Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad(3).

  2. Overeenkomstig artikel 63 van Verordening (EG) nr. 2100/94 worden rasbenamingen van plantenrassen goedgekeurd als zij door het Communautair Bureau voor plantenrassen (CPVO) als geschikt worden beschouwd. Een rasbenaming is geschikt indien er geen beletsels zijn als bedoeld in lid 3 of lid 4 van dat artikel.

  3. Bij Verordening (EG) nr. 637/2009 van de Commissie(4) zijn gedetailleerde voorschriften vastgesteld voor de toepassing van bepaalde criteria van artikel 63 van Verordening (EG) nr. 2100/94 met betrekking tot de geschiktheid van rasbenamingen van landbouw- en groentegewassen voor de toepassing van artikel 9, lid 6, eerste alinea, van Richtlijn 2002/53/EG en artikel 9, lid 6, eerste alinea, van Richtlijn 2002/55/EG.

  4. Het CPVO en de lidstaten hebben een deskundigengroep opgericht die overeenkomstig artikel 63 van Verordening (EG) nr. 2100/94 richtsnoeren inzake de geschiktheid van benamingen (“Guidelines on variety denominations”(5)) heeft ontwikkeld en gewijzigd. Om de consistentie bij de toepassing van de criteria van artikel 63 van Verordening (EG) nr. 2100/94 te waarborgen, is het passend te voorzien in verdere verduidelijkingen die voortvloeien uit de richtsnoeren inzake rasbenamingen.

  5. Verordening (EG) nr. 637/2009 is meermaals gewijzigd. Aangezien de bestaande regels moeten worden gewijzigd en in het belang van de rechtszekerheid, moet die verordening worden ingetrokken en door deze verordening worden vervangen.

  6. Een rasbenaming moet worden goedgekeurd, tenzij er beletsels zijn waardoor die benaming niet geschikt is. Op grond van artikel 63 van Verordening (EG) nr. 2100/94 is er sprake van beletsels wanneer het gebruik van een rasbenaming inbreuk maakt op een ouder recht van een derde, ze in het algemeen moeilijk herkenbaar en hanteerbaar is, er identieke benamingen zijn voor een ras van dezelfde of nauw verwante soorten die algemeen bij het in de handel brengen van goederen worden gebruikt, de benaming in een van de lidstaten aanstootgevend is of strijdig is met de openbare orde, of de benaming verwarring kan veroorzaken als gevolg van visuele, fonetische of begripsmatige gelijkenis of van misleidende inhoud.

  7. Om de bevoegde autoriteiten voldoende tijd te geven voor de toepassing van de nieuwe regels, moet deze verordening met ingang van 1 januari 2022 van toepassing worden.

  8. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1 Onderwerp

Bij deze verordening worden gedetailleerde voorschriften vastgesteld voor de toepassing van de criteria van artikel 63 van Verordening (EG) nr. 2100/94 met betrekking tot de geschiktheid van de rasbenamingen van landbouw- en groentegewassen voor de toepassing van artikel 9, lid 6, eerste alinea, van Richtlijn 2002/53/EG en artikel 9, lid 6, eerste alinea, van Richtlijn 2002/55/EG.

Artikel 2 Geschiktheid van rasbenamingen

1.

Een rasbenaming is geschikt als er in verband met de aanduiding ervan geen beletsels zijn.

2.

Er is sprake van een beletsel in verband met de aanduiding van een rasbenaming als:

  1. het gebruik van de rasbenaming op het grondgebied van de Unie is uitgesloten omdat een bezwaar van een derde die houder is van een ouder recht, is aanvaard, zoals bepaald in artikel 3, lid 1;

  2. de rasbenaming in strijd is met geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen of gegarandeerde traditionele specialiteiten, zoals bepaald in artikel 3, lid 2;

  3. de rasbenaming voor de gebruikers ervan moeilijk herkenbaar en hanteerbaar kan zijn, zoals bepaald in artikel 4;

  4. de rasbenaming identiek is aan of kan worden verward met een rasbenaming waaronder een ander ras van dezelfde of een nauw verwante soort in een officieel plantenrassenregister is ingeschreven, of als er onder die naam materiaal van een ander ras in de handel is gebracht, zoals bepaald in artikel 5;

  5. de rasbenaming verwarring zou kunnen veroorzaken door de visuele, fonetische of begripsmatige gelijkenis met de benaming van een ras van dezelfde of nauw verwante soorten, zoals bepaald in artikel 5;

  6. de rasbenaming identiek is aan of verward zou kunnen worden met benamingen die algemeen worden gebruikt voor het in de handel brengen van goederen, of die krachtens andere wetgeving vrij moeten worden gehouden, zoals bepaald in artikel 6;

  7. de rasbenaming kan misleiden of verwarring kan veroorzaken, zoals bepaald in artikel 7.

Artikel 3 Ouder recht van een derde

1.

Er is een beletsel als gevolg van een ouder recht van een derde partij wanneer een bezwaar van een derde die houder is van een handelsmerk, tegen de aanduiding van de rasbenaming op het grondgebied van de Unie door een bevoegde autoriteit is aanvaard. Dit beletsel betreft handelsmerken die:

  1. vóór de registratie van de rasbenaming in een of meer lidstaten of in de Unie zijn geregistreerd;

  2. identiek zijn aan of vergelijkbaar zijn met de rasbenaming, en

  3. zijn geregistreerd voor goederen die bestaan uit dezelfde of nauw verwante soorten van het betrokken ras.

2.

In het geval van geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen of gegarandeerde traditionele specialiteiten die voor landbouwproducten en levensmiddelen, gedistilleerde dranken, gearomatiseerde wijnen en wijnbouwproducten gelden als ouder recht van een derde, is een rasbenaming op het grondgebied van de Unie uitgesloten indien de rasbenaming in strijd zou zijn met:

  1. artikel 13 of 24 van Verordening (EU) 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6);

  2. artikel 103 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad(7);

  3. artikel 20 van Verordening (EU) nr. 251/2014 van het Europees Parlement en de Raad(8);

  4. artikel 21, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2019/787 van het Europees Parlement en de Raad(9);

3.

Een bezwaar tegen de geschiktheid van een benaming op grond van een ouder recht zoals bedoeld in lid 1 vervalt indien de eigenaar van dit recht schriftelijk toestemming heeft gegeven om de benaming voor het ras te gebruiken (en deze toestemming er niet toe leidt dat het publiek wordt misleid, wat de werkelijke oorsprong van het product betreft).

4.

Wanneer de aanvrager in het bezit is van een ouder recht op de voorgestelde rasbenaming of op een deel daarvan is artikel 18, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2100/94 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4 Moeilijkheden bij het herkennen of hanteren van een rasbenaming

1.

Er is een beletsel als gevolg van moeilijkheden met betrekking tot de herkenning of hantering van een rasbenaming wanneer de gebruikers van een rasbenaming problemen ondervinden bij de herkenning of het hanteren ervan.

2.

Een rasbenaming geldt als moeilijk herkenbaar en hanteerbaar voor de gebruiker ervan als zij:

  1. geheel of gedeeltelijk bestaat uit vergelijkende of overtreffende trappen;

  2. geheel of gedeeltelijk bestaat uit botanische of gewone namen van een soort binnen de groep landbouw- of groentegewassen waartoe het ras behoort;

  3. geheel of gedeeltelijk bestaat uit kweek- en technische termen, tenzij het gebruik ervan in combinatie met andere termen de erkenning van de rasbenaming als zodanig niet in de weg staat;

  4. uitsluitend bestaat uit een geografische naam die een reputatie voor de betrokken soort heeft verworven;

  5. slechts uit één letter of cijfer, of alleen uit cijfers bestaat, tenzij dit een vaste praktijk voor de aanwijzing van bepaalde rassen is;

  6. geheel of gedeeltelijk bestaat uit te veel woorden of elementen, tenzij de naam door de formulering gemakkelijk herkenbaar is;

  7. een leestekening of een ander symbool, een combinatie van hoofd- en kleine letters (behalve wanneer de eerste letter een hoofdletter is en de rest van de benaming in kleine letters staat), subscript, superscript, een model of een beeldelement (met uitzondering van apostrof (’), komma (,), een of twee niet-aangrenzende uitroeptekens (!), een punt (.), een koppelteken (–), een voorwaartse (/) of een achterwaartse (\) schuine streep) bevat;

  8. geheel of gedeeltelijk bestaat uit een subscript, een superscript, een model, een logo of een beeldelement.

Artikel 5 De benaming is identiek aan of kan gemakkelijk worden verward met de benaming van een ander ras

Artikel 6 Benamingen die algemeen voor het in de handel brengen van goederen worden gebruikt

Artikel 7 Misleidende inhoud

Artikel 8 Intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2009

Artikel 9 Inwerkingtreding en toepassing

BIJLAGEDefinitie van nauw verwante soorten in de zin van artikel 5, lid 3