Voor het in de bijlage gespecificeerde preparaat, dat behoort tot de categorie “zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “darmflorastabilisatoren”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/422 van de Commissie van 9 maart 2021 tot verlening van een vergunning voor een preparaat van Enterococcus faecium (DSM 7134) als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor legkippen (vergunninghouder: Lactosan GmbH & Co KG) (Voor de EER relevante tekst)
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/422 van de Commissie van 9 maart 2021 tot verlening van een vergunning voor een preparaat van Enterococcus faecium (DSM 7134) als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor legkippen (vergunninghouder: Lactosan GmbH & Co KG) (Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding(1), en met name artikel 9, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de gronden en procedures voor het verlenen van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.
Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag ingediend voor de verlening van een vergunning voor een preparaat van Enterococcus faecium (DSM 7134). De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste nadere gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd.
De aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor het preparaat van Enterococcus faecium (DSM 7134) als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor legkippen, in te delen in de categorie “zoötechnische toevoegingsmiddelen”.
De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 30 september 2020(2) geconcludeerd dat het preparaat van Enterococcus faecium (DSM 7134) onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden geen ongunstige gevolgen voor de diergezondheid, de consumentenveiligheid of het milieu heeft. Zij heeft ook geconcludeerd dat dit preparaat geen voor de huid of de ogen irriterende stof is, maar een mogelijk huid- en inhallatieallergeen. De Commissie is daarom van mening dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om ongunstige gevolgen voor de menselijke gezondheid — en met name de gezondheid van de gebruikers van het toevoegingsmiddel — te voorkomen. De EFSA heeft tevens geconcludeerd dat het preparaat werkzaam kan zijn als zoötechnisch toevoegingsmiddel in diervoeders. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. Zij heeft ook het verslag over de analysemethoden voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.
Uit de beoordeling van het preparaat van Enterococcus faecium (DSM 7134) blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Er moet daarom een vergunning worden verleend voor het gebruik van het product zoals gespecificeerd in de bijlage bij de onderhavige verordening.
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 9 maart 2021.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula von der Leyen
BIJLAGE
Identificatienummer van het toevoegingsmiddel |
Naam van de vergunninghouder |
Toevoegingsmiddel |
Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode |
Diersoort of -categorie |
Maximumleeftijd |
Minimumgehalte |
Maximumgehalte |
Minimumgehalte |
Maximumgehalte |
Overige bepalingen |
Einde van de vergunningsperiode |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
kve/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 % |
kve/l drinkwater |
||||||||||
Categorie: zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: darmflorastabilisatoren |
|||||||||||
4b1840 |
Lactosan GmbH & Co.KG. |
Enterococcus faecium (DSM 7134) |
Samenstelling van het toevoegingsmiddel Preparaat van Enterococcus faecium (DSM 7134) met ten minste: poeder: 1 × 1010 kve/g toevoegingsmiddel korrels (microcapsules): 1 × 1010 kve/g toevoegingsmiddel |
Legkippen |
— |
1 × 109 |
— |
5 × 108 |
— |
|
30.3.2031 |
Karakterisering van de werkzame stof Levensvatbare cellen van Enterococcus faecium (DSM 7134) |
|||||||||||
Analysemethode(1) Voor telling: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van gal-esculineazideagar (EN 15788) Voor identificatie: pulsed-field-gelelektroforese (PFGE) |
|||||||||||