Home

Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2106 van de Commissie van 28 september 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit door de vaststelling van de gemeenschappelijke indicatoren en de gedetailleerde elementen van het scorebord voor herstel en veerkracht

Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2106 van de Commissie van 28 september 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit door de vaststelling van de gemeenschappelijke indicatoren en de gedetailleerde elementen van het scorebord voor herstel en veerkracht

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit(1), en met name artikel 29, lid 4, punt a), en artikel 30, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. De herstel- en veerkrachtfaciliteit (“de faciliteit”) is erop gericht doeltreffende en significante financiële steun te verstrekken om de uitvoering van duurzame hervormingen en de bijbehorende overheidsinvesteringen in de lidstaten te versterken. De faciliteit is een specifiek instrument om de schadelijke effecten en gevolgen van de COVID-19-crisis in de Unie aan te pakken.

  2. Overeenkomstig artikel 29 van Verordening (EU) 2021/241 moet de uitvoering van de faciliteit worden gemonitord en geëvalueerd aan de hand van gemeenschappelijke indicatoren. Deze indicatoren moeten worden gebruikt voor verslaglegging over de vorderingen en voor de monitoring en evaluatie van de faciliteit met het oog op de verwezenlijking van de in artikel 4 van Verordening (EU) 2021/241 bedoelde algemene en specifieke doelstellingen. De lidstaten moeten aan de Commissie verslag uitbrengen over de gemeenschappelijke indicatoren.

  3. Overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EU) 2021/241 moet het prestatierapportagesysteem van de faciliteit de vorm aannemen van een scorebord voor herstel en veerkracht (“het scorebord”). Het scorebord geeft de voortgang weer van de uitvoering van de herstel- en veerkrachtplannen van de lidstaten in elk van de zes in artikel 3 van die verordening bedoelde pijlers van het toepassingsgebied van de faciliteit, en wat betreft de gemeenschappelijke indicatoren. Het scorebord moet openbaar worden gemaakt in de vorm van een website of internetportaal en moet tweemaal per jaar worden bijgewerkt.

  4. De artikelen 29 en 30 van Verordening (EU) 2021/241 hangen nauw samen, aangezien de gemeenschappelijke indicatoren een belangrijk deel zullen uitmaken van de inhoud van het scorebord, zoals bepaald in artikel 30, lid 3, van Verordening (EU) 2021/241. Om te zorgen voor samenhang tussen die bepalingen die tegelijkertijd in werking moeten treden, om een volledig beeld van de rapportagevereisten voor de lidstaten te vergemakkelijken en om de toepassing van die verordening te vergemakkelijken, moeten de bepalingen ter aanvulling van die artikelen in één enkele gedelegeerde verordening worden opgenomen.

  5. Het scorebord is bedoeld om op transparante wijze samenvattende informatie te verstrekken over de voortgang bij de uitvoering van de faciliteit en de nationale herstel- en veerkrachtplannen die bij de respectieve uitvoeringsbesluiten van de Raad zijn goedgekeurd. Het moet dienen als basis voor de herstel- en veerkrachtdialoog met het Europees Parlement bedoeld in artikel 26 van Verordening (EU) 2021/241.

  6. Overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EU) 2021/241 moeten de lidstaten in het kader van het Europees Semester tweemaal per jaar verslag uitbrengen over de vorderingen bij de verwezenlijking van de herstel- en veerkrachtplannen, en over de gemeenschappelijke indicatoren. Om ervoor te zorgen dat het scorebord voor alle lidstaten met de meest recente beschikbare gegevens en volgens hetzelfde tijdschema wordt bijgewerkt, en zo een gelijke behandeling te waarborgen, moet die verslaglegging voor alle lidstaten tegelijkertijd plaatsvinden en worden afgestemd op het tijdschema van het Europees Semester.

  7. De lijst van gemeenschappelijke indicatoren in de bijlage is ontworpen om alle herstel- en veerkrachtplannen te bestrijken, maar de verslaglegging door een lidstaat over een specifieke gemeenschappelijke indicator is alleen relevant voor zover er overeenkomstige maatregelen in zijn plan zijn opgenomen. Of een gemeenschappelijke indicator niet relevant is voor een herstel- en veerkrachtplan moet worden besproken tussen de Commissie en de betrokken lidstaat. Aangezien elke gemeenschappelijke indicator over het algemeen voor een grote meerderheid van de lidstaten relevant is, wordt verwacht dat elke lidstaat over de meeste indicatoren verslag moet uitbrengen.

  8. De gemeenschappelijke indicatoren moeten voldoende gedetailleerd zijn om ervoor te zorgen dat de door de lidstaten verzamelde gegevens vergelijkbaar zijn en kunnen worden samengevoegd om de uitvoering van de faciliteit op Unieniveau weer te geven. Indien gemeenschappelijke indicatoren op het niveau van de afzonderlijke lidstaten worden weergegeven, moeten zij in relatieve termen worden gepresenteerd, mede op basis van gegevens van Eurostat, om te voorkomen dat vergelijkingen tussen lidstaten door de verschillende omvang of aard van de herstel- en veerkrachtplannen misleidend zouden zijn.

  9. Overeenkomstig artikel 28 van Verordening (EU) 2021/241 moeten de Commissie en de betrokken lidstaten synergieën bevorderen en zorgen voor doeltreffende coördinatie tussen de faciliteit en andere programma’s en instrumenten van de Unie. De indicatoren in het scorebord moeten daarom, voor zover mogelijk, coherent zijn met die welke voor andere Uniefondsen worden gebruikt.

  10. Overeenkomstig artikel 29 van Verordening (EU) 2021/241 is de monitoring van de uitvoering gericht op en evenredig met de activiteiten die in het kader van de faciliteit worden uitgevoerd. Het prestatieverslagleggingssysteem van de Commissie waarborgt daarom dat de gegevens voor het monitoren van de uitvoering van de activiteiten en de resultaten op efficiënte en doeltreffende wijze en tijdig worden verzameld. Daartoe moeten evenredige verslagleggingsvereisten worden opgelegd aan de ontvangers van Uniemiddelen.

  11. De overige elementen van het scorebord moeten door de Commissie worden samengesteld aan de hand van informatie die bij het toezicht op de uitvoering van de herstel- en veerkrachtplannen en van de faciliteit wordt verzameld. Dit moet de vergelijkbaarheid van de gegevens waarborgen.

  12. Aangezien het scorebord uiterlijk op 31 december 2021 in werking moet zijn en om de in deze verordening opgenomen maatregelen snel te kunnen uitvoeren, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1 Inhoud van het scorebord voor herstel en veerkracht en lijst van gemeenschappelijke indicatoren

Het scorebord geeft de voortgang weer die met de uitvoering van de herstel- en veerkrachtplannen is gemaakt voor elk van de zes in artikel 3 van Verordening (EU) 2021/241 bedoelde pijlers, welke met name wordt gemeten aan de hand van:

  1. de verwezenlijking van mijlpalen en streefdoelen, die de uitvoering weerspiegelen van de hervormingen en investeringen die in de door de Raad vastgestelde uitvoeringsbesluiten zijn opgenomen, door een opsomming te geven van de mijlpalen en streefdoelen die op bevredigende wijze zijn bereikt, deze te tellen en het percentage weer te geven op het totale aantal mijlpalen en streefdoelen dat in die uitvoeringsbesluiten van de Raad is opgenomen. In dit verband kan ook worden gerapporteerd hoe de verwezenlijking van de mijlpalen en streefdoelen bijdraagt tot de uitvoering van de desbetreffende landspecifieke aanbevelingen,

  2. de uitgaven die door de faciliteit worden gefinancierd, ook in het kader van elk van de in artikel 3 van Verordening (EU) 2021/241 bedoelde pijlers, met inbegrip van sociale uitgaven op basis van de methode die is vastgesteld in Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2105(2) van de Commissie, op basis van de uitsplitsing van de geraamde uitgaven in de goedgekeurde plannen voor herstel en veerkracht,

  3. de status van elk herstel- en veerkrachtplan,

  4. de vorderingen bij de uitbetaling van de financiële bijdragen en de leningen,

  5. de thematische analyses van maatregelen in herstel- en veerkrachtplannen en voorbeelden ter illustratie van de voortgang van de uitvoering in het kader van de zes pijlers,

  6. de gemeenschappelijke indicatoren, zoals vastgesteld in de bijlage, voor verslaglegging over de vorderingen en voor de monitoring en evaluatie van de faciliteit met het oog op de verwezenlijking van de algemene en specifieke doelstellingen.

Artikel 2 Verslaglegging

1.

Om het scorebord, met inbegrip van de gemeenschappelijke indicatoren, tweemaal per jaar consistent en eenvormig te kunnen bijwerken, brengen alle lidstaten in het kader van het Europees Semester tweemaal per jaar verslag uit aan de Commissie over de voortgang die is geboekt bij de verwezenlijking van hun herstel- en veerkrachtplan, met inbegrip van de operationele regelingen, en over de gemeenschappelijke indicatoren.

2.

De verslaglegging over de voortgang bij de verwezenlijking van hun herstel- en veerkrachtplan vindt in de regel plaats tegen midden april en begin oktober, en uiterlijk op 30 april respectievelijk 15 oktober. De verslagperiode bestrijkt de volledige periode van uitvoering van het plan, met ingang van 1 februari 2020, indien van toepassing.

3.

De verslaglegging over de bijwerking van de gemeenschappelijke indicatoren vindt elk jaar uiterlijk op 28 februari en 31 augustus plaats. De verslagperiode bestrijkt de volledige periode van uitvoering van het plan, vanaf 1 februari 2020, indien van toepassing, tot de respectieve afsluitdata van 31 december en 30 juni van elk jaar.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 september 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula von der Leyen

BIJLAGELijst van gemeenschappelijke indicatoren