Home

Besluit (EU) 2022/756 van de Commissie van 30 september 2021 betreffende de steunmaatregelen SA.32014, SA.32015, SA.32016 (2011/C) (ex 2011/NN), door Italië en de regio Sardinië ten uitvoer gelegd ten gunste van Saremar (Kennisgeving geschied onder nummer C(2021) 6990) (Slechts de tekst in de Italiaanse taal is authentiek) (Voor de EER relevante tekst)

Besluit (EU) 2022/756 van de Commissie van 30 september 2021 betreffende de steunmaatregelen SA.32014, SA.32015, SA.32016 (2011/C) (ex 2011/NN), door Italië en de regio Sardinië ten uitvoer gelegd ten gunste van Saremar (Kennisgeving geschied onder nummer C(2021) 6990) (Slechts de tekst in de Italiaanse taal is authentiek) (Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 108, lid 2, eerste alinea,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 62, lid 1, punt a,

Na de belanghebbenden overeenkomstig de genoemde artikelen te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken(1), en gezien deze opmerkingen,

Overwegende hetgeen volgt:

1. PROCEDURE

(1) Op 6 augustus 1999 heeft de Commissie besloten de procedure in te leiden van artikel 108, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (“VWEU”) ten aanzien van steun die op grond van de initiële openbaredienstcontracten (“de initiële overeenkomsten”) was betaald aan de zes ondernemingen die toentertijd de Gruppo Tirrenia vormden(2).

(2) Tijdens de onderzoeksfase hebben de Italiaanse autoriteiten verzocht om splitsing van het dossier van de Gruppo Tirrenia, teneinde de eindbeslissing die alleen betrekking heeft op de onderneming Tirrenia di Navigazione (“Tirrenia”) te bespoedigen. Dit verzoek was gestoeld op het voornemen van de Italiaanse autoriteiten om over te gaan tot privatisering van de groep, en in de eerste plaats van de onderneming Tirrenia, alsook op de wens om het proces juist voor deze onderneming te bespoedigen.

(3) De Commissie heeft het verzoek van de Italiaanse autoriteiten ingewilligd en heeft bij Beschikking 2001/851/EG van de Commissie(3) de procedure ten aanzien van de steun aan Tirrenia stopgezet. De steun werd verenigbaar verklaard met inachtneming van bepaalde verplichtingen door de Italiaanse autoriteiten.

(4) In Beschikking 2005/163/EG van de Commissie(4) (“de beschikking van 2004”) verklaarde de Commissie de aan de ondernemingen van de Gruppo Tirrenia behalve Tirrenia(5) verleende compensatie deels verenigbaar met de interne markt, deels verenigbaar mits door de Italiaanse autoriteiten een aantal verplichtingen in acht wordt genomen, en deels onverenigbaar met de interne markt. De beschikking van 2004 was gebaseerd op boekhoudkundige gegevens die de jaren 1992 tot en met 2001 bestreken en bevatte bepaalde voorwaarden ter waarborging van de verenigbaarheid van de compensatie gedurende de hele looptijd van de initiële overeenkomsten (d.w.z. tot 2008).

(5) In zijn arrest van 4 maart 2009 in de zaken T-265/04, T-292/04 en T-504/04(6) heeft het Gerecht de beschikking van 2004 nietig verklaard.

(6) Op 5 oktober 2011 heeft de Commissie bij Besluit C(2011) 6961 van de Commissie (“het besluit van 2011”)(7) de formele onderzoeksprocedure ingeleid ten aanzien van diverse maatregelen die Italië had genomen ten gunste van de ondernemingen van de voormalige Gruppo Tirrenia. Het onderzoek betrof onder meer de aan Saremar — Sardegna Regionale Marittima (“Saremar”) toegekende compensatie voor het exploiteren van een aantal scheepvaartroutes vanaf 1 januari 2009 en een aantal andere maatregelen die aan die onderneming waren toegekend.

(7) Het besluit van 2011 is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. De Commissie heeft de belanghebbenden uitgenodigd hun opmerkingen te maken over de maatregelen waarop het onderzoek zag.

(8) Op 7 november 2012 verlengde de Commissie de onderzoeksprocedure, onder meer ten aanzien van bepaalde steunmaatregelen die de regio Sardinië aan Saremar had verleend. De Commissie heeft op 19 december 2012 een gewijzigde versie(8) van dat besluit vastgesteld (Besluit C(2012) 9452 van de Commissie, “het besluit van 2012”).

(9) Het besluit van 2012 is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie(9). De Commissie heeft de belanghebbenden uitgenodigd hun opmerkingen te maken over de maatregelen waarop het onderzoek zag.

(10) Bij brief van 14 mei 2013 heeft de regio Sardinië de Commissie verzocht om de maatregelen met betrekking tot Saremar te scheiden van de bij de besluiten van 2011 en 2012 ingeleide formele onderzoeksprocedure en om prioriteit te verlenen aan die maatregelen, met name gelet op de aankomende privatisering van de onderneming.

(11) De Commissie heeft het verzoek van de autoriteiten van Sardinië ingewilligd en heeft bij Besluit (EU) 2018/261 van de Commissie(10) (“het besluit van 2014”) de formele onderzoeksprocedure ten aanzien van bepaalde door de regio Sardinië aan Saremar verleende maatregelen stopgezet. Van de vijf maatregelen die door de regio Sardinië waren vastgesteld ten gunste van Saremar, werden er vier beoordeeld in het besluit van 2014, met uitzondering van het project “Bonus Sardo — Vacanza” (zie overweging 29 van dit besluit).

(12) Saremar en de regio Sardinië stelden beroepen tot nietigverklaring in tegen het besluit van 2014 bij het Gerecht. Het Gerecht heeft deze beroepen verworpen bij zijn arresten van 6 april 2017 in de zaken T-219/14(11) en T-220/14(12). Noch Saremar, noch de regio Sardinië hebben hoger beroep ingesteld tegen die arresten, die nu definitief zijn.

(13) Bij Besluit (EU) 2020/1411 van de Commissie(13) rondde de Commissie het onderzoek ten aanzien van de ondernemingen van de Gruppo Tirrenia, met uitzondering van Tirrenia, voor de periode 1992-2008 af. De Commissie concludeerde dat de steun voor het verrichten van cabotagediensten in het zeevervoer bestaande steun vormde, terwijl de steun voor het verrichten van internationale zeevervoersdiensten verenigbaar was met de kaderregeling van 2011 inzake diensten van algemeen economisch belang (“DAEB”) (“de DAEB-kaderregeling van 2011”)(14).

(14) Bij Besluit (EU) 2020/1412 van de Commissie(15) rondde de Commissie de formele onderzoeksprocedure ten aanzien van de maatregelen die voor de periode 2009-2020 aan Tirrenia en de overnemer CIN waren toegekend, af.

(15) Bij Besluit (EU) 2021/4268 van de Commissie(16) en Besluit (EU) 2021/4271 van de Commissie(17) rondde de Commissie de formele onderzoeksprocedure ten aanzien van de maatregelen die voor de periode vanaf 2009 aan Siremar en Toremar en hun overnemers waren toegekend, af.

(16) Dit besluit heeft uitsluitend betrekking op maatregelen ten gunste van Saremar die zijn vastgesteld in de besluiten van 2011 en 2012 en die niet aan bod kwamen in het besluit van 2014, zoals toegelicht in de overwegingen 28 en 29. De Commissie zal alle overige maatregelen waarop de besluiten van 2011 en 2012 betrekking hebben, onderzoeken in afzonderlijke besluiten in het kader van steunmaatregelen SA.32014, SA.32015 en SA.32016. Die overige maatregelen betreffen met name allemaal andere ondernemingen van de voormalige Gruppo Tirrenia (te weten Caremar en Laziomar).

2. ACHTERGROND EN BESCHRIJVING VAN DE TE ONDERZOEKEN MAATREGELEN

2.1. Chronologisch overzicht

2.1.1. De initiële overeenkomsten

(17) De Gruppo Tirrenia was via de onderneming Finanziaria per i Settori Industriale e dei Servizi S.p.A (“Fintecna”)(18) van oudsher in handen van de Italiaanse staat en bestond oorspronkelijk uit zes ondernemingen, namelijk Tirrenia, Adriatica, Caremar, Saremar, Siremar en Toremar. Deze ondernemingen verrichtten zeevervoersdiensten op grond van afzonderlijke openbaredienstcontracten die in 1991 met de Italiaanse staat waren afgesloten, en die voor een periode van twintig jaar (van januari 1989 tot december 2008) van kracht zijn gebleven. Fintecna had 100 % van het aandelenkapitaal van Tirrenia in handen. Tirrenia was volledig eigenaar van Adriatica, Caremar, Saremar, Siremar en Toremar (samen “de regionale maatschappijen” genoemd). Adriatica, dat voorheen een aantal routes tussen Italië en Albanië, Kroatië, Griekenland en Montenegro onderhield, is in 2004 met Tirrenia gefuseerd.

(18) De initiële overeenkomsten hadden tot doel de regelmatigheid en de betrouwbaarheid te waarborgen van een groot aantal zeevervoersdiensten, die hoofdzakelijk de verbinding tussen het Italiaanse vasteland en Sicilië, Sardinië en andere kleinere Italiaanse eilanden verzorgden. Daartoe verleende de Italiaanse staat financiële steun in de vorm van subsidies die rechtstreeks aan elke onderneming van de Gruppo Tirrenia werden uitgekeerd.

(19) Saremar exploiteerde bepaalde louter lokale cabotageverbindingen tussen Sardinië en de eilanden ten noordoosten en ten zuidwesten daarvan, en een internationale verbinding met Corsica, in het kader van de initiële overeenkomst met de staat.

2.1.2. De verlenging van de initiële overeenkomsten

(20) De initiële overeenkomsten, waaronder die welke betrekking heeft op Saremar, werden drie keer verlengd.

(21) Ten eerste zijn de initiële overeenkomsten, die oorspronkelijk op 31 december 2008 zouden vervallen, bij artikel 26 van wetsbesluit nr. 207 van 30 december 2008, omgezet in wet nr. 14 van 27 februari 2009, met één jaar verlengd tot 31 december 2009.

(22) Ten tweede is bij artikel 19-ter van wetsbesluit nr. 135 van 25 september 2009 (“wetsbesluit 135/2009”), omgezet in wet nr. 166 van 20 november 2009 (“de wet van 2009”) bepaald dat, in het licht van de privatisering van de ondernemingen van de Gruppo Tirrenia, de deelnemingen van de regionale ondernemingen (met uitzondering van Siremar) als volgt zouden worden overgedragen van de moederonderneming Tirrenia:

  1. Caremar aan de regio Campanië. De regio Campanië heeft vervolgens de bedrijfsactiviteiten gericht op de exploitatie van de vervoersverbindingen met de Pontijnse archipel overdragen aan de regio Lazio (waarbij Laziomar werd opgericht)(19);

  2. Saremar aan de regio Sardinië;

  3. Toremar aan de regio Toscane.

(23) De wet van 2009 bepaalde tevens dat nieuwe overeenkomsten uiterlijk 31 december 2009 zouden worden afgesloten tussen de Italiaanse staat en Tirrenia en Siremar. Evenzo zouden de regionale diensten worden verankerd in nieuwe openbaredienstcontracten die Saremar, Toremar en Caremar uiterlijk op 31 december 2009 (Sardinië en Toscane) en 28 februari 2010 (Campanië en Lazio) met de respectieve regionale autoriteiten zouden afsluiten. De nieuwe openbaredienstcontracten zouden samen met de ondernemingen zelf worden aanbesteed. De nieuwe eigenaren van elk van deze ondernemingen zouden dan de respectieve overeenkomst of het respectieve openbaredienstcontract ondertekenen(20).

(24) Hiertoe werden de initiële overeenkomsten, waaronder die welke betrekking had op Saremar, bij de wet van 2009 wederom verlengd, van 1 januari 2010 tot 30 september 2010.

(25) Tot slot bevatte wet nr. 163 van 1 oktober 2010 tot omzetting van wetsbesluit nr. 125 van 5 augustus 2010 (“de wet van 2010”) de verdere verlenging van de initiële overeenkomsten, waaronder die welke betrekking heeft op Saremar, van 1 oktober 2010 tot en met het einde van de privatiseringsprocessen van Tirrenia en Siremar.

2.1.3. Uitvoering van het besluit van 2014

(26) In haar besluit van 2014 heeft de Commissie verklaard dat twee steunmaatregelen ten gunste van Saremar onverenigbaar waren met de interne markt, terwijl voor twee andere maatregelen werd vastgesteld dat zij geen staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU vormden. In dat verband heeft de Commissie de terugvordering gelast van:

  1. 10 miljoen EUR compensatie die aan Saremar was betaald voor de exploitatie van twee aanvullende zeeverbindingen op routes tussen Sardinië en het Italiaanse vasteland;

  2. een geplande herkapitalisatie van 6 099 961 EUR (waarvan reeds 824 309,69 EUR aan Saremar was betaald).

(27) Italië heeft het besluit van 2014 uitgevoerd, hoewel sommige procedures bij de vaststelling van het onderhavige besluit nog hangende waren. Meer bepaald:

  1. Bij brief van 10 april 2015 meldden de Italiaanse autoriteiten dat de rechtbank van Cagliari op 15 januari 2015 had geoordeeld dat Saremar tot de concordato preventivo-procedure zou worden toegelaten. Die procedure had tot doel alle activa van Saremar te verkopen en aan de vorderingen van de crediteuren te voldoen, waarbij de bedrijfsactiviteiten van Saremar niet mochten worden voortgezet na een bepaalde datum (die aanvankelijk was vastgesteld op 31 december 2015). De staatssteunvorderingen waren met een passende rangorde geregistreerd en omvatten de tot 1 juli 2014 opgelopen terugvorderingsrente, ten belope van 11 131 231,60 EUR. 1 juli 2014 is de datum waarop Saremar heeft verzocht om te worden toegelaten tot de concordato preventivo-procedure waarmee, overeenkomstig het Italiaanse recht, de opbouw van rente wordt beëindigd(21);

  2. Bij brief van 28 oktober 2015 deelden de Italiaanse autoriteiten de Commissie mee dat de verkoop van de vaartuigen van Saremar en de toewijzing van de door Saremar vervulde openbaredienstverplichtingen afzonderlijk moesten worden aanbesteed. Zij zonden tevens het besluit van de rechtbank van Cagliari van 22 juli 2015 in, waarin het concordato preventivo (de zogeheten “omologazione” ) werd gevalideerd, en deelden de Commissie mee dat er acht blijken van belangstelling voor de schepen van Saremar waren ontvangen. Bij brief van 21 januari 2016 bevestigden de Italiaanse autoriteiten dat Saremar slechts tot 31 maart 2016 actief zou blijven. Zij meldden ook dat de schepen van Saremar waren verkocht aan de onderneming Delcoservizi Srl (“Delcoservizi”), waarbij de daadwerkelijke overdracht vóór 30 april 2016 moest plaatsvinden, en dat de procedure voor de gunning van het openbaredienstcontract nog liep en er twee blijken van belangstelling waren ontvangen;

  3. Bij brief van 19 mei 2016 meldden de Italiaanse autoriteiten dat het openbaredienstcontract aan de onderneming Delcomar Srl (“Delcomar”) was gegund. Dienovereenkomstig is Saremar op 31 maart 2016 gestopt met de exploitatie van alle zeeverbindingen, en sinds 1 april 2016 exploiteert Delcomar de openbare dienst. De Italiaanse autoriteiten deelden de Commissie ook mee dat de regionale raad van Sardinië na de overdracht van de activa van Saremar op 31 maart 2016, bij zijn besluit nr. 24/23 van 22 april 2016 de vereffening van Saremar had gelast. In dat besluit merkte de regionale raad op dat aangezien Saremar al haar activiteiten op 31 maart 2016 had stopgezet, de onderneming niet meer essentieel was en moest worden vereffend, en dat er een nieuwe vereffenaar was aangesteld door de regio;

  4. Bij brief van 20 juli 2016 lieten de Italiaanse autoriteiten de Commissie weten dat op basis van de middelen die waren ontvangen uit de vereffening van de activa van Saremar en het register van schuldvorderingen, slechts 4 452 226,42 EUR aan de staatssteunvorderingen kon worden toegewezen (d.i. ongeveer 40 % van de verschuldigde bedragen). Zij bevestigden voorts dat Saremar al haar personeel ontsloeg en uit het ondernemingsregister zou worden geschrapt zodra de vereffening was voltooid, en dat er geen banden van welke aard ook bestonden tussen de verkoper (Saremar) en de koper (Delcoservizi) van de activa. Tot slot verstrekten de Italiaanse autoriteiten bij brief van 17 juli 2017 het bewijs van betaling van 4 452 226,42 EUR door de vereffenaars van Saremar aan de regio.

2.2. Maatregelen in het kader van de besluiten van 2011 en 2012

(28) In de formele onderzoeksprocedures die bij besluit van 2011 en van 2012 werden ingeleid, zijn de volgende maatregelen beoordeeld:

  1. de compensatie voor het beheer van diensten van DAEB’s in het kader van de verlenging van de initiële overeenkomsten (maatregel 1);

  2. de onrechtmatige verlenging van reddingssteun aan Tirrenia en Siremar (maatregel 2);

  3. de privatisering van de ondernemingen van de voormalige Gruppo Tirrenia(22) (maatregel 3);

  4. de betaalde compensatie voor het beheer van een DAEB op grond van de toekomstige overeenkomsten/openbaredienstcontracten (maatregel 4);

  5. de voorrang bij het aanmeren (maatregel 5);

  6. de in de wet van 2010 vastgestelde maatregelen (maatregel 6);

  7. vijf door de regio Sardinië vastgestelde aanvullende maatregelen ten gunste van Saremar (maatregel 7).

(29) Bij haar besluit van 2014 heeft de Commissie de formele onderzoeksprocedure afgesloten met betrekking tot vier van de vijf door de regio Sardinië ten gunste van Saremar genomen maatregelen, die hierboven zijn aangeduid als “maatregel 7”. Zij heeft echter geen conclusies geformuleerd met betrekking tot een vijfde maatregel: het project “Bonus Sardo — Vacanza”(23). Voor Saremar heeft de Commissie dus nog geen standpunt ingenomen over de verenigbaarheid van de maatregelen 1, 3, 4, 5, 6 en het project “Bonus Sardo — Vacanza” met de interne markt.

3. VEREFFENING VAN DE BEGUNSTIGDE EN HET ONTBREKEN VAN ECONOMISCHE CONTINUÏTEIT

(30) De Commissie herinnert eraan dat het systeem van preventief toezicht op voorgenomen nieuwe steunmaatregelen door de Commissie, zoals vastgesteld in artikel 108, lid 3, VWEU, is ontworpen om te voorkomen dat er steun wordt verleend die onverenigbaar is met de interne markt(24). Wat de terugvordering van onverenigbare steun betreft, heeft het Hof consequent geoordeeld dat de bevoegdheid van de Commissie om lidstaten te gelasten tot terugvordering van steun die zij onverenigbaar met de interne markt heeft verklaard, tot doel heeft de verstoring van de mededinging als gevolg van het concurrentievoordeel dat de begunstigde van die steun heeft genoten, ongedaan te maken door aldus de toestand van vóór de steunverlening te herstellen(25). Indien een onderneming de steun niet kan terugbetalen, moet de lidstaat proberen de vennootschap te laten vereffenen(26), d.w.z. de activiteiten ervan stop te zetten en de activa ervan te verkopen tegen marktvoorwaarden.

(31) Het systeem van toezicht op staatsteun is met andere woorden hoofdzakelijk bedoeld om de toekenning van onverenigbare staatssteun te voorkomen. Indien de concurrentie op de interne markt wordt verstoord door de uitkering van onrechtmatige en onverenigbare staatssteun, moet derhalve worden verzekerd dat de toestand van vóór de verstoring van de concurrentie wordt hersteld, indien nodig door vereffening van de begunstigde.

(32) Tegen die achtergrond merkt de Commissie op dat de in de overwegingen 28 en 29 genoemde nog hangende maatregelen betrekking hebben op ofwel Saremar, thans in vereffening (maatregelen 1 en Bonus Sardo Vacanza), ofwel de opvolgers van Saremar na haar privatisering (maatregelen 3 en 4), ofwel op beide (maatregelen 5 en 6). De privatisering van Saremar heeft echter niet plaatsgevonden zoals beschreven en voorlopig beoordeeld in de overwegingen 149 en 150, 238-246 en 305 en 306 van het besluit van 2012. In plaats daarvan werd Saremar vereffend en werden de activa en het openbaredienstcontract van de onderneming aanbesteed in afzonderlijke aanbestedingen.

(33) Het Italiaanse recht(27) schrijft voor dat zodra een onderneming in vereffening gaat, haar activa worden verkocht en de opbrengsten van de verkoop aan haar crediteuren worden overgedragen, volgens de rangorde van hun vorderingen in het register van schuldvorderingen. Tegen die achtergrond moet de Commissie eerst vaststellen of de voortzetting van het onderzoek naar Saremar nog relevant is. Indien dat niet het geval is, moet zij vaststellen of er mogelijk economische continuïteit bestaat tussen Saremar en eventuele andere ondernemingen, op basis van de rechtspraak van het Hof van Justitie.

(34) Met betrekking tot Saremar merkt de Commissie ten eerste op dat Saremar op 15 januari 2015, naar aanleiding van het besluit van 2014, in staat van concordato preventivo was geplaatst en dat een vereffenaar was aangesteld. Concordato preventivo is een procedure naar Italiaans recht die er gewoonlijk op gericht is de continuïteit van de bedrijfsvoering te verzekeren. De Commissie merkt evenwel op dat de onderneming in dit geval was toegelaten tot een concordato preventivo con cessione dei beni; dat is een met de crediteuren overeengekomen vereffeningsprocedure waarbij de activa van de onderneming worden verkocht en haar activiteiten worden beëindigd en slechts tijdelijk mogen worden voortgezet. De procedure staat onder het toezicht van een rechter, die de overeenkomst tussen de crediteuren moet valideren. In dit geval merkt de Commissie op dat de rechtbank van Cagliari de overeenkomst tussen de crediteuren van Saremar, met voortzetting van de activiteiten tot 31 december 2015, op 22 juli 2015 heeft gevalideerd (zie overweging 27). De Commissie is derhalve van oordeel dat de gekozen procedure reeds inhield dat Saremar na afloop ervan de markt zou verlaten.

(35) De Commissie merkt op dat Saremar al haar economische activiteiten inderdaad op 31 maart 2016 heeft stopgezet (zie overweging 27), met inbegrip van haar veerdiensten op routes die werden geëxploiteerd op basis van een openbaredienstcontract. Het openbaredienstcontract werd met ingang van die datum aan Delcomar toevertrouwd. Tegelijkertijd werden de vaartuigen van Saremar verkocht aan de onderneming Delcoservizi. Na de verkoop van de activa van Saremar op 22 april 2016 gelastte de regionale raad van Sardinië de vereffening van Saremar, bij zijn besluit nr. 24/23.

(36) Voorts heeft Italië het besluit van 2014 correct uitgevoerd, zij het met vertraging. De staatssteunvordering van 10 824 309,69 EUR, vermeerderd met terugvorderingsrente, werd naar behoren ingeschreven in het register van schuldvorderingen van de onderneming. Van dat bedrag kon na de verkoop van de activa van Saremar slechts ongeveer 4,4 miljoen EUR aan Italië worden betaald. Aangezien de insolventieprocedure van Saremar tot de vereffening van de onderneming heeft geleid en de onderneming niet langer actief is(28), heeft de Commissie de terugvorderingsprocedure voorlopig beëindigd bij brief aan Italië van 13 september 2017.

(37) Op basis van het bovenstaande merkt de Commissie op dat Saremar ondertussen al meer dan vijf jaar geen economische activiteiten meer heeft verricht, dat haar activa zijn verkocht, dat haar personeel is ontslagen en dat zij uit het ondernemingsregister zal worden geschrapt zodra de vereffeningsprocedure is afgerond. Elke mogelijke verstoring van de mededinging of beïnvloeding van het handelsverkeer door de in de overwegingen 28 en 29 genoemde maatregelen is beëindigd toen Saremar haar activiteiten heeft stopgezet. Bovendien is nog maar ten dele voldaan aan het in het besluit van 2014 bedoelde verzoek om terugvordering (voor ongeveer 40 % van het verschuldigde bedrag, zie de overwegingen 27 en 36).

(38) Tegen die achtergrond merkt de Commissie op dat beide voornoemde doelstellingen van het staatssteuntoezicht en van de terugvordering, namelijk de toekenning van onverenigbare staatssteun te voorkomen en ervoor te zorgen dat de toestand van vóór de verstoring van de concurrentie wordt hersteld, reeds zijn verwezenlijkt. Saremar is immers niet langer actief als marktdeelnemer en is reeds in vereffening, en de staatssteunvorderingen zijn voldaan na de verkoop van de activa van Saremar (vanwege het gebrek aan middelen weliswaar slechts ten dele). De voortzetting van het onderzoek naar Saremar is derhalve niet relevant.

(39) Om te bepalen of er sprake is van economische continuïteit tussen Saremar en haar opvolgers, kan volgens de jurisprudentie rekening worden gehouden met de volgende elementen: het voorwerp van de overdracht (activa en passiva, continuïteit inzake werknemers, gebundelde activa), de verkoopprijs, de identiteit van de aandeelhouders of de eigenaars van de overnemende en de oorspronkelijke onderneming, het tijdstip van de overname (na het begin van het onderzoek, de inleiding van de procedure of het eindbesluit) en ten slotte de economische logica van de transactie(29).

(40) Tegen die achtergrond merkt de Commissie op dat zij in het kader van de terugvorderingsprocedure voor de uitvoering van het besluit van 2014 reeds heeft beoordeeld of de verplichting om de aan Saremar toegekende steun terug te betalen, moest worden uitgebreid naar andere ondernemingen waaraan de activa of activiteiten van de begunstigde mogelijk zijn overgedragen. In die terugvorderingsprocedure heeft de Commissie aanvaard dat de verplichting tot terugvordering alleen betrekking zou hebben op Saremar en heeft zij geoordeeld dat er geen sprake was van economische continuïteit met Delcomar of Delcoservizi (samen “de opvolgers” genoemd), om de volgende redenen:

  1. de exploitatie van veerdiensten op routes op basis van een openbaredienstcontract en de schepen waren via twee afzonderlijke, transparante, openbare en niet-discriminerende aanbestedingen toegewezen;

  2. de werknemers van Saremar waren ontslagen en slechts ten dele opnieuw in dienst genomen door de opvolgers(30);

  3. de opvolgers zijn particuliere maatschappijen, terwijl Saremar voor 100 % in handen is van de regio Sardinië. Er kon derhalve geen band tussen de verkoper en de koper van de activa worden vastgesteld;

  4. de investerings- of biedingsbeslissingen van de opvolgers zijn marktbeslissingen.

(41) Sinds de voorlopige afronding van de terugvorderingszaak heeft de Commissie geen informatie ontvangen waardoor zij haar standpunt ter zake zou kunnen worden gewijzigd. Op basis van de beschikbare informatie kan economische continuïteit tussen Saremar en Delcomar of Delcoservizi, of beide, derhalve worden uitgesloten. De Commissie zal de vereffening van Saremar nog volgen tot de onderneming uit het handelsregister is geschrapt. Alleen zo kan zij de terugvorderingsprocedure voor het besluit van 2014 definitief afsluiten(31).

(42) In deze context, gelet op de vereffening van Saremar en het ontbreken van economische continuïteit met haar opvolgers, is de formele onderzoeksprocedure naar de nog hangende maatregelen ten gunste van Saremar of haar opvolgers die op grond van artikel 108, lid 2, eerste alinea, VWEU is ingeleid, overbodig geworden.

(43) Dit besluit ziet niet op en laat andere kwesties onverlet waarop de besluiten van 2011 en 2012(32) betrekking hadden of die de belanghebbenden tijdens het met die besluiten ingeleide onderzoek ter kennis hebben gebracht van de Commissie,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De procedure die op 5 oktober 2011 op grond van artikel 108, lid 2, eerste alinea, VWEU ten aanzien van Saremar en haar opvolgers is ingeleid en op 19 december 2012 is verlengd, wordt hierbij beëindigd.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de Italiaanse Republiek.

Gedaan te Brussel, 30 september 2021.

Voor de Commissie

Margrethe Vestager

Lid van de Commissie