In deze verordening worden eenvormige minimumfrequenties vastgesteld voor officiële controles, en met name inspecties, van dieren en levende producten en van de omstandigheden waarin zij worden gehouden of geproduceerd in de volgende inrichtingen:
-
erkende inrichtingen voor gehouden landdieren en broedeieren zoals bedoeld in artikel 1, lid 1, punt a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035;
-
erkende inrichtingen voor levende producten zoals bedoeld in artikel 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686;
-
bepaalde aquacultuurinrichtingen die op grond van artikel 176, lid 1, van Verordening (EU) 2016/429 zijn erkend en groepen aquacultuurinrichtingen die op grond van artikel 177 van die verordening zijn erkend;
-
geregistreerde inrichtingen voor gehouden landdieren zoals bedoeld in artikel 1, lid 1, punt a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 waar runderen, schapen of geiten worden gehouden.