De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1410 wordt vervangen door de bijlage bij deze verordening.
Uitvoeringsverordening (EU) 2022/270 van de Commissie van 23 februari 2022 tot rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1410 tot verlening van een vergunning voor een preparaat van Bacillus licheniformis DSM 28710 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor legkippen, minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor legdoeleinden, pluimveesoorten gehouden voor fokdoeleinden en siervogels (vergunninghouder Huvepharma NV) (Voor de EER relevante tekst)
Uitvoeringsverordening (EU) 2022/270 van de Commissie van 23 februari 2022 tot rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1410 tot verlening van een vergunning voor een preparaat van Bacillus licheniformis DSM 28710 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor legkippen, minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor legdoeleinden, pluimveesoorten gehouden voor fokdoeleinden en siervogels (vergunninghouder Huvepharma NV) (Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding(1), en met name artikel 9, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
Voor het gebruik van een preparaat van Bacillus licheniformis DSM 28710 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor legkippen, minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor legdoeleinden, pluimveesoorten gehouden voor fokdoeleinden en siervogels is bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1410 van de Commissie(2) een vergunning verleend voor een periode van tien jaar.
In de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1410 staat in de kolom “Diersoort of -categorie” een onjuiste vermelding van de soort waarvoor het toevoegingsmiddel is toegelaten, waardoor fokkalkoenen zijn uitgesloten.
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1410 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. Omwille van de duidelijkheid moet de volledige bijlage bij die uitvoeringsverordening worden vervangen.
Om de exploitanten van diervoederbedrijven in staat te stellen de etikettering van de toevoegingsmiddelen en de diervoeding die de stof bevatten aan te passen aan de gerectificeerde vergunningsvoorwaarden, moet in een overgangsperiode worden voorzien wat het in de handel brengen van die producten betreft.
Met het oog op bescherming van het gewettigd vertrouwen van de belanghebbende partijen met betrekking tot de vergunningsvoorwaarden voor het toevoegingsmiddel, moet deze verordening met spoed in werking treden.
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2
Het in de bijlage gespecificeerde preparaat en de voormengsels die die stof bevatten en die vóór 25 augustus 2022 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 25 februari 2022 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.
De voedermiddelen en mengvoeders die het in lid 1 bedoelde preparaat en de in dat lid bedoelde voormengsels bevatten en die vóór 25 februari 2023 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 25 februari 2022 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 februari 2022.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula von der Leyen