Home

Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/2115 van de Commissie van 13 juli 2022 tot aanvulling van Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de methode voor de berekening van de verzuimgraad van op een crowdfundingplatform aangeboden leningen (Voor de EER relevante tekst)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/2115 van de Commissie van 13 juli 2022 tot aanvulling van Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de methode voor de berekening van de verzuimgraad van op een crowdfundingplatform aangeboden leningen (Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937(1), en met name artikel 20, lid 3, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Beleggers moeten in staat worden gesteld met kennis van zaken beleggingsbeslissingen te nemen. Aangezien een crowdfundingproject meer dan één lening kan aanbieden, is het noodzakelijk om bij het specificeren van de methode voor de berekening van de verzuimgraad van op een crowdfundingplatform aangeboden projecten regels vast te stellen voor de berekening van de verzuimgraad van elke individuele lening met betrekking tot een specifiek crowdfundingproject dat op een crowdfundingplatform wordt aangeboden. Door verzuim te definiëren op een gedetailleerder niveau, namelijk op leningsniveau, kunnen ook gevallen worden bestreken waarin een projecteigenaar bij de ene lening waarschijnlijk niet maar bij andere leningen wel aan zijn kredietverplichtingen zal voldoen. Om de verzuimgraad van op een crowdfundingplatform aangeboden projecten te berekenen, moeten crowdfundingdienstverleners de verschillende leningen voor hetzelfde project daarom niet automatisch beschouwen als zijnde in verzuim. Crowdfundingdienstverleners moeten beoordelen of bepaalde aanwijzingen voor verzuim verband houden met het crowdfundingproject als geheel in plaats van met een specifieke lening. Met name wanneer een aanzienlijk deel van de leningen in verband met een crowdfundingproject in verzuim is, mogen crowdfundingdienstverleners het onwaarschijnlijk achten dat de andere leningen van dat crowdfundingproject volledig zullen worden terugbetaald zonder maatregelen als de uitwinning van zekerheden, en die leningen ook als zijnde in verzuim behandelen.

  2. Het is noodzakelijk regelgevingsarbitrage te voorkomen en beleggers in staat te stellen de prestaties van crowdfundingdienstverleners die crowdfundingdiensten verlenen die bestaan in de facilitering van het verstrekken van leningen, en met name de kwaliteit van de op crowdfundingplatforms aangeboden projecten te vergelijken. Daarom is het passend de elementen te specificeren op basis waarvan dergelijke crowdfundingdienstverleners ervan moeten uitgaan dat sprake is van verzuim met betrekking tot een op hun crowdfundingplatform aangeboden lening. Die crowdfundingdienstverleners moeten dus over doeltreffende processen beschikken die hen in staat stellen de nodige informatie te verkrijgen om onverwijld te constateren dat sprake is van verzuim van de op hun crowdfundingplatform aangeboden leningen.

  3. Op grond van artikel 20, lid 1, van Verordening (EU) 2020/1503 moeten crowdfundingdienstverleners die crowdfundingdiensten verlenen die erin bestaan het verstrekken van leningen te faciliteren, elk jaar de verzuimgraad openbaar maken van de crowdfundingprojecten die gedurende ten minste de afgelopen 36 maanden op hun crowdfundingplatform zijn aangeboden, en een verklaring betreffende de resultaten publiceren binnen vier maanden na het einde van elk boekjaar, met vermelding van de verwachte en de werkelijke verzuimgraad van alle door hem gefaciliteerde leningen. Om ervoor te zorgen dat beleggers en potentiële beleggers toegang hebben tot informatie met een vergelijkbare tijdshorizon voor risico- en rendementsmaatstaven met betrekking tot op een crowdfundingplatform aangeboden leningen, is het noodzakelijk de consistentie met artikel 180, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad(2) te waarborgen en jaarlijkse wanbetalingsgraden te gebruiken als referentie voor de berekening van verzuimgraden. De jaarlijkse wanbetalingsgraad vertegenwoordigt het aandeel van de leningen die van de status “niet in wanbetaling” naar de status “in wanbetaling” gaan. De verwachte verzuimgraad moet dus een raming zijn van het aandeel van de leningen die niet in wanbetaling zijn, maar waarvan wordt verwacht dat in een waarnemingsperiode van één jaar wel sprake zal zijn van wanbetaling. Om de raming van deze verwachte verzuimgraad te baseren op de werkelijke verzuimgraad, moet de berekening van de werkelijke verzuimgraad dus worden beperkt tot leningen die zich aan het begin van de waarnemingsperiode van één jaar niet in wanbetaling bevinden. Om een vergelijkbare en eerlijke weergave van de verzuimgraden te waarborgen, mag bij de berekening van de jaarlijkse verzuimgraden (berekening op basis van leningen) geen wegingsschema worden toegepast. Om te voorkomen dat sommige leningen in een dergelijke berekening meer gewicht krijgen, mag voor de berekening van de verzuimgraden dus niet het geldbedrag van de leningen worden gebruikt. Als de aanwezigheid van kortlopende leningen tot een vertekend beeld leidt, moeten crowdfundingdienstverleners die crowdfundingdiensten aanbieden die bestaan in de facilitering van het verstrekken van leningen, de berekening van de verzuimgraad aanpassen. Om te zorgen voor een eerlijke weergave van de verzuimgraden voor beleggers, mogen crowdfundingdienstverleners die crowdfundingdiensten aanbieden die bestaan in de facilitering van het verstrekken van leningen, de overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Verordening (EU) 2020/1503 bekendgemaakte verzuimgraden niet manipuleren en er geen verkeerde voorstelling van geven.

  4. Inconsistente, onjuiste, onvolledige of verouderde gegevens kunnen leiden tot fouten in de berekening van de verzuimgraden van crowdfundingprojecten. Om de betrouwbaarheid en een hoge gegevenskwaliteit te waarborgen, moeten de procedures voor het verzamelen en opslaan van gegevens dan ook robuust en goed gedocumenteerd zijn.

  5. De interne methode van crowdfundingdienstverleners voor de berekening van de werkelijke en de verwachte verzuimgraden moet gebaseerd zijn op informatie over de prestaties van de door die crowdfundingdienstverleners gefaciliteerde leningen en de risicocategorieën in het in artikel 19, lid 7, punt d), van Verordening (EU) 2020/1503 bedoelde kader voor risicobeheer.

  6. Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die de Europese Autoriteit voor effecten en markten (“ESMA”) in nauwe samenwerking met de Europese Bankautoriteit bij de Commissie heeft ingediend.

  7. De ESMA heeft open publieke consultaties gehouden over de ontwerpen van technische reguleringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, heeft de mogelijke daaraan verbonden kosten en baten geanalyseerd en heeft het advies ingewonnen van de bij artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad opgerichte Stakeholdergroep effecten en markten(3).

  8. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad(4) en heeft op 1 juni 2022 advies uitgebracht,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1 Verzuim van op een crowdfundingplatform aangeboden leningen

1.

Crowdfundingdienstverleners die crowdfundingdiensten verlenen die bestaan in het faciliteren van het verstrekken van leningen, moeten ervan uitgaan dat sprake is van verzuim met betrekking tot een specifieke op hun crowdfundingplatform aangeboden lening wanneer een van beide of elk van beide volgende gebeurtenissen heeft plaatsgevonden:

  1. de crowdfundingdienstverlener is van mening dat het onwaarschijnlijk is dat de projecteigenaar zijn kredietverplichtingen in verband met de betrokken lening volledig zal betalen of anderszins zal nakomen zonder maatregelen als de uitwinning van zekerheden;

  2. de projecteigenaar is meer dan 90 dagen achterstallig bij een materiële kredietverplichting in verband met de betrokken lening.

2.

Voor de toepassing van lid 1, punt a), worden de volgende elementen beschouwd als indicatoren van onwaarschijnlijkheid van betaling:

  1. een gedwongen herstructurering van de kredietverplichting in verband met de betrokken lening heeft plaatsgevonden wanneer deze waarschijnlijk zal resulteren in een geringere financiële verplichting als gevolg van de kwijtschelding, dan wel de verlening van uitstel van betaling, van de hoofdsom, de rente of, in voorkomend geval, de provisies;

  2. de projecteigenaar heeft faillissement of een soortgelijke bescherming aangevraagd of is in staat van faillissement verklaard, waardoor de terugbetaling aan beleggers van een kredietverplichting in verband met de betrokken lening wordt vermeden of uitgesteld.

Voor de toepassing van punt a) wordt een gedwongen herstructurering geacht te hebben plaatsgevonden wanneer concessies zijn verleend aan een projecteigenaar die moeilijkheden ondervindt of op het punt staat moeilijkheden te ondervinden om zijn financiële verbintenissen na te komen.

3.

Wanneer de kredietovereenkomst de projecteigenaar uitdrukkelijk toestaat het betalingsschema te wijzigen of de betalingen onder bepaalde voorwaarden op te schorten of uit te stellen en de projecteigenaar handelt binnen het kader van de in die kredietovereenkomst verleende rechten, worden de gewijzigde, opgeschorte of uitgestelde betalingen voor de toepassing van lid 1, punt b), niet als achterstallig beschouwd, maar wordt het tellen van het aantal achterstallige dagen gebaseerd op het nieuwe betalingsschema, zodra dat is vastgesteld. Crowdfundingdienstverleners analyseren niettemin de redenen voor dergelijke wijzigingen in het betalingsschema of voor de opschorting dan wel het uitstel van de betalingen, en beoordelen de mogelijkheid van onwaarschijnlijkheid van betaling als bedoeld in lid 1, punt a).

4.

Crowdfundingdienstverleners maken de voor de toepassing van lid 1, punt b), gebruikte materialiteitsdrempel bekend.

5.

Crowdfundingdienstverleners stellen beleggers onverwijld in kennis in geval van verzuim in verband met een lening.

Artikel 2 Methode voor de berekening van de verzuimgraad van op een crowdfundingplatform aangeboden leningen

1.

Voor de toepassing van de in artikel 20, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2020/1503 bedoelde openbaarmaking berekenen crowdfundingdienstverleners het gemiddelde van de waargenomen jaarlijkse verzuimgraad over de gehele historische waarnemingsperiode, waarbij niet-overlappende waarnemingsvensters van twaalf maanden worden gebruikt.

2.

Bij de berekening van de in lid 1 bedoelde jaarlijkse verzuimgraad zorgen crowdfundingdienstverleners ervoor dat:

  1. de noemer bestaat uit het aantal niet in verzuim zijnde leningen dat aan het begin van het waarnemingsvenster van twaalf maanden is waargenomen;

  2. de teller alle in de noemer meegenomen leningen omvat waarbij zich tijdens het waarnemingsvenster van twaalf maanden ten minste één wanbetaling heeft voorgedaan.

3.

Voor de toepassing van lid 2 worden leningen waarvoor in het betalingsschema gedurende de waarnemingsperiode van twaalf maanden geen betaling is gepland, uitgesloten van de dataset die wordt gebruikt om de verzuimgraad voor die periode te berekenen.

4.

Voor de toepassing van lid 1 en ongeacht of een crowdfundingdienstverlener gebruikmaakt van externe, interne of gepoolde gegevensbronnen dan wel een combinatie van deze drie bronnen, bedraagt de lengte van de onderliggende historische waarnemingsperiode voor ten minste één bron minimaal 36 maanden. Indien de beschikbare waarnemingsperiode voor een bron een langere periode bestrijkt, wordt die langere periode gebruikt. Een crowdfundingdienstverlener die minder dan 36 maanden in bedrijf is, gebruikt de periode gedurende welke hij in bedrijf is.

5.

Crowdfundingdienstverleners maken de noemer en teller bekend die worden gebruikt om overeenkomstig lid 2 de jaarlijkse verzuimgraad te berekenen voor de overeenkomstig lid 4 bepaalde periode.

Artikel 3 Methode voor de berekening van de werkelijke verzuimgraad van leningen per risicocategorie

1.

Voor de publicatie van de werkelijke verzuimgraden van alle leningen overeenkomstig artikel 20, lid 1, punt b), i), van Verordening (EU) 2020/1503 berekenen crowdfundingdienstverleners de gemiddelden van de waargenomen jaarlijkse verzuimgraad per risicocategorie over de gehele historische waarnemingsperiode, waarbij niet-overlappende waarnemingsvensters van twaalf maanden worden gebruikt.

2.

Bij de berekening van de jaarlijkse verzuimgraad per risicocategorie zorgen crowdfundingdienstverleners ervoor dat:

  1. de noemer bestaat uit het aantal niet in verzuim zijnde leningen dat aan het begin van de waarnemingsperiode van twaalf maanden is waargenomen binnen de risicocategorie waarvoor de verzuimgraad wordt berekend;

  2. de teller alle in de noemer meegenomen leningen omvat waarbij zich tijdens de waarnemingsperiode van twaalf maanden ten minste één wanbetaling heeft voorgedaan.

3.

Voor de toepassing van lid 2 worden leningen waarvoor in het betalingsschema gedurende de waarnemingsperiode van twaalf maanden geen betaling is gepland, uitgesloten van de dataset die wordt gebruikt om de verzuimgraad voor die periode te berekenen.

4.

Voor de toepassing van lid 1 en ongeacht of een crowdfundingdienstverlener gebruikmaakt van externe, interne of gepoolde gegevensbronnen dan wel een combinatie van deze drie bronnen, bedraagt de lengte van de onderliggende historische waarnemingsperiode voor ten minste één bron minimaal 36 maanden. Indien de beschikbare waarnemingsperiode voor een bron een langere periode bestrijkt, wordt die langere periode gebruikt. Een crowdfundingdienstverlener die minder dan 36 maanden in bedrijf is, gebruikt de periode gedurende welke hij in bedrijf is.

5.

Crowdfundingdienstverleners maken de noemer en teller bekend die worden gebruikt om overeenkomstig lid 2 de werkelijke verzuimgraad van alle leningen per risicocategorie te berekenen voor de overeenkomstig lid 4 bepaalde periode.

Artikel 4 Methode voor de berekening van de verwachte verzuimgraad van leningen per risicocategorie

1.

Voor de publicatie van de verwachte verzuimgraden van alle leningen overeenkomstig artikel 20, lid 1, punt b), i), van Verordening (EU) 2020/1503 baseren crowdfundingdienstverleners hun ramingen van de verwachte verzuimgraden per risicocategorie op de overeenkomstig artikel 3 berekende werkelijke verzuimgraden van leningen per risicocategorie.

2.

Voor de toepassing van lid 1 en ongeacht of een crowdfundingdienstverlener gebruikmaakt van externe, interne of gepoolde gegevensbronnen dan wel een combinatie van deze drie bronnen, bedraagt, voor zijn raming van de verwachte verzuimgraad, de lengte van de onderliggende historische waarnemingsperiode voor ten minste één bron minimaal 36 maanden. Indien de beschikbare waarnemingsperiode voor een bron een langere periode bestrijkt, wordt die langere periode gebruikt. Een crowdfundingdienstverlener die minder dan 36 maanden in bedrijf is, gebruikt de periode gedurende welke hij in bedrijf is.

Artikel 5 Toewijzing aan risicocategorieën

Artikel 6 Juistheid van gegevens

Artikel 7 Inwerkingtreding