Home

Besluit (EU) 2023/1307 van de Raad van 26 juni 2023 betreffende de financiële bijdragen die de partijen bij het Europees Ontwikkelingsfonds moeten betalen als tweede tranche voor 2023

Besluit (EU) 2023/1307 van de Raad van 26 juni 2023 betreffende de financiële bijdragen die de partijen bij het Europees Ontwikkelingsfonds moeten betalen als tweede tranche voor 2023

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien het Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering van de steun van de Europese Unie binnen het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020, overeenkomstig de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, en betreffende de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van het vierde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn(1), en met name artikel 7, lid 2, in samenhang met artikel 14, lid 3,

Gezien Verordening (EU) 2018/1877 van de Raad van 26 november 2018 inzake het financieel reglement van toepassing op het 11e Europees Ontwikkelingsfonds, en tot intrekking van Verordening (EU) 2015/323(2), en met name artikel 19, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EU) 2018/1877 moet de Europese Investeringsbank (EIB) de Commissie haar geactualiseerde vastleggings- en betalingsramingen betreffende de door haar beheerde instrumenten doen toekomen.

  2. Overeenkomstig artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) 2018/1877 moet de Commissie uiterlijk op 15 juni 2023 een voorstel indienen waarin het bedrag van de tweede tranche van de bijdrage voor 2023 wordt vastgesteld.

  3. Op grond van artikel 20, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1877 moeten bij de verzoeken om bijdragen eerst in chronologische volgorde de voor voorgaande Europese ontwikkelingsfondsen (EOF) vastgelegde bedragen worden opgebruikt. Daarom moet een verzoek om bijdragen op grond van Verordening (EU) 2018/1877 voor de EIB en voor de Commissie worden gedaan.

  4. Op grond van artikel 152 van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (het “terugtrekkingsakkoord”) blijft het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (het “Verenigd Koninkrijk”) partij bij het EOF tot de afsluiting van het 11e EOF en alle voorgaande EOF’s die nog niet zijn afgesloten. Op grond van artikel 153 van het terugtrekkingsakkoord wordt het aandeel van het Verenigd Koninkrijk in vrijgemaakte middelen voor projecten uit hoofde van het 11e EOF, wanneer deze na 31 december 2020 zijn vrijgemaakt, of van voorgaande EOF’s, echter niet hergebruikt.

  5. Bij Besluit (EU) 2022/2242 van de Raad(3) is het jaarlijkse bedrag van de bijdragen van de lidstaten aan het EOF voor 2023 vastgesteld op 1 800 000 000 EUR voor de Commissie en 300 000 000 EUR voor de EIB.

  6. Opdat de maatregelen waarin dit besluit voorziet, snel kunnen worden toegepast, moet dit besluit in werking treden op de datum van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het bedrag van de bijdragen die de partijen bij het EOF als tweede tranche voor 2023 moeten betalen, wordt vastgesteld op 750 000 000 EUR. Dat bedrag wordt gesplitst in 650 000 000 EUR voor de Commissie en 100 000 000 EUR voor de EIB.

Artikel 2

De individuele bijdragen aan het EOF worden door de partijen bij het EOF aan de Commissie en de EIB betaald als tweede tranche voor 2023, overeenkomstig de bijlage.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum van bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Luxemburg, 26 juni 2023.

Voor de Raad

De voorzitter

J. Borrell Fontelles

BIJLAGETWEEDE TRANCHE VAN DE BIJDRAGEN AAN HET EOF VOOR 2023 (EUR)