Home

Besluit (EU) 2023/1338 van de Commissie van 28 juni 2023 betreffende de veiligheidseisen waaraan de in Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad bedoelde Europese normen voor bepaalde kinderproducten en aanverwante producten moeten voldoen (Voor de EER relevante tekst)

Besluit (EU) 2023/1338 van de Commissie van 28 juni 2023 betreffende de veiligheidseisen waaraan de in Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad bedoelde Europese normen voor bepaalde kinderproducten en aanverwante producten moeten voldoen (Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid(1), en met name artikel 4, lid 1, punt a),

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Richtlijn 2001/95/EG is van toepassing op alle producten als gedefinieerd in artikel 2, punt a), van genoemde richtlijn, voor zover de voorschriften van het Unierecht met betrekking tot de veiligheid van de desbetreffende producten geen specifieke bepalingen met dezelfde doelstelling bevatten.

  2. Voor producten die voldoen aan nationale normen tot omzetting van Europese normen krachtens Richtlijn 2001/95/EG en waarvan de referenties door de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, geldt het vermoeden van veiligheid.

  3. Met de nieuwe consumentenagenda 2020(2) verbindt de Commissie zich ertoe de veiligheid van producten voor kinderen te verbeteren door veiligheidseisen vast te stellen waaraan Europese normen voor deze producten moeten voldoen, gezien de bijzondere kwetsbaarheid van deze categorie consumenten. Van alle producten die in 2020 en 2021 via het systeem van de Unie voor snelle waarschuwingen “Safety Gate” — voorheen bekend als het systeem voor snelle uitwisseling van informatie “Rapex” — als gevaarlijk zijn aangemerkt, betrof meer dan 20 % producten voor kinderen. Met haar mededeling over de strategie voor duurzame chemische stoffen — Op weg naar een gifvrij milieu(3), beoogt de Commissie voorts met name de bescherming van kinderen tegen gevaarlijke chemische stoffen in voor hen bestemde consumentenproducten te verbeteren.

  4. De Commissie heeft reeds de volgende besluiten vastgesteld: Besluit 2010/9/EU(4) inzake de veiligheidseisen waaraan Europese normen met betrekking tot badringen, badhulpmiddelen, badjes en badstandaarden moeten voldoen; Besluit 2010/376/EU(5) inzake de veiligheidseisen waaraan Europese normen voor bepaalde producten voor de slaapomgeving van kinderen moeten voldoen, en Besluit 2013/121/EU(6) inzake de veiligheidseisen waaraan Europese normen voor bepaalde kinderzitjes moeten voldoen. In aanvulling op deze besluiten moeten echter ook eisen worden vastgesteld waaraan Europese normen voor een bredere groep kinderproducten en aanverwante producten moeten voldoen.

  5. De voorschriften voor de veiligheid van speelgoed zijn vastgesteld in Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad(7). Richtlijn 2001/95/EG is evenwel van toepassing op de aspecten en risico’s of risicocategorieën die niet onder Richtlijn 2009/48/EG vallen. Daarom moeten in dit besluit eisen worden opgenomen waaraan Europese normen voor kinderproducten en aanverwante producten moeten voldoen voor zover de risico’s of risicocategorieën niet onder Richtlijn 2009/48/EG vallen.

  6. De veiligheidseisen zijn nodig voor de opstelling en actualisering van Europese normen voor bepaalde kinderproducten en aanverwante producten. Die eisen moeten waarborgen dat producten die met die normen in overeenstemming zijn, voldoen aan het algemene veiligheidsvereiste van artikel 3 van Richtlijn 2001/95/EG.

  7. Die veiligheidseisen moeten de nieuwe wetenschappelijke en technische kennis alsook de marktontwikkeling weerspiegelen. Het hanteren van een op gevaren gebaseerde benadering maakt een uitgebreide beoordeling mogelijk van de risico’s waaraan kinderen kunnen worden blootgesteld bij gebruik van producten die voor hen bestemd zijn. Bovendien helpt deze benadering om onzekerheden in verband met toekomstige nieuwe producten te onderkennen en aan te pakken. Tot slot maakt het op gevaren gebaseerde formaat de vergelijking van die eisen en de inhoud van de normen eenvoudiger, waardoor de normen gemakkelijker aan de eisen kunnen voldoen. Er moet daarom een op gevaren gebaseerde benadering worden gevolgd bij de vaststelling van de veiligheidseisen waaraan Europese normen voor kinderproducten en aanverwante producten moeten voldoen.

  8. De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het door het comité van artikel 15 van Richtlijn 2001/95/EG uitgebrachte advies,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1 Toepassingsgebied

Dit besluit is voor de volgende producten van toepassing op de Europese normen waarnaar in artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2001/95/EG wordt verwezen:

  1. kinderproducten die bedoeld zijn om door kinderen te worden gedragen;

  2. kinderproducten die bedoeld zijn om ondersteuning of bescherming te bieden bij het zitten, slapen, baden, de lichaamsverzorging, ontspanning, vervoer of voorschools leren;

  3. kinderproducten die bedoeld zijn om het voeden van kinderen of drinken of zuigen door kinderen te vergemakkelijken;

  4. kinderproducten die één of meer van de in de punten a), b) en c) genoemde functies en een of meer andere functies vervullen;

  5. aan kinderproducten aanverwante producten, waaronder de volgende:

    1. producten en accessoires die specifiek voor gebruik met de in de punten a) tot en met d) bedoelde kinderproducten of in combinatie met die producten zijn ontworpen,

    2. door volwassenen te gebruiken en te monteren of te installeren producten die toegankelijk zijn voor een kind of een beschermende functie voor een kind vervullen.

Artikel 2 Veiligheidseisen

De veiligheidseisen waaraan de in artikel 4, lid 1, punt a), van Richtlijn 2001/95/EG bedoelde Europese normen voor bepaalde in artikel 1 van dit besluit bedoelde kinderproducten en aanverwante producten moeten voldoen, zijn in de bijlage bij dit besluit opgenomen.

Artikel 3 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 28 juni 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula von der Leyen

BIJLAGEVEILIGHEIDSEISEN WAARAAN EUROPESE NORMEN VOOR BEPAALDE KINDERPRODUCTEN EN AANVERWANTE PRODUCTEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 1 MOETEN VOLDOEN