Home

Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/1353 van de Commissie van 30 juni 2023 tot vaststelling van kernprestatie-indicatoren om de vooruitgang in de richting van de bij artikel 4, lid 1, van Besluit (EU) 2022/2481 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde digitale streefcijfers te meten

Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/1353 van de Commissie van 30 juni 2023 tot vaststelling van kernprestatie-indicatoren om de vooruitgang in de richting van de bij artikel 4, lid 1, van Besluit (EU) 2022/2481 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde digitale streefcijfers te meten

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Besluit (EU) 2022/2481 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 tot vaststelling van het beleidsprogramma voor het digitale decennium tot 2030(1), en met name artikel 5, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Besluit (EU) 2022/2481 moeten kernprestatie-indicatoren (KPI’s) worden gebruikt om de vooruitgang van de Europese Unie ten opzichte van de in artikel 4 van dat besluit vastgestelde digitale streefcijfers te monitoren. Dezelfde KPI’s moeten worden gebruikt om de onderliggende trends op nationaal niveau te meten. De indicatoren in de index van de digitale economie en samenleving (DESI), zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Besluit (EU) 2022/2481, moeten de in dit besluit vastgestelde KPI’s omvatten. Het proces dat in de DESI wordt gebruikt om indicatoren vast te stellen en gegevens te verzamelen, moet door dit besluit worden beperkt.

  2. De in dit besluit vastgestelde KPI’s weerspiegelen de best mogelijke metingen van de vooruitgang in de richting van de in artikel 4 van Besluit (EU) 2022/2481 vastgestelde digitale streefcijfers op het moment van de vaststelling van deze handeling. Verdere analyse en verificatie van mechanismen voor gegevensverzameling zijn noodzakelijk om te beoordelen of deze KPI’s in de toekomst moeten worden gewijzigd om de doelstellingen op een meer omvattende manier weer te geven. Een van de connectiviteitsdoelstellingen van artikel 4, lid 1, punt 2), a), van Besluit (EU) 2022/2481 is er met name op gericht ervoor te zorgen dat alle bevolkte gebieden gedekt zijn door draadloze hogesnelheidsnetwerken van de volgende generatie met prestaties die minstens gelijkwaardig zijn aan 5G, overeenkomstig het beginsel van technologische neutraliteit. De bijbehorende KPI’s in dit besluit maken het mogelijk de vooruitgang in de richting van een dergelijke dekking te monitoren, rekening houdend met 5G-netwerken. De Commissie erkent dat het met een dergelijke KPI niet mogelijk zou zijn de vorderingen van de lidstaten bij de verwezenlijking van de doelstelling met behulp van andere technologieën dan 5G volledig te meten. De KPI is namelijk door de Commissie ontwikkeld op basis van de gegevens die beschikbaar waren op het moment van vaststelling van dit besluit. Om deze kwestie aan te pakken, voert de Commissie een nadere analyse uit om het meetkader voor connectiviteit te verfijnen en een meetbare KPI vast te stellen waarmee andere “draadloze hogesnelheidsnetwerken van de volgende generatie” met prestaties die minstens gelijkwaardig zijn aan 5G, kunnen worden geïdentificeerd, onder meer in samenwerking met het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (BEREC). Bovendien moet verder worden gewerkt aan het definiëren van KPI’s die een vollediger beeld kunnen geven van de in artikel 4, lid 1, punt 2), a), b) en c), van Besluit (EU) 2022/2481 vastgestelde doelstellingen met betrekking tot gigabitconnectiviteit, de productie, in overeenstemming met de Uniewetgeving inzake milieuduurzaamheid, van geavanceerde halfgeleiders en klimaatneutrale, zeer beveiligde edge nodes. De werkzaamheden met betrekking tot de KPI voor het meten van gigabitconnectiviteit zullen worden uitgevoerd in samenwerking met Berec.

  3. De KPI’s moeten, indien nodig, ook worden aangepast of gewijzigd in het licht van technologische ontwikkelingen of sociaal-economische veranderingen, alsook om rekening te houden met mogelijke wijzigingen van de in artikel 4 van Besluit (EU) 2022/2481 vastgestelde doelstellingen.

  4. De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 23, lid 1, van Besluit (EU) 2022/2481 opgerichte Comité voor het digitale decennium,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1 Voorwerp

In dit besluit worden de kernprestatie-indicatoren (KPI’s) vastgesteld op basis waarvan de lidstaten en de Commissie de vooruitgang in de richting van de bij artikel 4, lid 1, van Besluit (EU) 2022/2481 vastgestelde digitale streefcijfers meten.

Artikel 2 Kernprestatie-indicatoren

1.

De volgende KPI’s worden gebruikt om de vooruitgang in de richting van de in artikel 4, lid 1, van Besluit (EU) 2022/2481 vastgestelde digitale streefcijfers te meten:

  1. Ten minste digitale basisvaardigheden, gemeten als het percentage particulieren tussen 16 en 74 jaar, uitgesplitst naar geslacht met “basisvaardigheden” of “meer dan basisvaardigheden”, in elk van de volgende vijf dimensies: informatie, communicatie, probleemoplossing, het creëren van digitale inhoud en veiligheid. Dit wordt gemeten op basis van de activiteiten die particulieren in de afgelopen drie maanden hebben uitgevoerd(2), en genderconvergentie, gemeten als het percentage vrouwen en mannen onder personen met “basisvaardigheden” of “meer dan basisvaardigheden”.

  2. ICT-specialisten, gemeten als het aantal personen van 15-74 jaar dat als ICT-specialist werkzaam is; en genderconvergentie, gemeten als het percentage vrouwen en mannen onder personen die als ICT-specialist werkzaam zijn. In overeenstemming met de ISCO-08-codeclassificatie(3) zijn ICT-specialisten werkenden die in staat zijn ICT-systemen te ontwikkelen, te exploiteren en te onderhouden en voor wie ICT het grootste deel van hun baan vormt, met inbegrip van maar niet beperkt tot beheerders van ICT-diensten, ICT-professionals, ICT-technici, ICT-installateurs en dienstverleners.

  3. Gigabitconnectiviteit, gemeten als het percentage huishoudens dat toegang heeft tot vaste netwerken met zeer hoge capaciteit (VHCN). De technologieën die momenteel in staat zijn gigabitconnectiviteit te leveren, zijn Fibre to the Premises and Cable DOCSIS(4) 3.1(5). De ontwikkeling van de Fibre to the Premises zal ook afzonderlijk worden gemonitord en in aanmerking worden genomen bij de interpretatie van VHCN-dekkingsgegevens.

  4. 5G-dekking, gemeten als het percentage bevolkte gebieden dat door ten minste één 5G-netwerk wordt bestreken, ongeacht de gebruikte spectrumband.

  5. Halfgeleiders, gemeten als de waarde, in termen van inkomsten, die wordt gegenereerd door halfgeleideractiviteiten in de Unie, in alle stadia van de waardeketen, met betrekking tot de mondiale marktwaarde. Voor het eerste jaar zal de rapportage plaatsvinden op basis van deze activiteiten in Europa.

  6. Edge nodes, gemeten als het aantal compute nodes (rekenknooppunten) met een latentietijd van minder dan 20 milliseconden; zoals een individuele server of een andere reeks verbonden computerapparatuur, die wordt geëxploiteerd als onderdeel van een edge-computinginfrastructuur, gewoonlijk in een edge-datacentrum dat aan de infrastructurele edge werkt, en dus fysiek dichter bij de beoogde gebruikers ligt dan een cloud node in een gecentraliseerd datacentrum.

  7. Kwantumcomputing gemeten als het aantal operationele kwantumcomputers of kwantumsimulatoren, met inbegrip van versnellers van high-performance computing-supercomputers, uitgerold en toegankelijk voor de gebruikersgemeenschappen.

  8. Cloud computing, gemeten als het percentage ondernemingen dat gebruikmaakt van ten minste een van de volgende cloudcomputingdiensten: financiële of boekhoudkundige softwaretoepassingen, softwaretoepassingen voor bedrijfsplanning (Enterprise Resources Planning — ERP), softwaretoepassingen voor klantbeheer (customer relationship management — CRM), softwaretoepassingen voor beveiliging, hosting van de databank(en) van het bedrijf, en computerplatform dat een gehoste omgeving biedt voor de ontwikkeling, het testen of de uitrol van toepassingen(6).

  9. Big data, gemeten als het percentage ondernemingen dat big data uit een (interne of externe) gegevensbron(7) analyseert. Vanaf het verslag van 2024 zullen big data worden gemeten aan de hand van het percentage ondernemingen dat (intern of extern) gegevensanalyses uitvoert.

  10. Artificiële intelligentie, gemeten als het percentage ondernemingen dat ten minste één AI-technologie gebruikt(8).

  11. Kleine en middelgrote ondernemingen met ten minste een basisniveau van digitale intensiteit, gemeten als het percentage kleine en middelgrote ondernemingen dat ten minste 4 van de 12 geselecteerde digitale technologieën gebruikt(9).

  12. Eenhoorns, gemeten als de som van de in artikel 2, punt 11, a) en b), van Besluit (EU) 2022/2481 bedoelde eenhoorns.

  13. Online beschikbare essentiële openbare diensten voor burgers, gemeten als het aandeel administratieve stappen voor grote levensgebeurtenissen dat volledig online kan worden uitgevoerd. De volgende levensgebeurtenissen worden in aanmerking genomen: verhuizing; vervoer; het starten van een procedure voor geringe vorderingen; gezin; loopbaan; studie; gezondheid.

  14. Online beschikbare essentiële openbare diensten voor bedrijven, gemeten als het aandeel administratieve stappen dat nodig is om een bedrijf op te starten en regelmatige bedrijfsactiviteiten uit te voeren, die volledig online kunnen worden uitgevoerd.

  15. Toegang tot digitale patiëntendossiers, gemeten als: i) de beschikbaarheid in het hele land van onlinetoegangsdiensten voor burgers tot hun elektronische patiëntendossier (via een patiëntenportaal of een mobiele app voor patiënten) met aanvullende maatregelen die bepaalde categorieën mensen (bv. voogden van kinderen, personen met een handicap, ouderen) ook toegang geven tot hun gegevens, en ii) het percentage personen dat in staat is toegang te krijgen tot en gebruik te maken van hun eigen patiëntendossier dat in openbare en particuliere systemen voor elektronische medische dossiers (EPD-systemen) is opgeslagen.

  16. Toegang tot eID, gemeten aan de hand van twee KPI’s: 1) als het aantal lidstaten dat ten minste één nationale eID-regeling overeenkomstig Verordening (EU) nr. 910/2014 heeft aangemeld en 2) als het aantal lidstaten dat toegang heeft verleend tot beveiligde e-ID ter verbetering van de privacy via de Europese digitale portemonnee overeenkomstig het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 wat betreft de vaststelling van een kader voor een Europese digitale identiteit(10).

2.

De in de leden 1 tot en met 16 vastgestelde KPI’s zijn gebaseerd op de in de bijlage vermelde gegevensbronnen.

3.

De in de leden 1 tot en met 16 vastgestelde KPI’s worden opgenomen in de indicatoren die worden gemonitord in het kader van de index van de digitale economie en samenleving (DESI).

Artikel 3 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 30 juni 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula von der Leyen

BIJLAGEBronnen voor gegevensverzameling over de kernprestatie-indicatoren