Richtlijn 2010/40/EU wordt als volgt gewijzigd:
-
In artikel 1 wordt het volgende lid ingevoegd:
.“2 bis.Deze richtlijn voorziet in de beschikbaarheid van gegevens en de invoering van ITS-diensten op de in artikel 2 bedoelde prioritaire gebieden met, voor gegevens, de specifieke geografische dekking overeenkomstig bijlage III, en voor ITS-diensten, de specifieke geografische dekking overeenkomstig bijlage IV.”
-
In artikel 2 wordt lid 1 vervangen door:
“1.Voor de toepassing van deze richtlijn worden de volgende prioritaire gebieden voor het ontwikkelen en toepassen van specificaties en normen vastgesteld:
-
prioritair gebied I: ITS-diensten voor informatie en mobiliteit;
-
prioritair gebied II: ITS-diensten voor reizen, vervoer en verkeersbeheer;
-
prioritair gebied III: ITS-diensten voor verkeersveiligheid en -beveiliging;
-
prioritair gebied IV: ITS-diensten voor coöperatieve, geconnecteerde en geautomatiseerde mobiliteit.”.
-
-
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
-
punt 2 wordt vervangen door:
-
“interoperabiliteit”: het vermogen van systemen en van de daaraan ten grondslag liggende bedrijfsprocessen om onderling gegevens uit te wisselen en informatie en kennis te delen en aldus de continuïteit van ITS-diensten mogelijk te maken;”;
-
-
punt 4 wordt vervangen door:
-
“ITS-dienst”: het verschaffen van een ITS-toepassing door middel van een duidelijk omlijnd organisatorisch en operationeel kader met als doel bij te dragen tot de veiligheid van de gebruikers, de efficiëntie, de duurzame mobiliteit of het comfort, of vervoers- en reisdiensten te faciliteren of te ondersteunen;”;
-
-
punt 14 wordt vervangen door:
-
“weggegevens”: gegevens over kenmerken van de weginfrastructuur, waaronder vaste verkeersborden en hun voorgeschreven veiligheidsattributen, alsmede over de laadinfrastructuur en de infrastructuur voor tanken met alternatieve brandstoffen;”;
-
-
punt 18 wordt vervangen door:
-
“norm”: norm in de zin van artikel 2, punt 1), van Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad(*);
-
-
de volgende punten worden toegevoegd:
-
“coöperatieve intelligente vervoerssystemen” of “C-ITS”: intelligente vervoerssystemen die ITS-gebruikers in staat stellen om met elkaar te communiceren en samen te werken door de uitwisseling van beveiligde en betrouwbare berichten, zonder dat ze elkaar vooraf kennen en op niet-discriminerende wijze;
-
“C-ITS-dienst”: een ITS-dienst die via C-ITS wordt verleend;
-
“beschikbaarheid van gegevens”: gegevens bestaan in een digitaal, machineleesbaar formaat;
-
“nationaal toegangspunt” of “NAP”: een door een lidstaat opgezette digitale interface die één toegangspunt tot gegevens vormt, zoals gedefinieerd in de in artikel 6 bedoelde specificaties;
-
“toegankelijkheid van gegevens”: gegevens kunnen in een digitaal machineleesbaar formaat worden opgevraagd en verkregen;
-
“multimodale digitale mobiliteitsdienst”: een dienst die informatie verstrekt over verkeers- en reisgegevens, zoals de locatie van vervoersvoorzieningen, dienstregelingen, de beschikbaarheid van of tarieven voor meer dan één vervoerswijze, eventueel met inbegrip van elementen die het mogelijk maken reserveringen, boekingen of betalingen te verrichten of tickets uit te geven;
-
“onderliggende informatie”: informatie die binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn valt en waarvan is vastgesteld dat zij relevant is voor het informeren van weg- en ITS-gebruikers, met name door wegenautoriteiten, indien deze verantwoordelijk zijn voor een dergelijke informatieverstrekking;
-
“hoofdweg”: een door een lidstaat aangewezen weg buiten stedelijke gebieden, die grote steden en/of regio’s verbindt en die niet geclassificeerd is als onderdeel van het uitgebreide trans-Europese wegennet of als autosnelweg.”.
-
-
-
Het volgende artikel wordt ingevoegd:
1.Uiterlijk op 21 december 2024 stelt de Commissie, na raadpleging van de bij besluit van de Commissie van 4 mei 2011(*) ingestelde Europese ITS-adviesgroep en belanghebbenden, een uitvoeringshandeling tot vaststelling van een werkprogramma vast. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 15, lid 4, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. Het werkprogramma bevat ten minste de volgende elementen:
-
de jaarlijkse doelstellingen en datums voor de uitvoering ervan, waarbij wordt aangegeven voor welke werkpunten specificaties moeten worden opgesteld overeenkomstig artikel 6;
-
de gegevenstypen die de Commissie overweegt om, bij de in artikel 7, lid 1 bis, bedoelde gedelegeerde handelingen, toe te voegen aan of te schrappen uit bijlage III;
-
de voorbereidende werkzaamheden die de Commissie overeenkomstig artikel 7, lid 1, moet verrichten in samenwerking met de belanghebbenden en de lidstaten.
2.Vóór elke daaropvolgende verlenging met vijf jaar van de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 12, lid 2, gedelegeerde handelingen vast te stellen, stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast tot vaststelling van een nieuw werkprogramma dat ten minste de in lid 1, punten a), b) en c), bedoelde elementen bevat. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 15, lid 4, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
-
-
Artikel 5 wordt vervangen door:
1.De lidstaten treffen de nodige maatregelen om erop toe te zien dat de overeenkomstig artikel 6 door de Commissie vastgestelde specificaties worden toegepast op de ITS-toepassingen en -diensten, wanneer deze ITS-toepassingen en -diensten overeenkomstig de beginselen in bijlage II worden ingevoerd. Dit laat het recht van de lidstaten om zelf over de invoering van deze toepassingen en diensten op hun grondgebied te besluiten, onverlet. Dit recht laat artikel 6 bis onverlet.
2.In voorkomend geval werken de lidstaten, ook met belanghebbenden, samen met betrekking tot de prioritaire gebieden, voor zover er voor die prioritaire gebieden geen specificaties zijn vastgesteld.
3.De lidstaten werken ook samen, bijvoorbeeld via door de Unie gesteunde coördinatieprojecten en waar nodig met belanghebbenden, met betrekking tot operationele aspecten van de uitvoering van de door de Commissie vastgestelde specificaties, zoals normen en geharmoniseerde Unieprofielen, gemeenschappelijke definities, gemeenschappelijke metagegevens, gemeenschappelijke kwaliteitseisen en aspecten die verband houden met de interoperabiliteit van de architectuur van NAP’s, gemeenschappelijke voorwaarden voor gegevensuitwisseling, beveiligde toegang en gemeenschappelijke opleidings- en voorlichtingsactiviteiten. Wat betreft de in de specificaties opgenomen eisen voor gegevensverstrekkers, gegevensgebruikers en ITS-dienstaanbieders, werken de lidstaten ook samen met betrekking tot praktijken ter beoordeling van de naleving van die eisen, tot de ontwikkeling van mechanismen voor handhaving van de naleving en tot aangelegenheden in verband met grensoverschrijdende samenwerking.”.
-
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
-
lid 5 wordt vervangen door:
“5.Onverminderd de procedures van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad(*) vermelden de specificaties waar passend de situaties waarin de lidstaten, na kennisgeving aan de Commissie, op hun grondgebied of een gedeelte daarvan extra regels voor het aanbieden van ITS-diensten kunnen vaststellen. Deze regels vormen geen belemmering voor de interoperabiliteit.”;
-
lid 6 wordt vervangen door:
;“6.De specificaties worden, in voorkomend geval, gebaseerd op de normen bedoeld in artikel 8.
De specificaties omvatten regels voor het vaststellen van parameters met betrekking tot kwaliteit en geschiktheid voor gebruik. Voor zover passend en met name gerechtvaardigd in het belang van de veiligheid en de interoperabiliteit, omvatten de specificaties regels inzake conformiteitsbeoordeling en markttoezicht, met inbegrip van een vrijwaringsclausule, overeenkomstig Besluit nr. 768/2008/EG.
De lidstaten kunnen een of meer instanties aanwijzen die bevoegd zijn om beoordelingen uit te voeren van de naleving van de in de specificaties opgenomen eisen, met inachtneming van eventuele specifieke daarin vastgelegde beoordelingsregels.
De specificaties stroken met de beginselen in bijlage II.”
-
het volgende lid wordt toegevoegd:
.“8.De Commissie stelt overeenkomstig artikel 12 gedelegeerde handelingen vast ter vaststelling van de in dit artikel bedoelde specificaties. Die gedelegeerde handelingen bestrijken niet meer dan één prioritair gebied en worden voor elk van de prioritaire acties vastgesteld.”
-
-
Het volgende artikel wordt ingevoegd:
1.De lidstaten zien erop toe dat indien de onderliggende informatie reeds bestaat, gegevens beschikbaar zijn voor de geografische dekking voor elk in bijlage III vermeld gegevenstype.
De lidstaten zien erop toe dat gegevens die overeenkomen met onderliggende informatie die op of na de in de derde kolom van bijlage III vermelde datum is gecreëerd of bijgewerkt, onverwijld ter beschikking worden gesteld.
De lidstaten zien er tevens op toe dat, tenzij in bijlage III anders is bepaald, andere gegevens die overeenkomen met alle bestaande onderliggende informatie die vóór de in de vierde kolom van bijlage III vermelde datum is gecreëerd of bijgewerkt, na die datum onverwijld ter beschikking worden gesteld.
Indien in de vierde kolom van bijlage III geen datum wordt vermeld, worden de toepasselijke datums door middel van een op grond van artikel 7 vastgestelde gedelegeerde handeling bepaald.
De in dit lid vastgelegde termijnen gelden uitsluitend voor bestaande infrastructuur. Voor infrastructuur die op een latere datum is voltooid, worden deze termijnen gelijkgesteld met de datums van voltooiing.
De lidstaten zorgen ervoor dat die gegevens op dezelfde datum toegankelijk zijn via de NAP’s.
2.De lidstaten zorgen ervoor dat de in bijlage IV gespecificeerde ITS-diensten zo spoedig mogelijk en in ieder geval uiterlijk op de respectieve, in die bijlage vastgelegde datums worden ingevoerd met de bedoelde geografische dekking.”.
-
Artikel 7 wordt vervangen door:
1.Alvorens op grond van dit artikel gedelegeerde handelingen vast te stellen, vergewist de Commissie zich, in het kader van het periodieke raadplegingsproces, samen met door de lidstaten aangewezen deskundigen en met belanghebbenden, van de maturiteit van de beschrijvingen van de digitale inhoud van gegevenstypen die overeenkomstig artikel 6 bis beschikbaar moeten worden gesteld, en ziet zij erop toe dat de vereiste voorbereidende werkzaamheden worden afgerond.
1 bis.Na een kosten-batenanalyse en passend overleg, en rekening houdend met markt- en technologieontwikkelingen in de gehele Unie, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 12 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage III door:
-
toevoeging van gegevenstypen die tot een van de in bijlage III bedoelde categorieën of subcategorieën van gegevens behoren en die zijn opgenomen in de overeenkomstig artikel 6, lid 8, vastgestelde specificaties, indien de beschikbaarheid van dergelijke gegevenstypen volgens een kosten-batenanalyse wezenlijke en duidelijk gerechtvaardigde baten en verbeteringen oplevert wat betreft de duurzaamheid, de veiligheid en beveiliging of de efficiëntie en het beheer van het vervoer, en bepaling van de toepasselijke datums;
-
indien dit duidelijk gerechtvaardigd is, verwijdering van gegevenstypen uit bijlage III;
-
bepaling van de toepasselijke datums voor de in bijlage III vermelde gegevenstypen voor gevallen waarin er per 20 december 2023 geen datums zijn bepaald.
2.De gedelegeerde handelingen die op grond van lid 1 bis van dit artikel worden vastgesteld, moeten in overeenstemming zijn met de gegevenstypen die zijn opgenomen in het meest recente werkprogramma dat overeenkomstig artikel 4 bis is vastgesteld. Die gedelegeerde handelingen hebben, in voorkomend geval, betrekking op de digitale inhoud die wordt gedefinieerd in het kader van de in lid 1 van dit artikel bedoelde voorbereidende werkzaamheden. Die gedelegeerde handelingen bestrijken ten hoogste één prioritair gebied.
3.De geografische dekking voor een gegevenstype zoals bedoeld in lid 1 bis, punten a) en c), is gelijk aan of beperkter dan die welke in bijlage III is gedefinieerd voor de categorieën of subcategorieën waartoe het gegevenstype behoort, waarbij, in voorkomend geval, een stapsgewijze aanpak wordt gevolgd.
4.De datums die worden vermeld in de in lid 1 bis, punten a) en c), bedoelde gedelegeerde handelingen, mogen:
-
wat de derde kolom van bijlage III betreft, niet eerder zijn dan twee jaar na de inwerkingtreding van de betrokken gedelegeerde handeling, waarbij, in voorkomend geval, een stapsgewijze aanpak wordt gevolgd;
-
wat de vierde kolom van bijlage III betreft, niet eerder zijn dan vier jaar na de inwerkingtreding van de betrokken gedelegeerde handeling.
Indien in bijlage III reeds een datum in de derde kolom wordt vermeld, mag de datum voor de vierde kolom:
-
niet eerder zijn dan twee jaar na de in de derde kolom vermelde datum en niet eerder dan twee jaar na de inwerkingtreding van de betrokken gedelegeerde handeling;
-
wat statische multimodale verkeersgegevens voor Uniebrede multimodale reisinformatiediensten (locatie van geïdentificeerde toegangspunten) op het gehele vervoersnetwerk van de Unie betreft, niet eerder zijn dan 31 december 2032.
Indien echter de beschikbaarheid van bestaande gegevens die overeenkomen met informatie die vóór de in de derde kolom van bijlage III vermelde datum is gecreëerd of bijgewerkt, niet noodzakelijk wordt geacht omdat de desbetreffende informatie snel achterhaald is, kan in de overeenkomstig lid 1 bis, punten a) en c), van dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen in de vierde kolom van bijlage III worden vermeld dat de verplichting van artikel 6 bis, lid 1, vierde alinea, niet op dergelijke gegevens van toepassing is.
5.Bij het vaststellen van gedelegeerde handelingen op grond van dit artikel houdt de Commissie rekening met de vereisten van Verordening (EU) 2016/679 en Richtlijn 2002/58/EG, met name met betrekking tot het risico van inmenging in persoonsgegevens en met de kosten en personele middelen die nodig zijn om de relevante gegevens met voldoende kwaliteit beschikbaar te kunnen stellen opdat dat die inmenging, kosten en middelen, met name die van overheidsinstanties, tot een minimum worden beperkt. De Commissie houdt ook rekening met de kosten en administratieve lasten voor particuliere exploitanten die eventueel de gegevens moeten verstrekken.”.
-
-
Het volgende artikel wordt ingevoegd:
1.Onverminderd de mechanismen voor paraatheid bij en respons op incidenten, zoals die welke zijn ingesteld bij Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad(*), kan de Commissie, op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief, in een noodsituatie, onmiddellijk toepasbare uitvoeringshandelingen met tegenmaatregelen vaststellen om de oorzaken en gevolgen van die situatie aan te pakken, zoals de opschorting van verplichtingen binnen het toepassingsgebied van de in artikel 2 vermelde prioritaire gebieden. De Commissie stelt de lidstaten zo spoedig mogelijk in kennis wanneer zij van oordeel is dat zich een noodsituatie voordoet.
2.De Commissie kan overeenkomstig lid 1 alleen uitvoeringshandelingen vaststellen wanneer een onvoorziene noodsituatie ontstaat omdat de beschikbaarheid of integriteit van ITS-diensten, waarvoor overeenkomstig artikel 6 specificaties zijn vastgesteld, in het gedrang komt, wanneer een dergelijke situatie de veilige en goede werking van het vervoerssysteem van de Unie in gevaar kan brengen of een negatief effect heeft op de verkeersveiligheid, en alleen wanneer niet kan worden verwacht dat de toepassing van het mechanisme voor een incidentenrespons of de wijziging van specificaties overeenkomstig artikel 6 een tijdige en doeltreffende respons zal waarborgen. De door de Commissie vastgestelde maatregelen zijn strikt beperkt tot het aanpakken van de oorzaken en gevolgen van dergelijke noodsituaties.
3.De vaststelling van voorlopige maatregelen overeenkomstig dit artikel doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de lidstaten om in een noodsituatie op te treden in aangelegenheden van nationale veiligheid of defensie die nadelige gevolgen hebben voor ITS-toepassingen en -diensten die op hun grondgebied worden ingezet.
4.De in lid 1 bedoelde uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 15, lid 3, bedoelde procedure vastgesteld. Die uitvoeringshandelingen hebben een geldigheidsduur van maximaal acht maanden. De Commissie brengt de lidstaten op de hoogte wanneer zij van oordeel is dat de noodsituatie is geëindigd. De Commissie trekt die uitvoeringshandelingen in wanneer de situatie is geëindigd of, indien dat eerder is, wanneer de Commissie de desbetreffende specificaties heeft gewijzigd om de situatie te verhelpen.
-
Artikel 8 wordt vervangen door:
1.De normen die zijn vereist met het oog op interoperabiliteit, compatibiliteit en continuïteit bij de invoering en het operationele gebruik van ITS, worden ontwikkeld op de prioritaire gebieden en ten behoeve van de prioritaire acties. Daartoe verzoekt de Commissie, na raadpleging van het in artikel 15 bedoelde comité, de bevoegde normalisatie-instellingen volgens de procedure van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad(*) al het nodige te doen om die normen snel vast te stellen.
2.Bij het geven van een opdracht aan de normalisatie-instellingen worden de in bijlage II neergelegde beginselen nageleefd, alsmede de functionele bepalingen die zijn vervat in een overeenkomstig artikel 6 vastgestelde specificatie.
-
Artikel 10 wordt vervangen door:
1.Gegevens die persoonsgegevens zijn zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 1, van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad(*), worden overeenkomstig deze richtlijn slechts verwerkt voor zover die verwerking noodzakelijk is voor de prestaties van de in bijlage I van deze richtlijn vermelde ITS-toepassingen, -diensten en -acties voor het waarborgen van de verkeersveiligheid of -beveiliging en een verbeterd verkeers-, mobiliteits- of incidentenbeheer.
2.Wanneer overeenkomstig artikel 6 vastgestelde specificaties betrekking hebben op de verwerking van gegevens die persoonsgegevens zijn in de zin van artikel 4, punt 1, van Verordening (EU) 2016/679, worden in die specificaties de categorieën van die gegevens vastgesteld en wordt voorzien in passende waarborgen voor de bescherming van persoonsgegevens overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 en Richtlijn 2002/58/EG. In dergelijke gevallen omvat de in artikel 6, lid 7, van deze richtlijn bedoelde effectbeoordeling een analyse van het effect van die verwerking op de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens.
3.Indien anonimisering technisch haalbaar is en de doeleinden van de gegevensverwerking kunnen worden bereikt met geanonimiseerde gegevens, worden geanonimiseerde gegevens gebruikt.
4.Indien anonimisering technisch niet haalbaar is, of de doeleinden van de gegevensverwerking niet kunnen worden bereikt met geanonimiseerde gegevens, worden de gegevens gepseudonimiseerd, mits die pseudonimisering technisch haalbaar is en de doeleinden van de gegevensverwerking kunnen worden bereikt met behulp van gepseudonimiseerde gegevens.
-
Het volgende artikel wordt ingevoegd:
De door de Commissie, overeenkomstig haar bevoegdheden uit hoofde van artikel 6, lid 8, vast te stellen specificaties voor het in artikel 2, lid 1, punt d), bedoelde prioritaire gebied, hebben betrekking op het in bijlage I, punt 4.3, bedoelde beheersysteem van de EU voor C-ITS-beveiligingsgegevens. In de specificaties voor dat systeem worden de taken gespecificeerd voor de volgende rollen:
-
de autoriteit voor het C-ITS-certificaatbeleid;
-
de beheerder van de C-ITS-vertrouwenslijst;
-
het C-ITS-contactpunt.
De Commissie zorgt ervoor dat de taken voor die rollen worden uitgevoerd.”.
-
-
Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:
-
lid 2 wordt vervangen door:
;“2.De in de artikelen 6 en 7 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 20 december 2023. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.”
-
lid 3 wordt vervangen door:
;“3.Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 6 en 7 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.”
-
lid 6 wordt vervangen door:
;“6.Een overeenkomstig artikel 6 of 7 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.”
-
-
Artikel 15 wordt vervangen door:
1.De Commissie wordt bijgestaan door het Europees ITS-comité (EIC). Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad(*).
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 5 daarvan, van toepassing.
4.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
Indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, neemt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet aan en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
-
Artikel 17 wordt vervangen door:
1.De lidstaten dienen uiterlijk op 21 maart 2025 bij de Commissie een verslag in over de uitvoering van deze richtlijn en van de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen, evenals over hun voornaamste nationale activiteiten en projecten met betrekking tot de prioritaire gebieden en tot de beschikbaarheid van in de bijlagen III en IV vermelde gegevens en diensten.
2.De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot bepaling van het model voor de initiële en de voortgangsverslagen, met inbegrip van een lijst van kernprestatie-indicatoren ter beoordeling van de uitvoering van deze richtlijn en van de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen. In die uitvoeringshandelingen wordt, in het licht van het evenredigheidsbeginsel en op basis van beste praktijken, onderscheid gemaakt tussen verplichte kernprestatie-indicatoren die in de verslagen moeten worden opgenomen en aanvullende indicatoren die, indien nodig, in die verslagen kunnen worden opgenomen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 15, lid 4, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
3.Na het initiële verslag brengen de lidstaten om de drie jaar verslag uit over de vooruitgang die is geboekt bij de uitvoering van deze richtlijn en van de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen. De Commissie zorgt ervoor dat de uiterste datums voor de verslaglegging die zijn vastgelegd in de op grond van artikel 6 vastgestelde gedelegeerde handelingen, op die frequentie worden afgestemd.
4.Uiterlijk twaalf maanden na elke uiterste datum voor de verslagen van de lidstaten dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de vorderingen bij de uitvoering van deze richtlijn en van de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen. Dit verslag gaat vergezeld van een analyse van de werking en de uitvoering van de artikelen 5 tot en met 11 en artikel 16, met inbegrip van de ingezette en vereiste financiële middelen. In het verslag wordt ook beoordeeld of het noodzakelijk is deze richtlijn, waar nodig, te wijzigen.”.
-
Het volgende artikel wordt ingevoegd:
Uiterlijk op 31 december 2028 herziet de Commissie, op basis van haar meest recente overeenkomstig artikel 17, lid 4, opgestelde verslag, de artikelen 6 bis en 7 en de bijlagen III en IV en kan zij in voorkomend geval een voorstel tot wijziging indienen. Met name kan de Commissie, op basis van de vooruitgang die is geboekt met betrekking tot de beschikbaarheid en de toegankelijkheid van gegevens en bij de invoering van diensten, en rekening houdend met het toegenomen gebruik ervan via ITS-toepassingen, voorstellen de geografische dekking van bepaalde gegevenstypen en -diensten aan te passen en gegevenstypen en -diensten toe te voegen die van cruciaal belang zijn voor de verdere invoering van ITS.”.
-
Bijlage I wordt vervangen door de tekst in bijlage I bij deze richtlijn.
-
Bijlage II wordt vervangen door de tekst in bijlage II bij deze richtlijn.
-
De tekst in bijlage III bij deze richtlijn wordt toegevoegd als bijlage III.
-
De tekst in bijlage IV bij deze richtlijn wordt toegevoegd als bijlage IV.