Verordening (EU) 2019/631 wordt als volgt gewijzigd:
-
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
-
lid 5 wordt als volgt gewijzigd:
-
in punt a) wordt “37,5 %” vervangen door “55 %”;
-
in punt b) wordt “31 %” vervangen door “50 %”;
-
-
het volgende lid wordt ingevoegd:
;“5 bis.Met ingang van 1 januari 2035 zijn de volgende streefcijfers voor het gehele EU-wagenpark van toepassing:
-
voor de gemiddelde emissies van nieuwe personenauto’s een streefcijfer voor het gehele EU-wagenpark gelijk aan een vermindering van 100 % van het streefcijfer in 2021 vastgesteld overeenkomstig bijlage I, deel A, punt 6.1.3;
-
voor de gemiddelde emissies van nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen een streefcijfer voor het gehele EU-wagenpark gelijk aan een vermindering van 100 % van het streefcijfer in 2021 vastgesteld overeenkomstig bijlage I, deel B, punt 6.1.3.”
-
-
lid 6 wordt vervangen door:
;“6.Van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 geldt er voor emissievrije en emissiearme voertuigen een benchmark gelijk aan een aandeel van 25 % van het wagenpark van nieuwe personenauto’s en een benchmark gelijk aan een aandeel van 17 % van het wagenpark van nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen, overeenkomstig respectievelijk bijlage I, deel A, punt 6.3, en bijlage I, deel B, punt 6.3.”
-
lid 7 wordt geschrapt.
-
-
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
-
lid 1 wordt als volgt gewijzigd:
-
in punt a) wordt de verwijzing naar “bijlage II bij Richtlijn 2007/46/EG” vervangen door “artikel 4, lid 1, onder a), punt i), van Verordening (EU) 2018/858”;
-
punt b) wordt vervangen door:
-
categorie N1 zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, onder b), punt i), van Verordening (EU) 2018/858 en die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 715/2007 vallen (“lichte bedrijfsvoertuigen”), die voor het eerst in de Unie worden geregistreerd en niet eerder buiten de Unie zijn geregistreerd (“nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen”); in het geval van emissievrije voertuigen van categorie N met een referentiemassa van meer dan 2 610 kg of meer dan 2 840 kg, naargelang het geval, worden deze met ingang van 1 januari 2025 voor de toepassing van deze verordening en zonder afbreuk te doen aan Verordening (EU) 2018/858 en Verordening (EG) nr. 715/2007 geteld als lichte bedrijfsvoertuigen die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen indien de overtollige referentiemassa uitsluitend te wijten is aan de massa van het energieopslagsysteem.”;
-
-
-
in lid 3 wordt de verwijzing naar “bijlage II, deel A, punt 5, bij Richtlijn 2007/46/EG” vervangen door “bijlage I, deel A, punt 5, bij Verordening (EU) 2018/858”.
-
-
In artikel 3 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:
-
de inleidende zin wordt vervangen door:
;“1.Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities van Verordening (EU) 2018/858. De volgende definities zijn eveneens van toepassing:”
-
de punten b) tot en met g) en de punten i) en n) worden geschrapt.
-
-
Aan artikel 4, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:
“Voor de toepassing van de eerste alinea, punt c), geldt dat als het specifieke emissiestreefcijfer dat overeenkomstig bijlage I, deel A of B, punt 6.3, is vastgesteld negatief is, het specifieke emissiestreefcijfer 0 g/km is.”.
-
Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
-
het volgende lid wordt ingevoegd:
;“6 bis.Indien de Commissie van oordeel is dat de voorlopige gegevens die de lidstaten overeenkomstig lid 2 hebben ingediend of de gegevens die de fabrikanten overeenkomstig lid 5 hebben meegedeeld gebaseerd zijn op onjuiste gegevens in de typegoedkeuringsdocumentatie of in de conformiteitscertificaten, stelt zij de typegoedkeuringsinstantie of, indien van toepassing, de fabrikant daarvan in kennis en verzoekt zij de typegoedkeuringsinstantie of, indien van toepassing, de fabrikant een correctieverklaring af te geven waarin de gecorrigeerde gegevens zijn gespecificeerd. De correctieverklaring wordt aan de Commissie toegezonden en de gecorrigeerde gegevens worden gebruikt om de voorlopige berekeningen uit hoofde van lid 4 te wijzigen.”
-
de leden 10 en 11 worden geschrapt.
-
-
Het volgende artikel wordt ingevoegd:
.CO2-emissies gedurende de levenscyclus 1.De Commissie publiceert uiterlijk op 31 december 2025 een verslag waarin zij een methode bepaalt voor de beoordeling en de consistente gegevensrapportering van de CO2-emissies, gedurende de volledige levenscyclus, van personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen die in de Unie in de handel zijn gebracht. De Commissie dient dat verslag in bij het Europees Parlement en de Raad.
2.Uiterlijk op 31 december 2025 stelt de Commissie overeenkomstig artikel 17 gedelegeerde handelingen vast teneinde deze verordening aan te vullen door een gemeenschappelijke methode van de Unie te bepalen voor de beoordeling en de consistente gegevensrapportering van de CO2-emissies, gedurende de volledige levenscyclus, van personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen.
3.Met ingang van 1 juni 2026 mogen fabrikanten op vrijwillige basis de CO2-emissiegegevens gedurende de levenscyclus van nieuwe personenauto’s en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen bij de Commissie indienen met gebruikmaking van de in lid 2 bedoelde methode.”
-
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
-
in lid 2 wordt de eerste zin vervangen door:
“Een op grond van lid 1 aangevraagde afwijking van de specifieke emissiestreefcijfers die van toepassing zijn tot en met het kalenderjaar 2035 kan worden toegestaan.”;
-
in lid 4 wordt de eerste alinea vervangen door:
.“4.Een aanvraag voor een afwijking van het overeenkomstig bijlage I, deel A, punten 1 tot en met 4 en punt 6.3, berekende specifieke emissiestreefcijfer mag worden ingediend voor de jaren tot en met het kalenderjaar 2028 door een fabrikant die samen met alle met hem verbonden ondernemingen per kalenderjaar goed is voor 10 000 tot 300 000 in de Unie geregistreerde nieuwe personenauto’s.”
-
-
In artikel 11 wordt lid 1 vervangen door:
.“1.Op aanvraag van een toeleverancier of een fabrikant wordt rekening gehouden met de CO2-besparingen die worden gerealiseerd door gebruik van innoverende technologieën of een combinatie van innoverende technologieën (“innoverende technologiepakketten”).
Met deze technologieën wordt alleen rekening gehouden indien de methode die voor de beoordeling ervan wordt gebruikt verifieerbare, reproduceerbare en vergelijkbare resultaten kan opleveren.
De totale bijdrage van deze technologieën aan de vermindering van de gemiddelde specifieke CO2-emissies van een fabrikant mag het volgende bedragen:
-
tot 7 g CO2/km tot en met 2024;
-
tot 6 g CO2/km van 2025 tot en met 2029;
-
tot 4 g CO2/km van 2030 tot en met 2034.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 17 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van deze verordening door de in de derde alinea van dit lid bedoelde maximumwaarden met ingang van 2025 naar beneden bij te stellen om rekening te houden met technologische ontwikkelingen en te zorgen voor een evenwichtige verhouding van het niveau van dat maximum ten opzichte van de gemiddelde specifieke CO2-emissies van fabrikanten.”
-
-
In artikel 12 wordt lid 3 vervangen door:
“3.Teneinde te voorkomen dat de kloof met de werkelijke emissies groter wordt, beoordeelt de Commissie uiterlijk op 1 juni 2023 hoe de krachtens Uitvoeringsverordening (EU) 2021/392 van de Commissie(*) verzamelde gegevens over werkelijk brandstof- en energieverbruik kunnen worden gebruikt om ervoor te zorgen dat de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 715/2007 bepaalde CO2-emissiewaarden en brandstof- of energieverbruikswaarden van voertuigen representatief blijven voor de werkelijke emissies in de loop van de tijd voor elke fabrikant.
De Commissie zorgt voor monitoring van en jaarlijkse rapportering over de ontwikkeling van de in de eerste alinea bedoelde kloof in de periode vanaf 2021 en publiceert, zodra voldoende gegevens beschikbaar zijn en uiterlijk op 31 december 2026, een verslag waarin een methode wordt beschreven voor een mechanisme om de gemiddelde specifieke CO2-emissies van een fabrikant vanaf 2030 bij te stellen met gebruikmaking van werkelijke gegevens die zijn verzameld op grond van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/392, en waarin de haalbaarheid van een dergelijk mechanisme wordt beoordeeld.
De Commissie dient dat verslag in bij het Europees Parlement en de Raad, in voorkomend geval vergezeld van voorstellen voor opvolgingsmaatregelen, zoals wetgevingsvoorstellen om een dergelijk mechanisme in te stellen.
-
Aan artikel 13, lid 3, wordt de volgende zin toegevoegd:
“Indien de gegevens in de typegoedkeuringsdocumenten niet uit hoofde van Verordening (EU) 2018/858 kunnen worden gecorrigeerd, geeft de verantwoordelijke typegoedkeuringsinstantie een correctieverklaring af met de gecorrigeerde gegevens en zendt zij die verklaring toe aan de Commissie en de betrokken partijen.”.
-
In artikel 14 wordt lid 2 vervangen door:
.“2.De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 17 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage I zoals bepaald in lid 1 van dit artikel.”
-
Het volgende artikel wordt ingevoegd:
1.Uiterlijk op 31 december 2025, en vervolgens om de twee jaar, brengt de Commissie verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de voortgang richting emissievrije wegmobiliteit. In het verslag wordt met name nagegaan en beoordeeld of aanvullende maatregelen nodig zijn om een rechtvaardige transitie te faciliteren, onder meer in de vorm van financiële middelen.
2.In het verslag houdt de Commissie rekening met alle factoren die bijdragen aan een kostenefficiënte voorgang richting klimaatneutraliteit tegen 2050, met inbegrip van:
-
voortgang bij de uitrol van emissievrije en emissiearme voertuigen, met name in het segment lichte bedrijfsvoertuigen, alsook de maatregelen op het niveau van de Unie, van de lidstaten en op lokaal niveau om de transitie van de lidstaten naar emissievrije lichte voertuigen te faciliteren;
-
voortgang op het gebied van energie-efficiëntie en betaalbaarheid van emissievrije en emissiearme voertuigen;
-
de effecten op consumenten, met name voor huishoudens met een laag of middeninkomen, onder meer wat betreft de elektriciteitsprijzen;
-
analyse van de markt van tweedehandsvoertuigen;
-
de potentiële bijdrage in termen van CO2-besparingen van aanvullende maatregelen om de gemiddelde leeftijd en dus de emissies van het wagenpark van lichte bedrijfsvoertuigen te verlagen, zoals maatregelen ter ondersteuning van de uitfasering van oudere voertuigen op een sociaal rechtvaardige en milieuvriendelijke wijze;
-
effecten op de werkgelegenheid in de automobielsector, met name op micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), en de doeltreffendheid van maatregelen ter ondersteuning van omscholing en bijscholing van werknemers;
-
de doeltreffendheid van bestaande financiële maatregelen en de noodzaak tot verdere actie, met inbegrip van passende financiële maatregelen, op het niveau van de Unie, van de lidstaten en op lokaal niveau om een rechtvaardige transitie te waarborgen en eventuele negatieve sociaal-economische gevolgen te verzachten, met name in de zwaarst getroffen regio’s en gemeenschappen;
-
voortgang in de sociale dialoog, alsook aspecten ter verdere facilitering van een economisch levensvatbare en sociaal rechtvaardige transitie naar emissievrije wegmobiliteit;
-
voortgang bij de uitrol van publieke en particuliere oplaad- en tankinfrastructuur, waaronder voortgang uit hoofde van een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en tot intrekking van Richtlijn 2014/94/EU van het Europees Parlement en de Raad en een herschikking van Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad(*);
-
de potentiële bijdrage van innovatietechnologieën en duurzame alternatieve brandstoffen, waaronder synthetische brandstoffen, aan het bereiken van klimaatneutrale mobiliteit;
-
levenscyclusemissies van nieuwe personenauto’s en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen die in de handel zijn gebracht, zoals gerapporteerd in overeenstemming met artikel 7 bis;
-
het effect van deze verordening op de verwezenlijking van de streefcijfers van de lidstaten uit hoofde van Verordening (EU) 2018/842 en een herschikking van Richtlijn 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad(**).
3.Op de datum van indiening van het in lid 1 bedoelde eerste voortgangsverslag brengt de Commissie, in samenwerking met de lidstaten en alle relevante belanghebbenden tevens een verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad met daarin een analyse om financieringstekorten bij de waarborging van een rechtvaardige transitie in de toeleveringsketen van de automobielsector in kaart te brengen, met bijzondere aandacht voor kmo’s en de regio’s die het zwaarst door de transitie worden getroffen. Dat verslag gaat in voorkomend geval vergezeld van voorstellen voor toereikende financiële maatregelen om in de vastgestelde behoeften te voorzien.
-
-
Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:
-
lid 1 wordt vervangen door:
;“1.In 2026 verricht de Commissie een evaluatie van de doeltreffendheid en het effect van deze verordening, voortbouwend op de tweejaarlijkse rapportering, en dient zij bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in met het resultaat van de evaluatie. De Commissie evalueert met name de voortgang die uit hoofde van deze verordening is geboekt bij het bereiken van de in artikel 1, lid 5 bis, bepaalde reductiestreefcijfers, rekening houdend met de technologische ontwikkelingen, onder meer op het gebied van plug-in hybride technologieën, en met het belang van een economisch levensvatbare en sociaal rechtvaardige transitie naar emissievrije mobiliteit. Op basis van die evaluatie evalueert de Commissie of de in artikel 1, lid 5 bis, bepaalde streefcijfers moeten worden herzien. De Commissie beoordeelt tevens de effecten van de vaststelling van minimumenergie-efficiëntiedrempels voor nieuwe emissievrije personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen die in de Unie in de handel worden gebracht.
Het verslag gaat zo nodig vergezeld van een voorstel tot wijziging van deze verordening.”
-
de leden 2 tot en met 5 worden geschrapt;
-
lid 6 wordt vervangen door het volgende:
;“6.Uiterlijk op 31 december 2024 verricht de Commissie een evaluatie van Richtlijn 1999/94/EG waarin zij ingaat op de behoefte om de consument nauwkeurige, degelijke en vergelijkbare informatie te verstrekken over brandstof- en energieverbruik, CO2-emissies en emissies van luchtverontreinigende stoffen van nieuwe personenauto’s die in de handel worden gebracht, onder meer onder reële omstandigheden, en waarin zij tevens de opties evalueert voor de invoering van een etiket inzake brandstofverbruik en CO2-emissies voor nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen.
In voorkomend geval gaat de evaluatie vergezeld van een wetgevingsvoorstel.”
-
het volgende lid wordt toegevoegd:
.“9.De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 17 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de formules in bijlage I, deel B, te wijzigen, indien dergelijke wijzigingen nodig zijn om rekening te houden met de procedure voor meerfasenvoertuigen van categorie N1 in bijlage III, deel A.”
-
-
Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:
-
in lid 2 wordt de verwijzing naar “artikel 7, lid 8, artikel 10, lid 8, artikel 11, lid 1, vierde alinea, artikel 13, lid 4, artikel 14, lid 2, en artikel 15, lid 8” wordt vervangen door “artikel 7, lid 8, artikel 7 bis, lid 2, artikel 10, lid 8, artikel 11, lid 1, vierde alinea, artikel 13, lid 4, artikel 14, lid 2, en artikel 15, leden 8, en 9”;
-
in lid 3 wordt de verwijzing naar “artikel 7, lid 8, artikel 10, lid 8, artikel 11, lid 1, vierde alinea, artikel 13, lid 4, artikel 14, lid 2, en artikel 15, lid 8” wordt vervangen door “artikel 7, lid 8, artikel 7 bis, lid 2, artikel 10, lid 8, artikel 11, lid 1, vierde alinea, artikel 13, lid 4, artikel 14, lid 2, en artikel 15, leden 8, en 9”;
-
in lid 6 wordt de verwijzing naar “artikel 7, lid 8, artikel 10, lid 8, artikel 11, lid 1, vierde alinea, artikel 13, lid 4, artikel 14, lid 2, en artikel 15, lid 8” wordt vervangen door “artikel 7, lid 8, artikel 7 bis, lid 2, artikel 10, lid 8, artikel 11, lid 1, vierde alinea, artikel 13, lid 4, artikel 14, lid 2, en artikel 15, leden 8, en 9”.
-
-
Bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.