De vangstquota die voor 2023 zijn vastgesteld in de Verordeningen (EU) 2022/2090, (EU) 2023/194 en (EU) 2023/195, worden overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening verlaagd.
Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1661 van de Commissie van 24 augustus 2023 tot verlaging van de vangstquota voor 2023 voor bepaalde bestanden wegens overbevissing van deze bestanden in de voorgaande jaren
Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1661 van de Commissie van 24 augustus 2023 tot verlaging van de vangstquota voor 2023 voor bepaalde bestanden wegens overbevissing van deze bestanden in de voorgaande jaren
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006(1), en met name artikel 105, leden 1, 2 en 3,
Overwegende hetgeen volgt:
De vangstquota voor 2022 zijn vastgesteld bij de Verordeningen (EU) 2021/91(2), (EU) 2021/1888(3), (EU) 2022/109(4) en (EU) 2022/110(5) van de Raad.
De vangstquota voor 2023 zijn vastgesteld bij de Verordeningen (EU) 2022/2090(6), (EU) 2023/194(7) en (EU) 2023/195(8) van de Raad.
Overeenkomstig artikel 105, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 moet de Commissie, wanneer zij vaststelt dat een lidstaat de hem toegewezen vangstquota heeft overschreden, de toekomstige vangstquota van die lidstaat verlagen.
In artikel 105, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 is bepaald dat de vangstquota het volgende jaar of de volgende jaren moeten worden verlaagd door toepassing van bepaalde vermenigvuldigingsfactoren die in die leden zijn vastgesteld.
Sommige lidstaten hebben hun vangstquota voor 2022 overschreden. Derhalve moeten de aan die lidstaten toegewezen vangstquota voor de overbeviste bestanden in 2023 en in voorkomend geval ook in de daaropvolgende jaren worden verlaagd.
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1926 van de Commissie(9) zijn voor bepaalde visbestanden verlagingen van de vangstquota voor 2022 vastgesteld wegens overbevissing van die bestanden in voorgaande jaren. In 2021 heeft Portugal zijn vangstquotum voor ansjovis in de gebieden 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1 (ANE/9/3411) overbevist. Naar aanleiding van het verzoek van Portugal van 22 augustus 2022 heeft de Commissie ermee ingestemd de verlaging over twee jaar te spreiden overeenkomstig punt 3, a), van de mededeling van de Commissie 2022/C 369/03(10) (“de richtsnoeren”). In artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2458 van de Commissie(11) is bepaald dat de jaarlijkse verlaging 1 477,376 ton bedraagt in 2022 en 2023. Aangezien Portugal verwachtte aan het einde van het visseizoen 2022 voor ANE/9/3411 over voldoende quota te beschikken, heeft het de Commissie op 19 april 2023 verzocht de spreiding over twee jaar van de verlaging te annuleren. Daarom heeft de Commissie de volledige verlaging, namelijk 2 954,752 ton — inclusief een vermenigvuldigingsfactor van 1,40 — toegepast op het Portugese quotum voor ANE/9/3411 voor het visseizoen 2022. Bijgevolg is er geen uitstaande verlaging meer die moet worden toegepast op het Portugese quotum dat voor het visseizoen 2023 voor dit bestand is toegewezen.
De richtsnoeren vervingen mededeling 2012/C 72/07 om bij overschrijding van een quotum voor bestanden die worden beheerd door regionale organisaties voor visserijbeheer, het tijdschema voor verlagingen, indien van toepassing, aan te passen aan het tijdschema voor de verlagingen dat voor deze bestanden geldt in de betrokken regionale organisaties voor visserijbeheer. In aanbeveling 21-01 van de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (Iccat) inzake een meerjarig instandhoudings- en beheersprogramma voor tropische tonijn(12) en aanbeveling 22-03 van de Iccat voor de instandhouding van Noord-Atlantische zwaardvis(13) wordt bepaald dat elke overschrijding van het jaarlijks aangepaste quotum in 2022 in mindering wordt gebracht op de respectieve quota/vangstbeperkingen voor 2024. Op basis hiervan mogen de verlagingen — inclusief de met de toepasselijke vermenigvuldigingsfactor samenhangende verlagingen — in verband met de in 2022 geconstateerde overbevissing van grootoogtonijn in de Atlantische Oceaan (BET/ATLANT) en het bestand van zwaardvis in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB (SWO/AN05N), die beide door de Iccat worden beheerd, pas in 2024 worden toegepast.
Verdere actualiseringen of correcties kunnen worden doorgevoerd indien, voor de lopende of de vorige verlaging, fouten, omissies of verkeerde registraties worden geconstateerd in de vangstgegevens die door de lidstaten worden meegedeeld uit hoofde van artikel 33 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.
Aangezien quota worden uitgedrukt in ton, dienen overbevissingshoeveelheden van minder dan één ton niet in aanmerking te worden genomen,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 24 augustus 2023.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula von der Leyen
BIJLAGE
VERLAGINGEN VAN DE VANGSTQUOTA VOOR 2023 VOOR BESTANDEN DIE ZIJN OVERBEVIST
Lidstaat |
Soort-code |
Gebieds-code |
Soortnaam |
Gebiedsnaam |
Oorspronkelijk quotum 2022 (in ton) |
Toegestane aanlandingen 2022 (totale aangepaste hoeveelheid in ton) (1) |
Totale vangsten 2022 (hoeveelheid in ton) |
Benutting quotum in verhouding tot toegestane aan-landingen |
Over-bevissing in verhouding tot toegestane aan-landingen (hoeveel-heid in ton) |
Vermenig-vuldigings-factor (2) |
Nog uitstaande verlagingen uit voorgaande jaren (5) (hoeveelheid in ton) |
In 2023 toe te passen verlagingen (hoeveelheid in ton) |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
BE |
SRX |
07D. |
Roggen |
7d |
134,000 |
136,500 |
137,765 |
100,93 % |
1,265 |
/ |
/ |
/ |
1,265 |
BE |
SRX |
67AKXD |
Roggen |
Wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 6a, 6b, 7a-c en 7e-k |
814,000 |
1 207,000 |
1 209,702 |
100,22 % |
2,702 |
/ |
/ |
/ |
2,702 |
DE |
HER |
4AB. |
Haring |
Wateren van de Unie, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen van 4 ten noorden van 53°30′ NB |
41 147,000 |
37 114,880 |
38 224,556 |
102,99 % |
1 109,676 |
/ |
A(6) |
/ |
1 109,676 |
DE |
OTH |
1N2AB. |
Andere soorten |
Noorse wateren van 1 en 2 |
71,000 |
72,800 |
92,797 |
127,47 % |
19,997 |
1,00 |
/ |
/ |
19,997 |
DK |
COD |
03AN. |
Kabeljauw |
Skagerrak |
1 515,000 |
1 503,751 |
1 521,783 |
101,20 % |
18,032 |
/ |
C(6) |
/ |
18,032 |
DK |
COD |
2A3AX4 |
Kabeljauw |
4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a; het gedeelte van 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort |
1 951,000 |
1 980,700 |
2 018,970 |
101,93 % |
38,270 |
/ |
C(6) |
/ |
38,270 |
DK |
HAD |
03A. |
Schelvis |
3a |
2 225,000 |
2 508,851 |
2 735,449 |
109,03 % |
226,598 |
/ |
C(6) |
/ |
226,598 |
DK |
HER |
5B6ANB |
Haring |
6b en 6aN; wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van 5b |
/ |
/ |
8,077 |
n.v.t. |
8,077 |
1,00 |
/ |
|
8,077 |
DK |
OTH |
1N2AB. |
Andere soorten |
Noorse wateren van 1 en 2 |
/ |
/ |
2,038 |
n.v.t. |
2,038 |
1,00 |
/ |
/ |
2,038 |
DK |
POK |
1N2AB. |
Zwarte koolvis |
Noorse wateren van 1 en 2 |
/ |
/ |
17,317 |
n.v.t. |
17,317 |
1,00 |
/ |
/ |
17,317 |
DK |
PRA |
4N-S62 |
Noordse garnaal |
Noorse wateren ten zuiden van 62° N.B. |
200,000 |
203,000 |
205,041 |
101,01 % |
2,041 |
/ |
/ |
/ |
2,041 |
DK |
SPR |
03A. |
Sprot en geassocieerde bijvangsten |
3a |
8 422,000 |
20,186 |
34,428 |
170,55 % |
14,242 |
1,00 |
/ |
/ |
14,242 |
DK |
WHB |
1X14 |
Blauwe wijting |
Wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie en internationale wateren van 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8a, 8b, 8d, 8e, 12 en 14 |
36 723,000 |
45 035,026 |
45 516,979 |
101,07 % |
481,953 |
/ |
/ |
/ |
481,953 |
ES |
ALF |
3X14- |
Alfonsino’s |
Wateren van het Verenigd Koninkrijk, wateren van de Unie en internationale wateren van 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12 en 14 |
51,000 |
58,000 |
59,069 |
101,84 % |
1,069 |
/ |
/ |
/ |
1,069 |
ES |
COD |
1/2B. |
Kabeljauw |
1 en 2b |
9 688,000 |
9 290,212 |
9 409,547 |
101,28 % |
119,335 |
/ |
A(6) |
/ |
119,335 |
ES |
COD |
1N2AB. |
Kabeljauw |
Noorse wateren van 1 en 2 |
2 602,000 |
2 744,006 |
2 804,069 |
102,19 % |
60,063 |
/ |
/ |
/ |
60,063 |
ES |
GHL |
1N2AB. |
Groenlandse heilbot/zwarte heilbot |
Noorse wateren van 1 en 2 |
/ |
32,719 |
55,066 |
168,30 % |
22,347 |
1,00 |
A |
/ |
33,521 |
ES |
HAD |
1N2AB. |
Schelvis |
Noorse wateren van 1 en 2 |
/ |
0,554 |
17,963 |
3 242,42 % |
17,409 |
1,00 |
/ |
/ |
17,409 |
ES |
OTH |
1N2AB. |
Andere soorten |
Noorse wateren van 1 en 2 |
/ |
/ |
35,447 |
n.v.t. |
35,447 |
1,00 |
A |
/ |
53,171 |
ES |
POL |
08C. |
Witte koolvis |
8c |
149,000 |
172,001 |
173,627 |
100,95 % |
1,626 |
/ |
/ |
/ |
1,626 |
ES |
POK |
1N2AB. |
Zwarte koolvis |
Noorse wateren van 1 en 2 |
/ |
17,250 |
25,413 |
147,32 % |
8,163 |
1,00 |
/ |
/ |
8,163 |
ES |
REB |
1N2AB. |
Roodbaars |
Noorse wateren van 1 en 2 |
106,000 |
103,211 |
104,593 |
101,34 % |
1,382 |
/ |
/ |
/ |
1,382 |
ES |
RJU |
9-C. |
Golfrog |
Wateren van de Unie van 9 |
15,000 |
18,000 |
19,348 |
107,49 % |
1,348 |
/ |
/ |
/ |
1,348 |
FR |
JAX |
4BC7D |
Horsmakrelen en geassocieerde bijvangsten |
Wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 4b, 4c en 7d |
267,000 |
396,532 |
461,312 |
116,34 % |
64,780 |
1,00 |
/ |
/ |
64,780 |
FR |
RJE |
7FG. |
Kleinoogrog |
7f en 7 g |
36,000 |
57,000 |
83,299 |
146,14 % |
26,299 |
1,00 |
/ |
/ |
26,299 |
FR |
RJU |
8-C. |
Golfrog |
Wateren van de Unie van 8 |
13,000 |
23,000 |
24,081 |
104,70 % |
1,081 |
/ |
/ |
/ |
1,081 |
IE |
HER |
6AS7BC |
Haring |
6aS, 7b, 7c |
1 236,000 |
1 267,563 |
1 298,400 |
102,43 % |
30,837 |
/ |
/ |
/ |
30,837 |
IE |
POK |
1N2AB. |
Zwarte koolvis |
Noorse wateren van 1 en 2 |
/ |
28,810 |
51,017 |
177,08 % |
22,207 |
1,00 |
/ |
/ |
22,207 |
MT |
ALB |
MED |
Mediterrane witte tonijn |
Middellandse Zee |
41,190 |
41,190 |
49,876 |
121,09 % |
8,686 |
1,00 |
/ |
/ |
8,686 |
NL |
POK |
1N2AB. |
Zwarte koolvis |
Noorse wateren van 1 en 2 |
/ |
4,000 |
47,097 |
1 177,43 % |
43,097 |
1,00 |
/ |
/ |
43,097 |
PL |
MAC |
2A34. |
Makreel |
3a; wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 2a, 3b, 3c, 3d en 4 |
/ |
/ |
10,934 |
n.v.t. |
10,934 |
1,00 |
/ |
/ |
10,934 |
PT |
ALF |
3X14- |
Alfonsino’s |
Wateren van de Unie en internationale wateren van 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12 en 14 |
145,000 |
142,314 |
145,155 |
102,00 % |
2,841 |
/ |
A(6) |
/ |
2,841 |
PT |
RJU |
9-C. |
Golfrog |
Wateren van de Unie van 9 |
15,000 |
32,000 |
33,907 |
105,96 % |
1,907 |
/ |
/ |
/ |
1,907 |
SE |
I/F |
04-N |
Industriële vis |
Noorse wateren van 4 |
800,000 |
800,000 |
808,349 |
101,04 % |
8,349 |
/ |
/ |
/ |
8,349 |