Home

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1661 van de Commissie van 24 augustus 2023 tot verlaging van de vangstquota voor 2023 voor bepaalde bestanden wegens overbevissing van deze bestanden in de voorgaande jaren

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1661 van de Commissie van 24 augustus 2023 tot verlaging van de vangstquota voor 2023 voor bepaalde bestanden wegens overbevissing van deze bestanden in de voorgaande jaren

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006(1), en met name artikel 105, leden 1, 2 en 3,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. De vangstquota voor 2022 zijn vastgesteld bij de Verordeningen (EU) 2021/91(2), (EU) 2021/1888(3), (EU) 2022/109(4) en (EU) 2022/110(5) van de Raad.

  2. De vangstquota voor 2023 zijn vastgesteld bij de Verordeningen (EU) 2022/2090(6), (EU) 2023/194(7) en (EU) 2023/195(8) van de Raad.

  3. Overeenkomstig artikel 105, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 moet de Commissie, wanneer zij vaststelt dat een lidstaat de hem toegewezen vangstquota heeft overschreden, de toekomstige vangstquota van die lidstaat verlagen.

  4. In artikel 105, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 is bepaald dat de vangstquota het volgende jaar of de volgende jaren moeten worden verlaagd door toepassing van bepaalde vermenigvuldigingsfactoren die in die leden zijn vastgesteld.

  5. Sommige lidstaten hebben hun vangstquota voor 2022 overschreden. Derhalve moeten de aan die lidstaten toegewezen vangstquota voor de overbeviste bestanden in 2023 en in voorkomend geval ook in de daaropvolgende jaren worden verlaagd.

  6. Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1926 van de Commissie(9) zijn voor bepaalde visbestanden verlagingen van de vangstquota voor 2022 vastgesteld wegens overbevissing van die bestanden in voorgaande jaren. In 2021 heeft Portugal zijn vangstquotum voor ansjovis in de gebieden 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1 (ANE/9/3411) overbevist. Naar aanleiding van het verzoek van Portugal van 22 augustus 2022 heeft de Commissie ermee ingestemd de verlaging over twee jaar te spreiden overeenkomstig punt 3, a), van de mededeling van de Commissie 2022/C 369/03(10) (“de richtsnoeren”). In artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2458 van de Commissie(11) is bepaald dat de jaarlijkse verlaging 1 477,376 ton bedraagt in 2022 en 2023. Aangezien Portugal verwachtte aan het einde van het visseizoen 2022 voor ANE/9/3411 over voldoende quota te beschikken, heeft het de Commissie op 19 april 2023 verzocht de spreiding over twee jaar van de verlaging te annuleren. Daarom heeft de Commissie de volledige verlaging, namelijk 2 954,752 ton — inclusief een vermenigvuldigingsfactor van 1,40 — toegepast op het Portugese quotum voor ANE/9/3411 voor het visseizoen 2022. Bijgevolg is er geen uitstaande verlaging meer die moet worden toegepast op het Portugese quotum dat voor het visseizoen 2023 voor dit bestand is toegewezen.

  7. De richtsnoeren vervingen mededeling 2012/C 72/07 om bij overschrijding van een quotum voor bestanden die worden beheerd door regionale organisaties voor visserijbeheer, het tijdschema voor verlagingen, indien van toepassing, aan te passen aan het tijdschema voor de verlagingen dat voor deze bestanden geldt in de betrokken regionale organisaties voor visserijbeheer. In aanbeveling 21-01 van de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (Iccat) inzake een meerjarig instandhoudings- en beheersprogramma voor tropische tonijn(12) en aanbeveling 22-03 van de Iccat voor de instandhouding van Noord-Atlantische zwaardvis(13) wordt bepaald dat elke overschrijding van het jaarlijks aangepaste quotum in 2022 in mindering wordt gebracht op de respectieve quota/vangstbeperkingen voor 2024. Op basis hiervan mogen de verlagingen — inclusief de met de toepasselijke vermenigvuldigingsfactor samenhangende verlagingen — in verband met de in 2022 geconstateerde overbevissing van grootoogtonijn in de Atlantische Oceaan (BET/ATLANT) en het bestand van zwaardvis in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB (SWO/AN05N), die beide door de Iccat worden beheerd, pas in 2024 worden toegepast.

  8. Verdere actualiseringen of correcties kunnen worden doorgevoerd indien, voor de lopende of de vorige verlaging, fouten, omissies of verkeerde registraties worden geconstateerd in de vangstgegevens die door de lidstaten worden meegedeeld uit hoofde van artikel 33 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

  9. Aangezien quota worden uitgedrukt in ton, dienen overbevissingshoeveelheden van minder dan één ton niet in aanmerking te worden genomen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De vangstquota die voor 2023 zijn vastgesteld in de Verordeningen (EU) 2022/2090, (EU) 2023/194 en (EU) 2023/195, worden overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening verlaagd.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 augustus 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula von der Leyen

BIJLAGE

VERLAGINGEN VAN DE VANGSTQUOTA VOOR 2023 VOOR BESTANDEN DIE ZIJN OVERBEVIST

Lidstaat

Soort-code

Gebieds-code

Soortnaam

Gebiedsnaam

Oorspronkelijk quotum 2022 (in ton)

Toegestane aanlandingen 2022 (totale aangepaste hoeveelheid in ton) (1)

Totale vangsten 2022 (hoeveelheid in ton)

Benutting quotum in verhouding tot toegestane aan-landingen

Over-bevissing in verhouding tot toegestane aan-landingen (hoeveel-heid in ton)

Vermenig-vuldigings-factor (2)

Aanvullen-de vermenig-vuldigings-factor (3) , (4)

Nog uitstaande verlagingen uit voorgaande jaren (5) (hoeveelheid in ton)

In 2023 toe te passen verlagingen (hoeveelheid in ton)

BE

SRX

07D.

Roggen

7d

134,000

136,500

137,765

100,93 %

1,265

/

/

/

1,265

BE

SRX

67AKXD

Roggen

Wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 6a, 6b, 7a-c en 7e-k

814,000

1 207,000

1 209,702

100,22 %

2,702

/

/

/

2,702

DE

HER

4AB.

Haring

Wateren van de Unie, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen van 4 ten noorden van 53°30′ NB

41 147,000

37 114,880

38 224,556

102,99 %

1 109,676

/

A(6)

/

1 109,676

DE

OTH

1N2AB.

Andere soorten

Noorse wateren van 1 en 2

71,000

72,800

92,797

127,47 %

19,997

1,00

/

/

19,997

DK

COD

03AN.

Kabeljauw

Skagerrak

1 515,000

1 503,751

1 521,783

101,20 %

18,032

/

C(6)

/

18,032

DK

COD

2A3AX4

Kabeljauw

4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a; het gedeelte van 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort

1 951,000

1 980,700

2 018,970

101,93 %

38,270

/

C(6)

/

38,270

DK

HAD

03A.

Schelvis

3a

2 225,000

2 508,851

2 735,449

109,03 %

226,598

/

C(6)

/

226,598

DK

HER

5B6ANB

Haring

6b en 6aN; wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van 5b

/

/

8,077

n.v.t.

8,077

1,00

/

8,077

DK

OTH

1N2AB.

Andere soorten

Noorse wateren van 1 en 2

/

/

2,038

n.v.t.

2,038

1,00

/

/

2,038

DK

POK

1N2AB.

Zwarte koolvis

Noorse wateren van 1 en 2

/

/

17,317

n.v.t.

17,317

1,00

/

/

17,317

DK

PRA

4N-S62

Noordse garnaal

Noorse wateren ten zuiden van 62° N.B.

200,000

203,000

205,041

101,01 %

2,041

/

/

/

2,041

DK

SPR

03A.

Sprot en geassocieerde bijvangsten

3a

8 422,000

20,186

34,428

170,55 %

14,242

1,00

/

/

14,242

DK

WHB

1X14

Blauwe wijting

Wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie en internationale wateren van 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8a, 8b, 8d, 8e, 12 en 14

36 723,000

45 035,026

45 516,979

101,07 %

481,953

/

/

/

481,953

ES

ALF

3X14-

Alfonsino’s

Wateren van het Verenigd Koninkrijk, wateren van de Unie en internationale wateren van 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12 en 14

51,000

58,000

59,069

101,84 %

1,069

/

/

/

1,069

ES

COD

1/2B.

Kabeljauw

1 en 2b

9 688,000

9 290,212

9 409,547

101,28 %

119,335

/

A(6)

/

119,335

ES

COD

1N2AB.

Kabeljauw

Noorse wateren van 1 en 2

2 602,000

2 744,006

2 804,069

102,19 %

60,063

/

/

/

60,063

ES

GHL

1N2AB.

Groenlandse heilbot/zwarte heilbot

Noorse wateren van 1 en 2

/

32,719

55,066

168,30 %

22,347

1,00

A

/

33,521

ES

HAD

1N2AB.

Schelvis

Noorse wateren van 1 en 2

/

0,554

17,963

3 242,42 %

17,409

1,00

/

/

17,409

ES

OTH

1N2AB.

Andere soorten

Noorse wateren van 1 en 2

/

/

35,447

n.v.t.

35,447

1,00

A

/

53,171

ES

POL

08C.

Witte koolvis

8c

149,000

172,001

173,627

100,95 %

1,626

/

/

/

1,626

ES

POK

1N2AB.

Zwarte koolvis

Noorse wateren van 1 en 2

/

17,250

25,413

147,32 %

8,163

1,00

/

/

8,163

ES

REB

1N2AB.

Roodbaars

Noorse wateren van 1 en 2

106,000

103,211

104,593

101,34 %

1,382

/

/

/

1,382

ES

RJU

9-C.

Golfrog

Wateren van de Unie van 9

15,000

18,000

19,348

107,49 %

1,348

/

/

/

1,348

FR

JAX

4BC7D

Horsmakrelen en geassocieerde bijvangsten

Wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 4b, 4c en 7d

267,000

396,532

461,312

116,34 %

64,780

1,00

/

/

64,780

FR

RJE

7FG.

Kleinoogrog

7f en 7 g

36,000

57,000

83,299

146,14 %

26,299

1,00

/

/

26,299

FR

RJU

8-C.

Golfrog

Wateren van de Unie van 8

13,000

23,000

24,081

104,70 %

1,081

/

/

/

1,081

IE

HER

6AS7BC

Haring

6aS, 7b, 7c

1 236,000

1 267,563

1 298,400

102,43 %

30,837

/

/

/

30,837

IE

POK

1N2AB.

Zwarte koolvis

Noorse wateren van 1 en 2

/

28,810

51,017

177,08 %

22,207

1,00

/

/

22,207

MT

ALB

MED

Mediterrane witte tonijn

Middellandse Zee

41,190

41,190

49,876

121,09 %

8,686

1,00

/

/

8,686

NL

POK

1N2AB.

Zwarte koolvis

Noorse wateren van 1 en 2

/

4,000

47,097

1 177,43 %

43,097

1,00

/

/

43,097

PL

MAC

2A34.

Makreel

3a; wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 2a, 3b, 3c, 3d en 4

/

/

10,934

n.v.t.

10,934

1,00

/

/

10,934

PT

ALF

3X14-

Alfonsino’s

Wateren van de Unie en internationale wateren van 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12 en 14

145,000

142,314

145,155

102,00 %

2,841

/

A(6)

/

2,841

PT

RJU

9-C.

Golfrog

Wateren van de Unie van 9

15,000

32,000

33,907

105,96 %

1,907

/

/

/

1,907

SE

I/F

04-N

Industriële vis

Noorse wateren van 4

800,000

800,000

808,349

101,04 %

8,349

/

/

/

8,349