Home

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2229 van de Commissie van 25 oktober 2023 tot wijziging en rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 betreffende de toelating van bepaalde producten en stoffen voor gebruik in de biologische productie en de opstelling van de lijsten van die producten en stoffen

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2229 van de Commissie van 25 oktober 2023 tot wijziging en rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 betreffende de toelating van bepaalde producten en stoffen voor gebruik in de biologische productie en de opstelling van de lijsten van die producten en stoffen

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad(1), en met name artikel 24, lid 9,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Overeenkomstig de procedure van artikel 24, lid 7, van Verordening (EU) 2018/848 hebben de lidstaten aan de andere lidstaten en aan de Commissie dossiers over bepaalde stoffen toegezonden met het oog op de toelating ervan en op de opneming ervan in de bijlagen I, II, III en V bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 van de Commissie(2). Die dossiers zijn onderzocht door de deskundigengroep voor technisch advies inzake de biologische productie (Egtop) en door de Commissie.

  2. In zijn aanbevelingen met betrekking tot werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen(3) heeft de Egtop aanbevolen dat alle stoffen met een laag risico overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad(4) van plantaardige of dierlijke oorsprong (niet afkomstig van ggo’s) in de biologische productie mogen worden gebruikt zonder een aanvullende beoordeling door Egtop.

  3. Natriumwaterstofcarbonaat is in punt 1 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 opgenomen als basisstof die voor gewasbescherming in de biologische productie mag worden gebruikt. Natriumwaterstofcarbonaat is ook opgenomen in Verordening (EG) nr. 1107/2009 als gewasbeschermingsmiddel met een laag risico. Daarom moet het ook worden toegelaten als een stof met een laag risico in de biologische productie als gewasbeschermingsmiddel.

  4. Op basis van de aanbevelingen van de Egtop met betrekking tot meststoffen, bodemverbeteraars en nutriënten3 moet de vermelding “Gecomposteerd of vergist mengsel van huishoudelijk afval” worden vervangen door “Gecomposteerd of vergist bioafval” om het mogelijk te maken andere bronnen van bioafval dan huishoudelijk afval te gebruiken voor compostering of vergisting in de biologische productie.

  5. In de aanbevelingen met betrekking tot meststoffen, bodemverbeteraars en nutriënten heeft de Egtop ook bevestigd dat het gebruik van seleniumzouten in geval van tekorten in bodems die voor de dierhouderij en/of begrazing worden gebruikt, in overeenstemming is met de doelstellingen en beginselen van de biologische productie. Daarom moet het gebruik van die stoffen worden toegestaan.

  6. Op basis van aanbevelingen van de Egtop met betrekking tot diervoeder en voeder voor gezelschapsdieren(5) moet het gebruik van de volgende stoffen worden toegestaan: i) propyleenglycol, algenolie en calciumchloride, gebruikt als voedermiddel, en ii) ijzerchelaat en ijzerdextraan, koperchelaat, mangaanchelaten, zinkchelaten van eiwitten en geseleniseerde gist als sporenelementen.

  7. Op basis van aanbevelingen van de Egtop met betrekking tot levensmiddelen 5 moet het gebruik van de volgende stoffen worden toegestaan: i) ascorbinezuur op vleesbereidingen waaraan andere ingrediënten dan additieven of zout zijn toegevoegd; ii) lecithinen op dierlijke producten, en iii) kaliumnatriumtartraat op producten van plantaardige oorsprong.

  8. De Egtop heeft voorts aanbevolen natriumtartraten, kaliumtartraten en kaliumnatriumtartraat met ingang van 1 januari 2027 alleen toe te laten als ze afkomstig zijn uit de biologische productie(6), omdat de Egtop de termijn van drie jaar voldoende achtte om ervoor te zorgen dat tartraten van biologische oorsprong beschikbaar zijn voor alle marktdeelnemers. De vermeldingen “natriumtartraten” en “kaliumtartraten” moeten daarom worden gewijzigd om deze specifieke voorwaarden en beperkingen op te nemen, en in de lijst van “Levensmiddelenadditieven, met inbegrip van draagstoffen” van bijlage V, deel A, bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 moet een nieuwe vermelding “kaliumnatriumtartraat” worden ingevoegd.

  9. De Egtop is begonnen met de evaluatie van stoffen voor reiniging en ontsmetting die in de biologische productie mogen worden toegelaten. Het lijkt er echter op dat dit meer tijd zal vergen dan in Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 was voorzien. Aangezien de lijsten van reinigings- en ontsmettingsproducten niet vóór 1 januari 2026 zullen worden opgesteld, moet bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie(7) tot en met 31 december 2025 van toepassing blijven. De bepalingen die verwijzen naar de lijsten van reinigings- en ontsmettingsproducten mogen daarom pas met ingang van 1 januari 2026 van toepassing zijn.

  10. Het CAS-nummer voor chitosan is foutief aan chitosanhydrochloride toegekend in punt 1 (Basisstoffen) van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165; daardoor ontbreekt de vermelding voor chitosan. Die fouten moeten worden verbeterd.

  11. Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd en verbeterd.

  12. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de biologische productie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1 Wijzigingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 wordt als volgt gewijzigd:

  1. In artikel 12, lid 1, wordt de datum “31 december 2023” vervangen door “31 december 2025”.

  2. Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

    1. de derde alinea wordt vervangen door:

      “Artikel 5, leden 1, 2 en 3, is echter met ingang van 1 januari 2026 van toepassing.”;

    2. na de derde alinea wordt de volgende vierde alinea ingevoegd:

      “Artikel 7 is van toepassing met ingang van 1 januari 2024.”.

  3. Bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

  4. Bijlage II wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

  5. Bijlage III wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening.

  6. Bijlage V wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage IV bij deze verordening.

Artikel 2 Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165

Punt 1 (Basisstoffen) van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 wordt als volgt verbeterd:

  1. De vermelding 2C voor “Chitosanhydrochloride” wordt vervangen door:

    “2C

    70694-72-3

    Chitosanhydrochloride(*)

    verkregen uit Aspergillus of uit biologische aquacultuur of uit duurzame visserij, als omschreven in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad (*)

  2. De volgende vermelding wordt toegevoegd:

    “24C

    9012-76-4

    Chitosan*

    verkregen uit Aspergillus of uit biologische aquacultuur of uit duurzame visserij als omschreven in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013”

Artikel 3 Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 oktober 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula von der Leyen

BIJLAGE I

BIJLAGE II

BIJLAGE III

BIJLAGE IV