Home

Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/2740 van de Commissie van 24 oktober 2024 tot verlening van een afwijking op grond waarvan Ierland andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken mag gebruiken voor de uitwisseling en de opslag van informatie voor het in het vrije verkeer brengen van krachtens de artikelen 25, 26 en 27 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 vrijgestelde goederen in postzendingen die door een particulier in het Verenigd Koninkrijk naar een particulier in Ierland worden verzonden (Kennisgeving geschied onder nummer C(2024) 7322)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/2740 van de Commissie van 24 oktober 2024 tot verlening van een afwijking op grond waarvan Ierland andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken mag gebruiken voor de uitwisseling en de opslag van informatie voor het in het vrije verkeer brengen van krachtens de artikelen 25, 26 en 27 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 vrijgestelde goederen in postzendingen die door een particulier in het Verenigd Koninkrijk naar een particulier in Ierland worden verzonden (Kennisgeving geschied onder nummer C(2024) 7322)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie(1), en met name artikel 6, lid 4, in samenhang met artikel 8, lid 2,

Na raadpleging van het Comité douanewetboek,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 vereist dat alle uitwisselingen van informatie tussen douaneautoriteiten onderling en tussen marktdeelnemers en douaneautoriteiten, alsmede de door de douanewetgeving vereiste opslag van die informatie, geschieden met behulp van elektronische gegevensverwerkingstechnieken.

  2. Artikel 6, lid 4, van Verordening (EU) nr. 952/2013 biedt de mogelijkheid in uitzonderlijke gevallen besluiten vast te stellen om een of meer lidstaten toe te staan af te wijken van het gebruik van elektronische gegevensverwerkingstechnieken voor de uitwisseling en de opslag van informatie indien een dergelijke afwijking door de specifieke situatie in de verzoekende lidstaat wordt gerechtvaardigd en voor een bepaalde periode wordt toegestaan.

  3. In Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/2879 van de Commissie(2) is het werkprogramma vastgesteld voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (“het werkprogramma”). Het werkprogramma bevat een lijst van de te ontwikkelen elektronische systemen en de datums waarop die systemen operationeel moeten worden. Het specificeert ook de implementatie en de uitroldatums voor het nationale invoersysteem (“NIS”) en component 2 van de bijzondere regelingen, die samen betrekking hebben op de douaneregelingen voor goederen die het douanegebied van de Unie worden binnengebracht overeenkomstig de artikelen 158, 162, 163, 166, 167, 170 tot en met 174, 201, 240, 250, 254 en 256 van Verordening (EU) nr. 952/2013. Het specificeert tevens de implementatie en de uitroldatums voor de verschillende stappen van release 3 van het invoercontrolesysteem 2 (“ICS2”) overeenkomstig artikel 6, lid 1, en de artikelen 16, 46, 47 en 127 tot en met 132 van Verordening (EU) nr. 952/2013.

  4. Overeenkomstig de artikelen 143 bis en 144 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie(3) moeten postaanbieders invoeraangiften voor het in het vrije verkeer brengen van zendingen met een geringe waarde in de nationale invoersystemen van de lidstaten indienen.

  5. Verder is in artikel 278, lid 2, punt b), van Verordening (EU) nr. 952/2013 bepaald tot wanneer uiterlijk bij wijze van overgangsmaatregel andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken mogen worden gebruikt om uitvoering te geven aan de bepalingen inzake de douaneaangifte voor goederen die het douanegebied van de Unie worden binnengebracht.

  6. Hoewel Ierland de nodige elektronische systemen tijdig volgens de in het werkprogramma vastgestelde termijnen heeft uitgerold, kan de postaanbieder in Ierland nog niet volledig voldoen aan de vereisten van de artikelen 143 bis en 144 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 en artikel 278, lid 2, punt b), van Verordening (EU) nr. 952/2013. Dit is te wijten aan een uitzonderlijke omstandigheid, die het gevolg is van het feit dat de postaanbieder van het Verenigd Koninkrijk de Ierse postaanbieder niet voldoende gegevens kan verstrekken om een elektronische invoeraangifte te kunnen opstellen voor bepaalde goederen in postzendingen die in aanmerking komen voor vrijstelling van douanerechten en belastingen krachtens de artikelen 25, 26 en 27 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad(4) en de artikelen 1 en 2 van Richtlijn 2006/79/EG van de Raad(5). Dit is het geval bij goederen die door particulieren in het Verenigd Koninkrijk naar particulieren in Ierland worden verzonden.

  7. De specifieke historische en geografische relatie tussen Ierland en het Verenigd Koninkrijk en het grote aantal zendingen met vrijstelling dat de Ierse postaanbieder dagelijks ontvangt van particulieren in het Verenigd Koninkrijk, rechtvaardigen de verlening van een afwijking overeenkomstig Verordening (EU) nr. 952/2013, die door de Ierse douaneautoriteit op 5 maart 2024 is aangevraagd. Op grond van die afwijking moet Ierland tijdelijk worden toegestaan andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken te gebruiken voor de uitwisseling en de opslag van informatie voor het in het vrije verkeer brengen van goederen in postzendingen die in aanmerking komen voor vrijstelling en door particulieren in het Verenigd Koninkrijk naar particulieren in Ierland worden verzonden.

  8. Bij de toepassing van dit besluit moet de douaneautoriteit van Ierland nog altijd eisen dat zendingen bij de douane worden aangebracht wanneer de door de postaanbieder van het Verenigd Koninkrijk verstrekte gegevens onvolledig of van onvoldoende kwaliteit zijn om een elektronische aangifte in te dienen, en fysieke controles blijven verrichten met het oog op de risicobeoordeling van die zendingen.

  9. De duur van de afwijking moet worden gebaseerd op de uiterste termijn voor de naleving van de verplichtingen in verband met release 3 van ICS2, die in de bijlage bij het werkprogramma is vastgesteld op 1 september 2025, en in overeenstemming met artikel 127 van Verordening (EU) nr. 952/2013 en artikel 183, lid 1 bis, punten a) en b), van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie(6).

  10. Vanaf die datum vervangt de verplichting om een summiere aangifte bij binnenbrengen in te dienen, de verplichting om een elektronische invoeraangifte op te stellen. Postaanbieders, met inbegrip van de postaanbieder in het Verenigd Koninkrijk, moeten met behulp van ICS2 summiere aangiften bij binnenbrengen indienen, op basis waarvan de Ierse postaanbieder over voldoende gegevens moet beschikken om een elektronische invoeraangifte te kunnen opstellen. Indien de na die datum ontvangen gegevens niet volstaan om een elektronische invoeraangifte te kunnen opstellen, dient Ierland de gegevens handmatig in te voeren op basis van het voorgelegde CN22/CN23-formulier dan wel de zendingen terug te sturen.

  11. Overeenkomstig het door Ierland ingediende verzoek en rekening houdende met de specifieke situatie in Ierland, waarop dit besluit is gebaseerd, moet dit besluit met terugwerkende kracht van toepassing zijn met ingang van 1 april 2024 tot en met uiterlijk 1 september 2025,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In afwijking van artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 en de artikelen 143 bis en 144 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 staat de douaneautoriteit van Ierland, indien de door de postaanbieder van het Verenigd Koninkrijk verstrekte elektronische gegevens ontoereikend zijn om een elektronische invoeraangifte te kunnen opstellen, haar nationale postaanbieder toe om goederen in postzendingen in het vrije verkeer te brengen zonder een elektronische invoeraangifte in het nationale invoersysteem in te dienen, mits de goederen in aanmerking komen voor vrijstelling uit hoofde van de artikelen 25, 26 en 27 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 en de artikelen 1 en 2 van Richtlijn 2006/79/EG en door een particulier in het Verenigd Koninkrijk naar een particulier in Ierland zijn verzonden.

Deze goederen moeten nog steeds bij de douane worden aangebracht en kunnen met het oog op risicobeoordeling aan fysieke controles worden onderworpen.

Artikel 2

Dit besluit is van toepassing van 1 april 2024 tot en met 1 september 2025, of totdat Ierland in staat is te voldoen aan de vereisten van de artikelen 143 bis en 144 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446, indien dit eerder is.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot Ierland.

Gedaan te Brussel, 24 oktober 2024.

Voor de Commissie

Paolo Gentiloni

Lid van de Commissie