Home

Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/2851 van de Commissie van 11 november 2024 inzake de goedkeuring van de rekeningen van de betaalorganen van het Verenigd Koninkrijk betreffende de uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) gefinancierde uitgaven in het laatste jaar van uitvoering van de programmeringsperiode 2014-2020 (16 oktober 2022-31 december 2023) (Kennisgeving geschied onder nummer C(2024) 7760)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/2851 van de Commissie van 11 november 2024 inzake de goedkeuring van de rekeningen van de betaalorganen van het Verenigd Koninkrijk betreffende de uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) gefinancierde uitgaven in het laatste jaar van uitvoering van de programmeringsperiode 2014-2020 (16 oktober 2022-31 december 2023) (Kennisgeving geschied onder nummer C(2024) 7760)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013(1), en met name artikel 104,

Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad(2), en met name artikel 51, in samenhang met artikel 138 van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie(3) (“terugtrekkingsakkoord”),

Na raadpleging van het Comité voor de landbouwfondsen,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Overeenkomstig artikel 104, lid 1, tweede alinea, punt a), iv), van Verordening (EU) 2021/2116 blijven artikel 4, lid 1, punt b), artikel 5, artikel 7, lid 3, de artikelen 9, 17, 21 en 34, artikel 35, lid 4, de artikelen 36, 37, 38, 40 tot en met 43, 51, 52, 54, 56, 59, 63, 64, 67, 68, 70 tot en met 75, 77, 91 tot en met 97, 99 en 100, artikel 102, lid 2, en de artikelen 110 en 111 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van toepassing, wat het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) betreft, met betrekking tot de uitgaven die door de begunstigden zijn gedaan en de betalingen die door het betaalorgaan zijn gedaan in het kader van de uitvoering van plattelandsontwikkelingsprogramma’s overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad(4) voor het laatste jaar van uitvoering.

  2. Overeenkomstig artikel 64, tweede alinea, punt a), iv), van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/128 van de Commissie(5) blijven artikel 2, artikel 3, lid 1, eerste alinea, artikel 3, lid 2, artikel 4, lid 1, punt b), de artikelen 5, 6 en 7, 21 tot en met 25, 27, 28 en 29, artikel 30, lid 1, punten a), b) en c), artikel 30, leden 2, 3 en 4, en de artikelen 31 tot en met 40 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van de Commissie(6) van toepassing, wat het Elfpo betreft, met betrekking tot de uitgaven die door de begunstigden zijn gedaan en de betalingen die door het betaalorgaan zijn gedaan in het kader van de uitvoering van plattelandsontwikkelingsprogramma’s overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1305/2013 voor het laatste jaar van uitvoering.

  3. Overeenkomstig artikel 64, tweede alinea, punt c), van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/128 blijven de bijlagen II en III bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 voor het laatste jaar van uitvoering van toepassing voor de doeleinden van artikel 32, punten f) en g), van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/128.

  4. Overeenkomstig artikel 40, tweede alinea, punt a), iv), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/127 van de Commissie(7) blijven de artikelen 5 en 5 bis, artikel 7, leden 3 en 4, artikel 10, artikel 11, lid 1, tweede alinea, artikel 11, lid 2, de artikelen 12 en 13 en artikel 41, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie(8) van toepassing, wat het Elfpo betreft, met betrekking tot de uitgaven die door de begunstigden zijn gedaan en de betalingen die door het betaalorgaan zijn gedaan in het kader van de uitvoering van plattelandsontwikkelingsprogramma’s overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1305/2013 voor het laatste jaar van uitvoering.

  5. Op grond van artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moet de Commissie de rekeningen van de in artikel 7 van die verordening bedoelde betaalorganen goedkeuren op basis van de door het Verenigd Koninkrijk ingediende jaarrekeningen, vergezeld van de voor de goedkeuring van de rekeningen benodigde informatie en een auditoordeel over de volledigheid, nauwkeurigheid en waarheidsgetrouwheid van de rekeningen en de rapporten die door de certificerende instanties zijn opgesteld.

  6. Overeenkomstig artikel 37, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moeten, voor het laatste jaar van uitvoering, de jaarrekeningen uiterlijk zes maanden na de einddatum voor de subsidiabiliteit van de uitgaven als bedoeld in artikel 65, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad(9), bij de Commissie worden ingediend en moeten deze betrekking hebben op de uitgaven die het betaalorgaan heeft gedaan tot en met de einddatum voor de subsidiabiliteit van de uitgaven, die voor het Verenigd Koninkrijk 31 december 2023 was.

  7. Overeenkomstig artikel 37, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moet de Commissie, na ontvangst van het laatste jaarverslag over de voortgang van een plattelandsontwikkelingsprogramma, onder voorbehoud van de beschikbaarheid van middelen, de saldobetaling verrichten op basis van het vigerende financiële plan, de jaarrekeningen van het laatste jaar van uitvoering van het betrokken plattelandsontwikkelingsprogramma en het betrokken goedkeuringsbesluit.

  8. Overeenkomstig artikel 37, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 heeft het Verenigd Koninkrijk niet later dan 30 juni 2024 een volledige boekhouding bij de Commissie ingediend.

  9. De Commissie heeft de informatie van het Verenigd Koninkrijk gecontroleerd en het Verenigd Koninkrijk in kennis gesteld van de resultaten van haar controles en van de door haar voorgestelde wijzigingen.

  10. Voor de betaalorganen van het Verenigd Koninkrijk, namelijk “Department of Agriculture, Environment and Rural Affairs”, “The Scottish Government Rural Payments and Inspections Directorate”, “Welsh Government” en “Rural Payments Agency”, volstaan de rekeningen voor het laatste jaar van uitvoering en de begeleidende stukken om de Commissie in staat te stellen een besluit te nemen over de volledigheid, nauwkeurigheid en waarheidsgetrouwheid van de ingediende rekeningen.

  11. Op grond van artikel 36, lid 3, eerste alinea, punt b), van Verordening (EU) nr. 1306/2013 mogen tussentijdse betalingen worden verricht zolang geen overschrijding plaatsvindt van de totale geprogrammeerde Elfpo-bijdrage. Krachtens artikel 23, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 moet ingeval de gecumuleerde uitgavendeclaraties het voor een maatregel geprogrammeerde totaalbedrag overschrijden, het te betalen bedrag worden begrensd tot het voor die maatregel geprogrammeerde bedrag, onverminderd het maximum als bedoeld in artikel 34, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013. De Commissie moet het begrensde bedrag later vergoeden, na vaststelling van het gewijzigde financiële plan en uiterlijk bij afsluiting van de programmeringsperiode.

  12. Overeenkomstig artikel 75, lid 1, vierde alinea, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 zijn de regels inzake de betalingstermijnen voor plattelandsontwikkelingsmaatregelen in het kader van het geïntegreerd beheers- en controlesysteem van toepassing met ingang van het aanvraagjaar 2019. Voor de verlagingen wegens niet-naleving van de laatste betalingstermijnen, als berekend conform artikel 5 bis van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014, wordt de procedure van de artikelen 40 en 41 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 gevolgd en met die verlagingen moet rekening worden gehouden in het onderhavige besluit voor het laatste jaar van uitvoering. Die verlagingen kunnen indien nodig worden onderzocht in het kader van de conformiteitsgoedkeuringsprocedure uit hoofde van artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013.

  13. Op grond van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moeten de financiële gevolgen van niet-inning van een in verband met onregelmatigheden teruggevorderd bedrag voor 50 % door het Verenigd Koninkrijk worden gedragen indien geen inning heeft plaatsgevonden binnen vier jaar na de datum van de terugvordering of binnen acht jaar na die datum indien over de terugvordering een zaak is aangespannen bij een nationale rechtbank. Krachtens artikel 54, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moet het Verenigd Koninkrijk een gecertificeerde tabel met de bedragen die het op grond van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 zelf moet dragen, voegen bij de jaarrekeningen die het op grond van artikel 29 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 bij de Commissie moet indienen. Uitvoeringsbepalingen voor de verplichting van het Verenigd Koninkrijk om de te innen bedragen mee te delen, zijn vastgelegd in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014. Bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 bevat het model voor de tabel waarin het Verenigd Koninkrijk informatie over de te innen bedragen moet verstrekken. Op basis van de tabellen van het Verenigd Koninkrijk moet de Commissie een besluiten vaststellen over de financiële gevolgen van de bedragen die in verband met onregelmatigheden zijn teruggevorderd, maar na vier of na acht jaar nog niet zijn geïnd.

  14. Op grond van artikel 54, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 kan het Verenigd Koninkrijk in naar behoren gemotiveerde gevallen besluiten de terugvordering niet voort te zetten. Een dergelijk besluit kan alleen worden genomen indien het totaal van de reeds gemaakte en de nog te verwachten terugvorderingskosten hoger is dan het te innen bedrag of indien de inning onmogelijk blijkt als gevolg van de overeenkomstig het nationale recht geconstateerde en erkende insolventie van de debiteur of van de personen die juridisch aansprakelijk zijn voor de onregelmatigheid. Als het besluit is genomen binnen vier jaar na de datum van de terugvordering of binnen acht jaar na die datum indien over de terugvordering een zaak is aangespannen bij een nationale rechtbank, worden de financiële gevolgen van de niet-inning voor 100 % door de begroting van de Unie gedragen. Indien het Verenigd Koninkrijk besluit de terugvordering niet voort te zetten, moeten de desbetreffende bedragen en de redenen voor dat besluit op grond van artikel 29, punt e), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 worden vermeld in de jaarrekeningen. Deze bedragen mogen derhalve niet ten laste van het Verenigd Koninkrijk worden gebracht en worden dus gedragen door de begroting van de Unie.

  15. In het onderhavige besluit moet ook rekening worden gehouden met de bedragen die nog met betrekking tot de programmeringsperiode 2007-2013 in het kader van het Elfpo ten laste van het Verenigd Koninkrijk moeten worden gebracht als gevolg van de toepassing van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013.

  16. Overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moet het onderhavige besluit de besluiten onverlet laten die de Commissie later eventueel neemt om op grond van artikel 52 van die verordening uitgaven van Uniefinanciering uit te sluiten die niet conform het Unierecht zijn gedaan,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De rekeningen van de betaalorganen van het Verenigd Koninkrijk, namelijk “Department of Agriculture, Environment and Rural Affairs”, “The Scottish Government Rural Payments and Inspections Directorate”, “Welsh Government” en “Rural Payments Agency”, betreffende de uitgaven over het laatste jaar van uitvoering die uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) zijn gefinancierd en betrekking hebben op de programmeringsperiode 2014-2020, worden goedgekeurd.

De bedragen die op grond van dit besluit in het kader van elk programma voor plattelandsontwikkeling voor het laatste jaar van uitvoering moeten worden teruggevorderd van of betaald aan het Verenigd Koninkrijk, zijn vermeld in bijlage I bij dit besluit.

Artikel 2

De bedragen die als gevolg van de toepassing van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 in het kader van het Elfpo ten laste van het Verenigd Koninkrijk moeten worden gebracht met betrekking tot de programmeringsperiode 2014-2020 en de programmeringsperiode 2007-2013, zijn vermeld in bijlage II bij dit besluit.

Artikel 3

De verlagingen wegens niet-naleving van de laatste betalingstermijnen die overeenkomstig artikel 75, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 voor elk plattelandsontwikkelingsprogramma zijn toegepast, zijn vermeld in bijlage III bij dit besluit.

Artikel 4

De eindsaldo’s van de plattelandsontwikkelingsprogramma’s 2014-2020 waarvan alle desbetreffende jaarrekeningen van de betrokken betaalorganen zijn goedgekeurd, zijn vermeld in bijlage IV bij dit besluit.

Artikel 5

Artikel 6

BIJLAGE IGoedgekeurde Elfpo-uitgaven per plattelandsontwikkelingsprogramma over het laatste jaar van uitvoering (16 oktober 2022 tot en met 31 december 2023)Van het Verenigd Koninkrijk terug te vorderen of aan het Verenigd Koninkrijk te betalen bedrag per programma

BIJLAGE IIGoedkeuring van de rekeningen van de betaalorganenLaatste jaar van uitvoering (16 oktober 2022 tot en met 31 december 2023) — Elfpo

BIJLAGE IIIGoedkeuring van de rekeningen van de betaalorganenLaatste jaar van uitvoering (16 oktober 2022 tot en met 31 december 2023) — Elfpo

BIJLAGE IVGoedkeuring van de rekeningen van de betaalorganenLaatste jaar van uitvoering (16 oktober 2022 tot en met 31 december 2023) — Elfpo