Het namens de Unie in te nemen standpunt in de Associatieraad die is opgericht bij de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, tijdens zijn volgende vergadering, over de wijziging van Besluit nr. 1/98 van de Associatieraad EG-Turkije betreffende de handelsregeling voor landbouwproducten door de vervanging van het bijbehorende Protocol nr. 3 door een nieuw protocol dat een dynamische verwijzing naar de Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels bevat, wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van de Associatieraad.
Besluit (EU) 2024/3208 van de Raad van 5 december 2024 betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in de Associatieraad die is ingesteld bij de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, over de wijziging van Besluit nr. 1/98 van de Associatieraad EG-Turkije betreffende de handelsregeling voor landbouwproducten door vervanging van het bijbehorende Protocol nr. 3 betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking
Besluit (EU) 2024/3208 van de Raad van 5 december 2024 betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in de Associatieraad die is ingesteld bij de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, over de wijziging van Besluit nr. 1/98 van de Associatieraad EG-Turkije betreffende de handelsregeling voor landbouwproducten door vervanging van het bijbehorende Protocol nr. 3 betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Bij de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije(1) (de “overeenkomst”), werd de Associatieraad EG-Turkije (de “Associatieraad”) ingesteld.
(2) Bij Besluit nr. 1/98 van de Associatieraad EG-Turkije(2) (“Besluit nr. 1/98”) is de handelsregeling voor landbouwproducten tussen Turkije en de Unie vastgesteld.
(3) In Protocol nr. 3 bij Besluit nr. 1/98, zoals gewijzigd bij Besluit nr. 3/2006 van de Associatieraad(3) (“Protocol nr. 3”), wordt het begrip “producten van oorsprong” gedefinieerd en worden methoden van administratieve samenwerking vastgelegd. Op grond van artikel 39 van Protocol nr. 3 kan de Associatieraad besluiten de bepalingen van Protocol nr. 3 te wijzigen.
(4) Op zijn volgende vergadering zal de Associatieraad een besluit vaststellen tot wijziging van Besluit nr. 1/98 door de vervanging van Protocol nr. 3.
(5) Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in de Associatieraad, aangezien het besluit van de Associatieraad rechtsgevolgen zal hebben.
(6) De Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels (de “conventie”) werd door de Unie gesloten bij Besluit 2013/94/EU van de Raad(4) en is voor de Unie op 1 mei 2012 in werking getreden. De conventie bevat bepalingen over de oorsprong van goederen die uit hoofde van de desbetreffende bilaterale vrijhandelsovereenkomsten tussen de partijen bij de conventie (de “partijen”) worden verhandeld, en die bepalingen zijn van toepassing onverminderd de beginselen in die bilaterale vrijhandelsovereenkomsten.
(7) De conventie is gewijzigd bij Besluit nr. 1/2023 van het Gemengd Comité van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels(5) (de “wijziging van de conventie”).
(8) De wijziging van de conventie treedt op 1 januari 2025 voor alle partijen in werking.
(9) In artikel 6 van de conventie is bepaald dat elke partij de nodige maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat de conventie daadwerkelijk wordt toegepast. Daartoe zal de Associatieraad een besluit vaststellen waarbij Protocol nr. 3 wordt vervangen door een nieuw protocol dat een dynamische verwijzing naar de conventie bevat, zodat altijd naar de recentste versie van de geldende conventie wordt verwezen. Zonder een dergelijke verwijzing zou de effectieve toepassing van de wijziging van de conventie niet kunnen worden gegarandeerd, wat gevolgen zou kunnen hebben voor het systeem van diagonale cumulatie uit hoofde van de conventie.
(10) Het standpunt van de Unie in de Associatieraad moet daarom worden gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan, en het verstrijkt op 31 december 2025.
Gedaan te Brussel, 5 december 2024.
Voor de Raad
De voorzitter
Nagy B.
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Bij de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije(1) (de “overeenkomst”), werd de Associatieraad EG-Turkije (de “Associatieraad”) ingesteld.
(2) Bij Besluit nr. 1/98 van de Associatieraad EG-Turkije(2) (“Besluit nr. 1/98”) is de handelsregeling voor landbouwproducten tussen Turkije en de Unie vastgesteld.
(3) In Protocol nr. 3 bij Besluit nr. 1/98, zoals gewijzigd bij Besluit nr. 3/2006 van de Associatieraad(3) (“Protocol nr. 3”), wordt het begrip “producten van oorsprong” gedefinieerd en worden methoden van administratieve samenwerking vastgelegd. Op grond van artikel 39 van Protocol nr. 3 kan de Associatieraad besluiten de bepalingen van Protocol nr. 3 te wijzigen.
(4) Op zijn volgende vergadering zal de Associatieraad een besluit vaststellen tot wijziging van Besluit nr. 1/98 door de vervanging van Protocol nr. 3.
(5) Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in de Associatieraad, aangezien het besluit van de Associatieraad rechtsgevolgen zal hebben.
(6) De Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels (de “conventie”) werd door de Unie gesloten bij Besluit 2013/94/EU van de Raad(4) en is voor de Unie op 1 mei 2012 in werking getreden. De conventie bevat bepalingen over de oorsprong van goederen die uit hoofde van de desbetreffende bilaterale vrijhandelsovereenkomsten tussen de partijen bij de conventie (de “partijen”) worden verhandeld, en die bepalingen zijn van toepassing onverminderd de beginselen in die bilaterale vrijhandelsovereenkomsten.
(7) De conventie is gewijzigd bij Besluit nr. 1/2023 van het Gemengd Comité van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels(5) (de “wijziging van de conventie”).
(8) De wijziging van de conventie treedt op 1 januari 2025 voor alle partijen in werking.
(9) In artikel 6 van de conventie is bepaald dat elke partij de nodige maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat de conventie daadwerkelijk wordt toegepast. Daartoe zal de Associatieraad een besluit vaststellen waarbij Protocol nr. 3 wordt vervangen door een nieuw protocol dat een dynamische verwijzing naar de conventie bevat, zodat altijd naar de recentste versie van de geldende conventie wordt verwezen. Zonder een dergelijke verwijzing zou de effectieve toepassing van de wijziging van de conventie niet kunnen worden gegarandeerd, wat gevolgen zou kunnen hebben voor het systeem van diagonale cumulatie uit hoofde van de conventie.
(10) Het standpunt van de Unie in de Associatieraad moet daarom worden gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD: