Home

Verordening (EU) 2024/341 van de Commissie van 22 januari 2024 tot wijziging van de bijlagen II en V bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat de maximumgehalten aan residuen van diethofencarb, fenoxycarb, flutriafol en pencycuron in of op bepaalde producten betreft

Verordening (EU) 2024/341 van de Commissie van 22 januari 2024 tot wijziging van de bijlagen II en V bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat de maximumgehalten aan residuen van diethofencarb, fenoxycarb, flutriafol en pencycuron in of op bepaalde producten betreft

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad(1), en met name artikel 14, lid 1, punt a), en artikel 18, lid 1, punt b),

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Voor diethofencarb, fenoxycarb, flutriafol en pencycuron zijn maximumresidugehalten (MRL’s) vastgesteld in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005.

  2. De goedkeuring van de werkzame stof diethofencarb is op 31 mei 2021 verstreken en er is geen aanvraag tot verlenging van de goedkeuring ervan ingediend. Alle toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stof bevatten, zijn ingetrokken.

  3. Het MRL voor diethofencarb in en op bananen komt overeen met een invoertolerantie en is op het huidige niveau veilig voor de consument(2). Dat MRL moet daarom overeenkomstig artikel 3, lid 2, punt g), en artikel 14, lid 2, punt e), van Verordening (EG) nr. 396/2005 in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden gehandhaafd.

  4. Voor diethofencarb in en op peren, wijndruiven, tomaten en aubergines zijn de bestaande MRL’s gebaseerd op het gebruik ervan in de Unie. Als gevolg van de intrekking van de toelatingen voor het gebruik van die stof moeten de MRL’s voor diethofencarb in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden geschrapt overeenkomstig artikel 17 juncto artikel 14, lid 1, punt a), van Verordening (EG) nr. 396/2005. De MRL’s voor die producten moeten daarom in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005 overeenkomstig artikel 18, lid 1, punt b), van die verordening worden vastgesteld op de bepaalbaarheidsgrens. Aangezien die MRL’s worden geschrapt, is er bovendien geen behoefte aan aanvullende informatie en moeten de desbetreffende voetnoten die wijzen op een gebrek aan informatie over residuproeven voor peren en wijndruiven en over de stabiliteit bij opslag voor peren, wijndruiven, tomaten en aubergines worden geschrapt.

  5. De goedkeuring van de werkzame stof fenoxycarb is op 31 mei 2021 verstreken en er is geen aanvraag tot verlenging ingediend. Alle toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stof bevatten, zijn ingetrokken.

  6. Voor fenoxycarb in en op pecannoten, walnoten, appelen, peren, kweeperen, mispels, loquats/Japanse mispels, perziken, pruimen, tafeldruiven, wijndruiven, tafelolijven en olijven voor oliewinning waren de bestaande MRL’s gebaseerd op het gebruik ervan in de Unie. Als gevolg van de intrekking van de toelatingen voor het gebruik van die stof moeten de MRL’s voor fenoxycarb in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden geschrapt overeenkomstig artikel 17 juncto artikel 14, lid 1, punt a), van Verordening (EG) nr. 396/2005. De MRL’s voor die producten moeten daarom in bijlage V bij Verordening (EG) nr. 396/2005 overeenkomstig artikel 18, lid 1, punt b), van die verordening worden vastgesteld op de bepaalbaarheidsgrens. Aangezien die MRL’s worden geschrapt, is er bovendien geen behoefte aan aanvullende informatie en moet de desbetreffende voetnoot die wijst op een gebrek aan informatie over residuproeven voor tafelolijven worden geschrapt.

  7. De goedkeuring van de werkzame stof flutriafol is op 31 mei 2021 verstreken. Overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2021/726 van de Commissie(3) was een aanvraag tot verlenging van de goedkeuring ingediend, die echter niet langer door de aanvrager werd ondersteund. Alle toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stof bevatten, zijn ingetrokken.

  8. De MRL’s voor flutriafol in en op tafeldruiven, bananen, tomaten, paprika’s, sla, pinda’s/aardnoten, koolzaad, sojabonen, katoenzaad, sorghum, tarwe en koffiebonen zijn gebaseerd op Codex-MRL’s (“CXL’s”) en zijn veilig voor de consument op de huidige niveaus(4)(5). Deze MRL’s moeten daarom worden gehandhaafd overeenkomstig artikel 3, lid 2, punt e), en artikel 14, lid 2, punt e), van Verordening (EG) nr. 396/2005.

  9. Het MRL voor flutriafol in en op suikerbiet is gebaseerd op een gebruik van die stof in de Unie dat niet langer is toegestaan. De laagst beschikbare CXL voor dat product is echter ook veilig voor de consument 5. Dat MRL moet daarom overeenkomstig artikel 3, lid 2, punt e), en artikel 14, lid 2, punt e), van Verordening (EG) nr. 396/2005 in bijlage II bij die verordening worden verlaagd tot de overeenkomstige CXL.

  10. De MRL’s voor flutriafol in en op appelen, peren, kweeperen, mispels, loquats/Japanse mispels, kersen (zoet), perziken, pruimen, wijndruiven, aardbeien, Cucurbitaceae met eetbare schil, Cucurbitaceae met niet-eetbare schil en hop zijn gebaseerd op invoertoleranties en zijn veilig voor de consument4(6)(7)(8)(9). Die MRL’s moeten daarom op de bestaande niveaus worden gehandhaafd overeenkomstig artikel 3, lid 2, punt g), en artikel 14, lid 2, punt e), van Verordening (EG) nr. 396/2005.

  11. Voor flutriafol in en op rode bieten, mosterdzaad, huttentutzaad, rijst en rogge zijn de bestaande MRL’s gebaseerd op toepassingen in de Unie. Als gevolg van de intrekking van de toelatingen voor het gebruik van die stof moeten de MRL’s voor flutriafol in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden geschrapt overeenkomstig artikel 17 juncto artikel 14, lid 1, punt a), van Verordening (EG) nr. 396/2005. De MRL’s voor die producten moeten daarom in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005 overeenkomstig artikel 18, lid 1, punt b), van die verordening worden vastgesteld op de bepaalbaarheidsgrens.

  12. De goedkeuring van de werkzame stof pencycuron is op 31 mei 2021 verstreken en er is geen aanvraag tot verlenging ingediend. Alle toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die pencycuron bevatten, zijn ingetrokken. Het is derhalve passend om de in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005 voor deze stof vastgestelde MRL’s te schrappen overeenkomstig artikel 17 in samenhang met artikel 14, lid 1, punt a), van die verordening. De MRL’s voor alle producten moeten daarom in bijlage V bij Verordening (EG) nr. 396/2005 overeenkomstig artikel 18, lid 1, punt b), van die verordening worden vastgesteld op de bepaalbaarheidsgrens.

  13. De Commissie heeft de referentielaboratoria van de Europese Unie voor bestrijdingsmiddelenresiduen geraadpleegd over de noodzaak van de aanpassing van bepaalde bepaalbaarheidsgrenzen. Voor alle werkzame stoffen die onder deze verordening vallen, hebben die laboratoria productspecifieke bepaalbaarheidsgrenzen voorgesteld die analytisch haalbaar zijn.

  14. De handelspartners van de Unie zijn via de Wereldhandelsorganisatie over de nieuwe MRL’s geraadpleegd en er is rekening gehouden met hun opmerkingen.

  15. Verordening (EG) nr. 396/2005 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

  16. Deze verordening moet voorzien in een overgangsregeling voor producten die vóór de wijziging van de MRL's rechtmatig werden vervaardigd en waarvoor uit de informatie is gebleken dat een hoog niveau van consumentenbescherming wordt gehandhaafd, zodat deze op een normale wijze in de handel gebracht, verwerkt en geconsumeerd kunnen worden.

  17. Er moet worden voorzien in een redelijke termijn voordat de nieuwe MRL’s van toepassing worden, zodat de lidstaten, derde landen en de exploitanten van levensmiddelenbedrijven zich kunnen aanpassen aan de eisen die uit de aanpassing van de desbetreffende MRL’s voortvloeien.

  18. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen II en V bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Verordening (EG) nr. 396/2005 blijft in de versie die vóór de wijziging uit hoofde van deze verordening van kracht was, van toepassing op producten die vóór 12 augustus 2024 in de Unie zijn geproduceerd of ingevoerd.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 12 augustus 2024.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 januari 2024.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula von der Leyen

BIJLAGE

BIJLAGE II-1

BIJLAGE V-1