Home

Uitvoeringsverordening (EU) 2024/833 van de Commissie van 11 maart 2024 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1768/95 van de Commissie wat betreft de aansprakelijkheid voor schade op grond van artikel 94, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad

Uitvoeringsverordening (EU) 2024/833 van de Commissie van 11 maart 2024 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1768/95 van de Commissie wat betreft de aansprakelijkheid voor schade op grond van artikel 94, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht(1), en met name artikel 14, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. In Verordening (EG) nr. 1768/95 van de Commissie(2) zijn overeenkomstig artikel 14, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2100/94 uitvoeringsbepalingen betreffende de afwijking ten gunste van landbouwers vastgesteld. Artikel 18, lid 2, van die verordening voorziet met name in de aansprakelijkheid voor de vergoeding van verdere schade overeenkomstig artikel 94, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2100/94 in geval van niet-nakoming van de verplichting met betrekking tot een of meer rassen van dezelfde houder.

  2. Op 16 maart 2023 heeft het Hof van Justitie in zijn arrest in zaak C-522/21(3) artikel 18, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1768/95 ongeldig verklaard. Het Hof heeft gepreciseerd dat artikel 18, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1768/95 in strijd is met artikel 94, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2100/94, zoals uitgelegd door het Hof, voor zover daarbij het bedrag van de verschuldigde vergoeding wordt vastgesteld in verhouding tot de licentievergoeding, een onweerlegbaar vermoeden betreffende de minimale omvang van de door de houder geleden schade wordt ingevoerd en de beoordelingsbevoegdheid van de aangezochte rechter wordt beperkt.

  3. Daarom moet die bepaling worden geschrapt.

  4. Bovendien moet die bepaling worden vervangen door een nieuwe, om ervoor te zorgen dat artikel 94, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2100/94 wordt nageleefd en om de rechtmatige belangen van de kweker en de landbouwer te beschermen.

  5. Zoals de ervaring heeft geleerd, bestaat alle andere schade overeenkomstig artikel 94, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2100/94 gewoonlijk uit de kosten van de onderzoeken die de houder heeft uitgevoerd om de omvang van die niet-nakoming vast te stellen en te beoordelen.

  6. Daarom moet in artikel 18, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1768/95 worden aangegeven dat dergelijke kosten een relevant element kunnen zijn voor de berekening van alle andere door de houder geleden schade als gevolg van een opzettelijke of uit onachtzaamheid begane inbreuk op de rechten van de houder uit hoofde van artikel 14, lid 3, vierde streepje, van Verordening (EG) nr. 2100/94. Verordening (EG) nr. 1768/95 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

  7. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor kwekersrechten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1 Wijziging van Verordening (EG) nr. 1768/95

Artikel 18, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1768/95 wordt vervangen door:

“2.

Wanneer een dergelijke persoon opzettelijk of uit onachtzaamheid zijn verplichting uit hoofde van artikel 14, lid 3, vierde streepje, van de basisverordening met betrekking tot een of meer rassen van dezelfde houder niet is nagekomen, kan de vergoeding aan de houder van alle andere daardoor ontstane schade overeenkomstig artikel 94, lid 2, van de basisverordening, de kosten omvatten van de onderzoeken die de houder heeft uitgevoerd om de omvang van die niet-nakoming vast te stellen en te beoordelen.”.

Artikel 2 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 11 maart 2024.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula von der Leyen