Home

Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1234 van de Commissie van 2 mei 2024 tot rectificatie van Uitvoeringsverordeningen (EU) 2023/1596, (EU) 2023/1595, (EU) 2023/711, (EU) 2022/269 en (EU) 2019/1198

Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1234 van de Commissie van 2 mei 2024 tot rectificatie van Uitvoeringsverordeningen (EU) 2023/1596, (EU) 2023/1595, (EU) 2023/711, (EU) 2022/269 en (EU) 2019/1198

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie(1), en met name artikel 9, lid 5,

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1198 van de Commissie van 12 juli 2019 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op tafel- en keukengerei van keramiek van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036(2) (“de oorspronkelijke verordening”), en met name artikel 2,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Op 13 mei 2013 heeft de Raad bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 412/2013(3) een definitief antidumpingrecht ingesteld op tafel- en keukengerei van keramiek (“het betrokken product”) van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“de VRC”) dat in de Unie wordt ingevoerd.

  2. Op 12 juli 2019 heeft de Commissie, na een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036, de bij de oorspronkelijke verordening ingestelde maatregelen bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1198 met nog eens vijf jaar verlengd.

  3. In het kader van het oorspronkelijke onderzoek werd overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) 2016/1036 een steekproef van de producenten-exporteurs in de VRC samengesteld.

  4. In het oorspronkelijke onderzoek had de Commissie voor de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs individuele antidumpingrechten variërend van 13,1 % tot 18,3 % op het betrokken product uit de VRC ingesteld. Voor de medewerkende producenten-exporteurs die niet in de steekproef waren opgenomen, werd een antidumpingrecht van 17,9 % ingesteld. Bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1198 bevat een lijst van niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs. Voorts werd een voor het gehele land geldend antidumpingrecht van 36,1 % ingesteld op het betrokken product afkomstig van ondernemingen in de VRC die zich niet kenbaar hadden gemaakt of die niet aan het onderzoek hadden meegewerkt.

  5. Op 28 november 2019 heeft de Commissie, na een onderzoek naar ontwijking op grond van artikel 13, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1036, Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1198 gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2131(4). Onder andere werd in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1198 de lijst van niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs gewijzigd.

  6. Volgens artikel 2 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1198 kan bijlage I bij die verordening worden gewijzigd door aan een nieuwe producent-exporteur het recht toe te kennen dat van toepassing is op de niet in de steekproef opgenomen medewerkende ondernemingen, te weten het gewogen gemiddeld recht van 17,9 %, wanneer die nieuwe producent exporteur in de VRC ten genoegen van de Commissie aantoont dat:

    1. hij het betrokken product gedurende het onderzoektijdvak waarop de maatregelen zijn gebaseerd, d.w.z. van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011 (“het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek”), niet naar de Unie heeft uitgevoerd;

    2. hij niet verbonden is met een exporteur of producent in de VRC voor wie de bij de oorspronkelijke verordening ingestelde antidumpingmaatregelen gelden, en

    3. hij het betrokken product na het einde van het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek daadwerkelijk naar de Unie heeft uitgevoerd of een onherroepelijke contractuele verplichting is aangegaan om een aanzienlijke hoeveelheid van dit product naar de Unie uit te voeren.

  7. Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1198 is herhaaldelijk gewijzigd naar aanleiding van de conclusie van nieuwe onderzoeken voor producenten-exporteurs waarbij de producenten-exporteurs ten genoegen van de Commissie hebben aangetoond dat zij aan de in overweging (6) genoemde criteria voldeden.

  8. In het dispositief van vier Uitvoeringsverordeningen van de Commissie tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1198 wordt echter ten onrechte verwezen naar Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2131 in plaats van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1198.

  9. Daarom moeten Uitvoeringsverordeningen (EU) 2023/1596(5), (EU) 2023/1595(6), (EU) 2023/711(7) en (EU) 2022/269(8) dienovereenkomstig worden gerectificeerd.

  10. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1596 van de Commissie wordt de aanhef vervangen door:

“De volgende onderneming wordt toegevoegd aan de lijst van niet in de steekproef opgenomen medewerkende ondernemingen in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1198:”.

Artikel 2

In artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1595 van de Commissie wordt de aanhef vervangen door:

“De volgende onderneming wordt toegevoegd aan de lijst van niet in de steekproef opgenomen medewerkende ondernemingen in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1198:”.

Artikel 3

In artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/711 van de Commissie wordt de aanhef vervangen door:

“De volgende onderneming wordt toegevoegd aan de lijst van niet in de steekproef opgenomen medewerkende ondernemingen in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1198:”.

Artikel 4

In artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/269 van de Commissie wordt de aanhef vervangen door:

“De volgende onderneming wordt toegevoegd aan de lijst van niet in de steekproef opgenomen medewerkende ondernemingen in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1198:”.

Artikel 5