Protocol nr. 3 betreffende het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie (“het Statuut”) wordt als volgt gewijzigd:
-
Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:
-
de eerste en de tweede alinea worden vervangen door:
;“In de in artikel 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bedoelde gevallen wordt van de beslissing van de nationale rechterlijke instantie die de procedure schorst en een beroep doet op het Hof van Justitie, aan het Hof kennisgegeven op initiatief van die nationale rechterlijke instantie. De griffier van het Hof geeft van deze beslissing vervolgens kennis aan de betrokken partijen, de lidstaten, het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Europese Centrale Bank, alsmede aan de instelling, het orgaan of de instantie van de Unie die de handeling waarvan de geldigheid of de uitlegging wordt betwist, heeft vastgesteld.
Binnen twee maanden na deze kennisgeving hebben de partijen, de lidstaten, de Commissie en, wanneer zij van mening zijn dat zij een bijzonder belang hebben bij de in het verzoek om een prejudiciële beslissing aan de orde gestelde kwesties, het Europees Parlement, de Raad en de Europese Centrale Bank het recht memories of schriftelijke opmerkingen in te dienen bij het Hof van Justitie. In voorkomend geval heeft de instelling, het orgaan of de instantie die de handeling waarvan de geldigheid of de uitlegging wordt betwist, heeft vastgesteld, ook het recht om memories of schriftelijke opmerkingen in te dienen.”
-
de volgende alinea wordt toegevoegd:
“Memories of schriftelijke opmerkingen die een belanghebbende op grond van dit artikel heeft ingediend, worden binnen een redelijke termijn na de beëindiging van de zaak gepubliceerd op de website van het Hof van Justitie van de Europese Unie, tenzij die belanghebbende bezwaar maakt tegen de publicatie van zijn schriftelijke stukken”.
-
-
Het volgende artikel wordt ingevoegd:
Het Gerecht wordt voor de behandeling van de overeenkomstig artikel 50 ter doorgezonden verzoeken om een prejudiciële beslissing bijgestaan door een of meer advocaten-generaal.
In overeenstemming met het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, kiezen de rechters van het Gerecht uit hun midden de leden die de functie van advocaat-generaal zullen uitoefenen. In de periode waarin die leden de functie van advocaat-generaal uitoefenen, mogen zij niet als rechter zetelen in zaken betreffende verzoeken om een prejudiciële beslissing.
Voor elk verzoek om een prejudiciële beslissing wordt de advocaat-generaal gekozen uit de voor die functie gekozen rechters die behoren tot een andere kamer dan die waaraan het betrokken verzoek is toegewezen.
De rechters die worden gekozen om de in de tweede alinea bedoelde functies uit te oefenen, worden gekozen voor een periode van drie jaar. Zij zijn eenmaal herbenoembaar.”.
-
Artikel 50 wordt als volgt gewijzigd:
-
de tweede en derde alinea worden vervangen door:
;“Het Gerecht kan ook zitting houden in Grote kamer, in een kamer die het midden houdt tussen de kamers van vijf rechters en de Grote kamer, of in enkelvoudige kamer.
Het Reglement voor de procesvoering regelt de samenstelling van de kamers en bepaalt de omstandigheden en voorwaarden waaronder het Gerecht zitting houdt in de verschillende rechtsprekende formaties.”
-
de volgende alinea wordt toegevoegd:
“Het Gerecht houdt, wanneer de zaak overeenkomstig artikel 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aanhangig is gemaakt, zitting in Middelgrote kamer indien een lidstaat of een instelling van de Unie die partij is bij het geding daar om verzoekt.”.
-
-
Het volgende artikel wordt ingevoegd:
Het Gerecht is bevoegd kennis te nemen van de verzoeken om een prejudiciële beslissing op grond van artikel 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie die uitsluitend betrekking hebben op een of meer van de volgende specifieke aangelegenheden:
-
het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde;
-
accijnzen;
-
het douanewetboek;
-
de tariefindeling van goederen in de gecombineerde nomenclatuur;
-
compensatie voor en bijstand aan passagiers bij instapweigering of bij vertraging of annulering van vervoersdiensten;
-
het systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten.
Niettegenstaande de eerste alinea blijft het Hof van Justitie bevoegd kennis te nemen van verzoeken om een prejudiciële beslissing die opzichzelfstaande vragen opwerpen over de uitlegging van primair recht, internationaal publiekrecht, algemene Unierechtelijke beginselen of het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
Alle verzoeken op grond van artikel 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden ingediend bij het Hof van Justitie. Nadat het zo spoedig mogelijk en overeenkomstig de in zijn Reglement voor de procesvoering uiteengezette nadere bepalingen heeft vastgesteld dat een verzoek uitsluitend betrekking heeft op een of meer van de in de eerste alinea van dit artikel genoemde aangelegenheden, zendt het Hof van Justitie dat verzoek door aan het Gerecht.
Verzoeken om een prejudiciële beslissing waarvan het Gerecht kennisneemt op grond van artikel 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden toegewezen aan de kamers die daartoe zijn aangewezen overeenkomstig de in zijn Reglement voor de procesvoering uiteengezette nadere bepalingen.”.
-
-
In artikel 54 wordt de tweede alinea vervangen door:
“Wanneer het Gerecht vaststelt dat het niet bevoegd is kennis te nemen van een beroep of een verzoek om een prejudiciële beslissing waarvoor het Hof van Justitie bevoegd is, verwijst het dat beroep of verzoek naar het Hof van Justitie. Evenzo, wanneer het Hof van Justitie vaststelt dat een beroep of een verzoek om een prejudiciële beslissing tot de bevoegdheid van het Gerecht behoort, verwijst het dat beroep of verzoek naar het Gerecht, dat zich dan niet onbevoegd kan verklaren.”.
-
Artikel 58 bis wordt vervangen door:
Een hogere voorziening tegen een uitspraak van het Gerecht over een besluit van een onafhankelijke kamer van beroep van een van de volgende organen en instanties van de Unie zal niet worden behandeld, tenzij het Hof van Justitie eerst beslist dat het daarvan kennis moet kunnen nemen:
-
het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie;
-
het Communautair Bureau voor plantenrassen;
-
het Europees Agentschap voor chemische stoffen;
-
het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart;
-
het Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators;
-
de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad;
-
de Europese Bankautoriteit;
-
de Europese Autoriteit voor effecten en markten;
-
de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen;
-
het Spoorwegbureau van de Europese Unie.
De in de eerste alinea bedoelde procedure is ook van toepassing op hogere voorzieningen tegen:
-
beslissingen van het Gerecht over een besluit van een onafhankelijke kamer van beroep die binnen enig ander orgaan of enige andere instantie van de Unie is ingesteld na 1 mei 2019, en die eerst moet worden aangezocht voordat een beroep kan worden ingesteld bij het Gerecht;
-
beslissingen van het Gerecht over de uitvoering van een overeenkomst die een arbitragebeding bevat in de zin van artikel 272 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
De hogere voorziening wordt overeenkomstig de bepalingen van het Reglement voor de procesvoering geheel of gedeeltelijk toegelaten wanneer daarbij een vraag aan de orde komt die belangrijk is voor de eenheid, de samenhang of de ontwikkeling van het Unierecht.
De beslissing aangaande de toelaatbaarheid van de hogere voorziening wordt met redenen omkleed en bekendgemaakt.”.
-
-
Het volgende artikel wordt in titel V van het Statuut ingevoegd:
Alvorens een verzoek of een voorstel tot wijziging van dit Statuut in te dienen, houdt het Hof van Justitie of de Commissie, naargelang het geval, uitgebreide raadplegingen.”.