Home

Uitvoeringsverordening (EU) 2024/3201 van de Commissie van 18 december 2024 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1268 tot uitbreiding van de bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/433 ingestelde definitieve compenserende rechten op koudgewalste platte producten van roestvrij staal van oorsprong uit Indonesië tot koudgewalste platte producten van roestvrij staal verzonden vanuit Taiwan, Turkije en Vietnam, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Taiwan, Turkije en Vietnam

Uitvoeringsverordening (EU) 2024/3201 van de Commissie van 18 december 2024 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1268 tot uitbreiding van de bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/433 ingestelde definitieve compenserende rechten op koudgewalste platte producten van roestvrij staal van oorsprong uit Indonesië tot koudgewalste platte producten van roestvrij staal verzonden vanuit Taiwan, Turkije en Vietnam, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Taiwan, Turkije en Vietnam

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie(1), en met name artikel 23,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/433(2) heeft de Europese Commissie (“de Commissie”) naar aanleiding van een antisubsidieonderzoek (“het oorspronkelijke antisubsidieonderzoek”) definitieve compenserende rechten ingesteld op koudgewalste platte producten van roestvrij staal (“SSCR”) van oorsprong uit onder meer Indonesië. De maatregelen bestonden uit een ad-valoremrecht van 0 tot 21,4 %, met een residueel recht van 20,5 % voor alle niet-meewerkende Indonesische ondernemingen (“de oorspronkelijke antisubsidiemaatregelen”).

  2. Op 3 juli 2023 heeft de European Steel Association (Eurofer) overeenkomstig artikel 23, lid 4, en artikel 24, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1037 (“de antisubsidiebasisverordening”) een verzoek ingediend om een onderzoek in te stellen naar de mogelijke ontwijking van de oorspronkelijke antisubsidiemaatregelen door de invoer van SSCR verzonden vanuit Taiwan, Turkije en Vietnam. Op 15 augustus 2023 heeft de Commissie op basis van het verzoek, dat gegrond was bevonden, bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1631(3) een antiontwijkingsonderzoek geopend (“het antiontwijkingsonderzoek”).

  3. Na het antiontwijkingsonderzoek heeft de Commissie bij Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1268(4) het residuele recht van 20,5 % uitgebreid tot SSCR verzonden vanuit Taiwan, Turkije en Vietnam, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Taiwan, Turkije en Vietnam. Aan een aantal producenten in Taiwan, Turkije en Vietnam die om vrijstelling hadden verzocht en niet bij ontwijkingspraktijken betrokken bleken te zijn, werd vrijstelling van de uitbreiding van het recht verleend. Lam Khang Joint Stock Company (“Lam Khang”), een van de Vietnamese producenten die om vrijstelling van de uitbreiding van de rechten hadden verzocht, werd die vrijstelling om de in de overwegingen 173, 174 en 175 van Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1268 uiteengezette redenen geweigerd.

  4. Op 3 juli 2024 heeft Lam Khang op grond van artikel 263, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bij het Gerecht van de Europese Unie beroep tot nietigverklaring van Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1268 ingesteld.

  5. In zijn verzoekschrift bij het Gerecht stelde Lam Khang onder meer dat de Commissie bij de behandeling van een argument van Lam Khang na de mededeling van feiten en overwegingen een inhoudelijke fout had gemaakt bij de analyse van bewijsmateriaal dat tijdens het onderzoek was verstrekt.

  6. Bij controle van de gegevens is gebleken dat de Commissie voor de vaststelling van het prijsverschil tussen warmgewalste rollen van roestvrij staal van klasse 304 (“SSHR 304”) die door Lam Khang uit Indonesië werd ingevoerd en hetzelfde product dat uit andere bronnen werd ingevoerd, zoals vermeld in overweging 173 van Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1268, inderdaad een onvolledige reeks gegevens heeft gebruikt. Bij gebruik van de volledige reeks gegevens bleek de aankoopprijs die Lam Khang betaalde voor Indonesische SSHR 304 gemiddeld hoger te zijn dan die voor SSHR 304 van andere leveranciers.

  7. Bijgevolg kon de in overweging 174 van Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1268 geformuleerde conclusie dat delen van het ingevoerde soortgelijke product de subsidies ontvingen die in het oorspronkelijke onderzoek waren vastgesteld, niet worden getrokken op basis van de prijsverschillen zoals vermeld in overweging 173 van die verordening. Aangezien er met betrekking tot Lam Khang geen ander bewijsmateriaal was dat erop wees dat deze producent voor delen van het ingevoerde soortgelijke product de subsidies ontving die in het oorspronkelijke onderzoek waren vastgesteld, concludeerde de Commissie dat Lam Khang voldeed aan de voorwaarden voor vrijstelling op grond van artikel 23, lid 6, van de antisubsidiebasisverordening, zodat zijn verzoek om vrijstelling had moeten worden ingewilligd.

  8. Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1268 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

  9. De vrijstelling van Lam Khang van de compenserende rechten geldt sinds de inwerkingtreding van Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1268 (namelijk met ingang van 8 mei 2024). De douaneautoriteiten wordt opgedragen de op grond van artikel 1, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1268 ingestelde rechten op door Lam Khang vervaardigde goederen niet te innen en het tot dusver eventueel te veel geïnde bedrag overeenkomstig de toepasselijke douanewetgeving terug te betalen.

  10. Tot slot werd het om administratieve redenen die los staan van hetgeen voorafgaat passend geacht de aanvullende Taric-code van de Taiwanese producent-exporteur Chia Far Industrial Factory Co., Ltd te wijzigen.

  11. Op 3 oktober 2024 heeft de Commissie aan alle belanghebbenden de belangrijkste feiten en overwegingen meegedeeld die tot voornoemde conclusies hebben geleid, en heeft zij de belanghebbenden verzocht om opmerkingen in te dienen.

  12. In haar opmerkingen over de mededeling van feiten en overwegingen verzette Eurofer zich tegen de wijziging, waarvoor zij verschillende argumenten aanvoerde. De grieven van Eurofer werden onderverdeeld in grieven die betrekking hebben op de door de Commissie gevolgde procedure, en grieven die betrekking hebben op de inhoud van de wijziging. Beide onderverdelingen van de argumenten worden hieronder samengevat en behandeld.

  13. Wat de procedure betreft, stelde Eurofer dat de Commissie, door met haar wijziging te pogen “de procedure bij het Gerecht te omzeilen”, zonder rechtsgrondslag heeft gehandeld. De Commissie heeft ofwel de facto een gedeeltelijk nieuw onderzoek van de maatregelen geopend zonder de toepasselijke procedures te volgen, ofwel het onderzoek na de toepasselijke termijn voortgezet. Hoe dan ook zouden wezenlijke vormvoorschriften zijn geschonden. Volgens Eurofer kan de Commissie een afgesloten onderzoek alleen heropenen in geval van een uitspraak van de Unierechter of “na een besluit tot tenuitvoerlegging van aanbevelingen van het geschillenbeslechtingsorgaan van de WTO”. Ten slotte zou de Commissie haar voornemen om de fout te corrigeren en Lam Khang vrijstelling te verlenen, niet naar behoren kenbaar hebben gemaakt, aangezien de mededeling van feiten en overwegingen plaatsvond nadat het onderzoek was afgesloten.

  14. Zoals uiteengezet in de overwegingen 6 en 7, heeft de Commissie in het kader van een procedure voor het Gerecht een inhoudelijke fout vastgesteld in de onderbouwing van haar redenering om Lam Khang geen vrijstelling te verlenen. Anders dan gesteld, beperkt de rechtspraak waarnaar Eurofer in haar opmerkingen verwijst(5) de mogelijkheid van de Commissie om onderzoeken te heropenen niet alleen tot gevallen waarin er sprake is van een uitspraak van de Unierechter of een aanbeveling van het geschillenbeslechtingsorgaan van de WTO. Reeds lang wordt erkend dat indien een fout wordt vastgesteld nadat de administratieve procedure is afgesloten, de Commissie de mogelijkheid heeft om de fout te corrigeren in het stadium waarin zij werd gemaakt(6). De Commissie is niet verplicht de procedure te hervatten door verder terug te gaan dan dat precieze punt(7). De door de Commissie in deze zaak vastgestelde fout is begaan in de laatste fase van het onderzoek, namelijk tijdens de beoordeling van de opmerkingen over de mededeling van feiten en overwegingen. De prijsvergelijking waarbij de fout is gemaakt, ging weliswaar in op de opmerkingen over de mededeling van feiten en overwegingen, maar ondersteunde de conclusie waartoe de Commissie oorspronkelijk was gekomen; zij werd derhalve niet opnieuw aan Lam Khang meegedeeld. Lam Khang heeft tijdens het onderzoek met andere woorden geen opmerkingen kunnen maken over de juistheid van de prijsvergelijking. In dat stadium beschikte de Commissie echter over de nodige gegevens voor de vereiste nieuwe analyse en was zij dus niet verplicht het vooronderzoek van de zaak te hervatten(8). Aangezien zowel het recht van Lam Khang als dat van Eurofer om te worden gehoord en bij de procedure te worden betrokken bij de vaststelling van het oorspronkelijke besluit in acht is genomen (Eurofer heeft niet het tegendeel beweerd), vereist de wijziging niet dat de formele onderzoeksprocedure wordt heropend(9). Hieruit volgt dat de grieven van Eurofer met betrekking tot de rechtsgrondslag van de wijziging, de genomen procedurele stappen en de mededeling van feiten en overwegingen ongegrond waren en dus door de Commissie worden afgewezen. De Commissie merkte voorts op dat Eurofer in de gelegenheid is gesteld opmerkingen te maken over de voorgestelde wijziging en dat haar procedurele rechten derhalve volledig zijn geëerbiedigd.

  15. Ten gronde stelde Eurofer dat, ondanks de in de overwegingen 6 en 7 beschreven fout, “voor de door Lam Khang gebruikte delen duidelijk nog steeds de in het oorspronkelijke onderzoek vastgestelde subsidies worden ontvangen”. Dit argument werd gebaseerd op de veronderstelling dat bij de beoordeling of “het ingevoerde soortgelijke product en/of delen daarvan nog steeds gesubsidieerd worden” in de zin van artikel 23, lid 3, van de basisverordening, “de bepalende factor is of deze subsidies nog steeds van toepassing zijn”. Volgens Eurofer was de prijsvergelijking, waarbij de fouten zijn gemaakt, ongeoorloofd. Dit argument werd ondersteund door het feit dat geen aanvullende toetsing is verricht bij het vaststellen van ontwijking voor het gehele land voor Vietnam en voor ontwijking door Trixon TNT en Yongjin. Bovendien zou de prijsvergelijking zinloos zijn, aangezien SSHR uit China zelf oneerlijk was geprijsd en werd gesubsidieerd, en de vergelijking geen rekening hield met productsoorten.

  16. Er zij aan herinnerd dat uit het oorspronkelijke onderzoek is gebleken dat niet alleen de productie van SSCR, maar ook de delen die worden gebruikt voor de productie van SSCR, waaronder SSHR en platen, werden gesubsidieerd(10). Tijdens het onderzoek werd geen bewijs gevonden waaruit blijkt dat die subsidiëring is stopgezet of dat de in Indonesië geproduceerde platen en SSHR niet langer werden gesubsidieerd, of dat dergelijke in Vietnam ingevoerde delen niet langer werden gesubsidieerd(11). Daarom werd geconcludeerd dat delen van het soortgelijke ingevoerde product nog steeds werden gesubsidieerd. Deze conclusie werd betwist door Lam Khang, die stelde dat op basis van de rechtspraak van de Unie en de WTO het vermoeden van doorberekening van subsidiëring in het geval van marktconforme transacties tussen niet-verbonden partijen niet toelaatbaar is. Aangezien Lam Khang zijn Indonesische inputs betrok bij niet-verbonden handelaren, bestond het enige bewijs dat erop wees dat de relevante transacties niet marktconform waren uit een prijsvergelijking, die onjuist bleek te zijn. De Commissie merkte op dat Eurofer het bestaan van de in de overwegingen 6 en 7 beschreven fout niet betwist.

  17. Voortzetting van subsidiëring van delen kan, bij gebrek aan bewijs van het tegendeel, volstaan om te concluderen dat de subsidies nog steeds ten goede komen aan delen in derde landen. Die conclusie kan echter op basis van aanvullend bewijs worden weerlegd. In dit geval is die conclusie niet aangevochten voor Vietnam als geheel of voor Trixon TNT en Yongjin. De conclusie voor het land in zijn geheel bleek in het specifieke geval van Lam Khang echter niet passend te zijn wegens de wijze waarop deze producent de betrokken onderdelen kocht, waardoor verdere toetsing (waaronder een prijsvergelijking) niet alleen toelaatbaar, maar ook noodzakelijk was om te onderzoeken of de subsidies nog steeds ten goede kwamen aan de door Lam Khang gekochte delen. Wat de geschiktheid van prijsvergelijkingen tussen Chinese en Indonesische inputs betreft, merkte de Commissie op dat die vergelijking het enige bewijsmateriaal was waarover de Commissie beschikte om aan te tonen dat de door Lam Khang betaalde prijzen niet marktconform waren. Aangezien noch Eurofer, noch enige andere belanghebbende bewijsmateriaal heeft verstrekt om aan te tonen dat de desbetreffende prijzen niet marktconform waren, moet de conclusie dat er geen bewijs was dat de door Lam Khang gebruikte delen werden gesubsidieerd, worden gehandhaafd. De inhoudelijke argumenten van Eurofer werden dan ook afgewezen.

  18. Ten slotte stelde Eurofer dat, nu de Commissie “van na het onderzoek daterende informatie” heeft gebruikt om haar bevindingen te herzien, “zij ook de aan andere ondernemingen verleende vrijstellingen moet herzien aan de hand van die “nieuwe feiten’”. Eurofer stelde vervolgens dat de Commissie het onderzoek moest heropenen en in wezen moest nagaan of invoer uit China in werkelijkheid uit Indonesië komt.

  19. Zoals uiteengezet in overweging 14, heeft de Commissie haar bevinding niet herzien op basis van “van na het onderzoek daterende informatie”, maar heeft zij, op basis van informatie die zich reeds in het dossier bevond, een fout gecorrigeerd die was gemaakt tijdens het antiontwijkingsonderzoek. Dit argument werd dan ook afgewezen.

  20. Het bij artikel 25, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1037 ingestelde comité heeft geen advies uitgebracht over de in deze verordening vervatte maatregelen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1268 wordt als volgt gewijzigd:

  1. De overwegingen 173, 174 en 175 worden vervangen door:

    1. De Commissie heeft echter geen bewijs gevonden dat delen van het ingevoerde soortgelijke product de subsidies ontvingen die in het oorspronkelijke onderzoek waren vastgesteld.

    2. De Commissie heeft uit de door Lam Khang betaalde prijzen van Indonesische SSHR geconcludeerd dat delen van het ingevoerde soortgelijke product niet de subsidies ontvingen die in het oorspronkelijke onderzoek waren vastgesteld.

    3. Gezien het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat het verzoek tot vrijstelling van Lam Khang moet worden ingewilligd.”.

  2. In artikel 1 wordt lid 1 vervangen door:

    “1.

    Het definitieve compenserende recht dat bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/433 is ingesteld op gewalste platte producten van roestvrij staal, enkel koud gewalst, van oorsprong uit Indonesië, wordt hierbij uitgebreid tot gewalste platte producten van roestvrij staal, enkel koud gewalst, momenteel ingedeeld onder de GN-codes 7219 31 00, 7219 32 10, 7219 32 90, 7219 33 10, 7219 33 90, 7219 34 10, 7219 34 90, 7219 35 10, 7219 35 90, 7219 90 20, 7219 90 80, 7220 20 21, 7220 20 29, 7220 20 41, 7220 20 49, 7220 20 81, 7220 20 89, 7220 90 20 en 7220 90 80, verzonden vanuit Taiwan, Turkije en Vietnam, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Taiwan, Turkije en Vietnam (Taric-codes 7219310010, 7219310020, 7219321010, 7219321020, 7219329010, 7219329020, 7219331010, 7219331020, 7219339010, 7219339020, 7219341010, 7219341020, 7219349010, 7219349020, 7219351010, 7219351020, 7219359010, 7219359020, 7219902010, 7219902020, 7219908010, 7219908020, 7220202110, 7220202120, 7220202910, 7220202920, 7220204110, 7220204120, 7220204910, 7220204920, 7220208110, 7220208120, 7220208910, 7220208920, 7220902010, 7220902020, 7220908010 en 7220908020), met uitzondering van die welke worden geproduceerd door de onderstaande ondernemingen:

    Land

    Onderneming

    Aanvullende Taric-code

    Taiwan

    Chia Far Industrial Factory Co., Ltd

    C030

    Taiwan

    Tang Eng Iron Works Co., Ltd

    Tung Mung Development Co., Ltd

    Walsin Lihwa Corporation

    Yieh United Steel Corporation

    Yuan Long Stainless Steel Corp.

    89AH

    Turkije

    Posco Assan TST Celik Sanayi A.Ş.

    89AK

    Vietnam

    Posco VST Co., Ltd

    Lam Khang Joint Stock Company

    89AJ”

  3. Artikel 4 wordt vervangen door:

    De verzoeken tot vrijstelling die werden ingediend door Trinox Metal Sanayi ve Ticaret A.Ş. (Turkije) en Yongjin Metal Technology (Vietnam) Company Limited (Vietnam) worden afgewezen.”.

Artikel 2

Alle definitieve compenserende rechten die overeenkomstig artikel 1, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1268 zijn geïnd op door Lam Khang Joint Stock Company vervaardigde goederen, worden terugbetaald of kwijtgescholden.

De terugbetaling of kwijtschelding wordt overeenkomstig de toepasselijke douanewetgeving bij de nationale douaneautoriteiten aangevraagd.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 8 mei 2024.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 18 december 2024.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula von der Leyen