Home

Besluit (EU) 2025/222 van de Europese Centrale Bank van 27 januari 2025 betreffende de toegang van niet-bancaire betalingsdienstaanbieders tot door centrale banken van het Eurosysteem geëxploiteerde betalingssystemen en centralebankrekeningen (ECB/2025/2)

Besluit (EU) 2025/222 van de Europese Centrale Bank van 27 januari 2025 betreffende de toegang van niet-bancaire betalingsdienstaanbieders tot door centrale banken van het Eurosysteem geëxploiteerde betalingssystemen en centralebankrekeningen (ECB/2025/2)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 127, lid 2, vierde streepje,

Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, en met name artikel 22,

Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, en met name artikel 3.1, vierde streepje, artikel 12.1 en artikel 22, in samenhang met artikel 17;

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Het Eurosysteem exploiteert betalingssystemen als onderdeel van zijn mandaat en bevoegdheden die zijn vastgelegd in de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank (hierna de “ESCB-statuten” genoemd), met name artikel 3.1, vierde streepje, artikel 12.1 en artikel 22, in samenhang met artikel 17, en in overeenstemming met de algemene beginselen van Unierecht. Het Eurosysteem houdt zodoende terdege rekening met artikel 2, punt b), van Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad(1), zoals gewijzigd bij artikel 4 van Verordening (EU) 2024/886 van het Europees Parlement en de Raad(2), dat betalingsinstellingen en instellingen voor elektronisch geld (gezamenlijk “niet-bancaire betalingsdienstaanbieders” genoemd) opneemt in de lijst van instellingen die, onder voorwaarden, in aanmerking komen voor deelname aan uit hoofde van die richtlijn aangewezen betalingssystemen. Artikel 35 bis van Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad(3), zoals ingevoegd bij artikel 3 van Verordening (EU) 2024/886, legt — in vergelijking met andere instellingen — aanvullende voorwaarden op waaraan dergelijke niet-bancaire betalingsdienstaanbieders moeten voldoen alvorens te verzoeken om deelname aan uit hoofde van Richtlijn 98/26/EG aangewezen systemen. Ten slotte biedt artikel 10, lid 1, van Richtlijn (EU) 2015/2366, zoals gewijzigd bij artikel 3 van Verordening (EU) 2024/886, niet-bancaire betalingsdienstaanbieders de mogelijkheid om geldmiddelen van hun cliënten ter veiligstelling te deponeren op een afzonderlijke rekening bij een kredietinstelling of bij een centrale bank, naar eigen goeddunken van die centrale bank.

  2. Het recht van niet-bancaire betalingsdienstaanbieders op toegang tot door centrale banken van het Eurosysteem geëxploiteerde betalingssystemen is gericht op het vergroten van de doelmatigheid en de soepele werking van de sector retailbetalingen met inbegrip van, maar niet beperkt tot, het vergemakkelijken van het verrichten van instantbetalingen in het gehele eurogebied.

  3. In het belang van de rechtszekerheid en ter voorkoming van discriminatie tussen niet-bancaire betalingsdienstaanbieders op grond van de plaats van vestiging, dienen de centrale banken van het Eurosysteem een uniforme benadering te volgen met betrekking tot de toegang van niet-bancaire betalingsdienstaanbieders tot alle door centrale banken van het Eurosysteem geëxploiteerde betalingssystemen en centralebankrekeningen. De centrale banken van het Eurosysteem dienen derhalve een reeks niet-discriminerende, objectieve en risicogebaseerde criteria toe te passen voor het verlenen van rechtstreekse toegang van niet-bancaire betalingsdienstaanbieders tot dergelijke door centrale banken van het Eurosysteem geëxploiteerde betalingssystemen. Dit zou ervoor zorgen dat rechtstreekse toegang door niet-bancaire betalingsdienstaanbieders de marktintegriteit bevordert en de concurrentie en innovatie in het ecosysteem voor betalingsdiensten ondersteunt, zonder risico’s te vormen voor de veerkracht, integriteit en beveiliging van betalingssystemen en dus zonder een bron van systeemrisico te worden.

  4. Artikel 35 bis, lid 1, van Richtlijn (EU) 2015/2366 bevat specifieke voorwaarden die van toepassing zijn op niet-bancaire betalingsdienstaanbieders die wensen deel te nemen aan uit hoofde van Richtlijn 98/26/EG aangewezen betalingssystemen. De lidstaten moeten de procedure vaststellen aan de hand waarvan wordt beoordeeld of niet-bancaire betalingsdienstaanbieders aan dergelijke voorwaarden voldoen. Onverminderd deze procedures is het van belang een gemeenschappelijke reeks minimumvereisten vast te stellen op Eurosysteemniveau waaraan niet-bancaire betalingsdienstaanbieders die toegang tot door centrale banken geëxploiteerde betalingssystemen wensen te verkrijgen moeten voldoen. Deze minimumvereisten moeten worden weergegeven in de voorwaarden van overeenkomsten tussen de centrale banken van het Eurosysteem en de niet-bancaire betalingsdienstaanbieders, en moeten de naleving van bepaalde veiligheidsvereisten omvatten, alsook de indiening bij de relevante centrale banken van het Eurosysteem van onder meer verklaringen door de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder of de relevante nationale autoriteit waarin wordt bevestigd dat de autoriteit de vereisten zoals vastgesteld in het nationale recht ter omzetting van artikel 35 bis, lid 1, van Richtlijn (EU) 2015/2366 aanvankelijk en vervolgens voortdurend naleeft.

  5. Richtlijn 98/26/EG en Richtlijn (EU) 2015/2366 verlenen niet-bancaire betalingsdienstaanbieders geen automatische toegang tot de betalingssystemen van het Eurosysteem die worden geëxploiteerd uit hoofde van artikel 3.1, vierde streepje, en de artikelen 17, 18 en 22 van de ESCB-statuten, zoals het nieuwe generatie geautomatiseerd trans-Europees realtime-brutoverevening-express-betalingssysteem (TARGET). TARGET is gestructureerd als een veelvoud van betalingssystemen en voorziet in rekeningen voor afwikkeling in euro in centralebankgeld, en speelt derhalve een essentiële rol bij de uitvoering van bepaalde fundamentele taken van het Eurosysteem, waaronder de bevordering van de goede werking van betalingssystemen. De toegangscriteria en regels voor deelname aan TARGET zijn vastgelegd in Richtsnoer (EU) 2022/912 van de Europese Centrale Bank (ECB/2022/8)(4).

  6. Het Eurosysteem streeft ernaar alle in aanmerking komende deelnemers rechtstreeks toegang te verlenen tot TARGET. Bijgevolg dienen niet-bancaire betalingsdienstaanbieders die in aanmerking komen voor deelname aan TARGET niet langer te worden geregistreerd als adresseerbare bedrijfsidentificatiecode (BIC) houders of adresseerbare partijen op de eigen rekening van de centrale banken van het Eurosysteem, met uitzondering van de technische rekening van een door een centrale bank geëxploiteerd betalingssysteem in het TARGET Instant Payment Settlement (TIPS) -systeem.

  7. Teneinde mogelijke verstoringen van of negatieve gevolgen voor de verwerking van betalingen voor eindgebruikers tot een minimum te beperken zodra bepaalde niet-bancaire betalingsdienstaanbieders niet langer zijn geregistreerd als adresseerbare BIC-houders of adresseerbare partijen op de eigen rekeningen van de centrale banken van het Eurosysteem, is een overgangsperiode nodig om de migratie mogelijk te maken van in aanmerking komende niet-bancaire betalingsdienstaanbieders komen en directe deelnemers aan TARGET wensen te worden. De niet-bancaire betalingsdienstaanbieders waarop deze overgangsperiode van toepassing zou zijn, zijn die welke geregistreerd zijn als adresseerbare BIC-houders of adresseerbare partijen op de eigen rekeningen van de centrale banken van het Eurosysteem. De duur van de overgangsperiode zou voldoende moeten zijn om de voltooiing van de noodzakelijke administratieve en technische implementatie te vergemakkelijken, met inbegrip van testactiviteiten door de niet-bancaire betalingsdienstaanbieders in samenwerking met de relevante centrale banken van het Eurosysteem, en om de migratie van meerdere entiteiten naar een nieuw verbindingsmodel mogelijk te maken zonder een individuele centrale bank van het Eurosysteem onnodig te zwaar te belasten. Een overgangsperiode tot en met 31 december 2025 wordt redelijk en passend geacht voor een dergelijke implementatie en voor de uitfasering van de bestaande verbinding door bepaalde niet-bancaire betalingsdienstaanbieders voor de verwerking van betalingen.

  8. Het aanhouden door niet-bancaire betalingsdienstaanbieders van rekeningen in een door een centrale bank van het Eurosysteem geëxploiteerd betalingssysteem, met inbegrip van TARGET, mag weliswaar zijn toegestaan, maar mag alleen dienen om geldmiddelen te plaatsen om aan afwikkelingsverplichtingen te voldoen. Daarom mag het saldo of de aangehouden tegoeden op dergelijke rekeningen niet hoger zijn dan nodig is om aan dergelijke verplichtingen te voldoen. Het plaatsen van geldmiddelen boven dat bedrag op rekeningen aangehouden in een door een centrale bank van het Eurosysteem geëxploiteerd betalingssysteem zou in strijd zijn met het doel ervan. Vanuit het oogpunt van de prijs- en financiële stabiliteit is het belangrijk dat dergelijke rekeningen worden gebruikt voor betalingsdoeleinden en niet worden misbruikt voor beschermingsdoeleinden. Bijgevolg dient een maximale aanhoudingslimiet van toepassing te zijn en dienen dit vereiste en de bepalingen betreffende de berekening ervan dienovereenkomstig te worden weerspiegeld in de voorwaarden van overeenkomsten tussen de centrale banken van het Eurosysteem en de niet-bancaire betalingsdienstaanbieders.

  9. Met betrekking tot TARGET-rekeningen dient de berekening van de maximumaanhoudingsbedragen in het algemeen op gepaste wijze rekening te houden met afwikkelingsverplichtingen die voortvloeien uit de directe deelname van een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder in aangesloten betalingssystemen die in TARGET afwikkelen, en de limiet van het maximumaanhoudingsbedrag dient in het algemeen eveneens te worden toegepast op de tegoeden van niet-bancaire betalingsdienstaanbieders op de TARGET-technische rekeningen van dergelijke aangesloten systemen. De schaarste aan betrouwbare gegevens over de door een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder aangehouden tegoeden op TARGET-rekeningen voor doeleinden van specifieke aangesloten systeemprocedures zou een belemmering vormen voor de effectieve dagelijkse monitoring die de centrale banken van het Eurosysteem moeten uitvoeren om misbruik van dergelijke rekeningen door niet-bancaire betalingsdienstaanbieders die overtollige liquiditeiten aanhouden op te sporen. Specifiek hebben centrale banken van het Eurosysteem geen zicht op de door niet-bancaire betalingsdienstaanbieders aangehouden tegoeden op: a) TARGET-rekeningen ten behoeve van van realtime-brutoverevening voor de afwikkelingsprocedure D van aangesloten systemen (hierna de “RTGS AS-afwikkelingsprocedure D” genoemd) als bedoeld in deel VI, artikel 6, van bijlage I bij Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8), en b) TARGET-rekeningen ten behoeve van van de afwikkelingsprocedures van aangesloten systemen voor TARGET instant payment settlement (TIPS) (TIPS AS-afwikkelingsprocedures) als bedoeld in deel VII van bijlage I bij dat richtsnoer. Derhalve moeten voor de onderhavige doeleinden alle geldmiddelen die door een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder worden aangehouden voor de doeleinden van de RTGS AS-afwikkelingsprocedure D of TIPS AS-afwikkelingsprocedures niet worden inbegrepen in de berekening van de limiet van het maximumaanhoudingsbedrag, en moet een dergelijk limiet worden toegepast op die geldmiddelen. In plaats daarvan moet voor niet-bancaire betalingsdienstaanbieders, in voorkomend geval, een maandelijkse zelf-attestatieregeling worden ingesteld waaronder de betrokken centrale banken kunnen monitoren dat door niet-bancaire betalingsdienstaanbieders op TARGET-rekeningen aangehouden geldmiddelen daadwerkelijk worden gebruikt voor het nakomen van afwikkelingsverplichtingen. Een dergelijke zelfattestatieregeling dient maandelijkse verslagen te omvatten van de piek- en de gemiddelde dagelijkse overnighttegoeden van een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder op dergelijke rekeningen, als ook van de piek- en gemiddelde bedragen van de dagelijkse afwikkelingsverplichting van die niet-bancaire betalingsdienstaanbieder die in het overeenkomstige aangesloten systeem worden verwerkt.

  10. Het Eurosysteem dient de methode voor de berekening van de maximumaanhoudingsbedragen met specifieke tussenpozen te herzien zodra het operationele model is gestabiliseerd en om een aanhoudende opwaartse trend in deze bedragen te beperken.

  11. Teneinde een cultuur van naleving van de vereisten inzake limieten voor maximale aanhoudingsbedragen te bevorderen dient de betrokken centrale bank van het Eurosysteem een boete op te leggen aan een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder die op dergelijke rekeningen een bedrag boven het maximumaanhoudingsbedrag aanhoudt. Om herhaalde of systematische inbreuken te ontmoedigen, moeten alle gevallen van inbreuken waarbij de desbetreffende maximumaanhoudingsbedragen met aanzienlijke bedragen worden overschreden, of het verzuim om dergelijke overtollige bedragen onmiddellijk na ontvangst op afwikkelingsrekeningen te verlagen, tot de gebeurtenissen behoren die worden beschouwd als een materiële niet-naleving van de toepasselijke vereisten. In dergelijke gevallen dient de betrokken centrale bank van het Eurosysteem de mogelijkheid te hebben de deelname van de niet-bancaire betalingsdienstaanbieders aan het desbetreffende door de centrale bank geëxploiteerde betalingssysteem te beëindigen en een aanvullende boete op te leggen met betrekking tot elke rekening die als gevolg daarvan wordt afgesloten.

  12. Hoewel Richtlijn (EU) 2015/2366 vereist dat niet-bancaire betalingsdienstaanbieders de geldmiddelen van hun cliënten veiligstellen door het openen van beschermingsrekeningen of anderszins, is het niet de kerntaak van centrale banken om als substituut voor kredietinstellingen op te treden bij het verlenen van beschermingsdiensten. Het aanbieden van beschermingsrekeningen door centrale banken kan van invloed zijn op de algehele veiligheid en soliditeit van het transmissiemechanisme van het monetair beleid en het financiële stelsel in het algemeen, en aanzienlijke risico’s met zich mee kunnen brengen voor de verwezenlijking van de doelstellingen van het Eurosysteem, specifiek voor centrale banken. Dergelijke risico’s omvatten uitstromen van deposito’s van kredietinstellingen, bijvoorbeeld in een scenario waarin deposito’s bij de centrale bank zouden worden aangehouden, hetgeen zou leiden tot een geleidelijke desintermediatie van de commerciële banksector en een negatief effect zou hebben op de beschikbaarheid van liquiditeit en tenslotte de effectieve transmissie van het monetair beleid zou belemmeren. Evenzo zou een synthetische digitale valuta van de centrale bank, bijvoorbeeld elektronisch geld dat wordt uitgegeven door een niet-bancaire betalingsdienstaanbieders en volledig wordt gedekt door centralebankgeld, het onderscheid tussen centralebankgeld, een afwikkelingsactivum zonder krediet- en liquiditeitsrisico en commerciëlebankgeld kunnen vervagen. Het deponeren van geldmiddelen van cliënten bij centrale banken zou het risico kunnen inhouden dat elektronisch geld en andere vormen van geld, waaronder centralebankgeld, bij het publiek worden verward, waardoor de risicoperceptie wordt vertekend.

  13. Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad(5), die met ingang van 30 december 2024 wordt toegepast, verplicht aanbieders van cryptoactivadiensten om de geldmiddelen van hun cliënten veilig te stellen bij een kredietinstelling of, indien een dergelijke rekening beschikbaar is, bij een centrale bank. In het laatste geval blijven de centrale banken van het Eurosysteem vrij om rekeningen aan te bieden met het oog op de veiligstelling. Een vrijwaringsoptie bij centrale banken van het Eurosysteem mag niet worden aangeboden aan aanbieders van cryptoactivadiensten om dezelfde redenen als die welke niet aan niet-bancaire betalingsdienstaanbieders mogen worden aangeboden, en om een gelijk speelveld te handhaven tussen de verschillende instellingen die deelnemen aan de markt voor betalingsdiensten.

  14. Het ter beschikking stellen van beschermingsrekeningen buiten TARGET, d.w.z. in nationale betalingssystemen of rechtstreeks in de boeken van een centrale bank van het Eurosysteem, is van belang voor de fundamentele taken van de uitvoering van het monetaire beleid en het waarborgen van de goede werking van het betalingsverkeer en valt derhalve binnen de reikwijdte van artikel 17 en artikel 22 van de ESCB-Statuten. Bijgevolg mogen individuele centrale banken van het Eurosysteem om deze reden ook geen beschermingsrekeningen aan niet-bancaire betalingsdienstaanbieders en aanbieders van cryptoactivadiensten aanbieden of ter beschikking stellen. Om twijfel te voorkomen, waarborgen de technische rekeningen van aangesloten systemen voor RTGS AS-afwikkelingsprocedure D of TIPS AS-technische rekeningen, hoewel zij wel garantiefondsrekeningen zijn, geen rekeningen zin voor de toepassing van 10, lid 1, punt a), van Richtlijn (EU) 2015/2366 of voor de toepassing van artikel 70 van Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad.

  15. Niet-bancaire betalingsdienstaanbieders die toegang hebben tot door centrale banken geëxploiteerde betalingssystemen moeten meerdere afwikkelingsrekeningen kunnen openen, afhankelijk van het aanbod van de beheerder van het betalingssysteem. Aangezien dergelijke meerdere rekeningen niet in de scheiding van de geldmiddelen van cliënten voorzien, zijn zodanige rekeningen niet beschermd tegen insolventie.

  16. Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8) moet worden gewijzigd en de toepassing van de bepalingen van dit besluit die betrekking hebben op verzoeken van niet-bancaire betalingsdienstaanbieders om toegang tot TARGET moet worden uitgesteld tot 16 juni 2025, d.w.z. de datum waarop de wijzigingen van Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8) om technische redenen van toepassing moeten zijn.

  17. Omwille van de rechtszekerheid en in het belang van het vergemakkelijken van de afstemming van de voorwaarden van centrale banken van het Eurosysteem als exploitanten van betalingssystemen of houders van centralebankrekeningen met de recente relevante wijzigingen van het Unierecht, moet de dat um van toepassing van dit besluit worden afgestemd op de datum waarop de lidstaten de bij Verordening (EU) 2024/886 doorgevoerde wijzigingen van Richtlijn 98/26/EG en Richtlijn (EU) 2015/2366 moeten omzetten, namelijk 9 april 2025,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van dit besluit gelden de volgende definities:

  1. “centrale bank van het Eurosysteem” (Eurosystem central bank): de Europese Centrale Bank of een nationale centrale bank van een lidstaat die de euro als munt heeft;

  2. “door een centrale bank geëxploiteerd betalingssysteem” (central bank operated payment system): een door een centrale bank van het Eurosysteem geëxploiteerd betalingssysteem dat een TARGET-deelsysteem omvat;

  3. “niet-bancaire betalingsdienstaanbieder” (non-bank payment service provider):

    1. een betalingsinstelling als gedefinieerd in artikel 4, punt 4, van Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad(6), met uitzondering van de betalingsinstellingen waaraan een vrijstelling is verleend krachtens artikel 2, lid 5, of de artikelen 32 of 33 van die richtlijn;

    2. een instelling voor elektronisch geld in de zin van artikel 2, punt 1, van Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad(7), met uitzondering van een rechtspersoon waaraan ontheffing is verleend krachtens artikel 9 van die richtlijn;

  4. “beschermingsrekening” (safeguarding account): een afzonderlijke rekening bij een kredietinstelling of een centrale bank van het Eurosysteem, zulks naar goeddunken van een centrale bank van het Eurosysteem, die door een van de volgende partijen wordt geopend:

    1. een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder om met het oog op de toepassing van artikel 10, lid 1, punt a), van Richtlijn (EU) 2015/2366, de geldmiddelen van cliënten te scheiden van het eigen vermogen van die niet-bancaire betalingsdienstaanbieder;

    2. een aanbieder van cryptoactivadiensten om met het oog op de toepassing van artikel 70 van Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad(8) de eigendomsrechten van cliënten te beschermen en te voorkomen dat de geldmiddelen van cliënten voor eigen rekening worden gebruikt;

  5. “aanbieder van cryptoactivadiensten” (crypto-asset service provider): een aanbieder van cryptoactivadiensten als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 15, van Verordening (EU) 2023/1114;

  6. “geldoverboekingsopdracht” (cash transfer order): een geldoverboekingsopdracht als gedefinieerd in punt 16 van bijlage III bij Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8);

  7. “einde van de werkdag” (end of the business day): de sluitingstijd als bepaald in de regels van het desbetreffende door de centrale bank geëxploiteerde betalingssysteem voor de afwikkeling van geldoverboekingsopdrachten voor die specifieke werkdag.

Artikel 2 Toegang tot door centrale banken geëxploiteerde betalingssystemen

1.

Een centrale bank van het Eurosysteem verleent op verzoek toegang tot de door haar centrale bank geëxploiteerde betalingssystemen voor een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder die aan alle volgende vereisten voldoet:

  1. de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder (of een derde die dergelijke taken uitvoert voor wiens handelingen en nalatigheden de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder als enige aansprakelijk blijft) installeert, beheert, exploiteert, monitort en waarborgt de beveiliging van de nodige IT-infrastructuur om verbinding te maken met het door de centrale bank geëxploiteerde betalingssysteem en kan geldoverboekingsopdrachten bij het door de centrale bank geëxploiteerde betalingssysteem indienen;

  2. de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder verstrekt alle ondersteunende informatie die de betrokken centrale bank redelijkerwijs noodzakelijk acht om een besluit te nemen over een verzoek om toegang tot het door de centrale bank geëxploiteerde betalingssysteem;

  3. de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder voert adequate beveiligingscontroles uit om de systemen te beschermen tegen ongeoorloofde toegang en onrechtmatig gebruik, onder meer met betrekking tot cyberweerbaarheid en informatiebeveiliging;

  4. de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder dient bij de betrokken centrale bank een door de betrokken nationale bevoegde autoriteit verstrekte of door de bevoegde leidinggevende instantie van de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder ondertekende verklaring in, die in beide gevallen bevestigt dat de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder voldoet aan: i) de voorwaarden voor het aanvragen van deelname aan aangewezen betalingssystemen, zoals uiteengezet in de relevante bepalingen van nationaal recht tot omzetting van artikel 35 bis, lid 1, van Richtlijn (EU) 2015/2366, en ii) de procedures zoals uiteengezet in de relevante bepalingen van nationaal recht tot omzetting van artikel 35 bis, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/2366.

    Om twijfel te voorkomen, ontheft niets in dit lid de niet-bancaire betalingsdienstaanbieders van de naleving van de vereisten, met inbegrip van specifieke aanvraagprocedures, die op hen van toepassing zijn uit hoofde van Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8).

2.

De bepalingen van lid 1 worden met ingang van 16 juni 2025 toegepast op elk verzoek van een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder aan een centrale bank van het Eurosysteem om toegang tot TARGET.

3.

Een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder die toegang heeft tot een door een centrale bank geëxploiteerd betalingssysteem, dient bij de betrokken centrale bank eenmaal per jaar waarin de toegang bestaat een door haar bevoegde leidinggevende instantie ondertekende verklaring in waarin wordt bevestigd dat de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder de vereisten van lid 1, punten c) en d), voortdurend naleeft. De betrokken centrale bank heeft het recht de in die verklaring verstrekte informatie te verifiëren en alle ondersteunende documentatie op te vragen die zij redelijkerwijs noodzakelijk acht.

4.

Een nationale centrale bank van een lidstaat die de euro als munt heeft kan aanvullende eisen stellen aan niet-bancaire betalingsdienstaanbieders voor de toegang tot de door haar centrale bank geëxploiteerde betalingssystemen, teneinde rekening te houden met het specifieke risicoprofiel van haar andere door haar geëxploiteerde betalingssystemen dan TARGET.

Artikel 3 Rekeningen in door centrale banken geëxploiteerde betalingssystemen en het niet aanbieden van beschermingsrekeningen

1.

De centrale banken van het Eurosysteem bieden geen beschermingsrekeningen of stellen deze niet ter beschikking aan niet-bancaire betalingsdienstaanbieders of aanbieders van cryptoactivadiensten.

2.

De centrale banken van het Eurosysteem openen uitsluitend rekeningen voor niet-bancaire betalingsdienstaanbieders in door centrale banken geëxploiteerde betalingssystemen indien de niet-bancaire betalingsdienstaanbieders in aanmerking komen voor deelname aan dergelijke door centrale banken geëxploiteerde betalingssystemen.

3.

TARGET-rekeningen die worden aangeboden in het kader van realtime-brutoverevening-afwikkelingsprocedure D van aangesloten systemen als bedoeld in deel VI, artikel 6, van bijlage I bij Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8) (hierna de “RTGS AS-afwikkelingsprocedure D” genoemd) en TARGET-rekeningen die worden aangeboden in he kader van de afwikkelingsprocedures van aangesloten systemen voor TARGET instant payment settlement (TIPS) als bedoeld in deel VII van bijlage I bij datzelfde richtsnoer (hierna de “TIPS AS-afwikkelingsprocedures” genoemd) worden voor de toepassing van lid 1 niet beschouwd als beschermingsrekeningen.

4.

Uiterlijk op 31 december 2025 beëindigen de centrale banken van het Eurosysteem de toegang voor niet-bancaire betalingsdienstaanbieders die geregistreerd zijn als adresseerbare bedrijfsidentificatiecode (BIC) houders of adresseerbare partijen op de eigen rekening van de centrale banken van het Eurosysteem in TARGET.

5.

Behoudens artikel 2, lid 4, verlenen de centrale banken van het Eurosysteem aan niet-bancaire betalingsdienstaanbieders rechtstreeks of anderszins toegang tot door centrale banken geëxploiteerde betalingssystemen met uitzondering van TARGET op dezelfde basis als aan andere in aanmerking komende deelnemers.

6.

De vergoeding van aangehouden tegoeden op alle door niet-bancaire betalingsdienstaanbieders aangehouden rekeningen in elk door een centrale bank van het Eurosysteem geëxploiteerd betalingssysteem geschiedt in overeenstemming met Besluit (EU) 2024/1209 van de Europese Centrale Bank (ECB/2024/11)(9).

Artikel 4 Maximumaanhoudingsbedragen

1.

Geldmiddelen die door een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder aan het einde van de werkdag worden aangehouden op alle rekeningen bij elk door een individuele centrale bank geëxploiteerd betalingssysteem, met inbegrip van de in lid 2 gespecificeerde TARGET-rekeningen, mogen het op het betreffende betalingssysteem toepasselijke maximumaanhoudingsbedrag niet overschrijden.

2.

De in lid 1 bedoelde geldmiddelen omvatten geldmiddelen die aan het einde van de werkdag worden aangehouden door een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder op een van de volgende rekeningen in TARGET:

  1. hoofdgeldrekening (main cash account — MCA) als bedoeld in deel II van bijlage I bij Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8);

  2. realtime-brutoverevening-specifieke geldrekening (real-time gross settlement dedicated cash account — RTGS DCA) als bedoeld in deel III van bijlage I bij Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8);

  3. specifieke rekening voor TARGET instant payment settlement (TARGET instant payment settlement dedicated cash account — TIPS DCA) als bedoeld in deel V van bijlage I bij Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8).

3.

De in lid 1 bedoelde geldmiddelen omvatten geen geldmiddelen die worden aangehouden door een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder op rekeningen in TARGET in het kader van de RTGS AS-afwikkelingsprocedure D of de TIPS AS-afwikkelingsprocedures.

4.

Het in lid 1 bedoelde maximumaanhoudingsbedrag wordt als volgt berekend:

  1. indien de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder gedurende een periode van twaalf maanden vóór het verzoek om toegang tot een door een centrale bank geëxploiteerd betalingssysteem operationeel is geweest, is het maximale aanhoudingsbedrag tweemaal de piekwaarde van de uitgaande geldoverboekingsopdrachten met inbegrip van, in voorkomend geval, overboekingsopdrachten van een aangesloten systeem, maar met uitsluiting van liquiditeitsoverboekingsopdrachten van de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder op elke werkdag gedurende de voorafgaande periode van twaalf kalendermaanden. De niet-bancaire betalingsdienstaanbieder neemt de gedetailleerde berekening van dit maximumaanhoudingsbedrag op in het verzoek aan de betrokken centrale bank van het Eurosysteem om deelname aan het door de centrale bank geëxploiteerde betalingssysteem.

  2. Indien de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder gedurende een periode van twaalf maanden voorafgaand aan het verzoek om toegang tot een door een centrale bank geëxploiteerd betalingssysteem niet operationeel is geweest, bedraagt het maximumaanhoudingsbedrag tweemaal de door de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder verwachte totale piekwaarde van de uitgaande geldoverboekingsopdrachten met inbegrip van, in voorkomend geval, overboekingsopdrachten van een aangesloten systeem, maar met uitsluiting van liquiditeitsoverboekingsopdrachten. De niet-bancaire betalingsdienstaanbieder neemt een gedetailleerde berekening van het voorgestelde maximumaanhoudingsbedrag op in het verzoek om deelname aan het door de centrale bank geëxploiteerde betalingssysteem.

  3. In de periode van twaalf maanden na de opening van de eerste actieve rekening in het door de centrale bank geëxploiteerde betalingssysteem herberekent de betrokken centrale bank van het Eurosysteem het maximumaanhoudingsbedrag voor elke niet-bancaire betalingsdienstaanbieder elke maand gedurende het eerste kwartaal en daarna elk kwartaal. Een dergelijk herberekend maximumaanhoudingsbedrag is van toepassing vanaf de volgende werkdag nadat elke niet-bancaire betalingsdienstaanbieder door de betrokken centrale bank van het Eurosysteem in kennis is gesteld van de herberekening en tot de volgende herberekening.

  4. Na de eerste periode van twaalf maanden na de opening van de eerste actieve rekening in het door de centrale bank geëxploiteerde betalingssysteem herberekent de betrokken centrale bank van het Eurosysteem het maximumaanhoudingsbedrag eenmaal per jaar. De herberekening is gebaseerd op de werkelijke piekwaarde van alle uitgaande geldoverboekingsopdrachten van de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder met inbegrip van, in voorkomend geval, overboekingsopdrachten van een aangesloten systeem, maar met uitsluiting van liquiditeitsoverboekingsopdrachten gedurende de voorafgaande periode van twaalf maanden in het door de betrokken centrale bank geëxploiteerd betalingssysteem en informatie die is verstrekt aan de betrokken centrale bank van het Eurosysteem in overeenstemming met punten a) en b).

  5. In uitzonderlijke omstandigheden kan de betrokken centrale bank van het Eurosysteem naar eigen goeddunken het maximumaanhoudingsbedrag op ad-hoc basis herberekenen in geval van een aanzienlijke wijziging in de afwikkelingswaarden van een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder die op handen is of reeds heeft plaatsgevonden en die kan leiden tot niet-naleving van het desbetreffende maximumaanhoudingsbedrag. Een dergelijke herberekening wordt uitgevoerd overeenkomstig punt b).

5.

Indien de totale geldmiddelen op de rekeningen van de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder het toepasselijke maximumaanhoudingsbedrag overschrijden, neemt de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder onmiddellijk maatregelen om die totale aangehouden geldmiddelen te verlagen tot een bedrag dat lager is dan het maximumaanhoudingsbedrag. Indien een dergelijke verlaging niet mogelijk is als gevolg van een inkomende betaling kort voor het einde van de werkdag, vindt de verlaging onverwijld na het begin van de volgende werkdag plaats.

6.

Indien een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder een directe deelnemer is in een betalingssysteem dat een aangesloten systeem voor TARGET is, en de RTGS AS-afwikkelingsprocedure D en de TIPS AS-afwikkelingsprocedures gebruikt, rapporteert die niet-bancaire betalingsdienstaanbieder maandelijks aan de betrokken centrale bank van het Eurosysteem zowel de piek- als de gemiddelde dagelijkse overnighttegoeden aangehouden op de relevante technische rekeningen voor TARGET van een aangesloten systeem. De niet-bancaire betalingsdienstaanbieder rapporteert maandelijks de piek- en gemiddelde waarden van zijn dagelijkse afwikkelingsverplichting die verwerkt werden in het overeenkomstig aangesloten systeem.

7.

Uiterlijk één jaar na de datum waarop dit besluit van toepassing wordt, en vervolgens ten minste om de drie jaar, evalueert de ECB het type van de in lid 2 genoteerde rekeningen. Uiterlijk één jaar na de datum waarop dit besluit in werking treedt, en vervolgens ten minste om de drie jaar, evalueert de ECB de methode voor de berekening van het in lid 4 beschreven maximumaanhoudingsbedrag.

Artikel 5 Niet-naleving van de limiet van het maximumaanhoudingsbedrag of de vereisten voor toegang tot door centrale banken geëxploiteerde betalingssystemen

Artikel 6 Wijziging van de voorwaarden van door centrale banken geëxploiteerde betalingssystemen

Artikel 7 Inwerkingtreding