Het model voor het initiële verslag en de voortgangsverslagen, met inbegrip van de kernprestatie-indicatoren, als bedoeld in artikel 17 van Richtlijn 2010/40/EU, is uiteengezet in bijlage I.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/264 van de Commissie van 11 november 2024 tot vaststelling van het model, met inbegrip van kernprestatie-indicatoren, voor de rapportering door de lidstaten krachtens Richtlijn 2010/40/EU van het Europees Parlement en de Raad (Kennisgeving geschied onder nummer C(2024) 7744)
Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/264 van de Commissie van 11 november 2024 tot vaststelling van het model, met inbegrip van kernprestatie-indicatoren, voor de rapportering door de lidstaten krachtens Richtlijn 2010/40/EU van het Europees Parlement en de Raad (Kennisgeving geschied onder nummer C(2024) 7744)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2010/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende het kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen(1), met name artikel 17, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
Artikel 17 van Richtlijn 2010/40/EU schrijft voor dat de lidstaten uiterlijk op 21 maart 2025 bij de Commissie een verslag moeten indienen over de uitvoering van die richtlijn en van de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen en machtigt de Commissie om het model voor dat verslag vast te stellen. De volgende gedelegeerde handelingen zijn vastgesteld: Gedelegeerde Verordeningen (EU) nr. 305/2013(2), (EU) nr. 885/2013(3), (EU) nr. 886/2013(4), (EU) 2015/962(5), (EU) 2017/1926(6) en (EU) 2022/670(7) van de Commissie. Aangezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/962 met ingang van 1 januari 2025 wordt ingetrokken bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/670, moet in het model alleen worden verwezen naar Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/670.
Overeenkomstig artikel 17, lid 1, van Richtlijn 2010/40/EU moet het verslag betrekking hebben op de voornaamste nationale activiteiten van de lidstaten en hun projecten met betrekking tot de prioritaire gebieden en tot de geografische beschikbaarheid van in de bijlagen III en IV van die richtlijn vermelde gegevens en diensten. Overeenkomstig artikel 17, lid 2, van Richtlijn 2010/40/EU moet in het verslag een onderscheid worden gemaakt tussen verplichte en aanvullende kernprestatie-indicatoren. Dat onderscheid moet worden gebaseerd op het geografische toepassingsgebied van de kernprestatie-indicatoren en op het tijdschema van de rapportering.
Voorts schrijft artikel 17, lid 3, van Richtlijn 2010/40/EU voor dat de lidstaten, na het initiële verslag, om de drie jaar verslag moeten uitbrengen over de vooruitgang die is geboekt bij de uitvoering van die richtlijn en van de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen. Het model moet dan ook gelden voor het initiële verslag en de daaropvolgende voortgangsverslagen.
Om ervoor te zorgen dat de Commissie over beleidsinformatie op hoog niveau kan beschikken, moet het verslag inzicht verschaffen in de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de in bijlage III bij Richtlijn 2010/40/EU vermelde gegevenstypes in de loop van de tijd, en moet het worden gebaseerd op onderbouwde ramingen die zijn uitgedrukt in ronde getallen.
Eveneens met het oog op het verstrekken van beleidsinformatie op hoog niveau, moeten de kernprestatie-indicatoren inzicht verschaffen in de uitrol en het effect van ITS-apparatuur en -diensten in de Unie in de loop van tijd. Met betrekking tot kernprestatie-indicatoren die het positieve effect van ITS-diensten op reistijd, verkeersongevallen en CO2-emissies meten, is het doel robuuste referentiewaarden te verkrijgen, gebaseerd op voldoende goede voorbeelden. De berekening van de kernprestatie-indicatoren heeft bepaalde beperkingen (het effect van ITS valt soms moeilijk te isoleren van dat van andere maatregelen), maar dit zou toch een voorzichtige extrapolatie mogelijk maken.
Bij Uitvoeringsbesluit 2011/453/EU(8) van de Commissie zijn niet-bindende richtsnoeren voor rapportering door de lidstaten uit hoofde van Richtlijn 2010/40/EU vastgesteld. Gezien de aard en de omvang van de bij artikel 17 van Richtlijn 2010/40/EU vereiste wijzigingen, met name het verplichte karakter van het model en de inhoud ervan, met inbegrip van kernprestatie-indicatoren, moet Besluit 2011/453/EU worden ingetrokken.
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Europees ITS-comité,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het verplichte of aanvullende karakter van de kernprestatie-indicatoren, afhankelijk van het geografisch toepassingsgebied en het tijdschema, is uiteengezet in bijlage II.
Artikel 2
Uitvoeringsbesluit 2011/453/EU wordt ingetrokken.
Artikel 3
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 11 november 2024
Voor de Commissie
Wopke Hoekstra
Lid van de Commissie