De Overeenkomst tussen Canada en de Europese Unie inzake de doorgifte en verwerking van persoonsgegevens van passagiers wordt namens de Unie goedgekeurd(3).
Besluit (EU) 2025/851 van de Raad van 14 april 2025 betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van de Overeenkomst tussen Canada en de Europese Unie inzake de doorgifte en verwerking van persoonsgegevens van passagiers
Besluit (EU) 2025/851 van de Raad van 14 april 2025 betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van de Overeenkomst tussen Canada en de Europese Unie inzake de doorgifte en verwerking van persoonsgegevens van passagiers
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 16, lid 2, en artikel 87, lid 2, punt a), in samenhang met artikel 218, lid 6, tweede alinea, punt a), v),
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement(1),
Overwegende hetgeen volgt:
Overeenkomstig Besluit (EU) 2024/2891 van de Raad(2) is de Overeenkomst tussen Canada en de Europese Unie inzake de doorgifte en verwerking van persoonsgegevens van passagiers (de “overeenkomst”) ondertekend op 4 oktober 2024, onder voorbehoud van de sluiting op een later tijdstip.
De overeenkomst maakt de doorgifte van persoonsgegevens van passagiers aan Canada mogelijk voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van ernstige criminaliteit en terrorisme.
De overeenkomst waarborgt de volledige eerbiediging van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, zoals uitgelegd door het Hof van Justitie van de Europese Unie, inzonderheid het recht op eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, het recht op de bescherming van persoonsgegevens, en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht, als erkend in respectievelijk de artikelen 7, 8 en 47. De overeenkomst bevat met name passende waarborgen voor de bescherming van persoonsgegevens die in het kader ervan worden doorgegeven.
Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, heeft Ierland bij brief van 25 april 2024 te kennen gegeven dat het aan de vaststelling en toepassing van deze richtlijn wenst deel te nemen.
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit en is dit niet bindend voor, noch van toepassing op Denemarken.
De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming heeft op 29 april 2024 Advies 15/2024 uitgebracht.
De overeenkomst moet worden goedgekeurd.
Overeenkomstig de Verdragen moet de Commissie de in artikel 31 van de overeenkomst bedoelde kennisgevingen verrichten,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2
De Commissie verricht namens de Unie de in artikel 31 van de overeenkomst bedoelde kennisgeving, teneinde kenbaar te maken dat de Unie ermee instemt door de overeenkomst gebonden te zijn(4).
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.
Gedaan te Luxemburg, 14 april 2025.
Voor de Raad
De voorzitter
K. Kallas