Home

Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/972 van de Commissie van 23 mei 2025 inzake de goedkeuring van de rekeningen van de betaalorganen van de lidstaten betreffende de door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) gefinancierde uitgaven over begrotingsjaar 2024 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2025) 3167)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/972 van de Commissie van 23 mei 2025 inzake de goedkeuring van de rekeningen van de betaalorganen van de lidstaten betreffende de door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) gefinancierde uitgaven over begrotingsjaar 2024 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2025) 3167)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013(1), en met name artikel 53, lid 1, eerste alinea, en artikel 104,

Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad(2), en met name artikel 51,

Na raadpleging van het Comité voor de landbouwfondsen,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. In artikel 104, lid 1, tweede alinea, punt a), van Verordening (EU) 2021/2116 is bepaald dat artikel 4, lid 1, punt b), artikel 5, artikel 7, lid 3, de artikelen 9, 17, 21 en 34, artikel 35, lid 4, de artikelen 36, 37, 38, 40 tot en met 43, 51, 52, 54, 56, 59, 63, 64, 67, 68, 70 tot en met 75, 77, 91 tot en met 97, 99 en 100, artikel 102, lid 2, en de artikelen 110 en 111 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van toepassing blijven, wat het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) betreft, met betrekking tot de uitgaven en betalingen die zijn gedaan voor het begrotingsjaar 2024.

  2. In artikel 64, tweede alinea, punt a), van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/128 van de Commissie(3) is bepaald dat artikel 2, artikel 3, lid 1, eerste alinea, artikel 3, lid 2, artikel 4, lid 1, punt b), artikel 5, artikel 6, artikel 7, de artikelen 21 tot en met 25, artikel 27, artikel 28, artikel 29, artikel 30, lid 1, punten a), b) en c), artikel 30, leden 2, 3 en 4, en de artikelen 31 tot en met 40 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van de Commissie(4) van toepassing blijven, wat het ELGF betreft, met betrekking tot de uitgaven en betalingen die zijn gedaan voor het begrotingsjaar 2024.

  3. In artikel 64, tweede alinea, punt c), van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/128 is bepaald dat de bijlagen II en III bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van toepassing blijven voor de doeleinden van artikel 32, punten f) en g), van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/128 voor het begrotingsjaar 2024.

  4. In artikel 40, tweede alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/127 van de Commissie(5) is bepaald dat artikel 5, artikel 5 bis, artikel 7, leden 3 en 4, artikel 10, artikel 11, lid 1, tweede alinea, artikel 11, lid 2, artikel 12, artikel 13 en artikel 41, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie(6) van toepassing blijven, wat het ELGF betreft, met betrekking tot de uitgaven en betalingen die zijn gedaan voor het begrotingsjaar 2024.

  5. Op grond van artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en artikel 53 van Verordening (EU) 2021/2116 moet de Commissie vóór 31 mei van het jaar na het betrokken begrotingsjaar de rekeningen van de in artikel 7 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en artikel 9 van Verordening (EU) 2021/2116 bedoelde betaalorganen goedkeuren op basis van de door de lidstaten ingediende jaarrekeningen, vergezeld van de voor de goedkeuring van de rekeningen benodigde informatie en een auditoordeel over de volledigheid, de nauwkeurigheid en de waarheidsgetrouwheid van de rekeningen en de verslagen die door de certificerende instanties zijn opgesteld.

  6. Zoals is bepaald in artikel 35 van Verordening (EU) 2021/2116, begint het landbouwbegrotingsjaar op 16 oktober van het jaar N-1 en eindigt het op 15 oktober van het jaar N. In het kader van de goedkeuring van de rekeningen voor het begrotingsjaar 2024 moeten de uitgaven in aanmerking worden genomen die de lidstaten in de periode van 16 oktober 2023 tot en met 15 oktober 2024 hebben gedaan, conform artikel 11, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/128.

  7. Krachtens artikel 33, lid 2, eerste alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 en artikel 35, lid 2, eerste alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/128 moet het bedrag dat als gevolg van het in artikel 33, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 en artikel 35, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/128 bedoelde besluit tot goedkeuring van de rekeningen moet worden teruggevorderd van of betaald aan elke lidstaat, worden bepaald door de maandelijkse betalingen voor het betrokken begrotingsjaar af te trekken van de overeenkomstig artikel 33, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 en artikel 35, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/128 voor datzelfde jaar erkende uitgaven. Dat bedrag moet door de Commissie worden afgetrokken van of opgeteld bij de maandelijkse betaling voor de uitgaven die worden gedaan in de tweede maand na het besluit tot goedkeuring van de rekeningen.

  8. De Commissie heeft de door de lidstaten verstrekte informatie gecontroleerd en de lidstaten in kennis gesteld van de resultaten van haar controles en van de wijzigingen die zij voorstelt.

  9. Voor alle betaalorganen volstaan de jaarrekeningen en de begeleidende stukken om de Commissie in staat te stellen een besluit te nemen over de volledigheid, de nauwkeurigheid en de waarheidsgetrouwheid van de ingediende jaarrekeningen.

  10. Op grond van artikel 41, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en artikel 39, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2021/2116 moet de Commissie nagaan of de lidstaten de in Uniewetgeving vastgestelde betalingstermijnen en financiële maxima voor de betaling van steun aan begunstigden in acht nemen en moet zij een besluit nemen over mogelijke verlagingen van de maandelijkse betalingen aan de lidstaten.

  11. Op grond van respectievelijk artikel 40, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en artikel 38 van Verordening (EU) 2021/2116, in samenhang met artikel 5, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 en artikel 5, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/127 moet de Commissie, wanneer betalingen na de laatst mogelijke betalingsdatum zijn verricht, het bedrag van de aan de lidstaten toegekende maandelijkse betalingen verlagen en het financiële effect van de verlaging naar evenredigheid van de bij de betaling ontstane vertraging differentiëren door toepassing van de in artikel 5, leden 2 en 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 en in artikel 5, leden 2 en 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/127 vastgestelde percentages. Overeenkomstig artikel 5, lid 5, tweede alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 en artikel 5, lid 5, tweede alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/127 moet met eventuele overschrijdingen van betalingstermijnen uiterlijk rekening worden gehouden in het besluit tot goedkeuring van de rekeningen. Een deel van de door bepaalde lidstaten voor het begrotingsjaar 2024 gedeclareerde uitgaven is na de uiterste betalingsdatum verricht. Daarom moeten de betrokken verlagingen bij dit besluit worden vastgesteld.

  12. Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad(7) blijft van toepassing op steunaanvragen die betrekking hebben op aanvraagjaren die ingaan vóór 1 januari 2023, overeenkomstig artikel 154, lid 2, van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad(8). Bij verschillende verordeningen van de Commissie tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1307/2013 zijn financiële maxima vastgesteld voor bepaalde maatregelen die in het kader van de rechtstreekse betalingen uit het ELGF worden gefinancierd. Bij overschrijding van die maxima moeten de aan de betrokken lidstaat te verrichten maandelijkse betalingen worden verlaagd, nadat rekening is gehouden met de in respectievelijk de artikelen 7, 8 en 11 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde lineaire verlaging, financiële discipline en verlaging van betalingen overeenkomstig artikel 41, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1306/2013. Na een definitieve beoordeling na de indiening van de jaarrekeningen moet in het onderhavige besluit rekening worden gehouden met overschrijdingen van de maxima die zijn vastgesteld en die niet in mindering zijn gebracht op de maandelijkse betalingen.

  13. De Commissie heeft op grond van artikel 41 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en van artikel 39 van Verordening (EU) 2021/2116 reeds een aantal maandelijkse betalingen voor het begrotingsjaar 2024 verlaagd wegens uitgaven die niet overeenkomstig de Unievoorschriften zijn gedaan. In het onderhavige besluit moet de Commissie die verlaagde bedragen in aanmerking nemen om te vermijden dat onterechte of niet-tijdige betalingen of vergoedingen worden verricht die later het voorwerp van een financiële correctie zouden kunnen worden. De betrokken bedragen moeten indien nodig worden onderzocht in het kader van de conformiteitsgoedkeuringsprocedure op grond van artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en artikel 55 van Verordening (EU) 2021/2116.

  14. De Commissie heeft de desbetreffende maandelijkse betalingen voor het begrotingsjaar 2024 al verlaagd met de bedragen die aan het ELGF verschuldigd waren in uitvoering van de door de Commissie in het begrotingsjaar 2024 aangenomen financiële en conformiteitsgoedkeuringsbesluiten uit hoofde van de artikelen 51 en 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en de artikelen 53 en 55 van Verordening (EU) 2021/2116. Dergelijke bedragen worden in dit besluit in aanmerking genomen.

  15. Op grond van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moeten de financiële gevolgen van niet-inning van een in verband met onregelmatigheden teruggevorderd bedrag voor 50 % door de betrokken lidstaat worden gedragen indien geen inning heeft plaatsgevonden binnen vier jaar na de datum van de terugvordering of binnen acht jaar na die datum als over de terugvordering een zaak is aangespannen bij een nationale rechtbank. Krachtens artikel 54, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moeten de lidstaten een gecertificeerde tabel met de bedragen die zij op grond van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 zelf moeten dragen, bijvoegen bij de jaarrekeningen die zij op grond van artikel 29 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 bij de Commissie moeten indienen. Uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de verplichting van de lidstaten om de te innen bedragen mee te delen, zijn vastgesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014. Bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 bevat het model voor de tabel waarin de lidstaten informatie over de te innen bedragen moeten verstrekken. Op basis van de door de lidstaten ingevulde tabellen moet de Commissie een besluit vaststellen over de financiële gevolgen van de bedragen die in verband met onregelmatigheden zijn teruggevorderd, maar na vier of na acht jaar nog niet zijn geïnd.

  16. Op grond van artikel 54, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 kunnen de lidstaten in behoorlijk gemotiveerde gevallen besluiten de terugvordering niet voort te zetten. Een dergelijk besluit kan alleen worden genomen indien het totaal van de reeds gemaakte en de nog te verwachten terugvorderingskosten hoger is dan het te innen bedrag of indien de inning onmogelijk blijkt als gevolg van de overeenkomstig het nationale recht geconstateerde en erkende insolventie van de debiteur of van de personen die juridisch aansprakelijk zijn voor de onregelmatigheid. Als het besluit is genomen binnen vier jaar na de datum van de terugvordering of binnen acht jaar na die datum indien over de terugvordering een zaak is aangespannen bij een nationale rechtbank, worden de financiële gevolgen van de niet-inning voor 100 % door de begroting van de Unie gedragen. Indien een bepaalde lidstaat besluit de terugvordering niet voort te zetten, moeten de desbetreffende bedragen en de redenen voor dat besluit worden opgenomen in het samenvattend verslag als bedoeld in artikel 54, lid 4, van die verordening. Deze bedragen mogen niet ten laste van de betrokken lidstaten worden gebracht en worden dus gedragen door de begroting van de Unie.

  17. Overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en artikel 53 van Verordening (EU) 2021/2116 moet het onderhavige besluit de besluiten die de Commissie later eventueel neemt om uitgaven aan Uniefinanciering te onttrekken overeenkomstig artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en de artikelen 54 en 55 van Verordening (EU) 2021/2116, onverlet laten,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De rekeningen van de betaalorganen van de lidstaten betreffende de uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) gefinancierde uitgaven over het begrotingsjaar 2024 worden goedgekeurd.

De bedragen die op grond van dit besluit moeten worden teruggevorderd van of betaald aan elke lidstaat, met inbegrip van de bedragen die voortvloeien uit de toepassing van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013, zijn vermeld in de bijlagen I en II bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit doet geen afbreuk aan latere conformiteitsgoedkeuringsbesluiten die de Commissie krachtens artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en artikel 55 van Verordening (EU) 2021/2116 kan nemen om uitgaven die niet overeenkomstig het Unierecht zijn gedaan, aan Uniefinanciering te onttrekken, noch aan toekomstige jaarlijkse prestatiegoedkeuringsbesluiten die de Commissie op grond van artikel 54 van Verordening (EU) 2021/2116 kan nemen om uitgaven die geen corresponderende output hebben zoals gerapporteerd in het jaarlijkse prestatieverslag, aan Uniefinanciering te onttrekken.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 23 mei 2025.

Voor de Commissie

Christophe Hansen

Lid van de Commissie

BIJLAGE IGoedkeuring van de rekeningen van de betaalorganenBegrotingsjaar 2024Van de lidstaat terug te vorderen of aan de lidstaat te betalen bedrag

BIJLAGE II