Er wordt machtiging verleend voor de ondertekening, namens de Unie, van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende samenwerking inzake de toepassing van hun respectieve mededingingswetgevingen, onder voorbehoud van de sluiting van de genoemde overeenkomst(6).
Besluit (EU) 2025/2376 van de Raad van 4 november 2025 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende samenwerking inzake de toepassing van hun respectieve mededingingswetgevingen
Besluit (EU) 2025/2376 van de Raad van 4 november 2025 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende samenwerking inzake de toepassing van hun respectieve mededingingswetgevingen
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 103 en 352, in samenhang met artikel 218, lid 5, en artikel 218, lid 8, tweede alinea,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
Op 8 juni 2023 heeft de Raad de Commissie gemachtigd onderhandelingen te openen met het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (het “Verenigd Koninkrijk”) over een aanvullende overeenkomst in de zin van artikel 2 van de Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds(1), van 30 december 2020 (de “handels- en samenwerkingsovereenkomst”) over samenwerking in mededingingszaken.
De Commissie heeft namens de Unie onderhandeld over een Overeenkomst tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk betreffende samenwerking inzake de toepassing van hun respectieve mededingingswetgevingen (de “overeenkomst”). De onderhandelingen zijn op technisch niveau afgerond.
De overeenkomst heeft tot doel de bestaande samenwerking en coördinatie in mededingingszaken tussen de mededingingsautoriteiten van de Unie en haar lidstaten, enerzijds, en van het Verenigd Koninkrijk, anderzijds, te bevorderen en die bestaande samenwerking van een kader te voorzien met het oog op een doeltreffendere handhaving van de mededingingswetgeving van de Unie en van het Verenigd Koninkrijk. De mededingingsautoriteiten van de Unie en van het Verenigd Koninkrijk werken samen op basis van artikel 361, lid 2, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst, maar in artikel 361, lid 4, is bepaald dat de partijen een afzonderlijke overeenkomst inzake samenwerking en coördinatie in mededingingszaken kunnen sluiten. De overeenkomst is als dusdanig een aanvullende overeenkomst in de zin van artikel 2 van de handels- en samenwerkingsovereenkomst.
De Commissie heeft bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1772 van de Commissie(2) erkend dat het Verenigd Koninkrijk een passend beschermingsniveau waarborgt voor persoonsgegevens die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad(3) vanuit de Unie aan het Verenigd Koninkrijk worden doorgegeven.
De overeenkomst moet daarom namens de Unie worden ondertekend, onder voorbehoud van de sluiting ervan op een latere datum.
De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming werd geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad(4) en heeft op 15 juli 2025 een advies(5) uitgebracht,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.
Gedaan te Brussel, 4 november 2025.
Voor de Raad
De voorzitter
L. Aagaard