In Richtlijn 2006/112/EG worden de volgende artikelen ingevoegd:
1.De lidstaten gebruiken een elektronisch certificaat om te bevestigen dat een handeling in aanmerking komt voor een vrijstelling als bedoeld in artikel 151, lid 1, eerste alinea. De afnemer van een levering van goederen of diensten aan of voor wie de vrijgestelde levering van goederen of diensten wordt verricht (een “begunstigde instelling of persoon”), geeft het certificaat af en ondertekent het samen met de lidstaat van ontvangst langs elektronische weg.
2.Lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op handelingen waarbij de vrijstelling wordt verleend in de vorm van teruggaaf als bedoeld in artikel 151, lid 2 en waarbij de btw verschuldigd is in de lidstaat van ontvangst. De lidstaten kunnen er niettemin voor kiezen om voor die handelingen te voorzien in het gebruik van een elektronisch certificaat, overeenkomstig lid 1 van dit artikel.
3.De gegevensreeks van het elektronische certificaat omvat ten minste:
de identificatiegegevens van de begunstigde instelling of persoon, met inbegrip van een door de lidstaat van ontvangst toegekend identificatienummer, indien beschikbaar;
de identificatiegegevens van de bevoegde autoriteit die de vrijstelling certificeert;
de verklaring van de begunstigde instelling of persoon over het beoogde gebruik van de verworven goederen en diensten en met betrekking tot de vervulling van de door de betrokken lidstaat vastgestelde voorwaarden voor de vrijstelling;
de beschrijving, de hoeveelheid en de waarde, exclusief btw en accijnzen, van de goederen en diensten waarvoor de vrijstelling wordt aangevraagd, met inbegrip van, in voorkomend geval, het voertuigidentificatienummer of het adres en het doel van het gebruik van het onroerend goed;
de verklaring van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst; en
informatie over de leverancier, met inbegrip van naam en adres, lidstaat van vestiging en btw-/accijnsnummer of fiscaal registratienummer.
4.Bij gebruikmaking van het elektronisch certificaat kan de lidstaat van ontvangst besluiten ofwel een gemeenschappelijk certificaat van vrijstelling van btw en accijnzen te gebruiken, ofwel twee afzonderlijke certificaten.
5.Indien de goederen of diensten bestemd zijn voor officieel gebruik, kunnen de lidstaten de begunstigde instelling ontheffen van de verplichting om het certificaat door de lidstaat van ontvangst te laten ondertekenen, onder de door de lidstaten vast te stellen voorwaarden. Die ontheffing kan in geval van misbruik worden ingetrokken. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van het contactpunt dat is aangewezen om te bepalen welke diensten verantwoordelijk zijn voor de ondertekening van het certificaat langs elektronische weg en in hoeverre zij ontheffing van deze verplichting verlenen. De Commissie brengt de van de lidstaten ontvangen gegevens ter kennis van de andere lidstaten.
6.In afwijking van de leden 1 en 2 van dit artikel kunnen de lidstaten ervoor kiezen om voor handelingen die tot en met 30 juni 2032 plaatsvinden, gebruik te maken van:
het papieren certificaat in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad(*); of
indien de btw verschuldigd is in de lidstaat van ontvangst, een elektronisch systeem dat een lidstaat heeft of een andere door de lidstaten verstrekte papieren versie van het certificaat.
7.De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de technische details en specificaties vast met betrekking tot het elektronische formaat van het certificaat en de verwerking ervan, rekening houdend met de behoeften van de lidstaten, en betreffende het IT-systeem dat hiervoor wordt gebruikt. De verwerking bestaat met name in:
de toegang tot het IT-systeem voor begunstigde instellingen of personen, lidstaten en leveranciers;
de elektronische afgifte en ondertekening van het certificaat van vrijstelling;
de registratie en opslag van de elektronische certificaten die zijn afgegeven door begunstigde instellingen en personen;
het ter beschikking stellen van elektronische certificaten aan de begunstigde instellingen en personen, aan de leveranciers die vrijgestelde leveringen verrichten, en aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad(**) bedoelde onderzoeksprocedure en het hiervoor bevoegde comité is het bij artikel 58 van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad(***) ingestelde comité.
8.De Commissie ontwikkelt, onderhoudt, host en voert het technische beheer uit van het centrale IT-systeem voor de opslag en verwerking van elektronische certificaten.
Onverminderd artikel 151, lid 3, verbindt de begunstigde instelling of persoon die het certificaat heeft afgegeven en ondertekend zich ertoe de btw te betalen aan de lidstaat waar deze verschuldigd is indien de goederen en/of diensten niet aan de voorwaarden voor vrijstelling voldoen of indien de goederen en/of diensten niet op de beoogde wijze zijn gebruikt.