De vergunning voor het in de bijlage gespecificeerde preparaat, dat behoort tot de categorie “technologische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “inkuiltoevoegingsmiddelen”, wordt onder de in de bijlage vastgestelde voorwaarden verlengd.
Uitvoeringsverordening (EU) 2025/159 van de Commissie van 29 januari 2025 tot verlenging van de vergunning voor een preparaat van Pediococcus pentosaceus DSM 14021 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 84/2014
Uitvoeringsverordening (EU) 2025/159 van de Commissie van 29 januari 2025 tot verlenging van de vergunning voor een preparaat van Pediococcus pentosaceus DSM 14021 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 84/2014
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding(1), en met name artikel 9, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de redenen en procedures voor het verlenen en verlengen van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.
Voor het preparaat van Pediococcus pentosaceus DSM 14021 is bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 84/2014 van de Commissie(2) voor een periode van tien jaar een vergunning verleend als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten.
Overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag ingediend voor de verlenging van de vergunning voor het preparaat van Pediococcus pentosaceus DSM 14021 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten, waarbij is verzocht om dat toevoegingsmiddel in te delen in de categorie “technologische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “inkuiltoevoegingsmiddelen”. De krachtens artikel 14, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste nadere gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd.
De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 12 maart 2024(3) geconcludeerd dat het preparaat van Pediococcus pentosaceus DSM 14021 onder de momenteel toegestane gebruiksvoorwaarden veilig blijft voor alle doeldiersoorten, en voor de consument en het milieu. Zij heeft ook geconcludeerd dat het toevoegingsmiddel moet worden beschouwd als mogelijk huid- en inhalatieallergeen en dat alle blootstelling via de huid en de luchtwegen als een risico wordt gezien; zij kon bij gebrek aan gegevens echter geen conclusies trekken over de vraag of het toevoegingsmiddel irritatie van de ogen zou kunnen veroorzaken. Daarnaast heeft de EFSA aangegeven dat de werkzaamheid van het toevoegingsmiddel niet hoeft te worden beoordeeld, aangezien de aanvraag tot verlenging geen voorstel bevat voor wijzigingen of aanvullingen van de voorwaarden van de oorspronkelijke vergunning die gevolgen zouden hebben voor de werkzaamheid van het toevoegingsmiddel.
Het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was van oordeel dat de conclusies en aanbevelingen van de beoordeling van de analysemethode voor het preparaat van Pediococcus pentosaceus DSM 14021 als toevoegingsmiddel voor diervoeding die in het kader van de vorige vergunning waren uitgebracht, geldig en van toepassing zijn op de huidige aanvraag. Overeenkomstig artikel 5, lid 4, punt c), van Verordening (EG) nr. 378/2005 van de Commissie(4) is een evaluatieverslag van het referentielaboratorium derhalve niet vereist.
Gezien het bovenstaande is de Commissie van oordeel dat het preparaat van Pediococcus pentosaceus DSM 14021 voldoet aan de voorwaarden van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003. De vergunning voor het toevoegingsmiddel moet daarom worden verlengd. Daarnaast is de Commissie van oordeel dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om ongunstige gevolgen voor de gezondheid van de gebruikers van het toevoegingsmiddel te voorkomen. Die beschermende maatregelen mogen geen afbreuk doen aan andere veiligheidsvoorschriften voor werknemers uit hoofde van het Unierecht.
Doordat de vergunning voor het preparaat van Pediococcus pentosaceus DSM 14021 als toevoegingsmiddel voor diervoeding wordt verlengd, moet Uitvoeringsverordening (EU) nr. 84/2014 worden ingetrokken.
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1 Verlenging van de vergunning
Artikel 2 Intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 84/2014
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 84/2014 wordt ingetrokken.
Artikel 3 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 29 januari 2025.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula von der Leyen