Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 wordt als volgt gewijzigd:
-
het volgende artikel 10 bis wordt ingevoegd:
;1.Wanneer een lidstaat van mening is dat aan een product of een stof een specifieke toelating voor gebruik in een ultraperifeer gebied van de Unie moet worden verleend wegens in artikel 45, lid 2, van Verordening (EU) 2018/848 vermelde specifieke omstandigheden, kan die lidstaat de Commissie verzoeken een beoordeling uit te voeren. Daartoe stelt die lidstaat de Commissie in kennis van een dossier waarin het betrokken product of de betrokken stof wordt beschreven, de redenen voor een dergelijke specifieke toelating, die verband houden met de in artikel 45, lid 2, van Verordening (EU) 2018/848 genoemde specifieke omstandigheden, worden vermeld en wordt toegelicht waarom de krachtens deze verordening toegelaten producten en stoffen wegens de specifieke omstandigheden in het betrokken ultraperifere gebied niet geschikt zijn om te worden gebruikt. De lidstaat zorgt ervoor dat het dossier geschikt is om te worden bekendgemaakt, met inachtneming van de wetgeving van de Unie en de nationale wetgeving van de lidstaten inzake gegevensbescherming.
2.De Commissie publiceert alle in lid 1 bedoelde verzoeken.
3.De Commissie analyseert het in lid 1 bedoelde dossier. Zij laat het product of de stof toe in het licht van de in het dossier vermelde specifieke omstandigheden, mits zij op basis van haar analyse in haar geheel tot de conclusie komt dat:
-
een dergelijke specifieke toelating in het betrokken ultraperifere gebied gerechtvaardigd is;
-
het product dat of de stof die in het dossier is beschreven, voldoet aan de beginselen van hoofdstuk II, de criteria van artikel 24, lid 3, en de voorwaarde van artikel 24, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848, en
-
het gebruik van het product of de stof in overeenstemming is met de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie, en met name, voor werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen, met Verordening (EG) nr. 396/2005.
Het toegelaten product of de toegelaten stof wordt opgenomen in bijlage VI bij deze verordening.
4.Wanneer de in artikel 45, lid 2, van Verordening (EU) 2018/848 bedoelde termijn van twee jaar verstrijkt, wordt de toelating automatisch verlengd met nog eens twee jaar, mits geen nieuwe elementen beschikbaar zijn en geen lidstaten of krachtens artikel 46, lid 1, van Verordening (EU) 2018/848 erkende controleautoriteiten of controleorganen bezwaar hebben gemaakt dat ertoe leidt dat de in lid 3 bedoelde conclusie van de Commissie opnieuw moet worden beoordeeld.”
-
-
bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening;
-
bijlage II wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening;
-
bijlage III wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening;
-
bijlage V wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage IV bij deze verordening;
-
bijlage VI wordt vervangen door de tekst in bijlage V bij deze verordening.