Verordening (EU) nr. 228/2013 wordt als volgt gewijzigd:
-
aan artikel 6 wordt het volgende lid toegevoegd:
;“5.In geval van een uitzonderlijke natuurramp of extreme weersomstandigheden die de landbouwproductiecapaciteit in een ultraperifeer gebied geheel of gedeeltelijk vernietigen, kan een lidstaat, onder toepassing van het beginsel van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden, bij de Commissie een voorstel voor wijzigingen van het Posei-programma indienen zodat de betrokken begunstigden gedurende de gehele herstelperiode steun in het kader van het Posei-programma kunnen blijven ontvangen in de vorm van in artikel 19 voorziene maatregelen ten gunste van de lokale landbouwproductie. De uitvoering van die wijzigingen van het Posei-programma wordt jaarlijks geëvalueerd en de voortgang ervan wordt gemonitord door de Commissie en de betrokken lidstaat, die nauw samenwerken.”
-
aan artikel 19 wordt het volgende lid toegevoegd:
;“5.Wanneer het programma overeenkomstig artikel 6, lid 5, wordt gewijzigd, kunnen begunstigden die door de uitzonderlijke natuurramp of de extreme weersomstandigheden zijn getroffen, steun blijven ontvangen in de vorm van in lid 4 voorziene steunmaatregelen voor de productie, verwerking of afzet, gedurende de herstelperiode, ongeacht het niveau van hun activiteiten, op voorwaarde dat zij zich formeel ertoe verbinden hun landbouwproductiecapaciteit te herstellen.”
-
aan artikel 22 worden de volgende leden toegevoegd:
“3.In afwijking van artikel 6 bis, lid 5, van Verordening (EU) 2020/2220 van het Europees Parlement en de Raad(*) kan Mayotte na 30 juni 2025 steunaanvragen goedkeuren.
4.In het plattelandsontwikkelingsprogramma van Mayotte bedraagt de steun in het kader van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) voor de in artikel 6 bis van Verordening (EU) 2020/2220 bedoelde maatregel niet meer dan de totale Elfpo-bijdrage aan dat plattelandsontwikkelingsprogramma voor de jaren 2021-2022.