Home

Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1400 van de Commissie van 16 juli 2025 tot verlening van een vergunning voor etherische olie van pepermunt van de soort Mentha × piperita L., etherische olie van scharlei van de soort Salvia sclarea L. en etherische olie van salie van de soort Salvia officinalis L. als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten

Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1400 van de Commissie van 16 juli 2025 tot verlening van een vergunning voor etherische olie van pepermunt van de soort Mentha × piperita L., etherische olie van scharlei van de soort Salvia sclarea L. en etherische olie van salie van de soort Salvia officinalis L. als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding(1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de redenen en procedures voor het verlenen van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. Artikel 10, lid 2, van die verordening voorziet in de herbeoordeling van toevoegingsmiddelen waarvoor een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG van de Raad(2).

  2. Voor de stoffen etherische olie van pepermunt van de soort Mentha × piperita L., etherische olie van scharlei van de soort Salvia sclarea L. en etherische olie van salie van de soort Salvia officinalis L. zijn overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG vergunningen zonder tijdsbeperking verleend als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten. Overeenkomstig artikel 10, lid 1, punt b), van Verordening (EG) nr. 1831/2003 zijn die stoffen vervolgens in het repertorium van toevoegingsmiddelen voor diervoeding opgenomen als bestaande producten.

  3. Overeenkomstig artikel 10, lid 2, in samenhang met artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag ingediend voor de verlening van een vergunning voor etherische olie van pepermunt van de soort Mentha × piperita L., etherische olie van scharlei van de soort Salvia sclarea L. en etherische olie van salie van de soort Salvia officinalis L. toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten, waarbij is verzocht de toevoegingsmiddelen in te delen in de categorie “sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “aromatische stoffen”. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste nadere gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd.

  4. De aanvrager heeft ook verzocht om een vergunning te verlenen voor het gebruik van de betrokken stoffen in drinkwater. Verordening (EG) nr. 1831/2003 voorziet echter niet in de verlening van een vergunning voor het gebruik van “aromatische stoffen” in drinkwater. Daarom mag het gebruik van deze toevoegingsmiddelen in drinkwater niet worden toegestaan.

  5. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar adviezen van 16 oktober 2024(3), 20 november 2024(4) en 26 november 2024(5) geconcludeerd dat etherische olie van pepermunt van de soort Mentha × piperita L. veilig is bij gebruik tot een maximumconcentratie van 12 mg/kg volledig diervoeder voor alle diersoorten, en dat etherische olie van scharlei van de soort Salvia sclarea L. en etherische olie van salie van de soort Salvia officinalis L. veilig zijn bij bepaalde maximumconcentraties die voor elke diersoort nader zijn gespecificeerd. Zij heeft ook geconcludeerd dat er geen risico’s zijn vastgesteld voor de consument als gevolg van het gebruik van etherische olie van pepermunt van de soort Mentha × piperita L. tot de maximumconcentratie, en dat deze etherische olie bij gebruik tot de maximumconcentratie naar verwachting geen risico voor het milieu zal vormen. De EFSA heeft verder geconcludeerd dat het gebruik van etherische olie van scharlei van de soort Salvia sclarea L. en van etherische olie van salie van de soort Salvia officinalis L. onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden veilig is voor de consument en het milieu. De EFSA heeft geconcludeerd dat etherische olie van pepermunt van de soort Mentha × piperita L., etherische olie van scharlei van de soort Salvia sclarea L. en etherische olie van salie van de soort Salvia officinalis L. moeten worden beschouwd als irriterend voor de huid en de ogen, en als huid- en inhalatieallergeen. De EFSA heeft verder geconcludeerd dat de werkzaamheid van etherische olie van pepermunt van de soort Mentha × piperita L., etherische olie van scharlei van de soort Salvia sclarea L. en etherische olie van salie van de soort Salvia officinalis L. niet meer hoeft te worden aangetoond, aangezien deze etherische oliën erkend zijn als aromatische stoffen in levensmiddelen en de functie ervan in diervoeders in wezen dezelfde is als in levensmiddelen. De EFSA heeft ook het verslag over de analysemethode voor de toevoegingsmiddelen voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

  6. Gezien het bovenstaande is de Commissie van oordeel dat etherische olie van pepermunt van de soort Mentha × piperita L., etherische olie van scharlei van de soort Salvia sclarea L. en etherische olie van salie van de soort Salvia officinalis L. aan de voorwaarden van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 voldoen. Het gebruik van die stoffen zoals gespecificeerd in de bijlage bij deze verordening, moet daarom worden toegestaan. Daarnaast is de Commissie van oordeel dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om ongunstige gevolgen voor de gezondheid van de gebruikers van de toevoegingsmiddelen te voorkomen.

  7. De Commissie is van oordeel dat er geen veiligheidsredenen zijn om maximumgehalten voor etherische olie van pepermunt van de soort Mentha × piperita L., etherische olie van scharlei van de soort Salvia sclarea L. en etherische olie van salie van de soort Salvia officinalis L. vast te stellen. Om een betere controle mogelijk te maken, moet een aanbevolen maximumgehalte op het etiket van de toevoegingsmiddelen voor diervoeding worden vermeld. In gevallen waarin het aanbevolen maximumgehalte wordt overschreden, moet bepaalde informatie op het etiket van de betrokken voormengsels worden vermeld.

  8. Aangezien er geen veiligheidsredenen zijn die de onmiddellijke toepassing van de wijzigingen van de vergunningsvoorwaarden voor de betrokken stoffen vereisen, moet een overgangsperiode worden vastgesteld om de belanghebbende partijen in staat te stellen zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen van de vergunning te voldoen.

  9. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1 Verlening van een vergunning

Voor de in de bijlage gespecificeerde stoffen, die behoren tot de categorie “sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “aromatische stoffen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddelen voor diervoeding verleend.

Artikel 2 Overgangsmaatregelen

1.

De toevoegingsmiddelen voor diervoeding etherische olie van pepermunt van de soort Mentha × piperita L., etherische olie van scharlei van de soort Salvia sclarea L. en etherische olie van salie van de soort Salvia officinalis L., waarvoor uit hoofde van Richtlijn 70/524/EEG een vergunning is verleend, en voormengsels die deze toevoegingsmiddelen bevatten, die vóór 6 februari 2026 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 6 augustus 2025 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de betrokken voorraden zijn uitgeput.

2.

Voedermiddelen en mengvoeders die de in lid 1 vermelde toevoegingsmiddelen voor diervoeding bevatten en die vóór 6 augustus 2026 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 6 augustus 2025 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de betrokken voorraden zijn uitgeput, wanneer zij bestemd zijn voor voedselproducerende dieren.

3.

Voedermiddelen en mengvoeders die de in lid 1 vermelde toevoegingsmiddelen voor diervoeding bevatten en die vóór 6 augustus 2027 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 6 augustus 2025 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de betrokken voorraden zijn uitgeput, wanneer zij bestemd zijn voor niet-voedselproducerende dieren.

Artikel 3 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 16 juli 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula von der Leyen

BIJLAGE