Home

Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1422 van de Commissie van 17 juli 2025 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141 om de lijst van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten te actualiseren

Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1422 van de Commissie van 17 juli 2025 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141 om de lijst van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten te actualiseren

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten(1), en met name artikel 4, leden 1 en 2,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141 van de Commissie(2) is een lijst van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten (“de Unielijst”) vastgesteld, die — in voorkomend geval — moet worden geactualiseerd overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1143/2014.

  2. Op basis van het beschikbare bewijsmateriaal en de krachtens artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1143/2014 uitgevoerde risicobeoordelingen is geconcludeerd dat de volgende invasieve uitheemse soorten aan alle criteria van artikel 4, lid 3, van die verordening voldoen: Acacia mearnsii [als “mearnsi”] De Wild., Pl. Bequaert. 3: 61 (1925), Acridotheres cristatellus (Linnaeus, 1758), Asterias amurensis Lutken, 1871, Bipalium kewense Moseley, 1868, Brachyponera chinensis (Emery, 1895), Broussonetia papyrifera (L.) L’Hér ex Vent., Castor canadensis Kuhl, 1820, Cervus nippon Temminck, 1838, Cherax destructor Clark, 1936, Cipangopaludina chinensis (Gray 1834), Crassula helmsii (Kirk) Cockayne, Delairea odorata Lem, Faxonius immunis (Hagen, 1870), Marisa cornuarietis (Linnaeus 1758), Misgurnus anguillicaudatus (Cantor, 1842), Misgurnus bipartitus (Sauvage & Dabry de Thiersant, 1874), Mulinia lateralis (Say, 1822), Nanozostera japonica (Ascherson & Graebner) Tomlinson & Posluszny, 2001, Neogale vison (Schreber, 1777), Obama nungara Carbayo, Álvarez-Presas, Jones & Riutort, 2016, Platydemus manokwari de Beauchamp, 1963, Pycnonotus jocosus (Linnaeus, 1758), Reynoutria japonica Houtt., Reynoutria sachalinensis (F. Schmidt) Nakai, Reynoutria × bohemica Chrtek & Chrtková en Vespa mandarinia Smith, 1852.

  3. Voor alle in overweging 2 bedoelde invasieve uitheemse soorten zijn alle in artikel 4, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1143/2014 genoemde elementen naar behoren in acht genomen.

  4. Als gevolg van de algemeen aanvaarde wijzigingen in de standaardnomenclatuurwerken van vier voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten, moeten de namen of andere elementen van de volledige nomenclatuur voor de volgende in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141 opgenomen invasieve uitheemse soorten worden gewijzigd: Eichhornia crassipes, Hakea sericea, Pennisetum setaceum en Tamias sibiricus.

  5. Gezien de evoluerende taxonomie van de invasieve soort Lampropeltis getula, moet het toepassingsgebied zoals gedefinieerd in de oorspronkelijke risicobeoordeling die ten grondslag ligt aan de opname ervan in de Unielijst, worden herhaald en verduidelijkt. In deze risicobeoordeling wordt gebruikgemaakt van de vermelding “sensu lato” om de soort in bredere taxonomische zin volledig te omvatten. Met het oog op mogelijke taxonomische ontwikkelingen en om een robuuste regelgeving te waarborgen, moeten de betrokken ondersoorten uitdrukkelijk worden vermeld.

  6. Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

  7. De soort Neogale vison (Schreber, 1777) wordt in verschillende lidstaten gekweekt voor de productie van bont. Voor zover de lidstaten mogelijk aanvragen voor de in artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1143/2014 bedoelde toelatingen moeten opstellen, moet de opname van die soort in de Unielijst worden uitgesteld om de lidstaten de tijd te geven dergelijke aanvragen op te stellen voordat de opname van de soort van kracht wordt.

  8. In gebieden waarin ook de inheemse bever Castor fiber(3) aanwezig is, brengt het beheer van de invasieve uitheemse soort Castor canadensis Kuhl, 1820, aanzienlijke uitdagingen met zich mee vanwege de gelijkenissen tussen beide soorten. De opname van Castor canadensis in de Unielijst moet derhalve worden uitgesteld om de lidstaten de tijd te geven om, in voorkomend geval, specifieke beheersmaatregelen en nationale wetgeving aan te passen voordat de opname van Castor canadensis Kuhl, 1820, van kracht wordt.

  9. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 27, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1143/2014 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Punt 2 van de bijlage is van toepassing met ingang van 7 augustus 2027.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 juli 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula von der Leyen

BIJLAGE

De tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141 wordt als volgt gewijzigd:

  1. elk van de volgende soorten wordt in alfabetische volgorde ingevoegd:

    Soort

    (i)

    GN-codes voor levende exemplaren

    (ii)

    GN-codes voor onderdelen die zich kunnen voortplanten

    (iii)

    Categorieën van geassocieerde goederen

    (iv)

    Acacia mearnsii [als “mearnsi”] De Wild., Pl. Bequaert. 3: 61 (1925)

    ex06029048

    ex12099999 (zaden)”

    Acridotheres cristatellus (Linnaeus, 1758)

    ex01063980

    ex04071990 (broedeieren)”

    Asterias amurensis Lutken, 1871

    ex03089010

    (14), (15)”

    Bipalium kewense Moseley, 1868

    ex01069000

    (5)”

    Brachyponera chinensis (Emery, 1895)

    ex01064900

    (5), (7)”

    Broussonetia papyrifera (L.) L’Hér ex Vent.

    ex06029048

    ex12099999 (zaden)”

    Cervus nippon Temminck, 1838

    ex01061900

    —”

    Cherax destructor Clark, 1936

    ex03063910

    —”

    Cipangopaludina chinensis (Gray 1834)

    ex03076000

    —”

    Crassula helmsii (Kirk) Cockayne

    ex06029050

    ex12099999 (zaden)”

    Delairea odorata Lem.

    ex06029050

    ex12099999 (zaden)”

    Faxonius immunis (Hagen, 1870)

    ex03063910

    —”

    Marisa cornuarietis (Linnaeus 1758)

    ex03076000

    —”

    Misgurnus anguillicaudatus (Cantor, 1842)

    ex03019917

    ex05119190 (bevruchte kuit voor de visteelt)”

    Misgurnus bipartitus (Sauvage & Dabry de Thiersant, 1874)

    ex03019917

    ex05119190 (bevruchte kuit voor de visteelt)”

    Mulinia lateralis (Say, 1822)

    ex03079100

    —”

    Nanozostera japonica (Ascherson & Graebner) Tomlinson & Posluszny, 2001

    ex12122900

    (14), (15)”

    Obama nungara Carbayo, Álvarez-Presas, Jones & Riutort, 2016

    ex01069000

    (5)”

    Platydemus manokwari de Beauchamp, 1963

    ex01069000

    (5)”

    Pycnonotus jocosus (Linnaeus, 1758)

    ex01063980

    ex04071990 (broedeieren)”

    Reynoutria japonica Houtt.

    ex06029050

    ex12099999 (zaden)”

    Reynoutria sachalinensis (F. Schmidt) Nakai

    ex06029050

    ex12099999 (zaden)”

    Reynoutria × bohemica Chrtek & Chrtková

    ex06029050

    ex12099999 (zaden)”

    Vespa mandarinia Smith, 1852

    ex01064900

    (8), (9), (10)”

  2. in de tabel worden de volgende soorten in alfabetische volgorde ingevoegd:

    Soort

    (i)

    GN-codes voor levende exemplaren

    (ii)

    GN-codes voor onderdelen die zich kunnen voortplanten

    (iii)

    Categorieën van geassocieerde goederen

    (iv)

    Castor canadensis Kuhl, 1820

    ex01061900

    —”

    Neogale vison (Schreber, 1777)

    ex01061900

    —”

  3. Eichhornia crassipes (Mart.) Solms” wordt vervangen door “Pontederia crassipes Mart”;

  4. Hakea sericea Schrad. & J.C.Wendl.” wordt vervangen door “Hakea sericea Schrad. & J.C.Wendl. s.l.”;

  5. in kolom (iv) wordt in de rij voor Lampropeltis getula (Linnaeus, 1766) aantekening “(16)” bij de tabel ingevoegd;

  6. Pennisetum setaceum (Forssk.) Chiov.” wordt vervangen door “Cenchrus setaceus (Forssk.) Morrone (Pennisetum setaceum (Forssk.) Chiov.)”;

  7. Tamias sibiricus Laxmann, 1769” wordt vervangen door “Tamias sibiricus Laxmann, 1769 (Eutamias sibiricus (Laxmann, 1769))”;

  8. in de aantekeningen bij de tabel voor kolom (iv) wordt het volgende punt toegevoegd:

    Lampropeltis getula (Linnaeus, 1766) verwijst naar de volgende soorten of ondersoorten: L. getula getula (“de gewone koningsslang”); L. californiae (“de Californische koningsslang”); L. nigra (“de zwarte koningsslang”); L. splendida (“de woestijnkoningsslang”); L. holbrooki (“de gespikkelde koningsslang”); L. floridana (“de Florida-koningsslang”); L. nigrita (“de Mexicaanse zwarte koningsslang”); L. meansi (“de Apalachicola-koningsslang”).”.