Home

Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1446 van de Commissie van 14 juli 2025 tot opschorting van evenwichtsherstellende handelsmaatregelen ten aanzien van bepaalde producten van oorsprong uit de Verenigde Staten die bij Uitvoeringsverordening (EU) 2025/778 zijn ingesteld, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2882

Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1446 van de Commissie van 14 juli 2025 tot opschorting van evenwichtsherstellende handelsmaatregelen ten aanzien van bepaalde producten van oorsprong uit de Verenigde Staten die bij Uitvoeringsverordening (EU) 2025/778 zijn ingesteld, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2882

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 654/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de uitoefening van de rechten van de Unie voor de toepassing en handhaving van de internationale handelsregels en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 3286/94 van de Raad tot vaststelling van communautaire procedures op het gebied van de gemeenschappelijke handelspolitiek met het oog op de handhaving van de rechten die de Gemeenschap ontleent aan internationale regelingen voor het handelsverkeer, in het bijzonder die welke onder auspiciën van de Wereldhandelsorganisatie werden vastgesteld(1), en met name artikel 7, leden 3 en 4,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Op 20 juni 2018 heeft de Commissie Uitvoeringsverordening (EU) 2018/886 van de Commissie(2) vastgesteld, die voorziet in de toepassing van aanvullende douanerechten op de invoer in de Unie van in die verordening vermelde producten van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika (“de Verenigde Staten”).

  2. Op 7 april 2020 heeft de Commissie Uitvoeringsverordening (EU) 2020/502(3) vastgesteld, die voorziet in de toepassing van aanvullende douanerechten op de invoer in de Unie van gespecificeerde andere producten van oorsprong uit de Verenigde Staten.

  3. De bij de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2018/886 en (EU) 2020/502 ingestelde aanvullende douanerechten waren bedoeld om een tegenwicht te bieden aan de vrijwaringsmaatregelen in de vorm van aanvullende douanerechten die de Verenigde Staten op grond van artikel (“Section”) 232 van de Trade Expansion Act van 1962 hadden ingesteld op de invoer van gespecificeerde staal- en aluminiumproducten van oorsprong uit de Unie, met ingang van 1 juni 2018, en op de invoer van afgeleide staal- en aluminiumproducten van oorsprong uit de Unie, met ingang van 8 februari 2020.

  4. Op 18 december 2023 heeft de Commissie Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2882(4) tot opschorting, tot en met 31 maart 2025, van de bij de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2018/886 en (EU) 2020/502 ingestelde aanvullende ad-valoremrechten vastgesteld.

  5. Op 10 februari 2025 hebben de Verenigde Staten, met ingang van 12 maart 2025 en voor onbepaalde tijd, opnieuw vrijwaringsmaatregelen ingevoerd in de vorm van aanvullende douanerechten op de invoer van staal- en aluminiumproducten en afgeleide staal- en aluminiumproducten van oorsprong uit onder meer de Unie, op het aanvankelijke niveau van respectievelijk 25 % en 10 % ad valorem(5).

  6. Op 31 maart 2025 heeft de Commissie Uitvoeringsverordening (EU) 2025/664(6) tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2882 tot opschorting, tot en met 14 april 2025, van de bij de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2018/886 en (EU) 2020/502 ingestelde aanvullende douanerechten, vastgesteld, en Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2882 dienovereenkomstig gewijzigd.

  7. Op 2 april 2025 hebben de Verenigde Staten in het kader van hun zogenaamde “wederzijdse tariefbeleid” aanvullende invoerrechten ingevoerd voor een breed scala aan producten, onder meer uit de Unie, en wel als volgt:

    1. 10 % ad valorem, van toepassing op alle invoer in de Verenigde Staten, met inbegrip van de invoer uit de Unie, met uitzondering van die welke specifiek zijn uitgesloten, met ingang van 5 april 2025 en voor onbepaalde tijd;

    2. 20 % ad valorem, ter vervanging van de 10 % ad valorem, met betrekking tot de Unie, vanaf 9 april 2025 voor onbepaalde tijd, en momenteel opgeschort tot en met 9 juli 2025(7).

  8. Op 14 april 2025 heeft de Commissie Uitvoeringsverordening (EU) 2025/778(8) vastgesteld, die voorziet in de toepassing van aanvullende douanerechten op de invoer in de Unie van bepaalde andere producten van oorsprong uit de Verenigde Staten en in de wijziging van bepaalde aanvullende douanerechten die zijn ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/886.

  9. Op 14 april 2025 heeft de Commissie Uitvoeringsverordening (EU) 2025/786(9) vastgesteld, waarbij de toepassing van de bij de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2025/778, (EU) 2018/886 en (EU) 2020/502 ingestelde aanvullende douanerechten van 15 april 2025 tot en met 14 juli 2025 werd geschorst, en Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2882 dienovereenkomstig gewijzigd.

  10. Op 7 juli 2025 hebben de Verenigde Staten de schorsing van het invoerrecht van 20 % ad valorem op de invoer uit de Unie verlengd van 9 juli 2025 tot en met 1 augustus 2025.

  11. In het licht van de ontwikkelingen, zoals die welke worden beschreven in overweging 10, en de ontwikkeling van de handelsbetrekkingen tussen de Unie en de Verenigde Staten, moet de Unie haar responsmaatregelen afstemmen en mogelijkheden bieden voor samenwerking met de Verenigde Staten, onder meer om de controverse over de respectieve tarieven op te lossen.

  12. Daarom moet de toepassing van de bij de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2025/778, (EU) 2018/886 en (EU) 2020/502 ingestelde aanvullende douanerechten worden opgeschort tot en met 6 augustus 2025. Bijgevolg moeten de desbetreffende delen van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/778 worden opgeschort en moet Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2882 worden gewijzigd.

  13. De Commissie moet de opschorting blijven evalueren in het licht van verdere ontwikkelingen in de handelsbetrekkingen met de Verenigde Staten, en kan verdere maatregelen nemen, waaronder een verkorting van de schorsingsperiode.

  14. Op dwingende gronden van urgentie, berustend op de noodzaak om de onmiddellijke toepassing van de desbetreffende evenwichtsherstellende maatregelen op te schorten teneinde daadwerkelijke kansen te bieden voor de verwezenlijking van de in overweging 11 beschreven doelstellingen, moeten de bepalingen van deze verordening onmiddellijk van toepassing zijn. Om dezelfde redenen moeten de bepalingen van deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

  15. Deze verordening laat het standpunt van de Unie onverlet dat de vrijwaringsmaatregelen van de Verenigde Staten onverenigbaar blijven met de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie.

  16. Overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad(10) moet de Commissie deze verordening uiterlijk 14 dagen nadat deze is vastgesteld, voor advies voorleggen aan het Comité inzake handelsbelemmeringen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De toepassing van de artikelen 2 en 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/778 wordt opgeschort tot en met 6 augustus 2025.

Artikel 2

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2882 wordt als volgt gewijzigd:

  1. in artikel 1 wordt “14 juli 2025” vervangen door “6 augustus 2025”;

  2. in artikel 2 wordt “14 juli 2025” vervangen door “6 augustus 2025”.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula von der Leyen