De in de bijlage bij deze verordening opgenomen gezondheidsclaim wordt niet opgenomen in de lijst van toegestane gezondheidsclaims van de Unie zoals bedoeld in artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1924/2006.
Verordening (EU) 2025/2223 van de Commissie van 4 november 2025 tot weigering van een vergunning voor een gezondheidsclaim voor levensmiddelen die niet over ziekterisicobeperking en de ontwikkeling en gezondheid van kinderen gaat
Verordening (EU) 2025/2223 van de Commissie van 4 november 2025 tot weigering van een vergunning voor een gezondheidsclaim voor levensmiddelen die niet over ziekterisicobeperking en de ontwikkeling en gezondheid van kinderen gaat
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen(1), en met name artikel 18, lid 5,
Overwegende hetgeen volgt:
Krachtens Verordening (EG) nr. 1924/2006 zijn gezondheidsclaims voor levensmiddelen verboden, tenzij de Commissie daarvoor overeenkomstig die verordening een vergunning heeft verleend en zij zijn opgenomen in de Unielijst van toegestane gezondheidsclaims.
Verordening (EG) nr. 1924/2006 bepaalt ook dat aanvragen voor opname van gezondheidsclaims in de Unielijst van toegestane gezondheidsclaims door exploitanten van levensmiddelenbedrijven aan de bevoegde nationale autoriteit van een lidstaat kunnen worden voorgelegd. De bevoegde nationale autoriteit moet geldige aanvragen voor een wetenschappelijke beoordeling doorsturen naar de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA), en ter informatie naar de Commissie en de lidstaten.
De EFSA moet na de ontvangst van een aanvraag een advies over de desbetreffende gezondheidsclaim uitbrengen.
De Commissie moet bij haar besluit over de verlening van een vergunning voor de gezondheidsclaim rekening houden met het advies van de EFSA.
Naar aanleiding van een aanvraag van Edge Pharma Sp. z o.o. (“de aanvrager”), die is ingediend overeenkomstig artikel 18, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1924/2006, moest de EFSA een advies uitbrengen over de wetenschappelijke onderbouwing van een gezondheidsclaim met betrekking tot citicoline en geheugenondersteuning (vraag nr. EFSA-Q-2022-00411). De door de aanvrager voorgestelde claim luidde als volgt: “De inname van citicoline ondersteunt het functioneren van het geheugen bij personen van middelbare leeftijd en ouderen die gezond zijn en te maken krijgen met leeftijdsgebonden stoornissen van het geheugen”.
De EFSA heeft op 4 juli 2024 een wetenschappelijk advies(2) over die gezondheidsclaim uitgebracht.
De EFSA concludeerde in haar wetenschappelijk advies dat er op basis van de overgelegde gegevens geen oorzakelijk verband is vastgesteld tussen de consumptie van het inwendig zout van citicoline (CDP-choline) en de verbetering, bestendiging of beperking van geheugenverlies bij volwassenen van middelbare leeftijd of ouderen die gezond zijn en te maken krijgen met leeftijdsgebonden subjectieve stoornissen van het geheugen. Aangezien de gezondheidsclaim niet voldoet aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1924/2006 voor opname in de Unielijst van toegestane gezondheidsclaims, mag hiervoor geen vergunning worden verleend.
De EFSA heeft haar wetenschappelijk advies aan de Commissie, de aanvrager en de lidstaten toegezonden. Na bekendmaking van dat advies heeft de Commissie geen opmerkingen van de aanvrager of het publiek ontvangen overeenkomstig artikel 16, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1924/2006.
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 4 november 2025.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula von der Leyen
BIJLAGEAfgewezen gezondheidsclaim
Aanvraag — Toepasselijke bepalingen van Verordening (EG) nr. 1924/2006 |
Nutriënt, stof, levensmiddel of levensmiddelencategorie |
Claim |
Referentie EFSA-advies |
|---|---|---|---|
Gezondheidsclaim overeenkomstig artikel 13, lid 5, die is gebaseerd op nieuw wetenschappelijk bewijs en/of die een verzoek om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens inhoudt |
Inwendig zout van citicoline (CDP-choline) |
Citicoline draagt bij tot verbetering, bestendiging of beperking van geheugenverlies bij volwassenen van middelbare leeftijd of ouderen die gezond zijn en te maken krijgen met leeftijdsgebonden subjectieve stoornissen van het geheugen |
Q-2022-00411 |