Het op 2 april 2025 voor erkenning bij de Commissie door Slowakije ingediende verslag bevat nauwkeurige gegevens voor het meten van de broeikasgasemissies gerelateerd aan de teelt van tarwe en kafferkoren die doorgaans worden geproduceerd in NUTS 3-regio’s in Slowakije. De samenvatting van de gegevens van het verslag is opgenomen in de bijlage.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2026/53 van de Commissie van 6 januari 2026 tot erkenning dat het door Slowakije overeenkomstig artikel 31, lid 2, van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad ingediende verslag nauwkeurige gegevens bevat ten behoeve van de meting van de broeikasgasemissies gerelateerd aan de teelt van tarwe en kafferkoren in die lidstaat
Uitvoeringsbesluit (EU) 2026/53 van de Commissie van 6 januari 2026 tot erkenning dat het door Slowakije overeenkomstig artikel 31, lid 2, van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad ingediende verslag nauwkeurige gegevens bevat ten behoeve van de meting van de broeikasgasemissies gerelateerd aan de teelt van tarwe en kafferkoren in die lidstaat
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen(1), en met name artikel 31, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Richtlijn (EU) 2018/2001 vereist dat biobrandstoffen, vloeibare biomassa en biomassabrandstoffen aanzienlijke broeikasgasemissiereducties moeten opleveren in vergelijking met fossiele brandstoffen om te kunnen worden meegeteld voor de in die richtlijn vastgestelde streefcijfers. Daartoe worden in artikel 29, lid 10, van die richtlijn specifieke emissiereductiedrempels voor die brandstoffen vastgesteld, en wordt in artikel 31 de manier bepaald waarop wordt berekend wat het gebruik ervan aan broeikasgasemissiereducties oplevert. Bij die berekeningen kunnen de standaardwaarden van de bijlagen V en VI bij Richtlijn (EU) 2018/2001 worden gebruikt. In plaats van de standaardwaarden voor broeikasgasemissies ten gevolge van de teelt van landbouwgrondstoffen kunnen onder bepaalde omstandigheden typische waarden worden gebruikt. Die typische waarden, die de gemiddelde waarde in een specifiek gebied vertegenwoordigen, kunnen door de lidstaten of derde landen aan de Commissie worden verstrekt. De typische waarden mogen alleen worden gebruikt als de Commissie erkent dat zij nauwkeurig zijn.
(2) Overeenkomstig artikel 31, lid 2, van Richtlijn (EU) 2018/2001 kunnen de lidstaten bij de Commissie verslagen indienen met informatie over de typische broeikasgasemissies ten gevolge van de teelt van landbouwgrondstoffen van de gebieden op hun grondgebied die volgens Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad(2) als niveau 2 in de gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (“NUTS”) dan wel als een meer gedesaggregeerd NUTS-niveau zijn ingedeeld.
(3) De Commissie heeft middels Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/478(3) erkend dat het door Slowakije ingediende verslag nauwkeurige gegevens bevat voor het meten van de broeikasgasemissies gerelateerd aan de teelt van koolzaad en mais dat doorgaans wordt geproduceerd in NUTS 2-regio’s in Slowakije.
(4) Op 2 april 2025 heeft Slowakije bij de Commissie een aanvullend verslag ingediend met de gegevens voor het meten van de broeikasgasemissies gerelateerd aan de teelt van tarwe en kafferkoren die doorgaans worden geproduceerd in gebieden op Slowaaks grondgebied die als niveau 3 in de nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek zijn ingedeeld. Slowakije heeft verzocht de gegevens als nauwkeurig te erkennen overeenkomstig artikel 31, lid 4, van Richtlijn (EU) 2018/2001.
(5) De Commissie heeft het verslag beoordeeld en geconcludeerd dat het nauwkeurige gegevens bevat voor het meten van de broeikasgasemissies gerelateerd aan de teelt van tarwe en kafferkoren die doorgaans worden geproduceerd in NUTS 3-regio’s in Slowakije.
(6) De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de duurzaamheid van biobrandstoffen, vloeibare biomassa en biomassabrandstoffen,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2
Indien de gegevens in het verslag, zoals dat op 2 april 2025 voor erkenning bij de Commissie is ingediend, zodanig worden gewijzigd dat dit van invloed kan zijn op de nauwkeurigheid van de gegevens en bijgevolg op de grondslag van dit besluit, stelt Slowakije de Commissie onverwijld in kennis van deze wijzigingen. De Commissie beoordeelt de gemelde wijzigingen om te bepalen of het verslag nog steeds de nauwkeurige gegevens bevat op grond waarvan het is erkend.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Het is van toepassing tot en met 28 januari 2031.
Gedaan te Brussel, 6 januari 2026.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula von der Leyen