Home

Verordening (EU) 2026/405 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2026 betreffende detergenten en oppervlakteactieve stoffen, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 648/2004 (Voor de EER relevante tekst)

Verordening (EU) 2026/405 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2026 betreffende detergenten en oppervlakteactieve stoffen, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 648/2004 (Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De voorwaarden voor het in de handel brengen en het op de markt aanbieden van detergenten en oppervlakteactieve stoffen voor detergenten zijn geharmoniseerd door Verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad(3). Die verordening bevat voorschriften met betrekking tot de biologische afbreekbaarheid van oppervlakteactieve stoffen, beperkingen of verboden op oppervlakteactieve stoffen op gronden van biologische afbreekbaarheid, beperkingen op het gehalte aan fosfaten en andere fosforverbindingen in consumentenwasmiddelen en consumentenwasmiddelen voor vaatwasmachines, de gegevens die fabrikanten ter beschikking van de bevoegde autoriteiten en medisch personeel van de lidstaten moeten houden, en regels voor de etikettering van detergenten, onder meer met betrekking tot allergene geurstoffen.

(2) Uit de evaluatie van Verordening (EG) nr. 648/2004 door de Commissie is gebleken dat de doelstellingen van die verordening grotendeels zijn verwezenlijkt. Die evaluatie heeft echter ook een aantal tekortkomingen en verbeterpunten aan het licht gebracht. De afgelopen jaren is het regelgevingskader voor chemische stoffen radicaal veranderd, wat heeft geleid tot overlappingen en een gebrek aan samenhang in de regels die van toepassing zijn op detergenten, en met name de geldende informatievereisten. Daarom moet voor consistentie worden gezorgd en moeten overlappende informatievereisten worden geschrapt.

(3) Bepaalde nieuwe marktontwikkelingen, met name de ontwikkeling van detergenten die micro-organismen bevatten en de navulverkoop van detergenten, vallen geheel of gedeeltelijk buiten Verordening (EG) nr. 648/2004. Bovendien neemt het aantal via internet te koop aangeboden producten toe en zorgt die onlineverkoop voor bijzondere handhavingsproblemen wanneer er noch een in de Unie gevestigde fabrikant noch een importeur is. Anderzijds biedt digitalisering mogelijkheden voor vereenvoudiging, vermindering van de lasten en een grotere gebruiksvriendelijkheid en begrijpelijkheid van de informatie over veiligheid en gebruik, die momenteel niet worden benut. Daarom moet rekening worden gehouden met nieuwe producten en praktijken en moeten de inspanningen op het gebied van digitalisering worden opgevoerd in overeenstemming met de overkoepelende doelstellingen van de Unie, met name op het gebied van duurzaamheid en de groene en de digitale transitie. Daarnaast moet de navulverkoop worden aangemoedigd als specifieke afvalpreventiemaatregel die nodig is om de streefcijfers voor hergebruik en navulling te halen, in overeenstemming met de Europese Green Deal die is uiteengezet in de mededeling van de Commissie van 11 december 2019, en het nieuwe actieplan voor de circulaire economie voor een schoner en concurrerender Europa, zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie van 11 maart 2020. Om de transitie van de Unie naar een circulaire economie te bevorderen, moeten hergebruik en navulling van verpakkingen worden aangemoedigd en bevorderd. Marktdeelnemers moeten er ook naar streven detergenten in andere duurzame verkoopvormen aan consumenten op de markt aan te bieden, bijvoorbeeld in recyclebare verpakkingen waarmee consumenten de passende verpakkingen thuis kunnen navullen, waarbij tevens de veiligheid van de consument wordt gewaarborgd.

(4) Bij de geschiktheidscontrole van de meest relevante wetgeving inzake chemische stoffen, die geen betrekking had op Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad(4), werd gewezen op de complexiteit van het regelgevingskader van de Unie voor chemische stoffen en werd die toegeschreven aan het grote aantal onderling verweven rechtshandelingen die betrekking hebben op specifieke producten en sectoren. Uit de geschiktheidscontrole is gebleken dat markttoezichtautoriteiten handhavingsproblemen melden met betrekking tot producten die via onlineverkoop de Unie binnenkomen vanuit derde landen. Er werd ook op gewezen dat er ruimte is voor vereenvoudiging bij de verstrekking van informatie aan de gebruikers van producten via etiketten, en er werd vastgesteld dat het potentieel dat het gebruik van innovatieve instrumenten voor het verstrekken van productinformatie biedt, momenteel niet wordt benut. Daarom is het nodig de huidige regels te vereenvoudigen om de lasten voor marktdeelnemers te verminderen, de begrijpelijkheid voor de consument te verbeteren en het markttoezicht te vergemakkelijken. Verordening (EG) nr. 648/2004 moet daarom worden vervangen.

(5) Bij Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad(5) zijn gemeenschappelijke beginselen en referentiebepalingen vastgesteld die bedoeld zijn om in alle sectorale wetgeving te worden toegepast, zodat een coherente basis voor de herziening van die wetgeving wordt gelegd. Het nieuwe rechtskader voor detergenten en oppervlakteactieve stoffen moet zoveel mogelijk worden afgestemd op die gemeenschappelijke beginselen en referentiebepalingen.

(6) Om rechtszekerheid en een gelijk speelveld voor marktdeelnemers te waarborgen, moet de bestaande definitie van “detergent” worden uitgebreid zodat ook nieuw ontwikkelde detergenten die doelbewust toegevoegde micro-organismen bevatten, er onder vallen. Die definitie moet ook betrekking hebben op producten die het reinigingsproces ondersteunen wanneer zij samen met een wasmiddel of een wasmiddel voor vaatwasmachines worden gebruikt, alsook op producten die de geur van weefsels wijzigen, gezien de ondersteunende rol van die producten bij het vervullen van de reinigingsfunctie. Verwijzingen naar oppervlakken hebben ook betrekking op het oppervlak van groenten en fruit.

(7) Aangezien oppervlakteactieve stoffen de belangrijkste bestanddelen van detergenten zijn, moeten de bestaande eisen op het vlak van biologische afbreekbaarheid worden gehandhaafd. Aangezien oppervlakteactieve stoffen hoofdzakelijk in het kader van transacties tussen bedrijven worden verkocht om te worden gebruikt bij de vervaardiging van detergenten, hoeven zij niet aan dezelfde eisen te worden onderworpen als detergenten. Daarom moeten minimumvoorschriften voor oppervlakteactieve stoffen worden vastgelegd, namelijk voorschriften betreffende etiketteringsinformatie en de verplichting voor fabrikanten om technische documentatie op te stellen. Om onnodige administratieve lasten te vermijden, moet de fabrikant alleen worden verplicht om een digitaal productpaspoort aan te maken en het gegevensblad betreffende bestanddelen te verstrekken met het oog op respons in noodgevallen met betrekking tot de gezondheid wanneer oppervlakteactieve stoffen rechtstreeks op de markt worden aangeboden aan consumenten of andere eindgebruikers. Bovendien moeten de bepalingen inzake navulverkoop ook van toepassing zijn op oppervlakteactieve stoffen voor eindgebruikers.

(8) In de Europese Green Deal is als doel gesteld de menselijke gezondheid en het milieu beter te beschermen in het kader van een ambitieuze aanpak om verontreiniging uit alle bronnen tegen te gaan en stappen te zetten naar een milieu dat vrij is van gif. Als onderdeel van die aanpak moet deze verordening een aanvulling vormen op de regels die in bestaande wetgevingsinstrumenten zijn vastgelegd.

(9) Aangezien de Unie reeds beschikt over een van de meest uitgebreide en beschermende regelgevingskaders voor chemische stoffen, ondersteund door de meest geavanceerde kennisbasis ter wereld, doet deze verordening geen afbreuk aan de toepassing van het bestaande Unierecht met betrekking tot aspecten van de bescherming van de menselijke gezondheid, de veiligheid en het milieu die niet onder deze verordening vallen. Deze verordening moet met name van toepassing zijn onverminderd de Verordeningen (EG) nr. 1907/2006, (EG) nr. 1272/2008(6) en (EU) nr. 528/2012(7) van het Europees Parlement en de Raad.

(10) Oppervlakteactieve stoffen zijn stoffen die het grensvlak tussen water en oliën of vuil helpen afbreken. Zij vormen een van de belangrijkste bestanddelen van detergenten. Oppervlakteactieve stoffen kunnen echter een risico voor het milieu vormen, aangezien zij in rioleringssystemen of rechtstreeks in oppervlaktewateren worden geloosd. Om te voorkomen dat oppervlakteactieve stoffen schadelijke gevolgen kunnen hebben voor het milieu, is het nodig voorschriften vast te stellen om ervoor te zorgen dat oppervlakteactieve stoffen volledig biologisch afbreekbaar zijn, ongeacht of zij als zodanig in de handel worden gebracht en bestemd zijn voor gebruik in detergenten, of in detergenten aanwezig zijn.

(11) Er bestaan bepaalde stoffen, niet zijnde oppervlakteactieve stoffen, die in detergenten worden gebruikt, die na gebruik aanwezig kunnen blijven in het afvalwater en die, indien ze niet door middel van dure processen door waterzuiveringsinstallaties worden verwijderd, in het milieu aanwezig blijven en zich ophopen. Om innovatie te vergemakkelijken, potentiële risico’s voor de menselijke gezondheid en het milieu aan te pakken en de doelstellingen van Richtlijn (EU) 2024/3019 van het Europees Parlement en de Raad(8) te ondersteunen, moeten ambitieuze streefcijfers worden vastgesteld voor de invoering van criteria voor biologische afbreekbaarheid en overeenkomstige testmethoden voor andere bestanddelen van detergenten, waarbij prioriteit wordt gegeven aan bestanddelen met mogelijk grotere gevolgen voor het milieu. De Commissie moet in een eerste fase criteria voor biologische afbreekbaarheid ontwikkelen voor in water oplosbare polymere folies die worden gebruikt om detergenten te omhullen en voor alle polymeren in dergelijke folies, en in een tweede fase moet zij dergelijke criteria ontwikkelen voor andere organische stoffen die in hoge concentraties in detergenten worden gebruikt en die ten minste 10 % van het product uitmaken. Om te zorgen voor een gelijke behandeling van producten, ongeacht hun vloeibare of vaste vorm, en om verdunning te voorkomen, moet dat percentage worden berekend op basis van de totale massa van de stoffen, met inbegrip van verschillende oplosmiddelen, zonder rekening te houden met het watergehalte. De Commissie moet ook geschikte testmethoden vaststellen om een uniforme uitvoering en doeltreffend markttoezicht in de hele Unie te waarborgen. Bovendien moeten omwille van de juridische duidelijkheid en voorspelbaarheid realistische tijdschema’s worden vastgesteld waarbinnen fabrikanten hun productformuleringen moeten aanpassen om te voldoen aan de door de Commissie te ontwikkelen criteria voor biologische afbreekbaarheid voor de folies of polymeren in folies en de organische stoffen die in hoge concentraties aanwezig zijn. Om in naar behoren gemotiveerde gevallen te zorgen voor flexibiliteit van de regels, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om afwijkingen van de eisen inzake biologische afbreekbaarheid in te voeren om ervoor te zorgen dat de efficiëntie, beschikbaarheid en betaalbaarheid van detergenten niet in het gedrang komen. Ten slotte moet de Commissie, om een hoge mate van bescherming van het milieu te waarborgen, ook nagaan of het haalbaar is criteria voor biologische afbreekbaarheid in te voeren voor organische stoffen die in lagere concentraties aanwezig zijn, of om de minimumdrempel te verlagen. Die alomvattende en gefaseerde benadering van biologische afbreekbaarheid moet zorgen voor gestage vooruitgang in de richting van biologisch afbreekbare producten, binnen realistische tijdschema’s. Om fabrikanten de tijd te geven om productformuleringen aan te passen, moet worden gezorgd voor toereikende overgangsperioden en moeten er ruim van tevoren relevante testcriteria worden vastgesteld.

(12) Fosfor is een ander belangrijk bestanddeel dat in detergenten wordt gebruikt. Fosfor en fosforverbindingen brengen echter schade toe aan ecosystemen en aquatische milieus aangezien zij bijdragen tot eutrofiëring. In het kader van Richtlijn (EU) 2024/3019 zal er naar verwachting aanzienlijke vooruitgang worden geboekt bij de terugwinning van fosfor uit stedelijk afvalwater. Niettemin is het belangrijk de kwestie aan de bron te blijven aanpakken door het fosforgehalte te beperken in de soorten detergenten die in de grootste hoeveelheden worden gebruikt. Om verder een hoge mate van bescherming van het milieu te waarborgen en de bijdrage van detergenten aan eutrofiëring te verminderen, moeten de geharmoniseerde grenswaarden voor het gehalte aan fosfaten en fosforverbindingen in consumentenwasmiddelen en in consumentenwasmiddelen voor vaatwasmachines bijgevolg van toepassing blijven. Gezien de aanzienlijke gevolgen die eutrofiëring kan hebben, moet de Commissie nagaan of het haalbaar is die grenswaarden verder te verlagen en nieuwe grenswaarden voor andere categorieën producten in te voeren en, in voorkomend geval, een voorstel indienen tot wijziging van die essentiële elementen van deze verordening.

(13) De afgelopen jaren zijn nieuwe reinigingsmiddelen ontwikkeld die levende micro-organismen als werkzame bestanddelen bevatten. Micro-organismen hebben hun eigen biologie en reactie op het milieu. Door hun proliferatievermogen bestaat er een duidelijk verschil tussen conventionele en microbiële detergenten. Daarom zijn de inherente gevaren en risico’s niet noodzakelijkerwijs van dezelfde aard als die van chemische stoffen, met name in verband met het vermogen van micro-organismen om in verschillende omgevingen te overleven en zich te vermenigvuldigen, en om een reeks verschillende metabolieten en toxinen van potentieel toxicologisch belang te produceren.

(14) Aangezien micro-organismen niet onderworpen zijn aan registratie op grond van Verordening (EG) nr. 1907/2006 of aan enige andere Uniewetgeving die voorschrijft dat fabrikanten de veiligheid van het voorgenomen gebruik moeten aantonen, mogen zij slechts voor gebruik in detergenten in aanmerking komen indien zij duidelijk zijn geïdentificeerd en er gegevens voorhanden zijn waaruit blijkt dat het gebruik ervan veilig is. Daarom moeten geharmoniseerde regels voor het veilig gebruik van micro-organismen in detergenten worden vastgesteld. Om een hoge mate van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu en een gelijk speelveld voor marktdeelnemers te waarborgen, moet de Commissie een methode vaststellen voor de risicobeoordeling van detergenten die micro-organismen bevatten. Die methode moet zo volledig mogelijk zijn en alle bekende risico’s bestrijken, ook voor specifieke categorieën producten zoals producten in sprayformaat of producten die worden gebruikt op oppervlakken die met levensmiddelen in aanraking komen.

(15) Overeenkomstig Richtlijn 2010/63/EU van het Europees Parlement en de Raad(9) moeten dierproeven worden vervangen, in aantal verminderd of verfijnd, met als doel zo snel mogelijk een einde te maken aan het gebruik van dieren in proeven. Het in de handel brengen van detergenten en oppervlakteactieve stoffen waarop dierproeven zijn uitgevoerd om aan de vereisten van deze verordening te voldoen, moet bijgevolg in het algemeen worden verboden, maar het gebruik van historische gegevens moet wel toegestaan zijn. De Commissie moet in voorkomend geval voorzien in een afwijking om een hoge mate van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu te waarborgen, en moet elk besluit waarbij een afwijking wordt toegestaan aan de lidstaten en de betrokken marktdeelnemers meedelen.

(16) Om een hoge mate van bescherming van het openbaar belang te waarborgen en om te zorgen voor eerlijke concurrentie op de interne markt, moeten de marktdeelnemers al naargelang hun rol in de toeleveringsketen de verantwoordelijkheid dragen voor de conformiteit van detergenten en oppervlakteactieve stoffen met deze verordening. In voorkomend geval moeten fabrikanten en importeurs, ter bescherming van het milieu en van de gezondheid en veiligheid van de consumenten, steekproeven uitvoeren op de detergenten en oppervlakteactieve stoffen die zij op de markt aanbieden.

(17) Alle marktdeelnemers die een rol vervullen in de toeleverings- en distributieketen, moeten passende en doeltreffende maatregelen nemen om te waarborgen dat zij uitsluitend detergenten en oppervlakteactieve stoffen op de markt van de Unie aanbieden die in overeenstemming zijn met deze verordening. Er moet daarom worden gezorgd voor een duidelijke en evenredige verdeling van de verplichtingen overeenkomstig de rol van iedere marktdeelnemer in de toeleverings- en distributieketen.

(18) Er moet een conformiteitsbeoordelingsprocedure komen waarmee marktdeelnemers kunnen aantonen – en de bevoegde instanties kunnen verifiëren – dat op de markt aangeboden detergenten en oppervlakteactieve stoffen in overeenstemming zijn met deze verordening. Bij Besluit nr. 768/2008/EG zijn modules voor conformiteitsbeoordelingsprocedures vastgesteld, van de minst stringente tot de meest stringente procedure, afhankelijk van de hoogte van het risico en het vereiste veiligheidsniveau. Om voor coherentie tussen de sectoren te zorgen en ad-hocvarianten te voorkomen, is in dat besluit bepaald welke conformiteitsbeoordelingsprocedures uit die modules kunnen worden gekozen.

(19) De fabrikanten, die op de hoogte zijn van de details van het ontwerp- en productieproces, zijn het best in staat ervoor te zorgen dat het detergent of de oppervlakteactieve stof in overeenstemming is met deze verordening. Fabrikanten moeten daarom als enige verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de conformiteitsbeoordelingsprocedure voor detergenten en oppervlakteactieve stoffen. Module A van bijlage II bij Besluit 768/2008/EG moet van toepassing zijn op de conformiteitsbeoordeling van detergenten en oppervlakteactieve stoffen. De fabrikanten moeten ook technische documentatie opstellen waaruit blijkt dat het detergent of de oppervlakteactieve stof voldoet aan de desbetreffende voorschriften en testmethoden.

(20) Aangezien detergenten en oppervlakteactieve stoffen een lange houdbaarheid kunnen hebben en om te zorgen voor samenhang met de vereisten om documentatie bij te houden uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1272/2008, die van toepassing zijn op de meeste detergenten, moeten fabrikanten de technische documentatie, het digitale productpaspoort en, in voorkomend geval, het digitale etiket bewaren gedurende een periode van 10 jaar vanaf de datum waarop het detergent of de oppervlakteactieve stof waarop die technische documentatie, het digitale productpaspoort of het digitale etiket betrekking heeft, in de handel is gebracht.

(21) Om de naleving door de fabrikanten van hun verplichtingen uit hoofde van deze verordening te vergemakkelijken, moet het in de Unie gevestigde fabrikanten worden toegestaan een gemachtigde aan te wijzen om namens hen specifieke taken uit te voeren. Die aanwijzing mag uitsluitend geldig zijn wanneer zij door de gemachtigde schriftelijk wordt aanvaard. Teneinde een duidelijke en evenredige verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de fabrikant en de gemachtigde te waarborgen, is het bovendien noodzakelijk een lijst op te stellen van taken waarmee fabrikanten de gemachtigde zouden moeten belasten, alsmede een lijst van taken die niet kunnen worden gedelegeerd. Om de afdwingbaarheid en doeltreffendheid van de eisen inzake markttoezicht te waarborgen en ervoor te zorgen dat alleen conforme detergenten en oppervlakteactieve stoffen in de Unie in de handel worden gebracht, moet er bovendien altijd een in de Unie gevestigde entiteit zijn die verantwoordelijk is voor het onderhouden van contacten met markttoezichtautoriteiten en voor het waarborgen van de naleving van deze verordening. Daartoe moeten buiten de Unie gevestigde fabrikanten een in de Unie gevestigde gemachtigde aanwijzen voor de detergenten en oppervlakteactieve stoffen die zij via verkoop op afstand, onder meer via onlinemarktplaatsen, in de Unie in de handel brengen. Deze verordening moet daarom een lijst bevatten van aanvullende taken die die fabrikanten aan gemachtigden moeten toevertrouwen. Die lijst moet een verplichting bevatten om alles in het werk te stellen om na te gaan of uit de door de fabrikant verstrekte informatie en documentatie blijkt dat deze verordening wordt nageleefd. Die verplichting moet worden opgevat als een op documenten gebaseerde controle, aangezien van de gemachtigde niet mag worden verlangd dat hij gedetailleerde onderzoeken of uitgebreide nalevingsanalyses uitvoert. Hierdoor zou een passende bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu worden gewaarborgd en, overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel, de bijzondere rol en capaciteiten van de gemachtigden in acht worden genomen.

(22) Met het oog op het vergemakkelijken van de communicatie tussen marktdeelnemers, markttoezichtautoriteiten en consumenten, moeten marktdeelnemers hun contactgegevens, zoals een telefoonnummer, post- en e-mailadres of andere communicatiekanalen, vermelden en actueel houden.

(23) Om de werking van de interne markt te waarborgen en ervoor te zorgen dat de doelstelling om een hoge mate van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu te bieden, wordt verwezenlijkt, moet worden vastgesteld dat detergenten en oppervlakteactieve stoffen uit derde landen die de Uniemarkt binnenkomen, onder meer via onlineverkoop, ook aan deze verordening voldoen. Met name moet ervoor worden gezorgd dat fabrikanten de juiste conformiteitsbeoordelingsprocedures hebben uitgevoerd voor die producten. Er moeten ook regels voor importeurs worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat de detergenten en oppervlakteactieve stoffen die in de handel worden gebracht aan die eisen voldoen. Importeurs en gemachtigden moeten ervoor zorgen dat de door de fabrikanten opgestelde documentatie beschikbaar is voor inspectie door de bevoegde nationale autoriteiten. Er moet worden bepaald dat importeurs en, in voorkomend geval, gemachtigden ervoor moeten zorgen dat er een digitaal productpaspoort is gecreëerd voor detergenten en voor oppervlakteactieve stoffen voor eindgebruikers.

(24) Aangezien importeurs een sleutelrol spelen bij het waarborgen van de conformiteit van op de Uniemarkt ingevoerde detergenten en oppervlakteactieve stoffen, moeten zij bij het in de handel brengen van een detergent of oppervlakteactieve stof op het productetiket hun naam, geregistreerde handelsnaam of het geregistreerde handelsmerk, hun post- en e-mailadres en telefoonnummer vermelden.

(25) Aangezien distributeurs een detergent of oppervlakteactieve stof op de markt aanbieden nadat de fabrikant of de importeur het product in de handel heeft gebracht, moeten distributeurs de nodige zorgvuldigheid betrachten in verband met de geldende voorschriften. Distributeurs moeten er ook voor zorgen dat de wijze waarop zij het detergent of de oppervlakteactieve stof hanteren, geen afbreuk doet aan de naleving van deze verordening.

(26) Omdat distributeurs, importeurs en, in voorkomend geval, gemachtigden dicht bij de markt staan en een belangrijke rol spelen bij het waarborgen van de conformiteit van het product, moeten zij worden betrokken bij de markttoezichttaken van de bevoegde nationale autoriteiten en moeten zij bereid zijn actief medewerking te verlenen door die autoriteiten alle nodige informatie over het detergent of de oppervlakteactieve stof in kwestie te verstrekken.

(27) Importeurs en distributeurs die een detergent of oppervlakteactieve stof onder hun eigen naam of handelsmerk in de handel brengen, dan wel een detergent of oppervlakteactieve stof zodanig wijzigen dat de conformiteit ervan met deze verordening in het gedrang zou kunnen komen, moeten als fabrikanten worden beschouwd en moeten bijgevolg de verplichtingen van fabrikanten op zich nemen. Evenzo moeten importeurs en distributeurs die op de markt een oppervlakteactieve stof aan eindgebruikers aanbieden die niet voor levering aan eindgebruikers maar aan producenten van detergenten is geproduceerd, de rol van fabrikant op zich nemen en onder meer een digitaal productpaspoort creëren. In andere gevallen moeten marktdeelnemers die door andere marktdeelnemers reeds in de handel gebrachte detergenten of oppervlakteactieve stoffen slechts verpakken of herverpakken, kunnen aantonen dat de naleving van deze verordening niet in het gedrang is gekomen, en wel door hun identiteit op de verpakking te vermelden en door een kopie van de oorspronkelijke etiketteringsinformatie te bewaren. Onder verpakkings- en herverpakkingsactiviteiten moet worden verstaan dat producten in afzonderlijke verpakkingen aan eindgebruikers worden aangeboden; navulverkoop valt hier niet onder.

(28) Aangezien detergenten voor industrieel en institutioneel gebruik door gespecialiseerd personeel worden gebruikt buiten de huishoudelijke sfeer, gelden voor die detergenten andere eisen dan voor detergenten voor consumenten. Om risico’s voor de gezondheid van consumenten of voor het milieu te voorkomen en markttoezichtactiviteiten te vergemakkelijken, moeten detergenten voor industrieel en institutioneel gebruik duidelijk aldus herkenbaar zijn door middel van hun etiket.

(29) Gelet op de brede beschikbaarheid van detergenten en oppervlakteactieve stoffen voor eindgebruikers en het hoge risico op accidentele vergiftiging, met name bij kinderen, moeten de uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1272/2008 door de lidstaten aangewezen organen die de respons in noodgevallen met betrekking tot de gezondheid ondersteunen, om een hoge mate van bescherming van de menselijke gezondheid te waarborgen, toegang hebben tot kwalitatieve en kwantitatieve informatie over de samenstelling van detergenten en oppervlakteactieve stoffen voor eindgebruikers, ook al is dat krachtens die verordening niet vereist. Daarom moeten fabrikanten en, in voorkomend geval, hun importeur of gemachtigde, voordat zulke producten in de handel worden gebracht, een gegevensblad betreffende bestanddelen verstrekken voor detergenten en oppervlakteactieve stoffen voor eindgebruikers, die mengsels zijn die niet gevaarlijk zijn voor de menselijke gezondheid. Bovendien moeten distributeurs die de producten op de markt aanbieden in andere lidstaten dan die waar de producten reeds beschikbaar zijn, ook het gegevensblad betreffende bestanddelen verstrekken. Om de communicatie van de gegevens te optimaliseren, moeten de verplichtingen uit hoofde van deze verordening voortbouwen op het reeds bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 ingestelde systeem voor respons in noodgevallen met betrekking tot de gezondheid, aangezien veel marktdeelnemers en antigifcentra hiermee reeds vertrouwd zijn. De Commissie moet de bevoegdheid krijgen om de technische voorschriften vast te stellen om te voldoen aan de verplichting om het gegevensblad betreffende bestanddelen te verstrekken.

(30) Op etiketten wordt belangrijke gebruiks- en veiligheidsinformatie aan gebruikers verstrekt, bijvoorbeeld betreffende de aanwezigheid in detergenten en oppervlakteactieve stoffen van huid- of inhalatieallergenen zoals allergene geurstoffen, conserveermiddelen of enzymen. Door informatie over het gehalte aan die stoffen op de etiketten van detergenten en oppervlakteactieve stoffen te verstrekken, kunnen gebruikers met allergieën of voor allergieën vatbare gebruikers weloverwogen keuzen maken, waardoor mogelijke reacties in verband met het gebruik van detergenten en oppervlakteactieve stoffen worden beperkt. Daarom moeten etiketteringsvoorschriften worden vastgesteld voor detergenten en oppervlakteactieve stoffen.

(31) Aangezien de etikettering van detergenten en oppervlakteactieve stoffen onder meerdere rechtshandelingen van de Unie kan vallen, moet de informatie op de etiketten van detergenten en oppervlakteactieve stoffen worden gestroomlijnd, zodat wanneer uit hoofde van verscheidene rechtshandelingen van de Unie soortgelijke informatie op het etiket van detergenten en oppervlakteactieve stoffen vereist is, die informatie overeenkomstig de strengere regels slechts eenmaal wordt verstrekt. Door dit stroomlijnen zouden enerzijds de leesbaarheid en begrijpelijkheid van etiketten voor eindgebruikers verbeteren en anderzijds de administratieve lasten voor fabrikanten verminderen.

(32) Geurstoffen zijn organische verbindingen met karakteristieke, meestal aangename geuren, die op grote schaal worden gebruikt in detergenten, alsmede in veel andere producten zoals parfums en andere geparfumeerde cosmeticaproducten. Die stoffen kunnen bij contact een allergische reactie veroorzaken, met name bij gesensibiliseerde personen, zelfs wanneer zij in lage concentraties aanwezig zijn. Het is dus belangrijk informatie te verstrekken over de aanwezigheid van afzonderlijke allergenen in detergenten, zodat gesensibiliseerde personen contact met de stof waarvoor zij allergisch zijn, kunnen vermijden. Daarom moeten specifieke etiketteringsvoorschriften worden vastgesteld die alleen van toepassing zijn wanneer de allergene geurstoffen niet uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1272/2008 moeten worden geëtiketteerd. Dit zou niet alleen onnodige administratieve lasten voor marktdeelnemers voorkomen, maar er ook voor zorgen dat de consumenten of andere eindgebruikers die informatie op een duidelijke manier ontvangen, waardoor een hoge mate van bescherming van de menselijke gezondheid wordt geboden aan gesensibiliseerde personen.

(33) Voor bepaalde stoffen, zoals conserveermiddelen, zijn aanvullende etiketteringsvoorschriften nodig om een hoge mate van bescherming van de menselijke gezondheid te waarborgen. De etiketteringsvoorschriften voor conserveermiddelen moeten daarom niet alleen betrekking hebben op de conserveermiddelen die doelbewust door de fabrikant aan het detergent worden toegevoegd, maar ook op die welke voortvloeien uit de samenstellende mengsels ervan en die vaak worden aangeduid als “carry-over”-conserveermiddelen.

(34) Op het etiket van consumentenwasmiddelen, consumentenwasmiddelen voor vaatwasmachines en consumentenwasmiddelen voor oppervlakken moet informatie worden opgenomen over de juiste hoeveelheid wasmiddel die de consumenten bij het reinigen moeten gebruiken, met name informatie over de dosering, om een overmatig gebruik van detergenten te voorkomen en zo de totale hoeveelheid detergenten en oppervlakteactieve stoffen die in het milieu terechtkomt, te verminderen.

(35) Digitale etikettering zou de verstrekking van etiketteringsinformatie kunnen verbeteren, zowel door overvolle fysieke etiketten te vermijden, als door gebruikers in staat te stellen gebruik te maken van verschillende leesopties die alleen door digitale formaten worden geboden, zoals de letters groter maken, automatisch zoeken, voorlezen of vertaling in andere talen. Digitale etikettering kan bijgevolg de leesbaarheid, gebruiksvriendelijkheid en begrijpelijkheid van etiketten voor consumenten, onder wie kwetsbare consumenten en consumenten met een visuele beperking, vergroten. Het verstrekken van digitale etiketten zou ook kunnen leiden tot een efficiënter beheer van de etiketteringsverplichtingen door marktdeelnemers, door de bijwerking van de etiketteringsinformatie te vergemakkelijken, de etiketteringskosten te verlagen en meer gerichte verstrekking van informatie aan de gebruikers mogelijk te maken. Daarom moet het marktdeelnemers worden toegestaan bepaalde etiketteringsinformatie voor detergenten alleen via het digitale etiket te verstrekken, onder bepaalde voorwaarden die een hoge mate van bescherming van gebruikers waarborgen.

(36) Om onnodige administratieve lasten voor marktdeelnemers te voorkomen en aangezien het digitale etiket een aanvulling vormt op het fysieke etiket, moeten marktdeelnemers kunnen beslissen of zij digitale etiketten gebruiken of alle informatie alleen op een fysiek etiket vermelden. De keuze om een digitaal etiket te verstrekken, moet berusten bij de fabrikanten en de importeurs, die verantwoordelijk zijn voor het verstrekken van juiste etiketteringsinformatie.

(37) Digitale etikettering kan ook uitdagingen met zich meebrengen voor kwetsbare bevolkingsgroepen met geen of onvoldoende digitale vaardigheden, en de digitale kloof versterken. Daarom moet de specifieke informatie die alleen op een digitaal etiket moet worden verstrekt het huidige niveau van digitale paraatheid en de specifieke situatie van gebruikers van detergenten weerspiegelen, alsook de mate waarin de draadloze en andere technologische infrastructuur onbeperkte toegang tot de informatie mogelijk maakt. Bovendien moeten alle etiketteringsinformatie met betrekking tot de bescherming van de gezondheid en het milieu evenals de minimale gebruiksaanwijzingen voor detergenten op het etiket vermeld blijven, teneinde consumenten en andere eindgebruikers in staat te stellen weloverwogen keuzen te maken vóór de aanschaf van het detergent en een veilig gebruik ervan te waarborgen.

(38) Voor detergenten en oppervlakteactieve stoffen die via navulling aan eindgebruikers worden verkocht, moet het mogelijk zijn om een grotere hoeveelheid informatie alleen digitaal te verstrekken, om op die manier niet alleen de voordelen van digitalisering ten volle te benutten, maar eveneens de grote milieuvoordelen in termen van minder verpakkingen en dus ook verpakkingsafval die de navulverkoop biedt. Niettemin moeten eindgebruikers in fysieke vorm ten minste vereenvoudigde doseringsinstructies voor consumentenwasmiddelen en informatie over allergene geurstoffen en conserveermiddelen ontvangen om het risico op allergische reacties te voorkomen.

(39) Om te zorgen voor een gelijk speelveld voor marktdeelnemers die detergenten op de markt aanbieden en om consumenten en andere eindgebruikers te beschermen, moeten algemene voorschriften voor digitale etikettering worden vastgesteld. Marktdeelnemers moeten bijvoorbeeld zorgen voor kosteloze en eenvoudige toegang tot digitale etiketten en moeten waarborgen dat de op grond van deze verordening vereiste etiketteringsinformatie gescheiden is van andere informatie.

(40) Gezien de huidige ontwikkeling van digitale vaardigheden moeten marktdeelnemers etiketteringsinformatie ook op alternatieve wijze verstrekken aan consumenten en andere eindgebruikers die niet in staat zijn zich toegang tot het digitale etiket te verschaffen. Die verplichting moet worden opgelegd als een veiligheidsmaatregel om eventuele risico’s als gevolg van het niet beschikbaar zijn van etiketteringsinformatie te beperken, met name wat betreft detergenten of oppervlakteactieve stoffen voor eindgebruikers in navulverpakking, waar meer etiketteringsinformatie enkel middels een digitaal etiket kan worden verstrekt.

(41) Aangezien detergenten en oppervlakteactieve stoffen voor eindgebruikers, ongeacht de vorm waarin zij op de markt worden aangeboden, hetzelfde gebruik hebben en dezelfde risico’s inhouden, moeten marktdeelnemers die die producten in de vorm van navulling op de markt aanbieden, ervoor zorgen dat zij aan dezelfde vereisten voldoen als producten in afzonderlijke verpakkingen. Bovendien moeten consumenten de vereiste etiketteringsinformatie ontvangen wanneer zij kiezen voor detergenten in navulverpakking, en moeten er minimumveiligheidsvoorschriften worden vastgesteld voor navulstations. De navulverkoop van detergenten moet daarom uitdrukkelijk onder deze verordening vallen teneinde een hoge mate van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu en een gelijk speelveld voor marktdeelnemers te waarborgen.

(42) Om gelijke tred te houden met technologische ontwikkelingen en nieuwe verkoopmiddelen en tegelijkertijd te zorgen voor goede informatie voor consumenten en voor efficiënte markttoezichtactiviteiten, moet de etiketteringsinformatie van detergenten en oppervlakteactieve stoffen worden vermeld in het geval van verkoop op afstand, onder meer via onlinemarktplaatsen.

(43) Het markttoezicht wordt eenvoudiger en doeltreffender wanneer gewaarborgd wordt dat een detergent of oppervlakteactieve stof in de hele toeleveringsketen traceerbaar is. Een efficiënt traceringssysteem verlicht de taak van de markttoezichtautoriteiten wanneer zij marktdeelnemers moeten opsporen die niet-conforme detergenten of oppervlakteactieve stoffen op de markt aanbieden.

(44) Fabrikanten moeten een digitaal productpaspoort aanmaken om informatie te verstrekken over de conformiteit van detergenten en oppervlakteactieve stoffen voor eindgebruikers met deze verordening. Hoewel bij deze verordening enkel de minimuminhoud van het digitale productpaspoort wordt vastgesteld, te beginnen met de EU-conformiteitsverklaring, kan in de toekomst worden overwogen aanvullende informatie, zoals technische documentatie, op te nemen. Om de controles van detergenten of oppervlakteactieve stoffen voor eindgebruikers door markttoezichtautoriteiten te vergemakkelijken en de actoren in de toeleveringsketen, consumenten en andere eindgebruikers, alsook andere relevante belanghebbenden, zoals maatschappelijke organisaties en onderzoekers, toegang te geven tot de nodige informatie, zoals bestanddelen, moet de informatie in het digitale productpaspoort digitaal en op een rechtstreeks toegankelijke en gebruikersvriendelijke manier worden verstrekt via een gegevensdrager. De gegevensdrager moet voorafgaand aan de aankoop duidelijk zichtbaar zijn voor de eindgebruiker, ook wanneer het detergent of de oppervlakteactieve stof voor eindgebruikers via onlinereclame beschikbaar wordt gesteld. Markttoezichtautoriteiten, douaneautoriteiten, marktdeelnemers, consumenten en andere eindgebruikers moeten daarom via de gegevensdrager onmiddellijk toegang hebben tot de voor hen relevante informatie op basis van hun respectieve toegangsrechten.

(45) Om te vermijden dat ondernemingen te maken krijgen met kosten die niet in verhouding staan tot de voordelen in ruimere zin, moet het digitale productpaspoort specifiek zijn voor het model van detergent of oppervlakteactieve stof voor eindgebruikers. Detergenten of oppervlakteactieve stoffen voor eindgebruikers worden geacht tot hetzelfde model te behoren zolang de formule of de productie ervan niet wordt gewijzigd op een manier die tot aanpassingen van de etikettering van de producten zou leiden.

(46) Om dubbele investeringen in digitalisering door alle betrokken actoren, met inbegrip van fabrikanten, markttoezichtautoriteiten en douaneautoriteiten, te voorkomen, moet, indien ander Unierecht een digitaal productpaspoort voor detergenten of oppervlakteactieve stoffen voorschrijft, één digitaal productpaspoort beschikbaar zijn dat de krachtens deze verordening en dat andere Unierecht vereiste informatie bevat. Bovendien moet het krachtens deze verordening vastgestelde digitale productpaspoort volledig interoperabel zijn met elk digitaal productpaspoort dat op grond van ander Unierecht is vereist.

(47) Met name worden in Verordening (EU) 2024/1781 van het Europees Parlement en de Raad(10) ook voorschriften en technische specificaties vastgelegd voor een digitaal productpaspoort, de instelling door de Commissie van een register voor digitale productpaspoorten (het “register”) waarin digitaal-productpaspoortinformatie wordt bewaard, en de verbinding van het register met het douane-éénloketsysteem van de EU voor de uitwisseling van certificaten dat is ingesteld bij Verordening (EU) 2022/2399 van het Europees Parlement en de Raad(11). Die verordening zou op middellange termijn ook van toepassing kunnen worden op detergenten of oppervlakteactieve stoffen, waardoor zij dan over een digitaal productpaspoort zouden moeten beschikken.

(48) Het digitale productpaspoort voor detergenten en oppervlakteactieve stoffen voor eindgebruikers dat in het kader van deze verordening wordt aangemaakt, moet daarom voldoen aan dezelfde voorschriften en technische elementen als die welke zijn vastgelegd in Verordening (EU) 2024/1781, met inbegrip van de technische, semantische en organisatorische aspecten van eind-tot-eindcommunicatie en gegevensoverdracht.

(49) Het is van cruciaal belang dat zowel de fabrikanten als de gebruikers duidelijk wordt gemaakt dat de fabrikant door het aanmaken van het digitale productpaspoort voor een detergent of oppervlakteactieve stof verklaart dat het product aan alle toepasselijke voorschriften voldoet en dat de fabrikant de volledige verantwoordelijkheid daarvoor op zich neemt.

(50) Wanneer informatie alleen digitaal wordt verstrekt, moet duidelijk worden gemaakt dat dit via één gegevensdrager moet gebeuren, maar dat die informatie afzonderlijk moet worden verstrekt en duidelijk moet kunnen worden onderscheiden van andere informatie. Dit zou het werk van de markttoezichtautoriteiten vergemakkelijken en ook duidelijkheid verschaffen aan de consumenten of andere eindgebruikers over de verschillende soorten informatie die voor hen in een digitaal formaat beschikbaar zijn.

(51) Hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/1020 van het Europees Parlement en de Raad(12), waarin de voorschriften voor de controles op producten die de markt van de Unie binnenkomen worden vastgelegd, is van toepassing op detergenten en oppervlakteactieve stoffen. De met die controles belaste autoriteiten, die in bijna alle lidstaten de douaneautoriteiten zijn, moeten die controles uitvoeren op basis van een risicoanalyse als bedoeld in de artikelen 46 en 47 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad(13), de bijbehorende uitvoeringshandelingen en de desbetreffende richtsnoeren. De onderhavige verordening mag derhalve geen enkele wijziging inhouden van hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/1020 of van de wijze waarop de autoriteiten die belast zijn met de controles van producten die de markt van de Unie binnenkomen, zichzelf organiseren en hun activiteiten uitvoeren.

(52) Naast het bij hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/1020 ingestelde controlekader moeten de douaneautoriteiten automatisch kunnen controleren of er een digitaal productpaspoort bestaat voor ingevoerde detergenten en oppervlakteactieve stoffen die onder deze verordening vallen, teneinde de controles aan de buitengrenzen van de Unie te versterken en te voorkomen dat niet-conforme detergenten en oppervlakteactieve stoffen de markt van de Unie binnenkomen.

(53) Wanneer detergenten en oppervlakteactieve stoffen voor eindgebruikers uit derde landen onder de douaneregeling voor het in het vrije verkeer brengen worden geplaatst, moet de marktdeelnemer het kenmerk van een digitaal productpaspoort voor die detergenten en oppervlakteactieve stoffen ter beschikking van de douaneautoriteiten stellen. Dit kenmerk moet overeenkomen met een unieke identificatiecode voor registratie die via het register aan de marktdeelnemer wordt meegedeeld. De douaneautoriteiten moeten ten minste verifiëren dat de unieke identificatiecode voor registratie en de desbetreffende goederencode voor het detergent of de oppervlakteactieve stof voor eindgebruikers, zoals aan hen verstrekt of ter beschikking gesteld, overeenstemt met de in het register bewaarde gegevens. Zo kunnen de douaneautoriteiten verifiëren dat er een digitaal productpaspoort voor ingevoerde detergenten en oppervlakteactieve stoffen bestaat. Voor die automatische verificatie moet worden gebruikgemaakt van de verbinding tussen het register en het douane-éénloketsysteem van de EU voor de uitwisseling van certificaten.

(54) De gegevens in het digitale productpaspoort zijn bedoeld om de douaneautoriteiten in staat te stellen het risicobeheer te verbeteren en te vergemakkelijken, en te zorgen voor gerichtere grenscontroles. Derhalve moeten de douaneautoriteiten de in het digitale productpaspoort en het bijbehorende register opgenomen gegevens kunnen opzoeken en gebruiken voor het uitvoeren van hun taken in overeenstemming met het Unierecht, onder andere voor risicobeheer overeenkomstig Verordening (EU) nr. 952/2013.

(55) De automatische verificatie door de douaneautoriteiten van het kenmerk van het digitale productpaspoort voor detergenten en oppervlakteactieve stoffen die de markt van de Unie binnenkomen, mag de verantwoordelijkheden van de markttoezichtautoriteiten niet vervangen of wijzigen, maar moet in de plaats daarvan het algemene kader voor controles op producten die de markt van de Unie binnenkomen, aanvullen. De markttoezichtautoriteiten moeten, in overeenstemming met Verordening (EU) 2019/1020, controles van de gegevens in digitale productpaspoorten en controles op producten op de markt uitvoeren en, in geval van opschorting van het in het vrije verkeer brengen door de autoriteiten die zijn aangewezen voor controles aan de buitengrenzen van de Unie, de conformiteit en ernstige risico’s van producten op grond van hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/1020 vaststellen.

(56) Markttoezicht is een essentieel instrument om de correcte en uniforme toepassing van het Unierecht te waarborgen. Bij Verordening (EU) 2019/1020 wordt het kader vastgesteld voor het markttoezicht op producten die onder de harmonisatiewetgeving van de Unie vallen. De lidstaten moeten daarom het markttoezicht op detergenten en oppervlakteactieve stoffen overeenkomstig die verordening organiseren en uitvoeren.

(57) Verordening (EG) nr. 648/2004 voorziet in een vrijwaringsprocedure die de Commissie in staat stelt te onderzoeken of een maatregel van een lidstaat ten aanzien van detergenten en oppervlakteactieve stoffen waarvan wordt aangenomen dat zij een risico inhouden, gerechtvaardigd is. Om de transparantie te vergroten, moet de oude vrijwaringsprocedure worden verbeterd om die efficiënter te maken en gebruik te kunnen maken van de deskundigheid in de lidstaten. Het oude systeem moet worden vervangen door een procedure om belanghebbenden te informeren over voorgenomen maatregelen ten aanzien van detergenten en oppervlakteactieve stoffen die een risico voor de gezondheid of het milieu inhouden. De markttoezichtautoriteiten moeten in samenwerking met de betrokken marktdeelnemers in een vroeg stadium kunnen optreden ten aanzien van die detergenten en oppervlakteactieve stoffen. De Commissie moet door middel van uitvoeringshandelingen, met toepassing van de onderzoeksprocedure van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad(14), bepalen of een voorlopige maatregel met betrekking tot detergenten of oppervlakteactieve stoffen die een risico vormen, gerechtvaardigd is. Die specifieke vrijwaringsprocedure is van toepassing onverminderd routinecontroles door markttoezichtautoriteiten overeenkomstig Verordening (EU) 2019/1020.

(58) Uit de ervaring die is opgedaan bij de toepassing van Verordening (EG) nr. 648/2004 is gebleken dat detergenten en oppervlakteactieve stoffen die aan de toepasselijke voorschriften voldeden, in specifieke gevallen toch een risico voor de gezondheid of het milieu hebben gevormd. Er moeten bepalingen worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat de markttoezichtautoriteiten maatregelen nemen tegen detergenten of oppervlakteactieve stoffen die een risico voor de gezondheid of het milieu vormen, zelfs indien het product aan de wettelijke voorschriften voldoet. De Commissie moet, door middel van uitvoeringshandelingen, met toepassing van de onderzoeksprocedure van Verordening (EU) nr. 182/2011, bepalen of een voorlopige maatregel met betrekking tot conforme detergenten of oppervlakteactieve stoffen die volgens een lidstaat een risico voor de gezondheid en veiligheid van personen of voor het milieu vormen, gerechtvaardigd is.

(59) Om rekening te houden met de technische en wetenschappelijke vooruitgang of nieuw wetenschappelijk bewijs en het niveau van digitale paraatheid, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen met betrekking tot het wijzigen van de bijlagen bij deze verordening om ze aan te passen aan de technische vooruitgang; het verder aanvullen van de algemene voorschriften inzake digitale etikettering; het wijzigen van de etiketteringsinformatie die uitsluitend in digitaal formaat kan worden verstrekt; het wijzigen van de grenswaarde voor allergene geurstoffen wanneer in Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad(15) individuele, op risico gebaseerde maximale concentratiegehalten voor allergene geurstoffen worden vastgelegd, of het toevoegen van nieuwe allergene geurstoffen; en het wijzigen van de bestaande vereisten inzake biologische afbreekbaarheid om vereisten inzake biologische afbreekbaarheid in te voeren voor andere stoffen en mengsels dan oppervlakteactieve stoffen in detergenten, met inbegrip van capsules met detergenten, wanneer nieuw wetenschappelijk bewijs dit vereist, of het toelaten van afwijkingen van die criteria in naar behoren gemotiveerde gevallen. De Commissie moet ook de bevoegdheid krijgen om door middel van gedelegeerde handelingen de specifieke informatie die in het productpaspoort moet worden opgenomen, alsook de in het register op te nemen informatie, te wijzigen. Om het werk van de douaneautoriteiten met betrekking tot detergenten en oppervlakteactieve stoffen en de in deze verordening vastgelegde voorschriften te vergemakkelijken, moet de Commissie bovendien de bevoegdheid krijgen om gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlage bij deze verordening met de lijst van goederencodes, zoals opgenomen in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad(16), en productbeschrijvingen van detergenten en oppervlakteactieve stoffen. Bij het vaststellen van gedelegeerde handelingen krachtens deze verordening is het van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven(17). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(60) Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om de gedetailleerde technische vereisten voor het digitale productpaspoort voor detergenten en oppervlakteactieve stoffen vast te stellen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

(61) Aangezien een hoge mate van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu moet worden gewaarborgd en rekening moet worden gehouden met nieuwe, op wetenschappelijke gegevens gebaseerde ontwikkelingen, moet de Commissie het Europees Parlement en de Raad een verslag voorleggen over de toepassing van deze verordening. De Commissie moet onder meer beoordelen of deze verordening haar doelstellingen verwezenlijkt, waarbij ook moet worden gekeken naar de gevolgen voor kleine en middelgrote ondernemingen. Wat fosfor betreft, moet het verslag een beoordeling bevatten van de haalbaarheid van een verdere verlaging van de grenswaarden voor fosfor, met het oog op de geleidelijke afschaffing van het gebruik ervan in de toekomst, indien mogelijk. Wat de schadelijkste stoffen betreft, moet de Commissie, rekening houdend met de verwezenlijkingen in het kader van ander toepasselijk Unierecht, beoordelen of het nodig is in deze verordening bepalingen op te nemen over de aanwezigheid van die stoffen in detergenten en oppervlakteactieve stoffen, met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese Green Deal met betrekking tot de generieke aanpak van risicobeheer voor de schadelijkste stoffen in consumentenproducten, en met het oog op een eventuele geleidelijke afschaffing van het gebruik van die stoffen, indien nodig. Daarnaast moet de Commissie, wat de werkzame stoffen van biociden betreft, beoordelen of het nodig is strengere regels in te voeren om te voorkomen dat de bij Verordening (EU) nr. 528/2012 vastgestelde goedkeuringsregeling wordt omzeild. Om een hoge mate van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu te waarborgen, innovatie te bevorderen en het concurrentievermogen te stimuleren, moet de Commissie de veiligheidseisen voor detergenten die micro-organismen bevatten, beoordelen. Om de overgang naar een volledig circulaire economie te bevorderen, moet de Commissie een beoordeling uitvoeren van de introductie van streefcijfers voor hernieuwbare grondstoffen en gerecycled materiaal voor detergenten.

(62) Met deze verordening wordt de mogelijkheid ingevoerd om in bepaalde situaties een deel van de verplichte etiketteringsinformatie alleen door middel van digitale etiketten beschikbaar te maken en wordt de invoering van een digitaal productpaspoort voor detergenten en oppervlakteactieve stoffen verplicht gesteld. Daarom moet in voldoende tijd worden voorzien opdat de marktdeelnemers aan hun verplichtingen uit hoofde van deze verordening kunnen voldoen, de lidstaten de nodige administratieve infrastructuur voor de toepassing ervan kunnen inrichten, en de Commissie de uitvoering van de technische vereisten van het digitale productpaspoort kan voorbereiden. Bijgevolg moet de toepassing van deze verordening worden uitgesteld tot een datum waarop die voorbereidingen redelijkerwijs kunnen zijn voltooid.

(63) Om rechtszekerheid te waarborgen en verspilling te voorkomen, moeten de marktdeelnemers de voorraden die zich op de datum van toepassing van deze verordening in de distributieketen of in opslag bevinden, kunnen verkopen. Er moet derhalve een overgangsregeling worden vastgesteld opdat detergenten en oppervlakteactieve stoffen die vóór die datum overeenkomstig Verordening (EG) nr. 648/2004 in de handel zijn gebracht, op de markt kunnen worden aangeboden zonder dat die producten aan deze verordening hoeven te voldoen. Distributeurs moeten bijgevolg die detergenten en oppervlakteactieve stoffen, namelijk voorraden die zich reeds in de distributieketen bevinden vóór de datum van toepassing van deze verordening, kunnen leveren.

(64) Met het oog op het verder waarborgen van rechtszekerheid en het voorkomen van verspilling, is het belangrijk dat marktdeelnemers gedurende een beperkte periode na de datum van toepassing van deze verordening voorraden kunnen verkopen die zich nog niet in de distributieketen bevinden. Daartoe moet ook een overgangsregeling worden vastgesteld die het in de handel brengen mogelijk maakt van detergenten en oppervlakteactieve stoffen die zich op de datum van toepassing van deze verordening nog niet in de distributieketen bevinden, zonder dat die producten aan deze verordening hoeven te voldoen, op voorwaarde dat zij voldoen aan Verordening (EG) nr. 648/2004. Fabrikanten en importeurs moeten derhalve die detergenten en oppervlakteactieve stoffen, namelijk voorraden die zich nog niet in de distributieketen bevinden, na de datum van toepassing van deze verordening in de handel kunnen brengen. Gezien het doel van die overgangsperiode moet die mogelijkheid strikt in de tijd worden beperkt tot één jaar na die datum en mag het met name niet mogelijk zijn die voorraden na die periode van één jaar op de markt aan te bieden.

(65) Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk waarborgen dat geen afbreuk wordt gedaan aan de werking van de interne markt en er tegelijkertijd voor zorgen dat de detergenten en oppervlakteactieve stoffen op de markt voldoen aan de eisen die zorgen voor een hoge mate van bescherming van de gezondheid en het milieu, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt maar vanwege hun omvang en gevolgen beter op Unieniveau kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is voor de verwezenlijking van die doelstellingen,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK IALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Onderwerp

1.

Bij deze verordening worden regels vastgesteld voor het vrije verkeer van detergenten en oppervlakteactieve stoffen binnen de interne markt, waarbij een hoge mate van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu wordt gewaarborgd.

2.

Deze verordening laat de toepassing van de Verordeningen (EG) nr. 1907/2006, (EG) nr. 1272/2008 en (EU) nr. 528/2012 onverlet.

Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  1. “detergent”: stof, mengsel of micro-organismen, of een combinatie daarvan, bedoeld:

    • voor het reinigen van weefsels, de vaat of oppervlakken;

    • voor het weken (voorwassen), spoelen of bleken van weefsels, de vaat of oppervlakken;

    • om weefsels anders te doen aanvoelen of ruiken tijdens procedés die een aanvulling vormen op het wassen ervan;

    • ter ondersteuning van het reinigen wanneer het samen met een wasmiddel of een vaatwasmiddel wordt gebruikt;

  2. “consumentenwasmiddel”: een voor het wassen van wasgoed bestemd detergent dat in de handel wordt gebracht voor gebruik door niet-professionals, waaronder in publieke wasserettes;

  3. “consumentenwasmiddel voor vaatwasmachines”: een detergent dat in de handel wordt gebracht voor gebruik in vaatwasmachines door niet-professionals;

  4. “detergent dat micro-organismen bevat”: een detergent waaraan opzettelijk een of meer micro-organismen zijn toegevoegd, hetzij als zodanig, hetzij via een van de bestanddelen van het detergent;

  5. “detergent voor industrieel en institutioneel gebruik”: een detergent dat uitsluitend voor niet-huishoudelijk gebruik door gespecialiseerd personeel in de handel wordt gebracht;

  6. “reinigen”: het proces waarbij een onwenselijke afzetting wordt afgebroken of van een substraat of van binnen een substraat wordt afgescheiden en in opgeloste of colloïdale toestand wordt gebracht;

  7. “stof”: een stof zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Verordening (EG) nr. 1907/2006;

  8. “mengsel”: een mengsel zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 2, van Verordening (EG) nr. 1907/2006;

  9. “micro-organisme”: een micro-organisme zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 528/2012;

  10. “genetisch gemodificeerd micro-organisme”: een micro-organisme waarvan het genetische materiaal veranderd is op een wijze die niet van nature door voortplanting en/of door natuurlijke recombinatie plaatsvindt; volgens deze definitie:

    • vindt genetische modificatie ten minste plaats door het gebruik van de in deel 1 van bijlage I A bij Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad(18) vermelde technieken;

    • worden de in deel 2 van bijlage I A bij dezelfde richtlijn vermelde technieken niet geacht tot genetische modificatie te leiden;

  11. “oppervlakteactieve stof”: een in detergenten aanwezige of voor gebruik daarin bestemde organische stof of dito mengsel met oppervlakteactieve eigenschappen en bestaande uit een of meer hydrofiele en een of meer hydrofobe groepen van zodanige aard en omvang dat die stof of dat mengsel alle volgende uitwerkingen kan hebben:

    • vermindering van de oppervlaktespanning van water tot minder dan 45 mN/m;

    • vorming van een uitvloeiings- of adsorptiemonolaag op het grensvlak tussen water en lucht;

    • vorming van emulsie, micro-emulsie of micellen, of combinaties daarvan;

    • adsorptie op het grensvlak tussen water en vaste stof;

  12. “oppervlakteactieve stof voor eindgebruikers”: een oppervlakteactieve stof die op de markt wordt aangeboden aan professionele gebruikers of consumenten;

  13. “totale aerobe biologische afbreekbaarheid”: de mate van biologische afbraak die wordt bereikt wanneer de stof of het mengsel in aanwezigheid van zuurstof volledig door micro-organismen wordt verbruikt, zodat de stof of het mengsel wordt afgebroken tot kooldioxide, water en minerale zouten van andere aanwezige elementen, zoals gemeten volgens de in deel A van bijlage I vermelde testmethoden, en nieuwe microbiële celbestanddelen (biomassa);

  14. “folie”: een in water oplosbare polymere folie die als wascapsules wordt gebruikt;

  15. “op de markt aanbieden”: het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de Uniemarkt;

  16. “in de handel brengen”: het voor het eerst op de Uniemarkt aanbieden;

  17. “fabrikant”: elke natuurlijke of rechtspersoon die een detergent of een oppervlakteactieve stof vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen en dat detergent of die oppervlakteactieve stof onder zijn naam of handelsmerk in de handel brengt;

  18. “gemachtigde”: een in de Unie gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die schriftelijk door een fabrikant is gemachtigd om namens hem specifieke taken te vervullen;

  19. “importeur”: een in de Unie gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die een detergent uit een derde land in de handel brengt in de Unie;

  20. “distributeur”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon in de toeleveringsketen, verschillend van de fabrikant of de importeur, die een detergent of oppervlakteactieve stof op de markt aanbiedt;

  21. “marktdeelnemer”: de fabrikant, gemachtigde, importeur of distributeur;

  22. “markttoezicht”: de activiteiten die worden verricht en de maatregelen die worden genomen door markttoezichtautoriteiten om ervoor te zorgen dat producten voldoen aan deze verordening;

  23. “markttoezichtautoriteit”: een markttoezichtautoriteit zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 4), van Verordening (EU) 2019/1020;

  24. “terugroepen”: terugroepen zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 22), van Verordening (EU) 2019/1020;

  25. “uit de handel nemen”: uit de handel nemen zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 23), van Verordening (EU) 2019/1020;

  26. “corrigerende maatregel”: een corrigerende maatregel zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 16), van Verordening (EU) 2019/1020;

  27. “in het vrije verkeer brengen”: de procedure van artikel 201 van Verordening (EU) nr. 952/2013;

  28. “gegevensdrager”: een gegevensdrager zoals gedefinieerd in artikel 2, eerste alinea, punt 29), van Verordening (EU) 2024/1781;

  29. “unieke productidentificatiecode”: een unieke productidentificatiecode zoals gedefinieerd in artikel 2, eerste alinea, punt 30), van Verordening (EU) 2024/1781;

  30. “unieke formule-identificatiecode”: een unieke formule-identificatie zoals bedoeld in deel A, punt 5, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 1272/2008;

  31. “unieke marktdeelnemeridentificatiecode”: een unieke marktdeelnemeridentificatiecode zoals gedefinieerd in artikel 2, eerste alinea, punt 31), van Verordening (EU) 2024/1781;

  32. “digitaal productpaspoort”: een reeks gegevens die specifiek is voor een bepaald product, die de in deel A van bijlage VI bedoelde informatie bevat en die langs elektronische weg toegankelijk is via een gegevensdrager overeenkomstig artikel 21, lid 4;

  33. “aanbieder van digitaal-productpaspoortdiensten”: een aanbieder van digitale-productpaspoortdiensten zoals gedefinieerd in artikel 2, eerste alinea, punt 32), van Verordening (EU) 2024/1781;

  34. “douaneautoriteiten”: douaneautoriteiten zoals gedefinieerd in artikel 5, punt 1), van Verordening (EU) nr. 952/2013;

  35. “douane-éénloketsysteem van de EU voor de uitwisseling van certificaten”: het systeem dat is ingesteld bij Verordening (EU) 2022/2399;

  36. “afzonderlijke verpakking”: de verpakking waarin het detergent of de oppervlakteactieve stof voor eindgebruikers op de markt wordt aangeboden en die bedoeld is om de inhoud te bevatten tot de plaats van gebruik;

  37. “navullen”: de handeling ter plaatse waarbij een verpakking wordt gevuld met een in het kader van een handelsactiviteit al dan niet tegen betaling door een marktdeelnemer aan eindgebruikers aangeboden detergent of oppervlakteactieve stof;

  38. “navulstation”: een plaats waar een marktdeelnemer aan eindgebruikers een detergent of een oppervlakteactieve stof aanbiedt die kan worden verkregen door navulling, hetzij handmatig hetzij met behulp van automatische of semiautomatische apparatuur;

  39. “model”: een type detergent of oppervlakteactieve stof waarvan alle eenheden aan de volgende voorwaarden voldoen:

    • zij hebben dezelfde fabrikant en worden onder dezelfde handelsnaam in de handel gebracht;

    • zij hebben dezelfde inhoud, in overeenstemming met deel A, punt 1, h), van bijlage V bij deze verordening, en worden vervaardigd met gebruikmaking van dezelfde productieprocessen;

    • zij worden, indien van toepassing, op dezelfde manier ingedeeld uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1272/2008; en

    • zij worden geïdentificeerd door een typenummer of een ander element waardoor zij als groep geïdentificeerd kunnen worden;

  40. “eindgebruiker”: een in de Unie verblijvende of gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie hetzij als consument buiten enige bedrijfs- of beroepsactiviteit, hetzij als professionele eindgebruiker bij zijn industriële of beroepsactiviteiten, een detergent of een oppervlakteactieve stof op de markt wordt aangeboden.

HOOFDSTUK II PRODUCTVEREISTEN

Artikel 3 Op de markt aanbieden en vrij verkeer

Artikel 4 Biologische afbreekbaarheid

Artikel 5 Detergenten die micro-organismen bevatten

Artikel 6 Beperkingen op het gehalte aan fosfaten en andere fosforverbindingen

Artikel 7 Dierproeven

HOOFDSTUK III VERPLICHTINGEN VAN MARKTDEELNEMERS

Artikel 8 Verplichtingen van fabrikanten

Artikel 9 Gemachtigde

Artikel 10 Verplichtingen van importeurs

Artikel 11 Verplichtingen van distributeurs

Artikel 12 Levering via navulling

Artikel 13 Gevallen waarin de verplichtingen van fabrikanten van toepassing zijn op importeurs en distributeurs

Artikel 14 Verpakken en herverpakken door importeurs en distributeurs

Artikel 15 Identificatie van marktdeelnemers

Artikel 16 Vertrouwelijkheid van het gegevensblad betreffende bestanddelen

HOOFDSTUK IV ETIKETTERING

Artikel 17 Algemene etiketteringsvoorschriften

Artikel 18 Etiketteringsvormen

Artikel 19 Voorschriften voor digitale etikettering

Artikel 20 Verkoop op afstand

HOOFDSTUK V DIGITAAL PRODUCTPASPOORT

Artikel 21 Digitaal productpaspoort

Artikel 22 Technisch ontwerp en werking van het digitale productpaspoort

Artikel 23 Gegevensdragers en unieke identificatiecodes

Artikel 24 Register van digitale productpaspoorten

Artikel 25 Douanecontroles met betrekking tot het digitale productpaspoort

HOOFDSTUK VI MARKTTOEZICHT

Artikel 26 Procedure op nationaal niveau voor markttoezicht op detergenten en oppervlakteactieve stoffen

Artikel 27 Vrijwaringsprocedure van de Unie

Artikel 28 Conforme detergenten en oppervlakteactieve stoffen die een risico vormen voor de menselijke gezondheid of het milieu

Artikel 29 Formele niet-conformiteit

HOOFDSTUK VII GEDELEGEERDE BEVOEGDHEDEN EN COMITÉPROCEDURE

Artikel 30 Gedelegeerde bevoegdheden

Artikel 31 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

Artikel 32 Comitéprocedure

HOOFDSTUK VIII OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 33 Sancties

Artikel 34 Verslagen en herziening

Artikel 35 Intrekking van Verordening (EG) nr. 648/2004

Artikel 36 Overgangsbepalingen

Artikel 37 Inwerkingtreding en toepassing

BIJLAGE ICRITERIA EN TESTMETHODEN VOOR BIOLOGISCHE AFBREEKBAARHEID ALS BEDOELD IN ARTIKEL 4

BIJLAGE IIVOORSCHRIFTEN VOOR DETERGENTEN DIE MICRO-ORGANISMEN BEVATTEN, ALS BEDOELD IN ARTIKEL 5

BIJLAGE IIIBEPERKINGEN OP HET GEHALTE AAN FOSFATEN EN ANDERE FOSFORVERBINDINGEN, ALS BEDOELD IN ARTIKEL 6

BIJLAGE IVCONFORMITEITSBEOORDELINGSPROCEDURE ALS BEDOELD IN ARTIKEL 8, LID 2

BIJLAGE VETIKETTERINGSVOORSCHRIFTEN

BIJLAGE VIDIGITAAL PRODUCTPASPOORT

BIJLAGE VIILIJST VAN GOEDERENCODES EN OMSCHRIJVINGEN VAN DETERGENTEN EN OPPERVLAKTEACTIEVE STOFFEN VOOR DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 25, LID 6

BIJLAGE VIIICONCORDANTIETABEL