Het Schengenacquis - Besluit van het Uitvoerend Comité van 16 december 1998 betreffende de inwerkingstelling van de Schengenovereenkomst voor Griekenland (SCH/Com-ex(98) 49, 3e herz.)
Het Schengenacquis - Besluit van het Uitvoerend Comité van 16 december 1998 betreffende de inwerkingstelling van de Schengenovereenkomst voor Griekenland (SCH/Com-ex(98) 49, 3e herz.)
BESLUIT VAN HET UITVOEREND COMITÉ
van 16 december 1998
betreffende de inwerkingstelling van de Schengenovereenkomst voor Griekenland
(SCH/Com-ex(98) 49, 3e herz.)
HET UITVOEREND COMITÉ,
Gelet op de Overeenkomst ter uitvoering van het akkoord van Schengen, inzonderheid op artikel 132,
Gelet op artikel 6 van de op 6 november 1992 met Griekenland gesloten toetredingsovereenkomst, in verbinding met de in de slotakte van deze overeenkomst opgenomen gemeenschappelijke verklaring inzake artikel 6,
Gelet op zijn op 7 oktober 1997 vastgestelde besluit betreffende de inwerkingstelling van de Schengenuitvoeringsovereenkomst in Griekenland (SCH/Com-ex(97) 29, 2e herz.),
Gelet op het rapport van de ad-hoccommissie "Griekenland" (SCH/C(98) 123, 2e herz.),
Gelet op de deelrapporten van de ad-hoccommissie "Griekenland",
Bevestigend de politieke wil van het Uitvoerend Comité bijeen op 7 oktober 1997, om een volledige inwerkingstelling van de Schengenuitvoeringsovereenkomst voor Griekenland te bereiken, zoals deze in besluit SCH/Com-ex(97) 29, 2e herz. tot uiting is gebracht,
Onder erkenning van en met uitspreking van zijn waardering voor het feit dat Griekenland met betrekking tot visumaangelegenheden, politiële en justitiële samenwerking, bestrijding van drugscriminaliteit, het Schengeninformatiesysteem en gegevensbescherming reeds de voorwaarden voor volledige toepassing van de Schengenuitvoeringsovereenkomst vervult,
In aanmerking genomen dat Griekenland reeds aanzienlijke vorderingen heeft gemaakt, inzonderheid op de luchthavens, om de beveiliging van zijn buitengrenzen aan de Schengenstandaard aan te passen,
BESLUIT:
1. Griekenland zal de overige Schengenstaten mededeling doen van het tijdstip waarop naar zijn oordeel de Schengenvoorwaarden met betrekking tot de beveiliging van de zee- en landbuitengrenzen worden vervuld.
2. De personencontroles aan de binnengrenzen met Griekenland worden opgeheven, wanneer het Uitvoerend Comité op basis van desbetreffende toetsingen en waarnemingen ter plaatse van de ad-hoccommissie constateert dat de Schengenvoorwaarden voor de beveiliging van de zee- en landbuitengrenzen van Griekenland worden vervuld.
3. De vervulling van de voorwaarden met betrekking tot de personele en materiële middelen, alsmede ten aanzien van de opleiding van de grenscontrole- en grensbewakingsorganen en de coördinatie tussen de betrokken diensten wordt op basis van waarnemingen ter plaatse getoetst. De vereiste verbeteringen op het gebied van
- het concept voor de zeebewaking;
- de flexibilisering van de inzet van mobiele eenheden en
- de toepassing van het bepaalde in artikel 26 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst
kunnen door overlegging van documenten en stukken worden aangetoond.
4. Het Uitvoerend Comité zal zo mogelijk nog tegen het einde van 1999 dienaangaande een besluit vaststellen.
Gedaan te Berlijn, 16 december 1998.
De voorzitter
C. H. Schapper