Home

Voorstel voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2930/86 houdende definities van de kenmerken van vissersvaartuigen

Voorstel voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2930/86 houdende definities van de kenmerken van vissersvaartuigen

Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2930/86 houdende definities van de kenmerken van vissersvaartuigen (94/C 160/09) (Voor de EER relevante tekst) COM(94) 182 def. - 94/0129(CNS)

(Door de Commissie ingediend op 24 mei 1994)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité,

Overwegende dat in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid wordt verwezen naar de kenmerken van vissersvaartuigen en uniforme definities van de kenmerken van vissersvaartuigen noodzakelijk zijn, en dat in dat verband Verordening (EEG) nr. 2930/86 van de Raad van 22 september 1986 houdende definities van de kenmerken van vissersvaartuigen (1) is vastgesteld;

Overwegende dat voor de maatregelen van de Gemeenschap op dit gebied zo veel mogelijk dient te worden uitgegaan van hetgeen reeds is gedaan door de gespecialiseerde internationale organisaties;

Overwegende dat, wegens de grote verschillen in tonnage van individuele vaartuigen met dezelfde lengte, is komen vast te staan dat een gestandaardiseerd internationaal systeem voor het meten van de tonnage van vaartuigen noodzakelijk is; dat met het oog daarop op 23 juni 1969 in Londen het Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen (ICTM 1969) is ondertekend onder de auspiciën van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO);

Overwegende dat in dit Verdrag de brutotonnage is gedefinieerd als functie van het totale inwendige volume van het schip, en de methoden voor het meten van de brutotonnage zijn vastgesteld in bijlage 1 van voornoemd Verdrag;

Overwegende dat voornoemd Verdrag met ingang van 18 juli 1994 van toepassing is voor alle niet-vrijgestelde vaartuigen, met inbegrip van vissersvaartuigen, met een lengte van 24 m of meer, in het internationale verkeer; dat het Verdrag niet geldt voor onder meer vaartuigen met een lengte van minder dan 24 m;

Overwegende dat de bepalingen van bijlage 1 van voornoemd Verdrag bij Verordening (EEG) nr. 2930/86 met werking vanaf 18 juli 1994 zijn uitgebreid tot vissersvaartuigen uit de Gemeenschap;

Overwegende dat sommige Lid-Staten moeilijkheden hebben ondervonden om de bepalingen van deze verordening met betrekking tot de tonnage ten uitvoer te leggen, inzonderheid voor kleinere vissersvaartuigen; dat de in bijlage 1 van voornoemd Verdrag van 1969 beschreven methoden in bepaalde gevallen niet geschikt zijn voor deze kleinere vaartuigen;

Overwegende dat derhalve voor vaartuigen met een lengte van minder dan 10 m een eenvoudiger definitie van brutotonnage wenselijk is;

Overwegende dat vaartuigen met een lengte van 10 m of meer zouden moeten worden gemeten overeenkomstig voornoemd Verdrag van 1969, omdat deze vaartuigen een grotere bovenbouw hebben;

Overwegende dat de termijn van 18 juli 1994 voor het opnieuw meten van bestaande vaartuigen met een lengte van 10 m of meer doch minder dan 24 m moet worden verlengd, omdat veel tijd nodig is om de metingen volgens de methoden van het ICTM 1969 uit te voeren,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 4, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2930/86 wordt vervangen door de volgende tekst:

"1. a) De tonnage van een vissersvaartuig is de brutotonnage als omschreven in bijlage 1 bij het op 23 juni 1969 in Londen ondertekende Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen, hierna 'het Verdrag van 1969` genoemd.

b) De brutotonnage van alle nieuwe vissersvaartuigen met een lengte over alles van 10 m of meer, waarvan de kiel is gelegd op of na 18 juli 1994, wordt gemeten overeenkomstig bijlage 1 bij het Verdrag van 1969.

c) De brutotonnage van nieuwe en bestaande vissersvaartuigen met een lengte over alles van minder dan 10 m wordt gemeten overeenkomstig de in bijlage I bij deze verordening vermelde formule.

d) De brutotonnage van alle bestaande vaartuigen met een lengte over alles van 24 m of meer wordt gemeten overeenkomstig bijlage 1 bij het Verdrag van 1969.

e) Onverminderd het bepaalde in de tweede en derde alinea mag de brutotonnage van bestaande vaartuigen met een lengte over alles van 10 m of meer, doch minder dan 24 m, worden geraamd overeenkomstig de in bijlage I bij deze verordening beschreven methode, wanneer de Commissie deze waarden voldoende nauwkeurig acht.

De Lid-Staten moeten de tonnage van de vaartuigen van deze grootteklasse evenwel overeenkomstig het bepaalde in bijlage 1 van het Verdrag van 1969 meten, in de volgende gevallen:

- wanneer de eigenaar van het vaartuig erom verzoekt;

- wanneer de eigenaar van het vaartuig een aanvraag indient over een steunregeling die met overheidsmiddelen wordt gefinancierd;

- wanneer de eigenaar het vaartuig verbouwt of wijzigt op een wijze die door de bevoegde instantie van de Lid-Staat geacht wordt tot een aanzienlijke wijziging van de brutotonnage te leiden.

De Lid-Staten zorgen ervoor dat alle resterende vaartuigen van deze grooteklasse vóór 18 juli 2006 opnieuw worden gemeten overeenkomstig het bepaalde in bijlage 1 bij het Verdrag van 1969.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 1995, behalve het bepaalde in artikel 1, onder d), dat van toepassing is vanaf 18 juli 1994.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

(1) PB nr. L 274 van 25. 9. 1986, blz. 1.

BIJLAGE I

De brutotonnage van vissersvaartuigen met een lengte over alles van minder dan 10 m zal worden gemeten, en voor bestaande vaartuigen met een lengte over alles gelijk aan of groter dan 10 m doch minder dan 24 m zal de brutotonnage worden geschat volgens de formule:

BT = K1 7 V (zoals gedefinierd door ICTM 1969)

waarin K1 = 0,2 + 0,02 log10 V

en V is het totale volume van alle ingesloten ruimten van het schip, aangeduid als

V = a (Loa 7 Bi 7 Ti)

waarin:

Loa = lengte over alles (artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2930/86)

Bi = breedte volgens de Conventie van Oslo

Ti = meetdiepte volgens de Conventie van Oslo

a = een berekening van Loa, Bi, Ti en de leeftijd van het vaartuig, die door de Commissie goedgekeurd moet worden op basis van statistische analyses van representatieve monsters van de vloot genomen door de Lid-Staten.