Home

Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD betreffende een meerjarenprogramma ter bevordering van de energie- efficiëntie in de Gemeenschap - SAVE II

Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD betreffende een meerjarenprogramma ter bevordering van de energie- efficiëntie in de Gemeenschap - SAVE II

Voorstel voor een beschikking van de Raad betreffende een meerjarenprogramma ter bevordering van de energie-efficiëntie in de Gemeenschap - SAVE II (95/C 346/06) COM(95) 225 def. - 95/0131(SYN)

(Door de Commissie ingediend op 7 november 1995) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 130 S, lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie,

In samenwerking met het Europees Parlement,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité,

Gezien het advies van het Comité van de Regio's,

Overwegende dat artikel 130 R van het Verdrag bepaalt dat één van de doeleinden van het beleid van de Gemeenschap op milieugebied moet zijn, een behoedzaam en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen te verzekeren;

Overwegende dat de Raad (Ministers van Milieu en Energie) op 29 oktober 1990 als doelstelling heeft vastgesteld, in het jaar 2000 de totale uitstoot van CO2 in de Gemeenschap als geheel te stabiliseren op het niveau van 1990;

Overwegende dat bij Beschikking 93/389/EEG van de Raad (1) een bewakingssysteem voor de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen is ingesteld;

Overwegende dat, ondanks de gedane inspanningen, de door energieverbruik veroorzaakte uitstoot van CO2 in de Gemeenschap tussen 1995 en 2000 naar verwachting met 5 tot 8 % zal toenemen, uitgaande van een normale economische groei;

Overwegende dat de Commissie in haar mededeling van 8 februari 1990 over energie en het milieu energie-efficiëntie heeft aangemerkt als de hoeksteen van toekomstige inspanningen ter vermindering van de negatieve gevolgen van energie op het milieu;

Overwegende dat de verbetering van het energiebeheer gunstige gevolgen zal hebben voor het milieu, de continuïteit van de energievoorziening en een duurzame ontwikkeling;

Overwegende dat de Commissie haar opvattingen over de toekomst van het energiebeleid in de Gemeenschap en over de rol van energiebesparing en energie-efficiëntiemaatregelen door middel van het Groenboek van 11 januari 1995 aan de Raad heeft medegedeeld;

Overwegende dat in artikel 130 A van het Verdrag is bepaald dat de Gemeenschap haar optreden gericht op de versterking van de economische en sociale samenhang ontwikkelt en vervolgt, en dat zij zich in het bijzonder ten doel stelt, de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's en de achterstand van de minst begunstigde regio's te verkleinen; dat bij dit optreden aandacht aan energie dient te worden besteed;

Overwegende dat de Raad bij Beschikking 91/565/EEG (2) een communautair programma inzake energie-efficiëntie (SAVE) heeft vastgesteld, dat is gericht op de versterking van de energie-efficiëntie-infrastructuur binnen de Gemeenschap; dat dit programma op 31 december 1995 afloopt;

Overwegende dat de Gemeenschap het SAVE-programma als een belangrijk element van haar strategie ter vermindering van CO2-uitstoot beschouwt; dat in de mededeling van de Commissie van 8 mei 1991 aangaande het optreden van de Europese Gemeenschap op regionaal niveau in het kader van energieprogramma's, de conclusie van de Energieraad over deze mededeling en de resolutie van het Europees Parlement van 16 juli 1993 (3) is gesteld dat de uit dit programma voortvloeiende acties moeten worden vervolgd, uitgebreid en benut als ondersteuning van de energiestrategie van de Gemeenschap; dat dit initiatief nu volledig in het SAVE-programma wordt opgenomen;

Overwegende dat bij Besluit nr. 1110/94/EG van het Europees Parlement en de Raad (4) het vierde kaderprogramma is vastgesteld voor werkzaamheden op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie en dat het energie-efficiëntiebeleid een belangrijk instrument vormt voor het gebruik en de bevordering van de nieuwe energietechnologieën die uit het kaderprogramma voortkomen; dat SAVE II een beleidsinstrument is dat dit programma aanvult;

Overwegende dat de Raad van Milieuministers tijdens zijn vergadering van 15 en 16 december 1994 heeft verklaard dat de beoogde stabilisatie van CO2-uitstoot slechts kan worden verwezenlijkt door een gecooerdineerd pakket van maatregelen voor de verbetering van de energie-efficiëntie en het rationele energiegebruik op basis van vraag en aanbod op alle niveaus van de produktie, de omzetting, het vervoer en het verbruik van energie, alsmede voor het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, en dat een lokaal programma voor energiebeheer één van die maatregelen kan zijn;

Overwegende dat energie-efficiëntie een gunstige uitwerking zal hebben op zowel het milieu als de continuïteit van de energievoorziening, die beide wereldomvattend zijn; dat derhalve een hoge mate van internationale samenwerking wenselijk is om tot de gunstigste resultaten te komen;

Overwegende dat alle onderdelen van het bij Beschikking 89/364/EG van de Raad (5) ingestelde communautaire actieprogramma ten behoeve van een efficiënter elektriciteitsgebruik in het SAVE-programma moeten worden opgenomen; dat die beschikking derhalve moet worden ingetrokken;

Overwegende dat tot het jaar 2000 tussen 180 en 200 miljoen ton CO2-uitstoot kan worden vermeden door een extra verbetering van de energie-intensiteit van de eindvraag met 5 % ten opzichte van de normale verwachtingen;

Overwegende dat een versterkt SAVE II-programma een belangrijk en noodzakelijk instrument is ter bevordering van verhoogde energie-efficiëntie;

Overwegende dat het uit politiek oogpunt wenselijk is, het SAVE II-programma open te stellen voor de geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa (LMOE), overeenkomstig de conclusies van de bijeenkomst van de Europese Raad in juni 1994 in Kopenhagen, en zoals aangegeven in de in mei 1994 door de Commissie bij de Raad ingediende mededeling dienaangaande;

Overwegende dat, aangezien de voor het SAVE II-programma vastgestelde begroting gereserveerd is voor deelnemers uit de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap, voor de toewijzing van kredieten voor deelneming van de geassocieerde LMOE aan het programma andere communautaire middelen ter beschikking zullen worden gesteld,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. De Gemeenschap steunt een vijf jaar durend programma van maatregelen en acties ter bevordering van de energie-efficiëntie in de Gemeenschap. De algemene doelstellingen van dit programma bestaan erin, energie-efficiëntiemaatregelen en hogere investeringen in energiebesparing te stimuleren en ertoe bij te dragen dat de energie-intensiteit van de eindvraag met een procent extra per jaar wordt verbeterd ten opzichte van het percentage dat anders zou zijn gehaald.

2. De financiële steun van de Gemeenschap wordt erleend in het kader van het "SAVE-II-programma ter bevordering van de energie-efficiëntie in de Gemeenschap", hierna "programma" genoemd, voor onder de doelstellingen van deze beschikking vallende acties.

Artikel 2

In het kader van het programma worden de volgende categorieën acties en maatregelen met betrekking tot het beleid inzake energie-efficiëntie gefinancierd:

a) studies en andere acties die resulteren in de toepassing en aanvulling van communautaire wetgeving en prestatienormen betreffende energie-efficiëntie;

b) sectoriële proefprojecten die zijn gericht op versnelling van investeringen in energie-efficiëntie en/of verbetering van gedragspatronen van de consument met betrekking tot zijn energiegebruik; deze projecten moeten hoofdzakelijk worden uitgevoerd via netten die de gehele Gemeenschap bestrijken;

c) gerichte sectoriële proefprojecten die zijn gericht op versnelling van investeringen in energie-efficiëntie en/of verbetering van gedragspatronen van de consument met betrekking tot zijn energiegebruik; deze projecten moeten hoofdzakelijk door openbare en particuliere ondernemingen worden uitgevoerd;

d) door de Commissie voorgestelde maatregelen ter bevordering van de uitwisseling - hoofdzakelijk via informatienetten - van ervaring, waarmee de cooerdinatie van de activiteiten op communautair, internationaal, nationaal, regionaal en plaatselijk niveau door passende voorzieningen voor informatie-uitwisseling kan worden verbeterd;

e) door derden voorgestelde maatregelen ter bevordering van de uitwisseling - hoofdzakelijk via informatienetten - van ervaring, waarmee de cooerdinatie van de activiteiten op communautair, internationaal, nationaal, regionaal en plaatselijk niveau door passende voorzieningen voor informatie-uitwisseling kan worden verbeterd;

f) een actie inzake het nauwgezette toezicht per sector op de vordering van de energie-efficiëntie in de Gemeenschap, de individuele Lid-Staten en binnen het programma zelf;

g) specifieke acties ter bevordering van een grotere samenhang tussen de Lid-Staten en regio's op het gebied van energie-efficiëntie door steun voor de totstandbrenging van infrastructuren voor energie-efficiëntie in landen en regio's waar het beleid inzake energie-efficiëntie nog niet voldoende is ontwikkeld;

h) specifieke acties ten gunste van het energiebeheer op regionaal en stedelijk niveau;

i) studies en andere acties ter ondersteuning van de initiatieven op het gebied van de energie-efficientie, in het kader van andere programma's of met het doel energie-efficiëntie in te voeren als criterium bij strategische programma's van de Gemeenschap;

j) beoordeling en toezicht op de krachtens artikel 2 onder a) tot en met h) ondernomen acties en maatregelen.

Artikel 3

1. Alle kosten in verband met de in artikel 2, onder a), d), f), i) en j) genoemde acties en maatregelen komen ten laste van de begroting van de Gemeenschap.

2. De financiële bijdrage voor de in artikel 2, onder b), c), e), g) en h) genoemde acties en maatregelen bedraagt maximaal 50 % van de totale kosten ervan.

3. Voor de rest van de financiering van de in artikel 2, onder b), c), e), g) en h) genoemde acties en maatregelen kan gebruik worden gemaakt van overheidsmiddelen of particuliere middelen of een combinatie van beide.

Artikel 4

1. De Commissie draagt zorg voor de financiële uitvoering van het programma op gemeenschapsniveau.

2. De voorwaarden en richtsnoeren voor ondersteuning van alle in artikel 2 bedoelde acties en maatregelen worden jaarlijks volgens de procedure van artikel 5 vastgesteld aan de hand van criteria inzake kosteneffectiviteit, van de in artikel 6, tweede alinea, bedoelde prioriteitenlijst en van de tendensen op het gebied van energie-efficiëntie die bij de in artikel 2, onder f) bedoelde actie worden vastgesteld.

Artikel 5

De Commissie wordt bijgestaan door een comité van raadgevende aard, bestaande uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en voortgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het comité brengt binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie advies uit over dit ontwerp, zo nodig door middel van een stemming.

Het advies wordt in de notulen opgenomen; voorts heeft iedere Lid-Staat het recht te verzoeken dat zijn standpunt in de notulen wordt opgenomen.

De Commissie houdt zoveel mogelijk rekening met het door het comité uitgebrachte advies. Zij brengt het comité op de hoogte van de wijze waarop zij rekening heeft gehouden met zijn advies.

Artikel 6

De Lid-Staten brengen jaarlijks aan de Commissie verslag uit over de nationale energie-efficiëntieprogramma's, teneinde de Commissie bij de opstelling van passende begeleidende maatregelen bij te staan.

De Commissie stelt jaarlijks, mede op basis van een onderzoek van de krachtens de eerste alinea ingediende verslagen, een lijst van prioriteiten voor financiering in het kader van het programma op. In deze lijst wordt rekening gehouden met de complementariteit tussen SAVE II en de nationale programma's. De gebieden waar deze complementariteit het grootst is krijgen prioriteit.

Artikel 7

1. Na het derde toepassingsjaar van het programma dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de op het niveau van de Gemeenschap en van de Lid-Staten genomen energie-efficiëntiemaatregelen en de daarmee bereikte resultaten, met name wat betreft de in artikel 1 aangegeven doelstelling. Dit verslag gaat eventueel vergezeld van voorstellen voor wijzigingen in het programma die in het licht van de resultaten noodzakelijk kunnen zijn.

2. Na beëindiging van het programma voert de Commissie een algehele beoordeling uit van de met de toepassing van de beschikking bereikte resultaten en van de samenhang tussen nationale en communautaire activiteiten. Zij brengt daarover verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, en maakt daarbij in het bijzonder melding van de mate waarin de in artikel 1 aangegeven doelstellingen zijn bereikt.

Artikel 8

Beschikking 89/364/EEG wordt hierbij ingetrokken.

Artikel 9

Het programma staat open voor de geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa (LMOE). Hiervoor gelden de voorwaarden neergelegd in de aanvullende protocollen bij de associatie-overeenkomsten betreffende hun deelneming aan de programma's van de Gemeenschap.

Artikel 10

Deze beschikking is van toepassing van 1 januari 1996 tot en met 31 december 2000.

Artikel 11

Deze beschikking is gericht tot de Lid-Staten.

(1) PB nr. L 167 van 9. 7. 1993, blz. 31.

(2) PB nr. L 307 van 8. 11. 1991, blz. 34.

(3) PB nr. C 225 van 20. 9. 1993, blz. 252.

(4) PB nr. L 126 van 18. 5. 1994, blz. 1.

(5) PB nr. L 157 van 9. 6. 1989, blz. 32-34.