Home

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD houdende derde wijziging van Richtlijn 88/344/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het gebruik van extractiemiddelen bij de produktie van levensmiddelen en bestanddelen daarvan

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD houdende derde wijziging van Richtlijn 88/344/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het gebruik van extractiemiddelen bij de produktie van levensmiddelen en bestanddelen daarvan

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad houdende derde wijziging van Richtlijn 88/344/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het gebruik van extractiemiddelen bij de produktie van levensmiddelen en bestanddelen daarvan (96/C 278/08) (Voor de EER relevante tekst) COM(96) 375 def. - 96/0195(COD)

(Door de Commissie ingediend op 23 juli 1996)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 100 A,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité,

Volgens de procedure van artikel 189 B van het Verdrag,

Overwegende dat het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding alle in Richtlijn 88/344/EEG van de Raad (1) genoemde extractiemiddelen aan een nieuw onderzoek heeft onderworpen teneinde de in 1981 vastgestelde tijdelijke aanvaardbare dagelijkse doses (ADI's) te vervangen door een definitieve beoordeling; dat dit niet altijd mogelijk is geweest aangezien de nodige gegevens, hoewel het bedrijfsleven daarom is gevraagd, niet zijn verstrekt; dat het Wetenschappelijk Comité voor de menselijk voeding op basis van de ontvangen informatie voor de meeste extractiemiddelen zijn positieve advies heeft kunnen bevestigen; dat de maximale restgehalten van de extractiemiddelen in bepaalde levensmiddelen kunnen worden verlaagd;

Overwegende dat bepaalde extractiemiddelen niet meer worden gebruikt en derhalve dienen te worden geschrapt;

Overwegende dat de vooruitgang van de wetenschap leidt tot nieuwe stoffen die aan de richtlijn kunnen worden toegevoegd; dat derhalve een nieuw extractiemiddel, waarover het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding een positief advies heeft uitgebracht, dient te worden toegelaten;

Overwegende dat de wijzigingen die in verband met de vooruitgang van wetenschap en techniek nodig zijn, maatregelen van technische aard vormen; dat de vaststelling van deze maatregelen om de procedure te vereenvoudigen en te versnellen aan de Commissie dient te worden overgelaten;

Overwegende dat innovaties door een dergelijke procedure sneller in de handel kunnen worden gebracht, hetgeen zowel voor het bedrijfsleven als voor de consument positieve gevolgen heeft,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 88/344/EEG (2) wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 4 wordt een nieuwe letter a) ingevoegd:

"a) de wijzigingen van de bijlage die nodig zijn in verband met de vooruitgang van wetenschap en techniek op het gebied van het gebruik van extractiemiddelen, de gebruiksvoorwaarden daarvoor en de maximale restgehalten;".

De huidige letters a), b) en c) worden respectievelijk de letters b), c) en d).

2. De bijlage wordt als volgt gewijzigd:

a) In deel I wordt de stof butylacetaat geschrapt.

b) In deel II wordt de vermelding van hexaan vervangen door:

">RUIMTE VOOR DE TABEL>

"

De tekst van de twee voetnoten onderaan de bladzijde blijft onveranderd.

c) In deel III:

- wordt de stof 1-methylpropanol geschrapt;

- wordt de volgende stof toegevoegd:

">RUIMTE VOOR DE TABEL>

"

Artikel 2

1. De Lid-Staten wijzigen hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen zodanig dat:

- de handel in produkten die aan deze richtlijn voldoen uiterlijk op 1 juli 1997 wordt toegestaan;

- de handel in produkten die niet aan deze richtlijn voldoen met ingang van 1 januari 1998 wordt verboden.

Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

2. Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de eenentwintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

(1) PB nr. L 157 van 24. 6. 1988, blz. 28.