Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1210/90 van 7 mei 1990 inzake de oprichting van het Europees Milieuagentschap en het Europees milieuobservatie- en - informatienetwerk
Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1210/90 van 7 mei 1990 inzake de oprichting van het Europees Milieuagentschap en het Europees milieuobservatie- en - informatienetwerk
Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1210/90 inzake de oprichting van het Europees Milieuagentschap en het Europees milieuobservatie- en -informatienetwerk (97/C 255/09) (Voor de EER relevante tekst) COM(97) 282 def. - 97/0168(SYN)
(Door de Commissie ingediend op 13 juni 1997)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 130 S, lid 1,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité,
Gezien het advies van het Comité van de Regio's,
Besluitend overeenkomstig de procedure van artikel 189 C van het Verdrag,
Overwegende dat het Europees Milieuagentschap en het Europees milieuobservatie- en -informatienetwerk bij Verordening (EEG) nr. 1210/90/EEG van de Raad (1) werden opgericht; dat volgens artikel 20 van die verordening de Raad twee jaar na de inwerkingtreding van de verordening een besluit moest nemen over de toewijzing van nieuwe taken aan het Agentschap; dat volgens artikel 21 de verordening in werking zou treden op de dag nadat de bevoegde autoriteiten een besluit hadden genomen over de vestigingsplaats van het Agentschap; dat dit besluit op 29 oktober 1993 werd genomen (2);
Overwegende dat de Raad in aansluiting op het voorstel van de Commissie en een resolutie van het Europees Parlement heeft geoordeeld dat een besluit over de toewijzing van nieuwe taken met twee jaar moest worden uitgesteld omdat tijd nodig was voor de aanstelling van personeel door het Agentschap en vervolgens voor de tenuitvoerlegging van het werkprogramma;
Overwegende dat het Europees Milieuagentschap heel wat vooruitgang heeft geboekt bij het realiseren van zijn doelstellingen en het volbrengen van zijn taken, inclusief het opzetten van het Europees milieuobservatie- en -informatienetwerk;
Overwegende dat de taken en het werkterrein omvangrijk zijn en zowel een consolidatie van het reeds ondernomen werk als verdere inspanningen vergen;
Overwegende dat de hoofdtaak van het Agentschap erin bestaat te fungeren als archief en bron van objectieve, betrouwbare en vergelijkbare informatie over de toestand en de trends van het milieu;
Overwegende dat ervan wordt uitgegaan dat alle nieuwe aan het Agentschap toegewezen taken die hoofdtaak moeten aanvullen en versterken;
Overwegende dat de organisatie en structuur van het Agentschap en de mechanismen daarvoor moeten worden verbeterd en verduidelijkt in overeenstemming met de ervaring die in de loop van de eerste jaren is opgedaan;
Overwegende dat het Agentschap kan samenwerken met instellingen in derde landen om de gegevens te verkrijgen die het nodig heeft voor de voltooiing van zijn werkprogramma;
Overwegende dat de toekomstige evaluaties van de prestaties en taken van het Agentschap moeten samenvallen met de cyclus van het vijfjarenprogramma,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EEG) nr. 1210/90/EEG wordt als volgt gewijzigd:
1. Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
a) Punt ii) wordt vervangen door:
"ii) de Gemeenschap en de lidstaten voorzien van de objectieve informatie die zij nodig hebben voor het bepalen en uitvoeren van een oordeelkundig en doeltreffend milieubeleid; daartoe met name aan de Commissie de nodige informatie verschaffen opdat deze haar taken op het gebied van het identificeren, voorbereiden en evalueren van milieumaatregelen en -wetgeving succesvol kan uitvoeren. Het Agentschap verleent assistentie bij de monitoring van milieumaatregelen via aangepaste steun ten behoeve van de rapportering en via kritische evaluaties door vaklui en adviezen wanneer daarom door de Commissie wordt verzocht of op specifiek verzoek van een lidstaat;".
b) Aan het begin van punt iii) wordt "opzetten van een archief voor milieu-informatie," ingevoegd.
c) Punt vi) wordt vervangen door:
"iv) om de vijf jaar een rapport over de toestand van het milieu publiceren, aangevuld met jaarlijkse indicatorrapporten;".
d) De volgende nieuwe punten xi) tot en met xiii) worden ingevoegd:
"xi) zorgen voor een ruime verspreiding van informatie over de toestand van het milieu onder het grote publiek en daartoe het gebruik van nieuwe telematicatechnolgieën bevorderen;
xii) de Commissie assisteren bij de uitwisseling van informatie en de ontwikkeling van milieueffectbeoordelingen;
xiii) de Commissie assisteren bij de verspreiding van informatie over milieuonderzoek dat relevant is voor het beleid.".
2. In artikel 4 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) Het volgende wordt als een tweede alinea aan lid 2 toegevoegd:
"De lidstaten delen het Agentschap systematisch mee wat de voornaamste componenten van hun nationale milieu-informatinetwerken zijn. De lidstaten werken met het Agentschap samen om te garanderen dat op nationaal niveau gegevens worden verzameld, verwerkt en geanalyseerd als deel van het werk dat door het Europees milieuobservatie- en -informatienetwerk wordt uitgevoerd in het kader van het werkprogramma van het Agentschap.".
b) In lid 5 worden de woorden "met eenparigheid van stemmen door de leden van" vervangen door "door".
3. Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
a) Aan het einde van de eerste alinea van lid 1 wordt het volgende toegevoegd:
", alsmede één vertegenwoordiger van iedere EVA/EER-staat die aan het Agentschap deelneemt, zoals vastgesteld in de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.".
b) Aan het einde van lid 2 wordt het volgende toegevoegd:
"De raad van bestuur verkiest een bureau waaraan hij uitvoeringsbesluiten kan delegeren. Het uitvoerend bureau bestaat uit de voorzitter en de vice-voorzitters, een vertegenwoordiger van de Commissie en één van de door het Europees Parlement aangewezen leden.".
c) In lid 3 worden de woorden "behalve in het in artikel 4, lid 5, tweede alinea, bedoelde geval" geschrapt.
d) In lid 4 wordt de laatste zin geschrapt.
e) In lid 6 wordt "januari" vervangen door "maart".
4. In artikel 10, lid 2, worden de woorden "negen leden, die bijzonder gekwalificeerd zijn op milieugebied, en door de raad van bestuur worden aangewezen" vervangen door "leden die bijzonder gekwalificeerd zijn op milieugebied en door de raad van bestuur worden aangewezen".
5. in artikel 15 wordt het volgende lid 2 bis ingevoegd:
"2 bis. Op gebieden van gemeenschappelijk belang kan het Agentschap samenwerken met instellingen in landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschappen, maar die gegevens, informatie en deskundigheid of methodologieën voor het verzamelen, analyseren en evalueren van gegevens ter beschikking kunnen stellen die van gemeenschappelijk belang en voor de succesvolle uitvoering van het werk van het Agentschap noodzakelijk zijn.".
6. Artikel 20 wordt vervangen door:
"Artikel 20
1. Uiterlijk op 31 december 2003 evalueert de Raad op basis van een verslag van de Commissie de vooruitgang die het Agentschap heeft geboekt en de taken die het heeft ondernomen.
2. Vóór 31 oktober 1999 voert het Agentschap een evaluatie van zijn prestaties en zijn doeltreffendheid uit en legt het een rapport voor aan de raad van bestuur en de Commissie.".
7. Bijlage B, punt 1, wordt vervangen door:
"Het Agentschap maakt zo veel mogelijk gebruik van gegevens die verzameld zijn via het officiële statistische systeem van de Gemeenschap, zoals vastgesteld bij Beschikking 97/. . ./EG van de Raad. Die gegevens vloeien voort uit de werkzaamheden van Eurostat en de nationale bureaus voor de statistiek op het gebied van de verzameling, validering en verspreiding van sociale en economische statistieken, met inbegrip van nationale rekeningen en aanverwante informatie. Het Agentschap maakt in het bijzonder gebruik van werk dat krachtens Beschikking 94/808/EG van de raad door Eurostat en de nationale bureaus voor de statistiek is uitgevoerd op het gebied van statistieken met betrekking tot a) menselijke activiteiten die druk op het milieu uitoefenen, en b) economische en sociale reacties op die druk.".
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
(1) PB nr. L 120 van 11. 5. 1990, blz. 1.
(2) PB nr. C 323 van 30. 11. 1993, blz. 1.