Home

Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot wijziging van verordening (EG) nr. 2309/93 van 22 juli 1993 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling

Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot wijziging van verordening (EG) nr. 2309/93 van 22 juli 1993 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling

Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2309/93 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling(97/C 335/13) (Voor de EER relevante tekst) COM(97) 489 def. - 97/0255(CNS)

(Door de Commissie ingediend op 7 oktober 1997)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Overwegende dat de Raad op 22 juli 1993 Verordening (EEG) nr. 2309/93 (1) tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling (hierna "het Bureau") heeft vastgesteld,

Overwegende dat het Bureau niet kan worden beschouwd als een orgaan met winstoogmerk;

Overwegende dat, aangezien het Bureau een orgaan naar Gemeenschapsrecht is, dient te worden bepaald dat de overschotten van zijn middelen worden overgemaakt naar de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, nadat eventueel een reserve is gevormd met het oog op latere uitgaven of een herziening van het bedrag van de door het Bureau te innen vergoedingen;

Overwegende dat moet worden bepaald dat de Commissie, die de Raad en het Parlement hiervan in kennis stelt, moet instemmen met de opname van bedragen in deze reserve;

Overwegende dat de financiële bepalingen met betrekking tot de door de Gemeenschap ingestelde gedecentraliseerde organen moeten worden geharmoniseerd, met name inzake de controles waaraan het Bureau wordt onderworpen;

Overwegende dat de financieel controleur van de Commissie het meest in aanmerking komt om de taak van financieel controleur van het Bureau uit te oefenen;

Overwegende dat het wenselijk is het Europees Parlement te betrekken bij de kwijtingsprocedure,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In artikel 57 van Verordening (EEG) nr. 2309/93:

a) wordt na lid 6 het volgende lid 6 bis toegevoegd:

"6 bis. De overschotten van de ontvangsten die ten opzichte van de in een begrotingsjaar gedane uitgaven worden vastgesteld, rekening houdend met de vermindering van de subsidie van de Gemeenschap, worden overgemaakt naar de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, waar zij worden opgenomen als diverse ontvangsten. De raad van beheer kan evenwel toestaan dat een reserve wordt aangelegd met het oog op latere uitgaven. De opname van bedragen in deze reserve is afhankelijk van de instemming van de Commissie na raadpleging van het Parlement.";

b) wordt lid 8 vervangen door de volgende tekst:

"8. De controle op het aangaan van betalingsverplichtingen en alle betalingen, alsmede de controle op de vaststelling en de inning van alle ontvangsten van het Bureau geschieden door de financieel controleur van de Commissie.";

c) wordt lid 9, tweede alinea, vervangen door de volgende tekst:

"De Rekenkamer onderzoekt deze rekeningen overeenkomstig artikel 188 C van het Verdrag.";

d) wordt lid 10 vervangen door de volgende tekst:

"10. De raad van bestuur verleent de directeur op aanbeveling van het Europees Parlement kwijting voor de uitvoering van de begroting.";

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

(1) PB L 214 van 24. 8. 1993, blz. 1.