Home

Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1628/96 van de Raad van 25 juli 1996 betreffende de steun aan Bosnië- Herzegovina, Kroatië, de Federatieve Republiek Joegoslavië en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1628/96 van de Raad van 25 juli 1996 betreffende de steun aan Bosnië- Herzegovina, Kroatië, de Federatieve Republiek Joegoslavië en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1628/96 betreffende de steun aan Bosnië-Herzegovina, Kroatië, de Federatieve Republiek Joegoslavië en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (98/C 100/09) COM(98) 18 def. - 98/0023(CNS)

(Door de Commissie ingediend op 23 januari 1998)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235,

Gezien het voorstel van de Commisie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Overwegende dat Verordening (EG) nr. 1628/96 van de Raad (1), zoals gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2240/97 (2), betrekking heeft op economische ontwikkeling, het herstel van de burgermaatschappij en samenwerking tussen de voormalige Joegoslavische republieken alsmede op herstelwerkzaamheden en renovatie van infrastructuur en tevens voorziet in verdere maatregelen voor politieke en economische hervormingen;

Overwegende dat gezien de bijzondere omstandigheden in de landen waarop deze verordening betrekking heeft, de Commissie is gevraagd met voorstellen te komen voor zeer substantiële maatregelen van projecten uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1628/96 om de bijstand van de Europese Gemeenschap aan dit gebied op een doelmatigere wijze te kunnen verlenen;

Overwegende dat artikel 11 van Verordening (EG) nr. 1628/96 bepaald dat de uitgaven worden uitgevoerd in overeenstemming met het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen;

Overwegende dat artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1628/96 bepaalt dat opdrachten voor dienstverlening waarmee niet meer dan 200 000 ECU is gemoeid, kunnen worden gegund via onderhandse aanbesteding en men van oordeel is dat de omstandigheden in het gebied specifieke bepalingen rechtvaardigen om opdrachten voor technische bijstand waarmee niet meer dan 400 000 ECU is gemoeid, met name voor technische steun voor en toezicht op projecten te gunnen via onderhandse aanbesteding;

Overwegende dat artikel 116 van het Financieel Reglement bepaalt dat in bepaalde uitzonderlijke situaties en afhankelijk van bepaalde voorwaarden opdrachten voor werken en leveringen kunnen worden gegund via geografisch of in andere opzichten beperkte aanbestedingsprocedures; dat in het licht van de uitzonderlijk moeilijke situatie in de landen waarop deze verordening betrekking heeft, voldaan is aan de voorwaarden om gebruik te maken van de procedures voor niet-openbare aanbesteding;

Overwegende dat de meeste infrastructuurprojecten gezien hun aard een sterke plaatselijke component bezitten die, met het oog op snelle en doel matige tenuitvoerlegging gunningsprocedures rechtvaardigen die beperkt zijn tot één van de begunstigde landen;

Overwegende dat de bijzondere kenmerken van de plaatselijke markt gebruikmaking van deze procedure kunnen verhinderen of indien deze procedure niet leidt tot een opdracht, een onderhandse overeenkomst met internationale aannemers gerechtvaardigd zou kunnen zijn;

Overwegende dat projecten die de terugkeer van vluchtelingen bevorderen, in aanmerking zouden moeten komen voor niet-openbare aanbestedingsprocedures om vertragingen zo veel mogelijk te beperken;

Overwegende dat artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1628/96 bepaalt dat voor financieringsbesluiten waarmee een bedrag van meer dan 2 miljoen ECU is gemoeid, goedkeuring vereist is van het bij artikel 12 ingestelde comité;

Overwegende dat dit bedrag moet worden verhoogd tot 5 miljoen ECU om de doelmatigheid te verhogen;

Overwegende dat artikel 12, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1628/96 specifieke regels bepaalt voor het besluitvormingsproces met het comité;

Overwegende dat de procedures die van toepassing zijn op dit comité gewijzigd moeten worden om de procedures te stroomlijnen;

Overwegende dat, teneinde de flexibiliteit van de communautaire bijstand te verhogen, de Commissie tevens in staat zou moeten worden gesteld bij te dragen aan programma's en samenwerkingsprojecten die in overleg met de centrale regering zijn ingediend door gemeenten of regionale instanties,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1628/96 wordt als volgt gewijzigd:

a) aan artikel 9 worden de volgende alinea's toegevoegd:

"Wanneer opdrachten voor diensten de vorm krijgen van technische bijstand kunnen zij gegund worden via onderhandse aanbesteding voor projecten waarmee niet meer dan 400 000 ECU is gemoeid, met name projecten voor de voorbereiding van, het toezicht op of de evaluatie van de communautaire steun. Opdrachten voor werken en leveringen voor een bedrag van niet meer dan 3 miljoen ECU kunnen worden gegund via procedures die beperkt zijn tot één van de begunstigde landen waarop deze verordening betrekking heeft. Wanneer als gevolg van de bijzondere omstandigheden van de plaatselijke markt geen gebruik kan worden gemaakt van deze procedure of deze procedure niet leidt tot een opdracht, kunnen opdrachten voor werken en leveringen waarmee niet meer dan 3 miljoen ECU is gemoeid, bij wijze van uitzondering, worden gegund via onderhandse aanbesteding aan natuurlijke of rechtspersonen van de lidstaten, of, in uitzonderlijke gevallen, aan de in het kader van het Phare-programma aan begunstigde landen met inachtneming van de in dit artikel vermelde voorwaarden.

Wat projecten betreft die de terugkeer van vluchtelingen bevorderen, worden opdrachten voor werken en leveringen waarmee ten minste 3 miljoen ECU en ten hoogste 10 miljoen ECU is gemoeid, gegund via openbare besloten aanbesteding. De in artikel 10, leden 1 en 2, vastgestelde procedures en drempels zijn van toepassing.";

b) artikel 10, lid 1, wordt vervangen door:

"1. Financieringsbesluiten voor een bedrag van meer dan 5 miljoen ECU worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 12, lid 2. Het in artikel 12 bedoelde comité wordt in kennis gesteld van acties waarvoor de financiering minder dan 5 miljoen ECU bedraagt.";

c) het volgende lid 3 wordt aan artikel 10 toegevoegd:

"3. De Commissie kan besluiten een bijdrage te leveren aan de in artikel 4 bedoelde, door gemeenten of regionale lichamen in overleg met de centrale regering ingediende programma's en samenwerkingsprojecten. De in artikel 10, leden 1 en 2, vastgestelde procedures en drempels zijn van toepassing.";

d) artikel 12, lid 3, wordt vervangen door:

"3. De Commissie keurt de beoogde besluiten goed die onmiddellijk van toepassing zijn. Indien deze besluiten echter niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité, stelt de Commissie de Raad hiervan onverwijld op de hoogte. In dat geval stelt de Commissie de inwerkingtreding van de goedgekeurde besluiten uit voor een periode van zes weken. De Raad kan, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, een andersluidend besluit nemen binnen de in de eerste subalinea vermelde termijn.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing tot en met 31 december 1999.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

(1) PB L 204 van 14.8.1996, blz. 1.

(2) PB L 307 van 12.11.1997, blz. 1.