Home

Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot oprichting van een Pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid

Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot oprichting van een Pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid

Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot oprichting van een Pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid (98/C 164/04) COM(1998) 138 def. - 98/0091(CNS)

(Door de Commissie ingediend op 19 maart 1998)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité,

Gezien het advies van het Comité van de Regio's,

Overwegende dat de Europese Raad in de vergadering van 12 en 13 december 1997 in Luxemburg in een versterkte pretoetredingsstrategie voorziet voor de kandidaat-lidstaten uit Midden- en Oost-Europa en een specifieke pretoetredingsstrategie voor Cyprus;

Overwegende dat het, in het licht van een toekomstige toenadering tot een politieke oplossing van het probleem Cyprus waarnaar momenteel onder leiding van de Verenigde Naties wordt gezocht en rekening houdend met de economische situatie van het eiland op dat ogenblik, passend kan zijn, terwijl toetredingsonderhandelingen op basis van de besluiten van de Europese Raad van Luxemburg worden gevoerd, Cyprus op te nemen in de lijst van de begunstigde landen en hiervoor in deze verordening bijzondere bepalingen te voorzien;

Overwegende echter dat volgens de besluiten van de Europese Raad de in deze verordening voorziene ondersteuning thans enkel wordt gegeven aan tien kandidaat-lidstaten uit Centraal-en Oost-Europa;

Overwegende dat Verordening (EG) nr. 622/98 van de Raad van 16 maart 1998 betreffende de hulp aan de kandidaat-lidstaten in het kader van de pretoetredingsstrategie, en inzonderheid de invoering van partnerschappen voor de toetreding (1) bepaalt dat deze partnerschappen in een enkel kader voorzien, dat de prioritaire zones omvat alsmede alle beschikbare middelen voor hulp in de aan de toetreding voorafgaande periode;

Overwegende dat de pretoetredingsstrategie in de instelling voorziet van een Pretoetredingsinstrument voor het structuurbeleid (hierna "ISPA" genoemd), dat erop gericht is de kandidaat-lidstaten aan de gemeenschappelijke infrastructuurnormen aan te passen en een financiële bijdrage verstrekt voor maatregelen op het gebied van het milieu en de vervoersinfrastructuur;

Overwegende dat de communautaire bijstand uit het ISPA, de bijstand door de Gemeenschap op grond van Verordening (EEG) nr. 3906/89 van de Raad van 18 december 1989 betreffende economische hulp ten gunste van de Republiek Hongarije en de Volksrepubliek Polen (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 753/96 (3), de bijstand door de Gemeenschap op grond van verordening . . . inzake steunverlening door de Gemeenschap voor pretoetredingsmaatregelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling in de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa gedurende de pretoetredingsperiode, moeten worden gecoördineerd binnen het raam van verordening . . . betreffende de coördinatie van de bijstand aan de kandidaat-lidstaten uit hoofde van de pretoetredingsstrategie, en afhankelijk moet worden gesteld van de voorwaarden van Verordening (EG) nr. 622/98 partnerschappen voor de toetreding;

Overwegende dat voor een behoorlijk evenwicht tussen de financiering van maatregelen inzake vervoersinfrastructuur en die van milieumaatregelen moet worden gezorgd;

Overwegende dat de bijstandsverlening door de Gemeenschap in het kader van het ISPA de tenuitvoerlegging van het "acquis communautaire" op milieugebied in de kandidaat-lidstaten moet vergemakkelijken en tot duurzame ontwikkeling in deze landen zal bijdragen;

Overwegende dat in Beschikking nr. 1692/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 1996 betreffende communautaire richtsnoeren voor de ontwikkeling van een trans-Europees vervoersnet (4) de grote lijnen zijn aangegeven voor de ontwikkeling van een trans-Europees vervoersnet die na de toetreding ook voor de behoeften van de nieuwe lidstaten moeten gelden, terwijl daarnaast de door de Raad besloten en nog lopende beoordeling van de behoeften inzake de vervoersinfrastructuur (TINA), met inachtneming van deze grote lijnen de selectie van voor bijstand in aanmerking komende maatregelen in de pretoetredingsperiode zal vergemakkelijken;

Overwegende dat met het oog op een vlottere voorbereiding van de maatregelen moet worden bepaald dat de Commissie een indicatieve verdeling over de kandidaat-lidstaten van het totaal aan uit het ISPA beschikbare communautaire middelen voor vastleggingen vaststelt;

Overwegende dat de door de Gemeenschap uit het ISPA verleende bijstand moet kunnen worden gedifferentieerd om de hefboomwerking van de toegekende middelen te versterken, de aanwending van middelen uit de particuliere financieringsbronnen te bevorderen en rekening te houden met mogelijke aanzienlijke netto-inkomsten die de maatregelen kunnen voortbrengen;

Overwegende dat bij de verlening van de bijstand van de Gemeenschap, een zo groot mogelijke doorzichtigheid moet worden gegarandeerd en de besteding van de middelen streng moet worden gecontroleerd;

Overwegende dat met het oog op een deugdelijk beheer van de uit het ISPA verleende bijstand van de Gemeenschap, doeltreffende methoden voor de beoordeling, het toezicht, de evaluatie en de controle moeten worden vastgesteld, waarbij de aard en de wijze van toepassing van het toezicht alsmede de beginselen inzake de evaluatie, nader worden omschreven en wordt voorzien in maatregelen bij onregelmatigheden of niet-nakoming van de voor de bijstand uit het ISPA gestelde voorwaarden;

Overwegende dat in de overgangsperiode (van 1 januari 1999 tot en met 31 december 2001) elke verwijzing naar de euro in de regel ook moet worden beschouwd als een verwijzing naar de euro als munteenheid zoals bedoeld in artikel 2, tweede zin, van verordening . . . betreffende de invoering van de euro;

Overwegende dat de Commissie voor de uitvoering van deze verordening moet worden bijgestaan door een Comité van raadgevende aard;

Overwegende dat door de tenuitvoerlegging van de bij deze verordening vastgestelde maatregelen wordt bijgedragen tot de bereiking van de doelstellingen van de Unie; dat het Verdrag voor de vaststelling van deze verordening niet in andere bevoegdheden voorziet dan die welke zijn vastgesteld bij artikel 235,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Definitie en doel

1. Hierbij wordt het Pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid, hierna "ISPA" genoemd, ingesteld.

Het ISPA verleent overeenkomstig de bepalingen van deze verordening bijstand om de kandidaat-lidstaten Bulgarije, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije en de Tsjechische Republiek, hierna "begunstigde landen" genoemd, te helpen zich op het gebied van de economische en sociale samenhang, en met name het milieu- en vervoersbeleid, op de toetreding tot de Europese Unie voor te bereiden.

2. De bijstand van de Gemeenschap uit hoofde van het ISPA draagt bij tot het bereiken van de doelstellingen die voor elk begunstigd land in het Partnerschap voor de toetreding zijn vastgesteld, en tot de uitvoering van daartoe opgestelde nationale programma's ter verbetering van het milieu en van de vervoersinfrastructuurnetten.

Artikel 2

In aanmerking komende maatregelen

1. De uit het ISPA gefinancierde communautaire bijstand is bedoeld voor projecten, technisch en financieel zelfstandige projectfases, projectgroepen of projectprogramma's op het gebied van het milieu of het vervoer, hierna gezamenlijk "maatregelen" genoemd. Een projectfase kan ook bestaan uit voorbereidende, haalbaarheids- en technische studies die voor de uitvoering van een project nodig zijn.

2. Met het oog op de in artikel 1 genoemde doelstellingen verleent de Gemeenschap bijstand uit het ISPA voor:

a) milieumaatregelen die de begunstigde landen in staat stellen aan de eisen van de milieuwetgeving van de Gemeenschap te voldoen en de doelstellingen van het Partnerschap voor de toetreding te bereiken;

b) maatregelen op het gebied van de vervoersinfrastructuur die duurzame mobiliteit bevorderen, en met name die welke projecten van gemeenschappelijk belang vormen, volgens de criteria van Beschikking nr. 1692/96 en die welke de begunstigde landen in staat stellen de doelstellingen van het Partnerschap voor de toetreding te bereiken; deze maatregelen hebben onder meer tot doel de interconnectie en interoperabiliteit van de nationale netten onderling en met de transeuropese netten te bevorderen en die netten beter toegankelijk te maken.

De maatregelen moeten voldoende omvangrijk zijn om een aanzienlijke uitwerking hebben op het gebied van de milieubescherming of op de verbetering van de vervoersinfrastructuurnetten. In elk geval moeten de totale kosten van elke maatregel in beginsel ten minste 5 miljoen euro bedragen.

3. Er wordt voor een passend evenwicht gezorgd tussen de milieumaatregelen en de maatregelen op het gebied van de vervoersinfrastructuur.

4. Bijstand kan ook worden verleend voor:

a) voorbereidende studies in verband met in aanmerking komende maatregelen, onder meer die welke nodig zijn voor de uitvoering van die maatregelen, en

b) technische ondersteuningsmaatregelen, met inbegrip van voorlichtings- en publiciteitsacties, en met name:

i) horizontale maatregelen, zoals vergelijkende studies ter beoordeling van de uitwerking van de communautaire bijstand;

ii) maatregelen en studies die bijdragen tot de beoordeling van of het toezicht op de projecten of tot de evaluatie of de controle ervan, en de coördinatie en samenhang van de projecten met het Partnerschap voor de toetreding versterken en waarborgen;

iii) maatregelen en studies die een efficiënt beheer en een efficiënte uitvoering van de projecten garanderen en in de nodige aanpassingen voorzien.

Artikel 3

Financiële middelen

De bijstand van de Gemeenschap uit het ISPA wordt toegekend gedurende de periode 2000-2006.

De begrotingsautoriteit stelt, binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten, de jaarlijks beschikbare middelen vast.

Artikel 4

Indicatieve verdeling

Voor de indicatieve verdeling van de totale uit het ISPA gefinancierde communautaire bijstand over de begunstigde landen gaat de Commissie uit van de volgende criteria: bevolking, BBP in koopkrachtpariteit per inwoner en oppervlakte. De verdeling kan worden aangepast om rekening te houden met de prestatie van elk begunstigd land in de voorgaande jaren bij de uitvoering van de ISPA-maatregelen. Ook moet terdege rekening worden gehouden met de tekortkomingen in de betrokken landen op het gebied van milieu- en vervoersinfrastructuur.

Artikel 5

Verenigbaarheid met het beleid van de Gemeenschap op de verschillende terreinen

1. De door de Gemeenschap uit het ISPA te financieren maatregelen moeten in overeenstemming zijn met het bepaalde in de Europa-Overeenkomsten, waaronder de uitvoeringsbepalingen inzake staatssteun, en moeten bijdragen tot de verwezenlijking van het beleid van de Gemeenschap op verscheidene gebieden, met name inzake de bescherming en verbetering van het milieu, het vervoer en de transeuropese netten.

2. De Commissie zorgt voor de coördinatie en de samenhang van de overeenkomstig deze verordening getroffen maatregelen met de met bijdragen uit de begroting van de Gemeenschap uitgevoerde maatregelen, de verrichtingen van de Europese Investeringsbank (EIB) - onder meer die welke zij uit haar pretoetredingsfaciliteit financiert - en de andere communautaire financieringsinstrumenten.

3. De Commissie streeft naar coördinatie en samenhang van de in de begunstigde landen in het kader van deze verordening uitgevoerde maatregelen, met de verrichtingen van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO), de Wereldbank en andere dergelijke financiële instellingen.

Artikel 6

Bijstandsvormen en hoogte van de bijstand

1. De communautaire bijstand uit het ISPA kan een der volgende vormen aannemen: niet-terugvorderbare rechtstreekse bijstand, terugvorderbare bijstand, rentesubsidies, garantiekostensubsidies, inbreng van risicokapitaal of een andere financieringsvorm.

De bijstand die aan de beheersautoriteit of aan een andere overheidsinstantie wordt terugbetaald, moet opnieuw voor hetzelfde doel worden aangewend.

2. De uit het ISPA verleende communautaire bijstand bedraagt ten hoogste 85 % van de uitgaven van de overheid of van de daarmee gelijk te stellen uitgaven, met inbegrip van de uitgaven van instanties waarvan de activiteiten binnen een zodanig wettelijk of bestuursrechtelijk raam plaatsvinden, dat die instanties met overheidsinstanties kunnen worden gelijkgesteld.

Behalve in het geval van terugvorderbare bijstand of tenzij een groot belang van de Gemeenschap in het geding is, wordt het bijstandspercentage verlaagd om rekening te houden met:

a) de beschikbaarheid van cofinanciering,

b) de mate waarin de maatregel tot ontvangsten kan leiden, en

c) een adequate toepassing van het beginsel dat de vervuiler betaalt.

3. Onder de in lid 2, tweede alinea, onder b), bedoelde tot ontvangsten leidende maatregelen worden verstaan:

a) maatregelen betreffende infrastructuurvoorzieningen waarvan de gebruikskosten aan de gebruikers worden aangerekend,

b) productieve investeringen op milieugebied.

4. Voorbereidende studies en technische ondersteuningsmaatregelen kunnen bij wijze van uitzondering voor 100 % van de totale kosten worden gefinancierd.

De totale uitgaven die op initiatief van de Commissie of namens de Commissie krachtens dit lid worden gedaan, mogen ten hoogste 2 % van de totale middelen van het ISPA bedragen.

Artikel 7

Beoordeling en goedkeuring van de maatregelen

1. De uit het ISPA te financieren maatregelen moeten ter goedkeuring aan de Commissie worden voorgelegd.

2. De begunstigde landen dienen bij de Commissie bijstandsaanvragen in. De Commissie kan evenwel overeenkomstig artikel 2, lid 4, op eigen initiatief bijstand toekennen.

3. De aanvragen bevatten:

a) de in bijlage I bedoelde gegevens;

b) alle gegevens ter staving dat de maatregelen met deze verordening in overeenstemming zijn en aan de criteria van bijlage II voldoen, en met name dat de maatregelen op middellange termijn sociaal-economische voordelen opleveren die in verhouding staan tot de aangewende middelen.

4. Na ontvangst van een bijstandsaanvraag verricht de Commissie, voordat zij de maatregel goedkeurt, een grondige beoordeling vooraf om na te gaan of de maatregel aan de criteria van bijlage II voldoet.

5. In de beschikkingen van de Commissie tot goedkeuring van de maatregelen wordt het bedrag van de financiële bijstand vastgesteld, alsmede een financieringsplan en alle voor de uitvoering van de maatregelen nodige voorschriften en voorwaarden.

Artikel 8

Vastleggingen en betalingen

1. Overeenkomstig het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting der Europese Gemeenschappen doet de Commissie de uitgaven uit het ISPA op basis van een door de Commissie van het begunstigde land op te stellen financieringsmemorandum.

De jaarlijkse betalingsverplichtingen met betrekking tot de voor de maatregelen toegekende bijstand worden evenwel op een van de volgende twee wijzen aangegaan:

a) Betalingsverplichtingen voor de in artikel 2, lid 2, bedoelde maatregelen waarvan de uitvoering twee jaar of langer zal duren, worden in de regel, en onder voorbehoud van punt b), in jaarlijkse termijnen aangegaan.

De betalingsverplichtingen voor de eerste jaarlijkse termijn worden aangegaan wanneer het financieringsmemorandum wordt opgesteld. De betalingsverplichtingen voor latere jaarlijkse termijnen worden aangegaan op basis van het oorspronkelijke of het herziene financieringsplan voor de maatregel, in principe aan het begin van elk begrotingsjaar en uiterlijk op 1 april van het betrokken jaar overeenkomstig de uitgavenraming voor dat begrotingsjaar.

b) Voor maatregelen waarvan de uitvoering minder dan twee jaar duurt of maatregelen waarvoor de communautaire bijstand niet meer dan 20 miljoen euro bedraagt, kan een eerste betalingsverplichting voor ten hoogste 80 % van de toegekende bijstand worden aangegaan wanneer het financieringsmemorandum wordt opgesteld. De betalingsverplichtingen voor de resterende bedragen worden aangegaan naar gelang van de voortgang bij de uitvoering van de maatregel.

2. Behalve in gerechtvaardigde gevallen wordt de voor een maatregel toegekende bijstand ingetrokken wanneer binnen de vastgestelde contractuele termijn niet met belangrijke werkzaamheden is begonnen.

3. De financiële bijstand voor de maatregelen kan worden uitgekeerd hetzij in de vorm van voorschotten, hetzij in de vorm van tussentijdse betalingen of saldobetalingen betreffende werkelijk betaalde en met bewijsstukken gestaafde kosten.

De Commissie stelt de uitvoeringsbepalingen inzake de betalingen vast volgens de procedure van artikel 14.

4. Nadere bepalingen inzake de regeling voor de betalingen worden vastgesteld in het financieringsmemorandum dat de Commissie met elk begunstigd land overeenkomt.

Artikel 9

Beheer en controle

1. De Commissie eist van de begunstigde landen dat zij:

a) vanaf 1 januari 2000 en in elk geval uiterlijk op 1 januari 2002 beheers- en controlesystemen invoeren om te garanderen dat.

i) op grond van deze verordening toegekende bijstand op adequate wijze wordt aangewend overeenkomstig de beginselen van een deugdelijk financieel beheer,

ii) het beheer en de controle gescheiden worden gehouden,

iii) de bij de Commissie ingediende uitgavenaangiften correct zijn en zijn opgesteld aan de hand van een boekhouding op basis van verifieerbare bewijsstukken.

b) regelmatig nagaan of de door de Gemeenschap gefinancierde maatregelen op adequate wijze zijn uitgevoerd,

c) onregelmatigheden voorkomen en vervolgen,

d) als gevolg van een onregelmatigheid of verzuim verloren bedragen terugvorderen.

2. Onverminderd de door de begunstigde landen uitgevoerde controles kunnen de Commissie en de Rekenkamer via hun personeel of hun naar behoren gemachtigde vertegenwoordigers ter plaatse technische of financiële controles verrichten, met inbegrip van steekproefcontroles en eindcontroles.

3. De uitvoeringsbepalingen inzake de in de leden 1 en 2 bedoelde beginselen en de regelingen inzake samenwerking en coördinatie tussen de Commissie en het begunstigde land op het gebied van controleplanning en -methoden worden vastgesteld in het financieringsmemorandum.

4. Het financieringsmemorandum bevat ook bepalingen inzake de vermindering, schorsing of intrekking van de bijstand ingeval de uitvoering van een maatregel de toegekende bijstand niet of slechts voor een deel rechtvaardigt.

Artikel 10

Gebruik van de Euro

1. De bedragen in de bijstandsaanvragen en bijbehorende financieringsplannen worden in euro uitgedrukt.

2. De bedragen van de door de Commissie vastgestelde bijstand en in de door haar goedgekeurde financieringsplannen worden in euro uitgedrukt.

3. De uitgavenaangiften die de betalingsaanvragen moeten staven, worden opgesteld in euro.

4. De door de Commissie betaalde financiële bijstand wordt in euro overgemaakt aan de door het begunstigde land aangewezen autoriteit.

Artikel 11

Toezicht en evaluatie achteraf

De begunstigde landen en de Commissie zien erop toe, dat overeenkomstig bijlage III, toezicht wordt gehouden op en een evaluatie wordt gemaakt van de uitvoering van de maatregelen op grond van deze verordening.

Artikel 12

Jaarlijks verslag

De Commissie legt jaarlijks een verslag inzake de uit het ISPA toegekende communautaire bijstand voor aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's. De in dit verslag te vermelden gegevens zijn aangegeven in bijlage IV.

Het Europees Parlement brengt over dit verslag zo spoedig mogelijk advies uit. De Commissie deelt mee hoe met de opmerkingen in het advies van het Europees Parlement rekening is gehouden.

De Commissie zorgt ervoor dat de lidstaten en de begunstigde landen van de activiteiten van het ISPA in kennis worden gesteld.

Artikel 13

Informatie en publiciteit

1. De begunstigde landen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van een maatregel waarvoor de Gemeenschap financiële bijstand uit het ISPA heeft toegekend, zien erop toe, dat aan deze maatregel passende bekendheid wordt gegeven om:

a) de publieke opinie bewust te maken van de rol die de Gemeenschap ten aanzien van de maatregel vervult,

b) potentiële begunstigden en beroepsorganisaties te informeren over de mogelijkheden die de maatregel biedt.

De begunstigde landen zien er met name op toe, dat duidelijk zichtbare borden worden geplaatst waarop wordt aangegeven dat de maatregel door de Gemeenschap wordt gecofinancierd van waarop het logo van de Gemeenschap is aangebracht, en zij zorgen ervoor, dat vertegenwoordigers van de Europese instellingen naar behoren worden betrokken bij de belangrijkste activiteiten van de overheidsdiensten in verband met de uit het ISPA toegekende communautaire bijstand.

Zij stellen de Commissie jaarlijks in kennis van de initiatieven die zij op grond van het bepaalde in dit lid hebben genomen.

2. De Commissie stelt volgens de procedure van artikel 14 nadere bepalingen inzake informatie en publiciteit vast.

Zij deelt die bepalingen aan het Europees Parlement mede en maakt deze bekend in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 14

Comité

Voor de uitvoering van deze verordening wordt de Commissie bijgestaan door een raadgevend comité, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie. De Europese Investeringsbank wijst een vertegenwoordiger aan, die niet aan de stemmingen deelneemt.

De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het comité brengt binnen een termijn die de Voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie advies uit over dit ontwerp, zo nodig door middel van een stemming.

Het advies wordt in de notulen opgenomen; voorts heeft iedere lidstaat het recht te verzoeken dat zijn standpunt in de notulen wordt opgenomen.

De Commissie houdt zoveel mogelijk rekening met het door het comité uitgebrachte advies. Zij brengt het comité op de hoogte van de wijze waarop zij rekening heeft gehouden met zijn advies.

Artikel 15

Slot- en overgangsbepalingen

1. Op voorstel van de Commissie gaat de Raad uiterlijk op 31 december 2006 over tot een nieuw onderzoek van deze verordening. De Raad neemt over het voorstel een besluit overeenkomstig de procedure van artikel 235 van het Verdrag.

2. Wanneer een begunstigd land tot de Europese Unie toetreedt, verliest het zijn recht op bijstand van de Gemeenschap uit het ISPA.

3. Het niet gebruikte deel van de toegewezen bijstand wordt overeenkomstig artikel 4 aan de resterende begunstigde landen toegewezen.

Artikel 16

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

(1) PB L 85 van 20.3.1998, blz. 1.

(2) PB L 375 van 23.12.1989, blz. 11.

(3) PB L 103 van 26.4.1996, blz. 5.

(4) PB L 228 van 9.9.1996, blz. 1.

BIJLAGE I

Inhoud van de aanvragen (artikel 7, lid 3, onder a))

De aanvragen moeten de volgende gegevens bevatten:

1. de voor de uitvoering verantwoordelijke instantie, de aard van de maatregel en een beschrijving ervan;

2. de kosten en de plaats van uitvoering, met, indien van toepassing, gegevens over de interconnectie en de interoperabiliteit van maatregelen op dezelfde verkeersas;

3. het tijdschema voor de uitvoering van de werkzaamheden;

4. een kosten/baten-analyse, met vermelding van directe en indirecte gevolgen voor de werkgelegenheid;

5. een milieueffectbeoordeling zoals is bedoeld in Richtlijn 85/377/EEG van de Raad (1);6. informatie over de plaats en de prioriteit die aan de maatregel worden gegeven in de nationale milieustrategie die in het nationale programma voor het overnemen van het acquis communautaire is neergelegd;

7. informatie over de nationale ontwikkelingsstrategie voor het vervoer en de plaats en de prioriteit die in de strategie aan de maatregelen worden gegeven;

8. informatie over de naleving van de regels inzake mededinging en overheidsopdrachten;

9. het financieringsplan met, zo mogelijk, gegevens over de economische levensvatbaarheid van de maatregel, en de totale financiering die het begunstigde land vraagt van het ISPA, de Europese Investeringsbank (EIB), waaronder haar pretoetredingsfaciliteit, andere financieringsbronnen van de Gemeenschap of van de lidstaten, de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) of de Wereldbank;

10. gegevens over de verenigbaarheid van de maatregelen met het beleid van de Gemeenschap;

11. informatie over de regelingen die moeten garanderen dat de voorzieningen efficiënt worden gebruikt en onderhouden.

(1) PB L 175 van 5.7.1985, blz. 40.

BIJLAGE II

Beoordeling van de maatregelen (artikel 7, leden 3, punt b) en 4)

A. Om een hoge kwaliteit maatregelen te waarborgen worden bij de beoordeling de volgende criteria gehanteerd:

1. de sociaal-economische voordelen van de maatregelen, waaronder de hefboomwerking op particuliere financiering aan te trekken; deze voordelen moeten evenredig zijn met de omvang van de aangewende middelen; voor de beoordeling wordt gebruik gemaakt van een kosten/baten-analyse;

2. de regelingen die een efficiënt beheer van de maatregel moeten garanderen;

3. de prioriteiten die in de Partnerschappen voor de toetreding zijn vastgesteld voor de sectoren waarvoor bijstand wordt verleend;

4. de bijdrage die de maatregelen kunnen leveren tot de uitvoering van het milieubeleid van de Gemeenschap;

5. de bijdrage van de maatregelen met betrekking tot de transeuropese netten en het gemeenschappelijke vervoersbeleid;

6. het bereiken van een passend evenwicht tussen milieumaatregelen en maatregelen op het gebied van vervoersinfrastructuur.

B. Zo nodig kan de Commissie de EIB, de EBWO of de Wereldbank vragen aan de beoordeling van de maatregelen deel te nemen. De Commissie onderzoekt de bijstandsaanvragen en gaat daarbij met name na of de administratieve procedures en de financieringsmechanismen geschikt zijn voor een efficiënte uitvoering van de maatregel.

C. De Commissie beoordeelt de maatregelen om vast te stellen wat het effect ervan zal zijn voor het bereiken van de doelstellingen van deze verordening; daartoe gebruikt zij passende gekwantificeerde indicatoren. De begunstigde landen verstrekken alle nodige gegevens als bedoeld in bijlage I, onder meer, de resultaten van uitvoerbaarheidsstudies en beoordelingen, gegevens over niet-uitgevoerde alternatieven en gegevens over de coördinatie met maatregelen van gemeenschappelijk belang op dezelfde verkeersas, om de beoordeling zo doelmatig mogelijk te maken.

BIJLAGE III

Toezicht en evaluatie achteraf (artikel 11)

A. Het toezicht geschiedt aan de hand van verslaggeving volgens een in onderling overleg vastgestelde procedure en via steekproefcontroles en comités ad hoc. Bij het toezicht wordt gebruik gemaakt van fysieke en financiële indicatoren. De indicatoren hebben betrekking op het specifieke karakter van de betrokken maatregel en de daarmee beoogde doeleinden. Zij moeten zo worden gekozen dat zij een duidelijk beeld geven van de voortgang van de maatregel in vergelijking met het oorspronkelijke plan en de oorspronkelijke doelstellingen, en van het verloop van het beheer en de eventuele problemen die zich daarbij voordoen.

B. De bedoelde comités worden bij een overeenkomst tussen het betrokken begunstigde land en de Commissie ingesteld. De door het begunstigde land aangewezen autoriteiten en instanties, de Commissie en, in voorkomend geval, de EIB, zijn in deze comités vertegenwoordigd. Wanneer gewestelijke of plaatselijke autoriteiten of particuliere ondernemingen voor de uitvoering van een maatregel bevoegd zijn of rechtstreeks bij een maatregel betrokken zijn, moeten zij ook in deze comités vertegenwoordigd zijn.

C. Voor iedere maatregel legt de daarvoor bevoegde autoriteit of instantie de Commissie binnen drie maanden na afloop van ieder volledig jaar van uitvoering een voortgangsverslag voor.

D. De voor de maatregel bevoegde autoriteit of instantie dient binnen zes maanden na de voltooiing van de maatregel of de projectfase bij de Commissie een eindverslag in. De in het eindverslag te vermelden gegevens zijn de volgende:

1. een beschrijving van de uitgevoerde werkzaamheden, met vermelding van de fysieke indicatoren, een becijfering van de uitgaven per categorie werkzaamheden en gegevens over de maatregelen die zijn genomen met betrekking tot de specifieke clausules van de beschikking tot toekenning van de bijstand;

2. gegevens over de publiciteitsacties;

3. een verklaring waaruit blijkt of de werkzaamheden zijn uitgevoerd overeenkomstig de beschikking tot toekenning van de bijstand;

4. een eerste evaluatie van de mate waarin de beoogde resultaten zijn bereikt, inzonderheid:

a) de werkelijke datum van uitvoering van de maatregel;

b) gegevens over de wijze waarop de maatregel na voltooiing zal worden beheerd;

c) indien van toepassing, een bevestiging van de financiële ramingen, vooral betreffende de exploitatiekosten en de verwachte inkomsten;

d) een bevestiging van de sociaal-economische prognoses, vooral betreffende de verwachte kosten en baten;

e) gegevens over de acties ter bescherming van het milieu, onder vermelding van de kosten daarvan.

E. Op basis van de resultaten van het toezicht en rekening houdend met de opmerkingen van het toezichtscomité past de Commissie de oorspronkelijk vastgestelde bedragen en voorwaarden voor de toekenning van de bijstand en het voorgenomen financieringsplan aan, zo nodig op voorstel van de begunstigde landen.

De Commissie stelt passende regelingen inzake deze aanpassingen vast en maakt daarbij een onderscheid op basis van de aard en de omvang ervan.

F. De evaluatie achteraf heeft betrekking op het gebruik van de middelen, de doelmatigheid en de efficiëntie van de bijstand en de uitwerking ervan. Zij betreft de factoren die tot het welslagen of de mislukking van de uitvoering van de maatregelen hebben bijgedragen, de uitgevoerde werkzaamheden en de resultaten. Na de voltooiing van de maatregel evalueren de Commissie en het begunstigde land de wijze waarop de maatregel is uitgevoerd, waarbij zij onder meer nagaan of de middelen daadwerkelijk en doeltreffend zijn gebruikt. Voorts wordt bij de evaluatie de feitelijke uitwerking van de uitvoering onderzocht om te kunnen beoordelen of de oorspronkelijke doelstellingen zijn bereikt. Er wordt onder meer nagegaan welke bijdrage de maatregelen hebben geleverd tot de uitvoering van het milieubeleid van de Gemeenschap of op het gebied van transeuropese netten en het gemeenschappelijke vervoersbeleid en wat het milieueffect ervan is.

G. Om de doelmatigheid van de communautaire bijstand uit het ISPA te verhogen ziet de Commissie erop toe dat bij het beheer van het ISPA bijzondere aandacht wordt geschonken aan de doorzichtigheid van het beheer.

H. De nadere voorschriften voor het toezicht en de evaluatie worden vastgesteld in de beschikkingen van de Commissie waarbij de maatregelen worden goedgekeurd.

BIJLAGE IV

Jaarlijks verslag van de Commissie (artikel 12)

Het jaarlijks verslag moet de volgende gegevens bevatten:

1. de financiële bijstand die de Gemeenschap in het kader van het ISPA heeft vastgelegd en betaald, met voor elk jaar een uitsplitsing per begunstigd land en projectcategorie (milieu of vervoer);

2. de bijdrage van de communautaire bijstand uit het ISPA aan de door de begunstigde landen ontplooide activiteiten om het milieubeleid van de Gemeenschap uit te voeren en de transeuropese vervoersinfrastructuurnetten uit te breiden; de verhouding tussen milieumaatregelen en maatregelen op het gebied van de vervoersinfrastructuur;

3. een evaluatie van de verenigbaarheid van de bijstandsverlening uit het ISPA met het beleid van de Gemeenschap op verschillende gebieden, waaronder milieubescherming, vervoer, mededinging en gunning van overheidsopdrachten;

4. informatie over de maatregelen die zijn genomen met het oog op de coördinatie van en de samenhang tussen enerzijds de uit het ISPA gefinancierde maatregelen en anderzijds de maatregelen die met bijdragen van de communautaire begroting, de Europese Investeringsbank of andere financieringsinstrumenten van de Gemeenschap zijn gefinancierd;

5. gegevens over de investeringsinspanning van de begunstigde landen op het gebied van milieubescherming en vervoersinfrastructuur;

6. gegevens over de gefinancierde voorbereidende studies en technische ondersteuningsmaatregelen;

7. gegevens over de resultaten van de beoordeling, het toezicht op en de evaluatie van de maatregelen, met inbegrip van gegevens over eventuele aanpassingen van de maatregelen in verband met deze resultaten;

8. gegevens over de bijdrage van de EIB aan de evaluatie van de maatregelen;

9. beknopte gegevens over de resultaten van de verrichte controles, de vastgestelde onregelmatigheden en de lopende administratieve en gerechtelijke procedures;

10. informatie over publiciteitsacties.