Voorstel voor een beschikking van de Raad tot vaststelling van een communautair meerjarenprogramma ter stimulering van de ontwikkeling en het gebruik van Europese digitale inhoud op de mondiale netten en ter bevordering van de taaldiversiteit in de informatiemaatschappij (ingediend door de Commissie)
Voorstel voor een beschikking van de Raad tot vaststelling van een communautair meerjarenprogramma ter stimulering van de ontwikkeling en het gebruik van Europese digitale inhoud op de mondiale netten en ter bevordering van de taaldiversiteit in de informatiemaatschappij (ingediend door de Commissie)
Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD tot vaststelling van een communautair meerjarenprogramma ter stimulering van de ontwikkeling en het gebruik van Europese digitale inhoud op de mondiale netten en ter bevordering van de taaldiversiteit in de informatiemaatschappij
(ingediend door de Commissie)
TOELICHTING
1. Inleiding
Terwijl de technologie de internetrevolutie mogelijk heeft gemaakt, spelen de op digitale inhoud gebaseerde diensten en producten een steeds belangrijker rol in de opkomende "nieuwe economie". De invloed van de digitale diensten en producten op de economie en de maatschappij is enorm en wordt steeds meer zichtbaar in veel sectoren van de maatschappij, gaande van het onderwijs tot de detailhandel. Dit zou goed nieuws moeten zijn voor Europa, met zijn reusachtige inhoudpotentieel en zijn sterke positie op het gebied van de exploitatie van traditionele inhoud [1]. Maar de Amerikaanse bedrijven hebben het voortouw genomen in de digitale toepassingen. Momenteel ontstaat onevenredig veel internetverkeer in de Verenigde Staten, waar zich nu verreweg de meeste websites bevinden. De meeste webpagina's zijn in het Engels en de meeste ervan hebben een Amerikaanse host. Van de 100 meest bezochte websites bevinden er zich 94 fysiek in de Verenigde Staten.
[1] Het voorgestelde programma beoogt bepaalde aspecten van de digitale-inhoudsector en niet de meer traditionele gebieden van inhoudexploitatie (bv. het uitgeven van gedrukte media). Dit voorstel vult het voorstel aan dat is ingediend betreffende de audiovisuele sector (voor het audiovisuele beleid van de Commissie zie het document COM(1999) 657 def., 14.12.1999), MEDIAplus (COM(1999) 658 def.).
De kansen voor de Europese inhoudindustrieën als gevolg van de omvorming van het internet tot een massamedium liggen er nog steeds. Hierop werd de nadruk gelegd door de Europese Raad in Lissabon in maart 2000, die het nieuwe strategische doel van de Unie voor het volgende decennium overeenkwam: de meest concurrerende en dynamische kennisgebaseerde economie te worden. Als Europa in de nieuwe kennisgestuurde economie even concurrerend wil worden als het nu is in sommige meer traditionele segmenten (bv. het uitgeven van gedrukte media), moet het iets doen. De markten zijn nog steeds in de ontwikkelingsfase. Binnen enkele jaren, wanneer de marktposities eenmaal zijn ingenomen, wordt het inlopen van de achterstand bijzonder kostbaar zo al niet onmogelijk. Er moet nu iets gedaan worden om de marktbarrières aan te pakken die Europese spelers beletten op gelijke hoogte te staan als de Amerikaanse concurrenten. In dit document worden dan ook EU-acties op drie cruciale gebieden voorgesteld:
- het stimuleren van de exploitatie van overheidsinformatie;
- het bevorderen van aanpassing voor een taal- en cultuurgebied;
- het ondersteunen van marktaanjagers.
Doel is te helpen bij het tot stand brengen van een omgeving die gunstig is voor zakelijke initiatieven, waar de Europese creativiteit, culturele diversiteit en technologische sterke punten commercieel kunnen worden geëxploiteerd. De Europese Raad van Lissabon heeft inzonderheid de nadruk gelegd op het belang van de inhoudindustrieën die toegevoegde waarde creëren door het exploiteren en door middel van een netwerk verbinden van de Europese culturele diversiteit. [2] De politieke uitdaging bestaat erin het marktpotentieel van onaangeboorde middelen vrij te maken en waargenomen zwakke in sterke punten te veranderen.
[2] Europese Raad van Lissabon, conclusies van het voorzitterschap, Lissabon 23-24 maart 2000.
De acties die in de bijgevoegde beschikking van de Raad worden voorgesteld houden direct verband met het eEurope-initiatief, waarmee beoogd wordt de invoering van digitale technologieën overal in Europa te versnellen en ervoor te zorgen dat alle Europeanen de nodige vaardigheden hebben om deze te gebruiken.
2. De achtergrond van het voorstel
Het voorgestelde programma is specifiek gericht op de ontwikkeling en het gebruik van bepaalde categorieën Europese digitale inhoud en op het bevorderen van de taaldiversiteit in de informatiemaatschappij. Het begrip digitale inhoud staat los van een specifiek medium of format, en is de uitdrukking van het proces van technologische convergentie van de computer-, telecommunicatie- en mediaindustrieën. Hij kan worden geleverd langs een massa bestaande en nieuwe leveringskanalen, inclusief snel groeiende en opkomende diensten en platforms zoals mobiel internet (bv. WAP [3], GPRS [4], UMTS [5]).
[3] Wireless Application Protocol.
[4] General Packet Radio Service.
[5] Universal Mobile Telecommunications System.
Het onderhavige voorstel voor een programma ter stimulering van de ontwikkeling van dit snel groeiende en dynamische marktsegment steunt op drie belangrijke pijlers: marktstudies zoals de CONDRINET-studie [6], waarin het potentieel van inhoud als een drijvende kracht achter de elektronische handel werd geanalyseerd; breed overleg met de industrie (1998-1999); en de ervaringen met de programma's INFO2000 [7] en MLIS [8]. De tussentijdse evaluaties van deze programma's, die werden uitgevoerd door panels van externe deskundigen, waren positief en bevatten duidelijke aanbevelingen voor een vervolg op het programma.
[6] Gemini Consulting, September 1998.
[7] INFO2000 (1996-1999), een programma gericht op het stimuleren van de ontwikkeling en het gebruik van multimediainhoud - Beschikking 96/339/EG van de Raad van 20 mei 1996 (PB L 129 van 30.5.1996, blz. 24).
[8] Multilingual Information Society Initiative - (1996-1999), Beschikking 96/664/EG van de Raad van 21 november 1996 (PB L 306 van 28.11.1996, blz. 40).
Bovendien hebben de specifieke voorstellen voor elk van de drie belangrijkste actielijnen van het programma gestalte gekregen door middel van de antwoorden op het Groenboek betreffende overheidsinformatie in de informatiemaatschappij (actielijn 1), talrijke interacties met vertegenwoordigers van de taalindustrieën (actielijn 2) en contacten met het bedrijfsleven en met name spelers in de financiële markten (actielijn 3).
3. Het belang van digitale inhoud voor Europa
Waarom is digitale inhoud zo belangrijk- Wat zorgt ervoor dat de industrieën die professionele en consumenteninformatie, amusementsproducten en -diensten produceren, verpakken en distribueren een inspanning op Europees niveau waard zijn- Het is de invloed ervan op de economie en de maatschappij die ze cruciaal maakt. Zij geven het tempo aan van de informatiemaatschappij en slaan een brug tussen de nieuwe technologieën en de gebruikers.
3.1. De economische uitdaging
De grootte van de totale inhoudsector wordt geschat [9] op EUR 412 miljard, of 5% van het Europese BBP, dat is meer dan zowel de telecommunicatiesector (EUR 221 miljard) als de hardware/softwaresector (EUR 189 miljard). Dit vertaalt zich in het feit dat zo'n vier miljoen Europeanen werkzaam zijn in deze sector. Inhoudproductie heeft de jongste jaren geleid tot het snel ontstaan van banen en dit kan zo blijven. Indien de hinderpalen voor de groei uit de weg worden geruimd kunnen de digitale mediaindustrieën gedurende het volgende decennium groeien met 20% per jaar, meer dan tweemaal zoveel als de traditionele creatieve industrieën [10]. En niet alleen de omvang van de inhoudindustrieën maakt deze interessant, maar ook de kwaliteit van de betrokken banen. Het creëren van inhoud is arbeidsintensief en vereist grote vaardigheden alsmede de toepassing van nieuwe combinaties van vaardigheden.
[9] European Information Technology Observatory, 2000. De inhoudgegevens omvatten de sectoren mediapublicaties, marketing en reclame. De marktgrootte en werkgelegenheidsgegevens worden bevestigd door de OESO-rapporten.
[10] Digital Media Alliance, Recommendation for growth, 1998.
De meeste nieuwe banen ontstaan in kleine opkomende bedrijven, hetgeen bijdraagt tot de dynamiek van de Europese marktplaats en arbeidsmarkt. Kleinere bedrijven zijn vaak verbonden in netwerken die grotere bedrijven in toeleveringsketens bedienen. Deze kennisnetwerken zullen steeds belangrijker worden bij de transformatie in een kenniseconomie.
Ondanks de indrukwekkende groeicijfers vertegenwoordigen bijkomende banen niet noodzakelijk een nettowerkgelegenheidsgroei. Nieuwe banen in de elektronische media gaan ten koste van banen in de grafische industrie. In het VK bijvoorbeeld is het aantal banen in het traditionele uitgeverijbedrijf gedaald van 160 000 in 1990 tot 132 000 in 1996 [11]. Het is zorgwekkend dat Europa sterker blijkt te zijn in meer traditionele industrieën, terwijl het een zwakkere positie heeft in de sneller groeiende segmenten (Figuur 1 [12]).
[11] Creative Industries Task Force, Mapping Document, UK, 1998.
[12] Information as a raw Material for Innovation, Bundesministerium für Bildung, Wissenschaft, Forschung und Technologie, 1998.
Het teweegbrengen van groei in heel de economie. Digitale inhoud heeft ook een sterke indirecte invloed op de economische groei en werkgelegenheid.
- In de eerste plaats zijn netwerkdiensten essentieel voor het verbeteren van het concurrentievermogen van ondernemingen in alle andere sectoren. Een kostenvermindering van de informatie-uitwisseling zowel binnen een bedrijf als met de klanten leidt tot een concurrentievoordeel omdat een en ander bepalend is voor de efficiëntie en productiviteit van ondernemingen en overheidsdiensten wereldwijd.
- In de tweede plaats is inhoud in het algemeen een determinerende factor van de informatiemaatschappij en van economische activiteit op de mondiale netwerken. Het is een essentiële drijvende kracht achter de ontwikkeling van de elektronische handel omdat op de netwerken kwaliteitsinhoud potentiële kopers aantrekt.
- In de derde plaats nemen de digitale-inhoudindustrieën andere delen van de ICT-industrie (bv. netwerken, apparatuur en softwaretoepassingen) in hun vaart mee door het creëren van bijkomende vraag naar bandbreedte en eindgebruikersapparatuur. De verkoop van hardware ter ondersteuning van internetfunctionaliteiten (e-mail, web) vertoont een meer dan gemiddelde groei in een markt die in 1999 een waarde had van $ 13,6 miljard.
3.2. De sociale invloed
De sociale invloed van de internetrevolutie en de daarmee samenhangende behoefte aan inhoudproducten en -diensten is substantieel. Een aantal voorbeelden:
Deskundigheid. Multimediaopleiding kan ertoe leiden dat meer mensen sneller leren, een hoger deskundigheidsniveau bereiken en meer kennis opdoen dan bij een traditionele opleiding door een instructeur. Zij kan zorgen voor een effectieve reorganisatie van de overdracht van kennis en deskundigheid die werknemers nodig hebben voor hun werk en aldus een belangrijke bijdrage leveren aan de inzetbaarheidsdoelstellingen van de Europese Unie [13].
[13] Europese Raad inzake werkgelegenheid,, 20-21 november 1997, Luxemburg.
Cultuur. De jongste jaren zijn de nieuwe media bijzonder geschikt gebleken voor het bevorderen van de culturele erfenis en diversiteit van Europa en in het betrekken van grote groepen burgers bij culturele kwesties. Het internet heeft het potentieel om de Europese culturele identiteit te verstevigen en tegelijk uitingen van de Europese culturele diversiteit te versterken. Er is meer Europese digitale inhoud nodig om een tegenwicht te vormen voor de marktpenetratie van producten en diensten met een Amerikaanse inslag. Het naar het internet brengen van Europese culturele inhoud zal acties van de Gemeenschap op cultureel gebied versterken. [14].
[14] Cultuur 2000 programma - Besluit 2000/508/EG van de Raad van 14 februari 2000 (PB L 63 van 10.3.2000, blz. 1).
Taaldiversiteit. De aanwezigheid van inhoud in verschillende talen bevordert de gelijke toegang van de burgers tot de informatiemaatschappij. Men hoeft de Engelse taal niet te beheersen om interessante inhoud te vinden op het internet. Bovendien helpt de aanwezigheid van verschillende talen op het World Wide Web bij het in stand houden van de taaldiversiteit binnen de Europese Unie. Tegelijk opent de noodzaak van aanpassing voor een taal- en cultuurgebied exportmarkten voor verdere exploitatie door de inhoudindustrieën.
Uitbreiding. Voor potentiële nieuwe lidstaten is toegang tot de instrumenten en middelen van de informatiemaatschappij essentieel als hulp bij de ontwikkeling van hun economisch en sociaal potentieel. Responsieve inhoudindustrieën die producten en diensten in lokale talen leveren zullen de deelname van de potentiële nieuwe lidstaten aan de informatiemaatschappij vergemakkelijken en kunnen de integratie in de Unie vergemakkelijken.
4. Sterk turbulente markten
De digitalisering van de inhoud en de explosie van het internetgebruik geven het tempo aan van de fundamentele transformatie die plaatsvindt in de inhoudindustrieën. Achtenswaardige spelers worden uitgedaagd en nieuwe allianties ontstaan.
Het resultaat is een volatiele marktplaats, waar de snelheid en omvang van de veranderingen een uitdaging vormen voor gevestigde spelers en aan nieuwkomers de mogelijkheid bieden om een marktaandeel te veroveren. Gezien de in Europa aanwezige marktbelemmeringen is het logisch dat Amerikaanse spelers het beter doen in dit dynamische segment, waar een klein concurrentievoordeel het verschil kan uitmaken tussen succes en mislukking.
4.1. Snelle expansie van de digitale-inhoudmarkt
Nog maar enkele jaren geleden zaten platforms zoals CD-ROM's en het internet in een pioniersfase, nu expandeert de markt snel. De informatie wordt steeds meer digitaal, klaar om te worden gepubliceerd, doorgestuurd en uitgewisseld op de mondiale netwerken. In de omschakeling van analoge naar digitale televisie komt vaart en mobiele multimedia staat in de kinderschoenen. In termen van inhoud ligt Europa echter bij de VS achter. Het aantal Europese websites bedraagt minder dan een derde van het aantal websites in de VS. Bovendien zijn de door Europeanen het vaakst bezochte websites bijna allemaal Amerikaans; de enige uitzonderingen zijn de sites van de internetaanbieders.
Het aantal mobiele terminals (GSM, WAP, GPRS, UMTS, enz.) zal naar verwachting binnen enkele jaren het aantal personal computers overschrijden. De meeste zullen internetfunctionaliteiten hebben en bijkomende vraag creëren naar inhoud op maat van deze nieuwe apparatuurtypes. Terwijl Europa bij Amerika achterligt wat betreft vaste netwerken met hoge brandbreedte, speelt het een hoofdrol op het gebied van de draadloze communicatie.
De vraag groeit eveneens sterk. Naast een business-to-business-markt ontwikkelt zich gestaag een business-to-consumer-markt. Het aantal internetgebruikers bedroeg in februari 2000 naar schatting 275 miljoen (figuur 2 [15], 136 miljoen in de VS en Canada en 72 miljoen in Europa). Het aantal gebruikers in de EU is tussen 1995 en 2000 meer dan verviervoudigd en neemt nog toe. In de VS, waar de penetratieniveaus hoger zijn, zal de groei naar verwachting enigszins lager liggen. Niettemin kan de kloof met Europa in absolute cijfers zelfs groeien. Bovendien beïnvloedt het internet in de VS, anders dan in de meeste Europese landen, steeds meer het dagelijkse leven van veel Amerikanen. Het is niet alleen een kwestie van marktpenetratie, maar veeleer een kwestie van levenspermeatie. De uitdaging bestaat erin de voorwaarden te creëren om de traditioneel sterke punten van Europa te veranderen in nieuwe digitale diensten en een zichzelf versterkende cyclus van penetratie van internetdiensten en klantenvraag op gang te brengen. Lokalisatie van het aanbod, gebruiksgemak, uitbreiding van het aanbod door het vergemakkelijken van de toegang tot en exploitatie van overheidsinformatie, een werkzame cyclus van investeringen en groei, en creativiteit zijn essentieel om het potentieel vrij te maken.
[15] NUA Internet Surveys, http://www.nua.ie.
4.2. Veranderende industriële structuren
Het industriële landschap dat de digitale inhoud omringt zal naar verwachting drastisch veranderen de eerstkomende jaren. Verschillende factoren spelen een rol:
De convergentie van technologieën. [16] Als gevolg van convergentie is digitale inhoud niet langer beperkt tot een specifiek medium of format, maar kan hij in verschillende vormen en langs verschillende kanalen worden geproduceerd en gedistribueerd. De concurrentie neemt toe tussen sectoren die traditioneel niets met elkaar te maken hadden. Gevestigde inhoudaanbieders worden uitgedaagd door vroeger niet-gerelateerde industrieën, zoals telecommunicatie-, softwarebedrijven enz. Terwijl momenteel de circuits en economieën van de productie en distributie van verschillende types inhoud (publicaties, audiovisuele inhoud enz.) nog steeds verschillen, kan daar mettertijd verandering in komen.
[16] Zie: Naar een aanpak voor de informatiemaatschappij, Groenboek over de convergentie van de sectoren telecommunicatie, media en informatietechnologie en de implicaties daarvan voor de regelgeving, COM(1997) 623, 3.12.1997. De gepresenteerde analyse wordt ondersteund door de resultaten van het brede maatschappelijke overleg dat volgde op het Groenboek, SEC(1998) 1284 def.
Fusies en overnames. Grote mediabedrijven, TV-, radio-, uitgeverij-, muziekopname- en andere bedrijven geven het inhoudaanbod een nieuwe vorm. Door fusies en overnames trachten zij hun aanbod te differentiëren en te pushen via verschillende mediaplatformen en combineren zij het eigenaarschap van de inhoud en de controle over de distributiekanalen (portaalsites enz.).
Mondialisatie en lokalisatie. Grote bedrijven zullen steeds meer op mondiaal niveau opereren in een poging om hun schaalvoordeel in concrete marktresultaten om te zetten. Tegelijk liggen er kansen voor kleine bedrijven om marktniches te vinden en een geografische locatie of een gespecialiseerd product te exploiteren.
Gerichte beleidsinitiatieven kunnen de problemen verlichten die voortvloeien uit de structurele transformatie van de sector en de aanwezige marktbelemmeringen. Hun rol is als katalysator te werken op de transformatie en de aanpassingsfase te versnellen. De politieke uitdaging bestaat erin de bestaande marktbelemmeringen te verminderen en ervoor te zorgen dat Europese spelers van alle groottes zich bewust zijn van het turbulente karakter van de markt en over de middelen beschikken om te experimenteren op de convergerende platformen.
5. Belemmeringen voor de ontwikkeling en kansen voor Europa
Een aantal belemmeringen remt nog steeds de ontwikkelingen en kansen voor inhoudproducenten in Europa sterk af. Via overleg met de industrie zijn drie belangrijke problemen onderkend die het waarnemen van nieuwe zakelijke kansen in de weg staan:
- er wordt te weinig gebruik gemaakt van de overheidsinformatie in Europa vanwege sterk divergente regels en praktijken om er toegang toe te krijgen en ze commercieel te exploiteren. De economische opbrengsten van verkoopbare informatie zouden gepaard gaan met maatschappelijke effecten als toegenomen transparantie en democratie wat betreft de toegang van de informatie door de burgers;
- onderbenutting van het potentieel van aanpassing voor een taal- en cultuurgebied om de handelsbelemmeringen te verminderen tussen KMO's en hun potentiële klanten, de invoering van grensoverschrijdende handel te vergemakkelijken, Europese culturele waarden uit te voeren en een meertalige omgeving te creëren op de mondiale netwerken;
- ontoereikende investeringen en markttransparantie in Europa. Als gevolg daarvan gaat slechts een klein percentage van het beschikbare risicokapitaal naar inhoudbedrijven, vooral startende internetbedrijven en KMO's. Dit vertraagt op zijn beurt de groei en het creëren van werkgelegenheid.
Tegelijk blijft een aantal praktische problemen bestaan in verband met het verhandelen van intellectuele eigendomsrechten op digitale inhoud. Een goed functionerend rechtenverhandelingssysteem is essentieel voor het creëren van nieuwe digitale-inhoudproducten die inhoudhulpbronnen gebruiken waarvan het auteursrecht aan andere spelers in de markt toebehoort.
Dit zijn belangrijke hinderpalen of gemiste kansen die beletten dat de economische en sociale voordelen van de netwerkeconomie worden geëxploiteerd in Europa. Andere factoren, zoals hoge telecomprijzen en onzekerheid betreffende intellectuele eigendomsrechten in de digitale wereld worden gezien als bijkomende obstakels die het aanbod van inhoud en de invoering van nieuwe diensten kunnen vertragen. Deze worden echter reeds aangepakt met Commissie-initiatieven van regelgevende aard, met name de herziening van het regelgevingskader voor elektronische communicatie [17] en de ontwerp-richtlijn betreffende het auteursrecht in de informatiemaatschappij [18].
[17] Naar een nieuw regelgevingskader voor elektronische communicatie-infrastructuur en bijbehorende diensten - Herziening van de communicatieregelgeving 1999, COM(1999) 539 def., 10.11.1999, COM(2000) 239 def., 26.4.2000.
[18] COM(1997) 628 def., 10.12.1997.
Telecomtarieven. De prijzen van basistelecommunicatiediensten zijn nog steeds een belangrijke belemmering voor het gebruik van digitale diensten aangezien de kosten in de EU nog steeds veel hoger liggen dan in de VS. Door de liberalisatie van de sector (1 januari 1998 [19]) en de daaruit voortvloeiende concurrentie zijn de prijzen beginnen dalen. Toch zullen, totdat de overgang naar volledige concurrentie voltooid is, de telecomprijzen een negatief effect blijven hebben op het gebruik van de mondiale netwerken in Europa.
[19] De uitvoering van dit pakket wordt van nabij gevolgd (bv. Vijfde verslag betreffende de uitvoering van het telecommunicatieregelgevingspakket van 11.11.1999).
Intellectuele eigendomsrechten. Gedurende een overgangsfase wordt een stabiel juridisch kader speciaal belangrijk. Toch zijn er nog veel juridische onzekerheden rond online-inhoud, voor een deel vanwege historische verschillen tussen de regelgeving voor de verschillende sectoren. De mondiale dimensie van het internet en de convergentie van technologieën beletten de transpositie van nationale of sectorale regelingen naar de netwerkactiviteiten zonder dat de kans bestaat deze ernstig te schaden. De ontwerp-richtlijn heeft betrekking op kwesties in verband met het auteursrecht, inclusief problemen als gevolg van de nieuwe digitale wereld. Zij beoogt te zorgen voor een interne markt voor auteursrecht met bijzondere nadruk op nieuwe producten en diensten en een zinvolle harmonisatie tot stand te brengen terwijl een billijk evenwicht wordt gewaarborgd tussen alle betrokken rechten en belangen.
5.1. Exploitatie van overheidsinformatie
De moeilijkheden waarmee Europese inhoudbedrijven worden geconfronteerd bij het toegang krijgen tot en gebruiken en exploiteren van overheidsinformatie vormt eveneens een belangrijke belemmering voor het groeipotentieel ervan. Uitbreiding van het commerciële gebruik van deze informatie kan de aanbodzijde van de markt substantieel vergroten en diensten met een toegevoegde waarde opleveren voor de consumenten.
Tegelijk is veel van de overheidsinformatie commercieel attractief en heeft ze het potentieel om te worden geëxploiteerd in de markt. Nieuwe technologieën vergemakkelijken het verzamelen, opslaan, verwerken en terugvinden van informatie. Niet alleen maken zij het voor overheden mogelijk hun informatiebeheer te verbeteren en de band met de burgers en bedrijven aan te halen, maar zij maken het ook mogelijk gegevensverzamelingen commercieel te exploiteren en er digitale producten en diensten met toegevoegde waarde van te maken.
In Europa wordt deze potentiële troef voor de informatie-industrieën niet of nauwelijks uitgespeeld en wordt een kans gemist op economische groei en werkgelegenheid. Sterk verschillende nationale regels en praktijken maken de exploitatie op EU-niveau bijzonder moeilijk. De lidstaten beschikken niet over een aantal gemeenschappelijke uitgangspunten en er is grote diversiteit wat betreft prijs, format, auteursrecht, metadata [20] enz. Amerikaanse inhoudbedrijven daarentegen kunnen hun voordeel doen met duidelijke regels op dit gebied, waaronder de Freedom of Information Act, die exploitatie in de hand werken. Dit betekent voor de Europese industrie een concurrentienadeel ten opzichte van de Amerikaanse concurrenten.
[20] Metagegevens zijn "gegevens over gegevens" en bedoeld als hulpmiddel bij het opsporen van bestaande informatie en de lokalisatie ervan.
Geografische informatie (GI) is een voorbeeld van informatie in openbaar bezit met een hoog potentieel. De marktwaarde van informatie in openbaar bezit op dit gebied wordt geraamd op EUR10 miljard in de 15 lidstaten [21]en tienduizenden arbeidsplaatsen. Om deze reden wordt GI gezien als een primaire bron van synergie tussen particuliere en publieke instellingen.
[21] Extrapolatie door de Commissiediensten van Franse gegevens, 1999.
Naast deze systemische moeilijkheden maakt een aantal praktische kwesties de exploitatie van overheidsinformatie in Europa problematisch. Taaldiversiteit is er daar een van. De noodzaak van vertalen en het ontbreken van een gemeenschappelijke terminologie legt een extra last op de Europese inhoudfirma's. Toegankelijkheid van de inhoud via mobiele terminals in de komende jaren zal bijkomende inspanningen vereisen.
In januari 1999 publiceerde de Europese Commissie een Groenboek betreffende overheidsinformatie in de informatiemaatschappij [22] om het debat te openen over het ontbreken van toegang tot en exploitatie van overheidsinformatie. In de talrijke antwoorden op het Groenboek werd de nadruk gelegd op het belang van het onderwerp en werd het Commissie-initiatief gunstig onthaald. Er werden verschillende types vervolgacties voorgesteld in de antwoorden. Met name voor transnationale openbare/particuliere demonstratieprojecten was er brede steun. Deze projecten kunnen belangrijk zijn om te demonstreren hoe bestaande hinderpalen uit de weg kunnen worden geruimd en om ervoor te zorgen dat de informatie die in handen is van de overheid - en door de overheid wordt gefinancierd - gemakkelijk beschikbaar is voor burgers en bedrijven.
[22] COM(1998) 585.
5.2. Aanpassing voor een taal- en cultuurgebied
Ondanks de binnenmarkt en de invoering van de euro heeft geen enkel Europees bedrijf onmiddellijke toegang tot een markt van 370 miljoen klanten die dezelfde taal spreken of hetzelfde gedragspatroon als consument vertonen. Toch worden bedrijven door het internet ertoe gebracht aan hun nationale markt te ontgroeien en met export te beginnen. Om deze reden kan taal- en cultuurdiversiteit een kwestie zijn van bijzonder belang voor digitale inhoudbedrijven. De kosten en moeilijkheden vanwege taalverschillen vertragen de groei en kunnen de algemene ontwikkeling van de Europese industrieën die te maken hebben met digitale inhoud belemmeren.
Momenteel is nog ongeveer 70% van alle inhoud op het Internet in het Engels. Volgens sommige schattingen zou dit aandeel echter onder de 50% dalen de komende jaren. Van een nagenoeg eentalige start (Engels) worden de mondiale netwerken langzaam gekarakteriseerd door de groei van een aantal taalgebieden die niet of nauwelijks met elkaar communiceren.
Hoewel taaldiversiteit een hinderpaal kan vormen voor de Europese inhoudindustrieën liggen er kansen. Lokalisatie, waaronder verstaan moet worden het aanpassen van producten aan de taal- en cultuurbehoeften en de voorkeuren van de consumenten, kan nieuwe markten openen voor KMO's en zo een bijdrage leveren tot hun exportpotentieel. Dit soort aanpassing is lonend en kan een essentieel onderdeel zijn van een succesvolle expansiestrategie.
Aanpassing voor een taal- en cultuurgebied is niet alleen essentieel voor inhoudbedrijven, maar ook voor andere industrieën die grote volumes digitale informatie genereren en zaken doen over het internet. Een gerichte lokalisatiestrategie kan in de toekomst het verschil maken tussen mondiaal succes of mislukken. Strategen zien een duidelijke en groeiende behoefte aan lokalisatie naarmate de activiteiten de richting uitgaan van de elektronische handel.
De aanpassing voor een taal- en cultuurgebied van informatie en transacties is niet alleen belangrijk vanuit economisch oogpunt, alleen een kwestie van voorkeur van de consumenten, maar heeft ook belangrijke sociale implicaties. Taaldiversiteit op het internet zal de toegang tot de instrumenten van de informatiemaatschappij vergroten voor veel Europese burgers die daar anders misschien van waren uitgesloten. Aanpassing voor een taalgebied van inhoudproducten voor klanten die geen Engels spreken kan een effectieve manier zijn om het internetgebruik in Europa te ontwikkelen. Met de komende uitbreiding van de Unie vergroot ook het belang van lokalisatie. Toegang tot informatiediensten in hun moedertaal zal de burgers van de nieuwe lidstaten helpen gedurende het proces van hun volledige integratie in de informatiemaatschappij en de EU.
De hamvraag hier is hoe de kansen te grijpen die worden geboden door aanpassing voor een taalgebied en ervoor te zorgen dat de inhoud stroomt tussen de taalblokken. Dit houdt in dat diensten beschikbaar zijn die meertalige inhoud kunnen beheren en leveren. De inspanningen moeten erop zijn gericht op een zo breed mogelijke schaal instrumenten in te voeren die het hele scala bestrijken van de informatielevering, gaande van volledige vertalingen via samenvattingen tot het schematiseren aan de hand van trefwoorden. Commerciële partnerschappen tussen de digitale-inhoudindustrieën en de taalindustrieën die de nodige instrumenten en diensten leveren zijn essentieel. Dit moet worden aangevuld door de aanwezigheid van een solide basistaalinfrastructuur (bv. lexicons) die door een netwerk zijn verbonden en gemakkelijk beschikbaar zijn, hetgeen het aanpassingswerk in alle fasen van het proces, of het nu gaat om ex-post vertaling of meertalige authoring, kan vergemakkelijken.
5.3. Het ontbreken van investeringen in digitale inhoud
Kapitaalverschaffing in Europa. De kapitaalmarkt in de EU-landen die risico-ondernemingen en -projecten ondersteunt ontwikkelt zich voortdurend. De laatste jaren zijn de activiteiten in Europa versneld, hetgeen tot uitdrukking komt in het ontstaan van alternatieve markten die verschaffers van risicokapitaal de mogelijkheid bieden hun investeringen te gelde te maken, zoals: EASDAQ, AIM, METIM, Nouveau Marché en Neuer Markt. Toch zijn er nog steeds hinderpalen aanwezig in de markt die bijzonder uitgesproken zijn op het gebied van digitale inhoud met betrekking tot het internet. De sector wordt gekenmerkt door veel startende bedrijven en middelgrote bedrijven die gedwongen worden om buiten de landsgrenzen te expanderen. Gegeven de sterk turbulente marktsituatie zijn investeerders onwillig om kapitaal te verschaffen voor risicoprojecten en -ondernemingen op middellange termijn. Traditionele investeerders worden geconfronteerd met het ontbreken van fysieke goederen ter dekking van leningen. Bovendien neemt het kapitaal dat door de traditionele instellingen wordt verschaft vaak de vorm aan van rentedragende leningen, hetgeen niet ideaal is bij internetgerelateerde investeringen, die mogelijk pas na vijf jaar winstgevend worden.
Bovendien zijn er binnen Europa sterke regionale verschillen in het kapitaalaanbod. Tegelijk geven gevestigde inhoudbedrijven die over de middelen beschikken om nieuwe ondernemingen te financieren uit interne bronnen er vaak de voorkeur aan om in veiliger, meer traditionele producten met gegarandeerde opbrengsten te investeren.
Deze situatie leidt tot een relatief nadeel ten opzichte van de VS, waar de laatste tijd digitale inhoud en internetontwikkelingen de hoofddoelen van de investeerders zijn. De beschikbaarheid van risicokapitaal voor internetondernemers in de VS ligt naar schatting 3 à 4 keer hoger dan in Europa [23].
[23] eEurope-voortgangsverslag, Lissabon 23 - 24 maart 2000.
De publieke sector kan een rol spelen in het verbeteren van deze situatie, door het vergroten van de markttransparantie op Europees niveau (het samenbrengen van vraag en aanbod), door startende bedrijven te helpen om zich voor te stellen aan potentiële financiers via conferenties en gespecialiseerde fora. Startende internetbedrijven die actief zijn op het gebied van productie, verpakking en distributie van digitale inhoud worden de hoofdbegunstigden van deze acties.
6. Prioriteitsgebieden voor EU-beleid: een voorstel voor actie
Het is duidelijk dat de hoofdverantwoordelijkheid voor het ontwikkelen, investeren in en exporteren van Europese inhoud bij de digitale-inhoudindustrieën zelf ligt. Om echter de hinderpalen aan te pakken en de kansen te benutten die in het vorige hoofstuk worden toegelicht, stelt de Commissie een initiatief voor ter ondersteuning van Europese digitale inhoud op de mondiale netwerken.
De volgende actielijnen worden voorgesteld:
(1) het stimuleren van de exploitatie van overheidsinformatie;
(2) het bevorderen van aanpassing voor een taal- en cultuurgebied;
(3) het ondersteunen van marktaanjagers.
De voorgestelde drie actielijnen hebben betrekking op specifieke factoren die de investeringen in digitale inhoud vertragen. Ze zijn sterk gecorreleerd en gerelateerd. Zo zou overheidsinformatie kunnen worden aangepast ten dienste van gemeenschappen in meerdere landen, zullen de taal- en aanpassingsindustrieën worden geholpen om toegang te krijgen tot kapitaal, enz.
6.1. Het uitbreiden van het informatieaanbod: stimulering van de exploitatie van overheidsinformatie
In de antwoorden op het Groenboek betreffende overheidsinformatie werd de nadruk gelegd op het belang van experimenten met concrete publieke/particuliere partnerschappen. De onder het INFO2000-programma gestarte experimenten moeten dan ook worden versneld en uitgebreid. Deze zullen voorbeelden opleveren van "goede praktijk" van publieke/particuliere samenwerking op Europees niveau en de praktische verschillen naar voren halen.
In de eerste plaats zullen experimentele projecten worden gestimuleerd waarin publieke en particuliere partijen worden samengebracht om overheidsinformatie te exploiteren met een Europees belang en bereik. De onder INFO2000 gestarte preliminaire acties, in het kader waarvan een beperkt aantal proef- en demonstratieprojecten werd ondersteund, genereerden een grote marktrespons en trokken projectvoorstellen aan die vele malen het voor financiering beschikbare bedrag waard waren. Deze experimenten worden versneld en uitgebreid, zowel wat de werkgebieden als de geografische dekking betreft (zij worden toegankelijk voor de kandidaat-lidstaten).
De proefprojecten zoals hierboven beschreven bestrijken gewoonlijk een beperkt geografisch gebied binnen Europa. Toch vormt het ontbreken van volledige bestanden op Europees niveau een van de hinderpalen voor de exploitatie van het inhoudpotentieel. Derhalve zal naast de experimentele projecten het opzetten van Europese gegevensverzamelingen worden gestimuleerd via financiële steun voor werkzaamheden aan pan-Europese metagegevens met betrekking tot overheidsinformatie en via projecten die een significant aantal EU-lidstaten omvatten. Belangstelling en inzet van de partijen uit de particuliere sector zullen beslissend zijn voor het selecteren van het type gegevens en de gebieden die aan bod moeten komen.
Taalinstrumenten kunnen in hoge mate bijdragen tot de exploitatie van overheidsinformatie, die gewoonlijk alleen in de oorspronkelijke taal beschikbaar is. Bijgevolg zullen toepassingen van taaltechnologie bevorderd worden onder de overheidsdiensten van de lidstaten en de EU zelf. Deelname aan deze initiatieven van de landen die kandidaat zijn om toe te treden tot de EU zal hun latere integratie vergemakkelijken. Verwacht wordt dat de uitbreiding van mobiele diensten ook tot een stijging leidt van de vraag naar overheidsinformatie via specifieke portaalsites met meerdere toegangen met WAP- en spraakherkenningsfunctionaliteiten. Informatieopdrachten en strategische studies op dit gebied zullen de gecofinancierde projecten aanvullen.
De acties op dit gebied zullen een belangrijke bijdrage leveren aan het verwezenlijken van de doelstellingen van het "overheid online"-gebied van het eEurope-initiatief.
6.2. Afstemming van informatie-inhoud: het bevorderen van aanpassing voor een taal- en cultuurgebied
Het ondersteunen van aanpassing voor een taalgebied van digitale producten en diensten zal bijdragen tot het exportpotentieel van Europese inhoudbedrijven. Tegelijk vergemakkelijkt het de deelname van alle Europese burgers aan de informatiemaatschappij.
Adequate ondersteuning voor meertalige en cultuuroverschrijdende informatietoegang en -uitwisseling is een essentiële factor in de ontwikkeling van een Europese massamarkt voor informatieproducten en -diensten. De specifiek technologische aspecten van dit proces komen aan bod in het vijfde kaderprogramma. OTO-activiteiten hebben echter geen betrekking op de fundamentele kwestie van het omzetten van technologische vorderingen in vermeerderde bedrijfscapaciteit en marktpenetratie. Het programma zal acties ondersteunen die gericht zijn op het tot stand brengen van nauwere samenwerking tussen de Europese inhoud- en taalindustrieën en zo een einde maken aan de taalfragmentatie van de Europese markten en het mondiale concurrentievermogen van beide sectoren verbeteren. Deze acties vormen een natuurlijk vervolg op de acties die onder het MLIS-programma zijn uitgevoerd, maar dan aangepast aan de behoeften van een steeds meer digitale en door een netwerk verbonden omgeving. Speciale aandacht zal worden geschonken aan KMO's en startende bedrijven en aan kleinere EU-talen en de talen van potentiële nieuwe lidstaten.
Het bevorderen van nieuwe partnerschappen en het invoeren van meertalige strategieën. Doel is de ontwikkeling van kosteneffectieve meertalige oplossingen en processen, door het bevorderen van nieuwe partnerschapsvormen tussen de digitale-inhoud- en de taalindustrieën. Inhoudaanbieders en -distributeurs uit de particuliere en openbare sector zullen worden gestimuleerd om in heel de ontwerp-, authoring en publicatieketen hun producten en diensten beschikbaar te stellen in meer talen. IT-verkopers en telecomexploitanten zullen worden aangemoedigd om nieuwe instrumenten en digitale leveringskanalen aan te bieden die meertalige informatietoegang en -verstrekking mogelijk maken. De aanbieders van taaldiensten en -voorzieningen zullen worden aangemoedigd om hun aanbod aan te passen om te voorzien in de behoeften van een expanderende klantenbasis in de inhoudindustrieën.
Mobiele informatie- en transactiediensten beperken zich momenteel vaak tot enigszins rudimentaire informatie (voorbeelden zijn weersvoorspellingen, toeristische informatie, beurskoersen, enz.). Naar verwachting zullen meer geperfectioneerde meertalige diensten nodig zijn wanneer er krachtiger terminals op de markt komen (vanaf 2002). Het voorgestelde programma zal een significante bijdrage leveren aan deze ontwikkelingen.
Versterking van de taalinfrastructuur. De beschikbaarheid van een adekwate taalinfrastructuur is een conditio sine qua non voor het tijdig en kosteneffectief creëren en exploiteren van meertalige inhoud. Het is de structurele basis voor elke permanente internationalisatie- en localisatie-inspanning, vooral voor kleinere talen, waar de marktwerking dikwijls ontoereikend blijkt. Versterking van de taalinfrastructuur houdt het opzetten in van een open kader dat genormaliseerde en interoperabele meertalige hulpmiddelen omvat waaronder elektronische lexicons, corpora, vertaalgeheugens en terminologieverzamelingen. Deze hulpmiddelen zullen worden samengevoegd tot op grote schaal toegankelijke depots, die dan door inhoudaanbieders en -distributeurs en door producenten van taaldiensten kunnen worden geëxploiteerd.
De werkzaamheden op dit gebied baseren zich op de resultaten van het derde en vierde kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling, die hebben gezorgd voor de benodigde expertise en technologische instrumenten.
6.3. Het ondersteunen van marktaanjagers: de financieringskloof en het verhandelen van rechten.
Een reeks ad-hocmaatregelen om concurrentieontwikkelingen in de digitale-inhoudmarkt te versnellen en sneller en meer mondiaal te ondersteunen vult de programmavoorstellen aan. De voorgestelde maatregelen hebben betrekking op een aantal hiaten in de markt en beogen de voorwaarden te creëren die vereist zijn voor:
- het overbruggen van de financieringskloof door de toegang tot risicokapitaal te vergemakkelijken;
- het vergemakkelijken van het proces van vereffening van rechten in heel de EU.
Het overbruggen van de financieringskloof. Ondanks de recente positieve marktontwikkelingen en de op Europees en nationaal niveau genomen initiatieven blijven de investeringen in verkoopbare inhoud nog steeds achter. Het investeren in nieuwe digitale diensten en producten is primair een zaak voor de industrie. Overheidssteun kan de rol van de particuliere sector niet vervangen. Er moeten inspanningen worden geleverd om te helpen bij het opnieuw richten van de bestaande kapitaalstroom naar de inhoudsector, teneinde de bestaande investeringskloof met de VS te overbruggen. Terwijl investeringskapitaal beschikbaar is en er goede ideeën zijn in de inhoudsector, bestaat er een wanverhouding in de markt, waardoor het potentiële aantal investeringen in nieuwe ondernemingen beperkt wordt. Doel is hier de toegang tot risicokapitaal te vergemakkelijken en niet nieuwe geldmiddelen of mechanismen te creëren, om de wanverhouding recht te trekken tussen de bestaande financiële middelen en het gebruik dat de inhoudindustrie ervan maakt. Met de voorgestelde actie wordt een brug geslagen tussen bedrijven in de digitale-inhoudsector en potentiële investeerders.
Het verhandelen van rechten. Het verhandelen van rechten is de basis voor het creëren van producten die een mix zijn van tekst, beeld en geluid. De effectiviteit en efficiency van de vereffening van multimediarechten hebben een sterk en direct effect op het functioneren van de inhoudindustrieën. De integratie en interoperatie van gedistribueerde gespecialiseerde vereffeningsdiensten op Europees niveau is gestimuleerd in het kader van INFO2000 via haalbaarheidsstudies en ontwikkeling van prototypes, normen en proefsystemen. Verdere investeringen zijn nodig om, rekening houdend met het huidige juridische kader en de verdere ontwikkeling ervan, tot een consistente Europese benadering van rechtenvereffening te komen. Centraal in toekomstige acties staan het uitbreiden van de proefprojecten voor rechtenvereffening en specifieke ondersteunende maatregelen. De proefprojecten dienen de kandidaat-lidstaten, minder geavanceerde sectoren en specifieke toepassingen voor de overheidssector te omvatten.
7. Het verband met andere initiatieven van de Gemeenschap
Het voorstel is een belangrijke troef met het oog op het vervullen van de aspiraties van het eEurope-initiatief, en versterkt dit met concrete instrumenten op Europees niveau. Het nieuwe programma vult initiatieven aan die in het kader van andere EU-programma's zijn genomen, waaronder:
Het vijfde kaderprogramma voor O&O. Er is sterke synergie tussen acties in het voorgestelde programma en activiteiten in het 5de kaderprogramma. Geen van de markbelemmeringen waarover het in het onderhavige voorstel gaat kan bevredigend worden aangepakt in het IST-programma. Bovendien is het voorgestelde programma beter geschikt om startende en snel groeiende bedrijven in de internetindustrieën die niet berekend zijn op de procedures en termijnen van het IST-programma aan te trekken en te helpen. Acties van het IST-programma zijn technologiegeoriënteerd, terwijl de initiatieven in het kader van het onderhavige voorstel marktgeoriënteerd zijn. Dit houdt onder meer in dat het hier gaat om verschillende doelgroepen (onderzoekscentra en grotere bedrijven in het IST-programma, micro- en kleine bedrijven in het onderhavige voorstel) en om verschillende commercialiseringshorizonten (ten minste drie jaar voor de resultaten van onderzoek, zes maanden tot onmiddellijk in het onderhavige geval).
De acties in het voorgestelde MEDIA PLUS-programma en in het voorgestelde INFO2000/MLIS-vervolg vullen elkaar aan. MEDIA Plus is gericht op de opleiding van audiovisuele vaklui en op de ontwikkeling en distributie van Europees audiovisueel materiaal. Het voorgestelde programma is gericht op het vergemakkelijken van investeringen in startende internetbedrijven in heel Europa, het stimuleren van de exploitatie van overheidsinformatie en het bevorderen van aanpassing voor een taal- en cultuurgebied. Er zijn geen overlappingen tussen de concrete actielijnen die in het MEDIA PLUS-voorstel en die welke in het onderhavige voorstel worden voorgesteld.
8. Conclusies
Digitale inhoud is een bepalend element bij het tot stand brengen van een Europese informatiemaatschappij. De komende jaren zal deze een enorme invloed hebben op zowel het economische als sociale leven in de EU. Technologie- en marktontwikkelingen vragen tijdige beleidsmaatregelen om randvoorwaarden te creëren voor een gezonde, concurrerende informatiemarkt.
Mondiaal concurrerend worden betekent niet dat men alleen maar tracht op gelijke hoogte te komen met de huidige 'state-of-the-art' in andere landen. Daardoor zouden de Europese bedrijven ver achterop raken, aangezien de doelstellingen snel verschuiven. Mondiale marktpenetratie vergt een sprong vooruit in termen van businessmodellen en aanbod van digitale diensten.
In haar rol van katalysator kan de Commissie met relatief kleine prikkels een "sneeuwbalproces" op gang brengen op de Europese marktplaats. Zij kan verschaffers van risicokapitaal en startende inhoudbedrijven bij elkaar brengen, een impuls geven aan de exploitatie van overheidsinformatie op Europees niveau en de exportkansen van Europese inhoudbedrijven vermeerderen door aanpassing voor een taal- en cultuurgebied te stimuleren. Als de Europese Unie niets doet, loopt Europa misschien een kans mis op dit strategische gebied, dat niet alleen belangrijk is in termen van economische groei en werkgelegenheid, maar ook een enorme culturele impact heeft.
Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD tot vaststelling van een communautair meerjarenprogramma ter stimulering van de ontwikkeling en het gebruik van Europese digitale inhoud op de mondiale netten en ter bevordering van de taaldiversiteit in de informatiemaatschappij
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 157, lid 3,
Gezien het voorstel van de Commissie [24],
[24] PB C ... van ..., blz. ...
Gezien het advies van het Europees Parlement [25],
[25] PB C ... van ..., blz. ...
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité [26],
[26] PB C ... van ..., blz. ...
Gezien het advies van het Comité van de Regio's [27],
[27] PB C ... van ..., blz. ...
Overwegende hetgeen volgt:
(1) De ontwikkeling naar een informatiemaatschappij zal het leven van bijna elke burger in de Europese Unie beïnvloeden.
(2) De digitale inhoud speelt een overheersende rol in deze ontwikkeling door wezenlijk bij te dragen tot de economische groei en de werkgelegenheid en de professionele, sociale en culturele ontwikkeling van de burgers van Europa te bevorderen.
(3) De structuren en het ondernemingsklimaat van de inhoudindustrieën veranderen snel.
(4) Er zijn talrijke hinderpalen voor de volledige ontwikkeling van de Europese inhoudindustrieën en -markten.
(5) De ministeriële verklaring van Bonn, die is uitgegeven op de conferentie van 6-8 juli 1997 over de rol van mondiale netwerken voor de informatiemaatschappij, heeft speciale aandacht aan de commerciële ontwikkelingen van het internet besteedt, en vormt aldus de basis voor permanente discussies over internetinhoud, beheerskwesties en elektronische handel.
(6) Op 8 december 1999 heeft de Commissie het eEurope-initiatief [28] aangenomen, dat de lidstaten nadien op de Europese Raad van Helsinki van 10 en 11 december 1998 gunstig hebben ontvangen.
[28] COM(1999) 687
(7) Op 23 en 24 maart 2000 heeft de Europese Raad in Lissabon specifiek de rol erkend van de inhoudindustrieën bij het scheppen van toegevoegde waarde door de exploitatie en het toegankelijk maken door het net van de Europese culturele diversiteit.
(8) De communautaire acties betreffende de inhoud van informatie moeten het meertalige en multiculturele karakter van de Unie eerbiedigen en initiatieven aanmoedigen die de toegang tot digitale informatie in de talen van de huidige lidstaten en de kandidaat-lidstaten vergemakkelijken.
(9) In de tussentijdse evaluaties van het INFO2000 programma vastgesteld bij Beschikking 96/339/EG van de Raad [29] en het Multilingual Information Society Initiative-Programma (MLIS) vastgesteld bij Beschikking 96/664/EG van de Raad [30], wordt een krachtdadig vervolg gevraagd van de activiteiten op het gebied van de digitale inhoud en de taal- en cultuurdiversiteit.
[29] PB L 129 van 30.5.1996, blz. 24.
[30] PB L 306 van 28.11.1996, blz. 40.
(10) Er moeten maatregelen worden genomen om de deelname van KMO's aan de ontwikkelingen van de informatiemaatschappij aan te moedigen.
(11) Met het oog op de interne samenhang van de Gemeenschap en de risico's verbonden aan een informatiemaatschappij met twee snelheden moet speciaal rekening worden gehouden met de verschillende ontwikkelingstempo's ten aanzien van het aanbod en het gebruik van informatiediensten in de huidige lidstaten en de kandidaat-lidstaten.
(12) De Commissie heeft in januari 1999 een Groenboek [31] over overheidsinformatie in de informatiemaatschappij gepubliceerd en een Europees debat over dit onderwerp op gang gebracht.
[31] COM(1998) 585.
(13) Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel, zoals neergelegd in artikel 5 van het Verdrag kunnen de doelstellingen van het beoogde optreden wegens het transnationale karakter van de betrokken kwesties niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt en kunnen deze wegens de omvang en de gevolgen van het overwogen optreden derhalve beter door de Gemeenschap worden verwezenlijkt; de onderhavige beschikking beperkt zich tot het vereiste minimum om deze doelstellingen te bereiken en gaat niet verder dan hiertoe nodig is.
(14) Acties inzake het inhoudbeleid moeten andere lopende communautaire initiatieven aanvullen en dienen in synergie met acties uit hoofde van het vijfde kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling, het kaderprogramma voor cultuur, de mediaprogramma's, communautaire opleidingsacties, KMO-acties en de structuurfondsen te worden verricht.
(15) De Commissie dient met behulp van adequate coördinatiemechanismen te zorgen voor complementariteit en synergie met aanverwante communautaire initiatieven en programma's.
(16) De voortgang van dit programma moet voortdurend en systematisch worden gecontroleerd teneinde het eventueel aan ontwikkelingen op de digitale-inhoudmarkt aan te passen. Te gelegener tijd dient een onafhankelijke beoordeling van de voortgang van het programma te worden verricht teneinde de nodige achtergrondinformatie te verschaffen om de doelstellingen van verder optreden inzake het inhoudbeleid te bepalen. Bij het einde van dit programma dienen in een slotbeoordeling de behaalde resultaten te worden vergeleken met de in deze beschikking uiteengezette doelstellingen.
(17) Voor de tenuitvoerlegging van dit programma kan het aangewezen zijn activiteiten in samenwerking met internationale organisaties en derde landen uit te voeren.
(18) De duur van het programma moet worden vastgesteld.
(19) Overeenkosmtig artikel 2 van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden [32] dienen de nodige maatregelen ter uitvoering van de onderhavige beschikking volgens de raadplegingsprocedure van artikel 3 van genoemd Besluit 1999/468/EG te worden vastgesteld,
[32] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Hierbij wordt het meerjarenprogramma Europese digitale inhoud voor de mondiale netwerken, hierna "programma" genoemd. Dit programma heeft de volgende doelstellingen:
a) het scheppen van gunstige voorwaarden voor het in de handel brengen, het distribueren en het gebruik van Europese digitale inhoud op de mondiale netten om zo de economische activiteit te stimuleren en de werkgelegenheidsvooruitzichten te verbeteren;
b) het stimuleren van het gebruik van het inhoudpotentieel van Europa, en met name overheidsinformatie;
c) het bevorderen van meertaligheid in de digitale inhoud op de mondiale netten en het vergroten van de uitvoerkansen van Europese inhoudbedrijven en met name KMO's door aanpassing voor een taalgebied.
d) het bijdragen aan de professionele, sociale en culturele ontwikkeling van de burgers van de EU en het vergemakkelijken van de economische en sociale integratie van de burgers in de kandidaat-lidstaten in de informatiemaatschappij.
Artikel 2
Teneinde de in artikel 1 vermelde doelstellingen te bereiken, worden onder leiding van de Commissie en in overeenstemming met de in bijlage I uiteengezette actielijnen en de in bijlage III uiteengezette wijze van tenuitvoerlegging van het programma, de volgende acties uitgevoerd:
a) de stimulering van de exploitatie van overheidsinformatie;
b) de bevordering van de aanpassing voor een taal- en cultuurgebied;
c) de ondersteuning van marktaanjagers;
d) ondersteunende acties.
Artikel 3
Het programma bestrijkt een periode van vijf jaar vanaf 1 januari 2001 tot 31 december 2005.
De jaarlijkse kredieten worden door de begrotingsautoriteit toegestaan binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten.
In bijlage II is een indicatieve verdeling van de uitgaven opgenomen.
Artikel 4
1. De Commissie is verantwoordelijk voor de uitvoering van het programma en de coördinatie ervan met andere communautaire programma's. De Commissie stelt op de grondslag van deze beschikking om de twee jaar een werkprogramma op.
2. De Commissie besluit voor de volgende aangelegenheden volgens de in artikel 5, lid 2, bedoelde procedure:
a) de vaststelling van het werkprogramma
b) de bepaling van criteria en inhoud van uitnodigingen tot het indienen van voorstellen
c) de beoordeling van projecten die in het kader van uitnodigingen tot het indienen van voorstellen worden ingediend voor communautaire financiering met een geraamde communautaire bijdrage van 1 000 000 EUR of meer;
d) afwijkingen van de regels in bijlage III;
e) deelname aan projecten door andere rechtspersonen uit derde landen en internationale organisaties dan die welke in artikel 7, leden 1 en 2, worden vermeld.
3. Wanneer het in lid 2, onder c), bedoelde bedrag minder dan 1 000 000 bedraagt, stelt de Commissie het bij artikel 5, lid 1, ingestelde comité enkel in kennis van de projecten en van de resultaten van de beoordeling daarvan.
De Commissie stelt het comité regelmatig in kennis van de voortgang van de tenuitvoerlegging van het programma in zijn geheel.
Artikel 5
1. De Commissie wordt bijgestaan door een Comité, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.
2. In de gevallen waarin naar dit lid wordt verwezen, is de raadplegingsprocedure van artikel 3 van Besluit 1999/468/EG met inachtneming van artikel 7 van dat besluit van toepassing.
Artikel 6
1. Om te waarborgen dat de communautaire steun doeltreffend wordt aangewend, zorgt de Commissie ervoor dat de acties uit hoofde van deze beschikking onderworpen worden aan een doelmatige beoordeling vooraf en aan controle en beoordeling achteraf.
2. Tijdens de uitvoering en na de voltooiing van de projecten beoordeelt de Commissie de wijze waarop zij zijn uitgevoerd en de gevolgen van de uitvoering om na te gaan of de oorspronkelijke doelstellingen zijn bereikt.
3. De geselecteerde begunstigden leggen de Commissie jaarlijks een verslag voor.
4. Na drie jaar en aan het eind van de looptijd van het programma dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's een beoordelingsverslag over de resultaten van de tenuitvoerlegging van de in artikel 2 genoemde actielijnen in. De Commissie kan op de grondslag van deze resultaten voorstellen doen om het programma bij te sturen.
Artikel 7
1. Deelneming aan het programma kan worden toegestaan aan rechtspersonen die gevestigd zijn in de EVA-staten welke lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER), overeenkomstig de bepalingen van de EER-overeenkomst.
2. Het programma staat voor deelname van kandidaat-lidstaten op de volgende basis open:
a) die uit Midden- en Oost-Europa (LMOE), in overeenstemming met de voorwaarden die zijn vastgesteld in de Europaovereenkomsten, in hun aanvullende protocollen, en in de besluiten van de respectieve Associatieraden;
b) Cyprus, Malta en Turkije, in overeenstemming met te sluiten bilaterale overeenkomsten.
3. Deelneming kan overeenkomstig de in artikel 5, lid 2, bedoelde procedure en zonder financiële steun van de Gemeenschap uit het programma worden toegestaan aan in andere derde landen gevestigde rechtspersonen en aan internationale organisaties, op voorwaarde dat deze deelneming op doeltreffende wijze tot de uitvoering van het programma bijdraagt en het beginsel van het wederzijdse voordeel in acht wordt genomen.
Artikel 8
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De Voorzitter
BIJLAGE I
ACTIELIJNEN
De actielijnen zijn een middel om een Europese benadering van de ontwikkeling van de digitale-inhoudindustrieën uit te voeren. Zij zullen bijdragen tot de strategische doelstellingen van het programma Europese digitale inhoud voor de mondiale netwerken, die als volgt zijn bepaald:
e) het creëren van gunstige voorwaarden voor het in de handel brengen, distribueren en gebruik van Europese digitale inhoud op de mondiale netwerken om zo de economische activiteit te stimuleren en de werkgelegenheidsvooruitzichten te verbeteren;
f) het stimuleren van het gebruik van het inhoudpotentieel van Europa, en met name de overheidsinformatie;
g) het bevorderen van meertaligheid in de digitale inhoud op de mondiale netwerken en het vergroten van de exportkansen van Europese inhoudondernemingen en met name KMO's via aanpassing voor een taal- en cultuurgebied.
h) het bijdragen aan de professionele, sociale en culturele ontwikkeling van de burgers van de EU en het vergemakkelijken van de economische en sociale integratie van de burgers in de kandidaat-lidstaten in de informatiemaatschappij.
De verschillende actielijnen van het nieuwe programma zijn sterk vervlochten: zo zijn taalaspecten van essentieel belang voor de grensoverschrijdende exploitatie van overheidsinformatie, is het vergemakkelijken van de toegang tot kapitaal voor startende internetbedrijven van fundamenteel belang voor de taalindustrieën enz.
1. Het stimuleren van de exploitatie van overheidsinformatie
Het Groenboek over overheidsinformatie in de informatiemaatschappij, dat in januari 1999 is gepubliceerd, heeft een discussie op Europees niveau op gang gebracht over de kwesties toegang tot en exploitatie van overheidsinformatie. Deze discussie heeft bijgedragen tot bewustmaking op dit gebied bij partijen uit de openbare en particuliere sector en kan een belangrijke basis zijn voor het verbeteren van de exploitatievoorwaarden in Europa. Tegelijkertijd dienen de experimenten met openbare/particuliere partnerschappen, die in het kader van het INFO2000 programma zijn gestart, te worden versneld en uitgebreid. Deelname door kandidaat-lidstaten van de EU aan de initiatieven van deze actielijn zullen de toekomstige integratie vergemakkelijken. Een beter beheer van de informatie (bv. het kadaster) in deze landen is van vitaal belang voor het scheppen van een transparant juridisch kader alsmede het functioneren van de interne markt na de toetreding.
Binnen deze actielijn zal het gebruik van spraaktechnologietoepassingen bij de overheidsdiensten van de lidstaten en de EU-instellingen worden bevorderd.
Experimenten met concrete projecten
De overheidssector verzamelt en produceert grote hoeveelheden informatie, waarvan een groot deel van belang is voor individuen en ondernemingen, en die als basismateriaal kan dienen voor informatiediensten met toegevoegde waarde die door de inhoudindustrie worden geproduceerd. Er zijn echter veel hinderpalen voor de omzetting van dit enorme potentieel in verkoopbare producten en diensten. Demonstratieprojecten die kunnen worden gebruikt als voorbeeld van goede praktijken en die het mogelijk maken om praktische problemen in openbare/particuliere partnerschappen te inventariseren, zullen helpen bij het rechttrekken van deze situatie. Deze projecten zullen als katalysator fungeren voor verdere ontwikkelingen op dit gebied.
In het kader van het INFO2000 programma zijn preliminaire acties gestart ter ondersteuning van een beperkt aantal proef- en demonstratieprojecten. Gegeven het enorme potentieel van dit gebied zullen de experimenten met openbare/particuliere partnerschappen die gericht zijn op de exploitatie van overheidsinformatie van Europees belang doorgaan.
Binnen deze actielijn zal ruimte zijn voor projecten die banden tot stand brengen tussen de inhoudindustrieën en overheidsinstanties in de kandidaat-lidstaten, waardoor bruikbare informatie voor bedrijven en burgers gemakkelijker beschikbaar wordt.
Het opzetten van Europese digitale gegevensverzamelingen
De proefprojecten zoals hierboven beschreven bestrijken gewoonlijk een beperkt geografisch gebied binnen Europa. Toch vormt het ontbreken van volledige bestanden op Europees niveau een van de hinderpalen voor de exploitatie van het inhoudpotentieel. Derhalve zal naast de experimentele projecten het opzetten van Europese gegevensverzamelingen worden gestimuleerd via financiële steun voor werkzaamheden aan pan-Europese metagegevens betreffende overheidsinformatie en via projecten die een significant aantal EU-lidstaten omvatten. Belangstelling en inzet van de partijen uit de particuliere sector zullen beslissend zijn voor het selecteren van het type gegevens en de gebieden die aan bod moeten komen.
Groep op hoog niveau
Onverminderd de eindbeslissing die de Commissie zal nemen betreffende de follow-up van het Groenboek over overheidsinformatie is het de bedoeling dat een groep op hoog niveau inzake overheidsinformatie wordt opgericht bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten, actoren uit de informatie-industrieën, consumentenorganisaties en andere vertegenwoordigers van burgerbelangen. Deze zal niet alleen leiding geven aan de verschillende initiatieven op dit gebied (vervolg op het Groenboek over overheidsinformatie in de informatiemaatschappij, COM(1998) 585), maar kan ook een belangrijk platform zijn voor het inventariseren en verspreiden van beste praktijken.
2. het bevorderen van aanpassing voor een taal- en cultuurgebied
Adequate ondersteuning voor meertalige en cultuuroverschrijdende informatietoegang en -uitwisseling is een essentiële factor voor de ontwikkeling van een Europese massamarkt voor informatieproducten en -diensten. De louter technologische aspecten van dit proces komen ruimschoots aan bod binnen het vijfde kaderprogramma. Bij OTO-activiteiten komt echter niet het fundamentele punt aan bod van het omzetten van technologische vorderingen in grotere bedrijfscapaciteit en marktpenetratie. Het programma zal acties ondersteunen die gericht zijn op het tot stand brengen van nauwere samenwerking tussen de Europese inhoud- en taalindustrieën om zo een einde te maken aan de fragmentatie naar taal van Europese markten en het algehele concurrentievermogen van beide sectoren te verbeteren. Deze acties liggen in het natuurlijke verlengde van de activiteiten onder het voorafgaande MLIS-programma, aangepast aan de behoeften van een steeds meer gedigitaliseerde en door netwerken verbonden omgeving. Speciale aandacht zal worden besteed aan KMO's en startende bedrijven, en aan kleinere EU-talen en de talen van potentiële nieuwe lidstaten.
Het bevorderen van nieuwe partnerschappen en het gebruik van meertalige strategieën
Deze subactielijn behelst de ontwikkeling van kosteneffectieve meertalige oplossingen en processen, door het bevorderen van nieuwe partnerschapsvormen tussen de digitale-inhoud- en de taalindustrieën. Inhoudaanbieders en -distributeurs uit de particuliere en openbare sector zullen worden gestimuleerd om in heel de ontwerp-, authoring en publicatieketen hun producten en diensten beschikbaar te stellen in meer talen. IT-verkopers en telecomexploitanten zullen worden aangemoedigd om nieuwe instrumenten en digitale leveringskanalen aan te bieden die meertalige informatietoegang en -verstrekking mogelijk maken. De aanbieders van taaldiensten en -voorzieningen zullen worden aangemoedigd om hun aanbod aan te passen om te voorzien in de behoeften van een expanderende klantenbasis in de inhoudindustrieën.
Versterking van de taalinfrastructuur
De beschikbaarheid van een adequate taalinfrastructuur is een conditio sine qua non voor het tijdig en kosteneffectief creëren en exploiteren van meertalige inhoud. Het is de structurele basis voor elke permanente internationalisatie- en localisatie-inspanning, vooral voor kleinere talen, waar de marktwerking dikwijls ontoereikend blijkt. Versterking van de taalinfrastructuur houdt het opzetten in van een open kader dat genormaliseerde en interoperabele meertalige hulpmiddelen omvat waaronder elektronische lexicons, corpora, vertaalgeheugens en terminologieverzamelingen. Deze hulpmiddelen zullen worden samengevoegd tot op grote schaal toegankelijke depots, die dan door inhoudaanbieders en -distributeurs en door producenten van taaldiensten kunnen worden geëxploiteerd.
De werkzaamheden op dit gebied zijn gebaseerd op de resultaten van KP III en KPIV voor OTO, die hebben gezorgd voor de nodige expertise en technologische instrumenten.
3. Het ondersteunen van marktaanjagers
De dynamiek in de inhoudmarkt en de daaruit voortvloeiende onzekerheden voor de marktspelers kunnen leiden tot inertie en onderinvesteringen. Ondersteuning om toegang te krijgen tot de beschikbare vormen van investeringskapitaal en een manier om online rechten voor multimediaproductie te verhandelen zullen nieuwe initiatieven en investeringen versnellen. De onderstaande acties zijn bedoeld om bij te dragen aan het scheppen van de juiste basisvoorwaarden.
Het overbruggen van de financieringskloof
De beperkingen van de toegang tot kapitaal voor startende internetbedrijven in Europa houden de marktkansen voor digitale inhoud tegen. Dit heeft een negatief effect op de economische groei en werkgelegenheid. Er zullen acties ondernomen worden die de stroom van kapitaal naar startende internetbedrijven aanmoedigen. Het doel is het volledige potentieel van Europese digitale inhoud in termen van creativiteit, exploitatie van de Europese culturele erfenis, bedrijfsmodellen, elektronische handel, onderzoeksresultaten, innovatieve toepassingen, mobiele multimedia, enz. naar buiten te brengen. Acties zullen andere communautaire programma's alsmede nationale initiatieven overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel aanvullen.
Voorgesteld wordt om de bestaande kloof tussen de bestaande financiële middelen en het gebruik dat de inhoudsector ervan maakt recht te zetten. De EG treedt op om een brug te slaan tussen bedrijven in het digitale-inhoudsegment en potentiële investeerders. De acties steunen op expertise die aanwezig is in bedrijfsuniversiteiten en opleidingscentra, de inzet van voorzieningen voor afstandsonderwijs en het organiseren van seminars, conferenties en fora om informatie en beste praktijk uit te wisselen.
Het verhandelen van rechten.
Het verhandelen van rechten is de basis voor het creëren van producten die een mix zijn van tekst, beeld en geluid. De effectiviteit en efficiency van de vereffening van multimediarechten hebben een sterk en direct effect op het functioneren van de inhoudindustrieën. De integratie en interoperatie van gedistribueerde gespecialiseerde vereffeningsdiensten op Europees niveau is gestimuleerd in het kader van INFO2000 via haalbaarheidsstudies en ontwikkeling van prototypes, normen en proefsystemen. Verdere investeringen zijn nodig om tot een eengemaakte Europese benadering van rechtenvereffening te komen. Centraal in toekomstige acties staan het uitbreiden van de proefprojecten voor rechtenvereffening en specifieke ondersteunende maatregelen. De proefprojecten dienen de kandidaat-lidstaten, minder geavanceerde sectoren en specifieke toepassingen voor de overheidssector te omvatten.
4. Ondersteunende acties
De programma-uitvoering zal worden ondersteund door acties die gericht zijn op de verspreiding van de resultaten (bv. publicaties, world wide web sites, conferenties waarop projecten onder de aandacht worden gebracht) alsmede strategische activiteiten (bv. studies en fora) waarop verschillende delen van de inhoud- en taalmarkten worden samengebracht.
Een visie op de toekomstige ontwikkelingen die door de partijen uit zowel de particuliere als de openbare sector wordt gedeeld, zal de onzekerheden doen afnemen en concrete initiatieven en investeringen versnellen. Permanente interactie tussen de marktspelers en de overheidspartijen zal een steeds belangrijker mechanisme worden ter bevordering van de ontwikkeling van het visievormingsproces. Het observeren van de ontwikkelingen in de markt in nauw contact met de industrieactoren in de inhoud- en taalindustrieën zal de informatiebasis vormen die nodig is voor het actualiseren van het visievormingsproces en permanente benchmarking met derde landen mogelijk maken. Er zullen basisgegevens over de sector worden verzameld. De regelmatige en consistente observatie van de convergerende inhoud- en talenmarkt verloopt momenteel gefragmenteerd. Onder leiding van de industrie, mede gefinancierd door de EU, dienen gegevens te worden verzameld betreffende de convergerende inhoudindustrieën. In de ICT-sector is deze praktijk reeds ingeburgerd via de publicatie van het jaarlijkse EITO-rapport.
BIJLAGE II
INDICATIEVE VERDELING VAN DE UITGAVEN
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
BIJLAGE III
WIJZE VAN TENUITVOERLEGGING VAN HET PROGRAMMA
1. De Commissie legt het programma ten uitvoer in overeenstemming met de in bijlage I gespecificeerde technische inhoud.
2. Het programma wordt uitgevoerd door middel van werkzaamheden onder contract en waar mogelijk voor gezamenlijke rekening.
3. De selectie van projecten voor gezamenlijke rekening geschiedt normaliter via de gebruikelijke procedure van uitnodigingen tot het indienen van voorstellen, die in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen worden bekendgemaakt. De inhoud van deze uitnodigingen wordt vastgesteld in nauw overleg met deskundigen ter zake en overeenkomstig de procedures als bedoeld in artikel 5 van de beschikking. Het voornaamste criterium voor het verlenen van steun voor projecten via uitnodigingen tot het indienen van voorstellen is hun potentiële bijdrage tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma.
4. De aanvragen om communautaire steun moeten, waar nodig, vergezeld gaan van een financieel plan waarin al de onderdelen van de financiering van de projecten, inclusief de van de Gemeenschap verlangde financiële steun, worden vermeld, naast alle andere verzoeken om of toekenning van steun uit andere bronnen.
5. De Commissie kan ook andere meer flexibele financieringsregelingen toepassen dan de uitnodiging tot het indienen van voorstellen teneinde de totstandbrenging van partnerschappen, vooral die waarbij KMO's en organisaties in minder ontwikkelde regio's betrokken zijn, of andere verkennende activiteiten in verschillende segmenten van de multimedia-inhoudmarkt te stimuleren. Deze regelingen zouden permanent kunnen worden toegepast.
6. De gedetailleerde regelingen voor de procedures als bedoeld in punt 6 worden uitgevoerd na overleg met het comité als bedoeld in artikel 4 van deze beschikking volgens de regels van artikel 5 van deze beschikking in overeenstemming met het Financieel Reglement. Zij worden in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt.
7. Projecten die in het kader van studie- en dienstverleningscontracten volledig door de Commissie worden gefinancierd, worden in overeenstemming met de vigerende financiële voorschriften aanbesteed. Transparantie wordt bereikt door het werkprogramma te publiceren en aan geïnteresseerde instanties door te geven.
8. Met het oog op de tenuitvoerlegging van het programma onderneemt de Commissie ook voorbereidende, begeleidende en ondersteunende acties ter verwezenlijking van de algemene doelstellingen van het programma en van de specifieke doelstellingen van elke actielijn. Het betreft activiteiten zoals: studies en advies ter ondersteuning van het programma; preliminaire acties ter voorbereiding van toekomstige activiteiten; maatregelen die gericht zijn op het vergemakkelijken van deelname aan het programma alsmede het vergemakkelijken van toegang tot de in het kader van het programma geproduceerde resultaten; publicaties en activiteiten ter verspreiding, bevordering en exploitatie van resultaten: brochures, elektronische publicaties (CD-ROM's, DVD, webaanwezigheid, enz.), deelname aan tentoonstellingen, het opstellen van persgerelateerd materiaal, enz.; analyse van mogelijke sociaal-economische gevolgen die verband houden met het programma; en ondersteunende acties zoals het verspreiden van het gebruik van normen voor digitale inhoud, en het stimuleren van de ontwikkeling van deskundigheid op Europees niveau.
9. Bij alle projecten die financiële steun genieten krachtens het programma moet op de producten worden vermeld dat er steun is ontvangen.
FINANCIEEL MEMORANDUM
1. Titel van de maatregel
Communautair meerjarenprogramma ter stimulering van de ontwikkeling en het gebruik van Europese digitale inhoud op de mondiale netwerken en ter bevordering van de taaldiversiteit in de informatiemaatschappij.
2. Begrotingslijnen
B5-334
B5-334A
3. Juridische grondslag
Artikel 157, lid 3 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.
4. Omschrijving van de maatregel
4.1 Algemene doelstelling
Het programma streeft de volgende doelstellingen na:
i) het creëren van gunstige voorwaarden voor het in de handel brengen, distribueren en gebruik van Europese digitale inhoud op de mondiale netwerken om zo de economische activiteit te stimuleren en de werkgelegenheidsvooruitzichten te verbeteren;
j) het stimuleren van het gebruik van het inhoudpotentieel van Europa, en met name de overheidsinformatie;
k) het bevorderen van meertaligheid in de digitale inhoud op de mondiale netwerken en het vergroten van de exportkansen van Europese inhoudondernemingen en met name KMO's via aanpassing voor een taalgebied.
l) het bijdragen aan de professionele, sociale en culturele ontwikkeling van de burgers van de EU en het vergemakkelijken van de economische en sociale integratie van de burgers in de kandidaat-lidstaten in de informatiemaatschappij.
4.2 Bestreken periode en regeling voor verlenging of uitbreiding
2001 - 2005
5. Indeling van uitgaven of ontvangsten
5.1 Niet-verplichte uitgaven
5.2 Gesplitste
5.3 Type ontvangsten
Ontvangsten die voortvloeien uit bijdragen door derden aan de activiteiten krachtens het programma worden, voor zover van toepassing, opnieuw gebruikt ingevolge artikel 27, lid 2 van het Financieel Reglement.
6. Type uitgaven of ontvangsten
m) Studies, workshops, seminars, enz. Transparantie wordt bereikt door het werkprogramma te publiceren en aan geïnteresseerde instanties door te geven.
n) Subsidie voor gezamenlijke financiering met andere bronnen uit de publieke en/of particuliere sector. De selectie van projecten voor gezamenlijke rekening geschiedt in principe via de procedure voor uitnodigingen tot het indienen van voorstellen, die in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen worden bekendgemaakt.
7. Financiële gevolgen
7.1 Methode voor het berekenen van de totale kosten van de maatregel (verband tussen individuele en totale kosten)
De kredieten die nodig zijn voor het financieren van de communautaire bijdrage aan de uitvoering van het programma zijn gebaseerd op vroegere ervaringen (onder meer IMPACT, IMPACT II, INFO 2000 en MLIS en de evaluatie ervan) en de aard van de maatregelen die worden voorgesteld voor het realiseren van de specifieke doelstellingen als bepaald in punt 9.1. De desbetreffende eenheidskosten en activiteitenniveaus zijn in overweging genomen bij het bepalen van de in de tabel in punt 7.2 vermelde bedragen.
Actielijn 1: het stimuleren van de exploitatie van overheidsinformatie
Het algemene doel van deze actielijn is om een impuls te geven aan de commerciële exploitatie van overheidsinformatie op Europees niveau.
1.1 Experimenten met concrete projecten. Met experimenten met publieke/particuliere partnerschappen, die gericht zijn op de exploitatie van overheidsinformatie van Europees belang, is gestart in het kader van INFO2000. Bij een gemiddelde EU-bijdrage van 1,5 MEURO per project geeft een budget van 45 MEURO de mogelijkheid om zo'n twee à drie projecten per lidstaat te financieren gedurende de vijf jaar dat het programma loopt. De projecten worden gebundeld in clusters van ongeveer 10 en bestrijken 4 à 5 thematische gebieden.
1.2 Het opzetten van Europese digitale gegevensverzamelingen. De proefprojecten zoals hierboven beschreven bestrijken gewoonlijk een beperkt geografisch gebied binnen Europa. Toch vormt het ontbreken van volledige bestanden op Europees niveau een van de hinderpalen voor het gebruik en de exploitatie van het inhoudpotentieel. Derhalve zal naast de experimentele projecten het opzetten van Europese gegevensverzamelingen worden gestimuleerd via financiële steun voor werkzaamheden aan pan-Europese metagegevens betreffende overheidsinformatie en via projecten in specifieke sectoren die alle EU-lidstaten omvatten. Een voorbeeld hiervan zou bijvoorbeeld een project zijn dat de 'formats' van de gegevensbestanden van de nationale cartografische diensten koppelt en harmoniseert. Het gaat hier per definitie om grote en dure projecten. Een budget van 30 MEURO zou - gemiddeld - minder dan één dergelijk project per land mogelijk maken (bij 2,5 MEURO per project).
1.3 Groep op hoog niveau. Onverminderd de eindbeslissing die de Commissie zal nemen betreffende de follow-up van het Groenboek over overheidsinformatie, COM(1998) 585), is gepland dat een groep op hoog niveau inzake overheidsinformatie wordt opgericht. Deze zal niet alleen leiding geven aan de verschillende initiatieven op dit gebied, maar kan ook een belangrijk platform zijn voor het opsporen en verspreiden van beste praktijken. Toegewezen budget: 0,5 MEURO.
Gevraagd totaal budget 75 MEURO
Actielijn 2: het bevorderen van aanpassing voor een taal- en cultuurgebied
Het algemene doel van deze actielijn is het behalen van commercieel succes en het uitbreiden van de markten voor Europese inhoudbedrijven (in het bijzonder KMO's) via aanpassing voor een taal- en cultuurgebied, alsmede het bevorderen van meertaligheid op de mondiale netwerken. Aandacht zal worden besteed aan de talen van de kandidaat-lidstaten.
2.1 Het bevorderen van het gebruik van taalstrategieën en partnerschappen. Het vergroten van zakelijke en exportkansen via aanpassing voor een taalgebied en de ontwikkeling van meertaligheid op de netwerken zal worden gestimuleerd door transnationale projecten ter bevordering van taalstrategieën en partnerschappen in de digitale-inhoudindustrieën. Deze sublijn dient twee met elkaar verweven reeksen acties voor gezamenlijke rekening te omvatten:
(1) Projecten die zich richten tot commerciële inhoudspelers die hun aanbod willen vergroten en tot nieuwe markten doordringen: 75% van het voorgestelde budget of 33 MEURO;
(2) Projecten betreffende de meertalige exploitatie van overheidsinformatie (bv. transnationale stromen tussen overheden en overheidsdiensten, en nutsbedrijven) samen met actielijn 2 en andere relevante EU-instrumenten: 25% van het beschikbare budget of 12 meuro.
Bij een gemiddelde EU-bijdrage van 1,5 MEURO per project zou een budget van meer dan 45 MEURO 20 - 25 projecten opleveren tijdens de levensduur van het programma. Opgemerkt zij dat taalkwesties bijzonder relevant zijn wanneer men rekening houdt met de uitbreiding in geografisch bereik van het programma.
2.2 Ondersteuning van taalinfrastructuur. Deze actie is gericht op het verbeteren van de infrastructuur voor aanpassing voor een taalgebied van inhoud op de mondiale netwerken en omvat meertalige hulpmiddelen van hoge kwaliteit (bv. lexicons, corpora, vertaalgeheugens en terminologieverzamelingen). Deze hulpmiddelen zullen worden samengevoegd tot op grote schaal toegankelijke depots die verbonden zijn met en ondersteund worden door inhoudbedrijven en andere betrokken industriële spelers.
Deze sublijn heeft prioritair betrekking op kleinere EU-talen, en de talen van de kandidaat-lidstaten, met name LMOE-landen. Er kunnen, voor zover gerechtvaardigd vanuit een oogpunt van zakelijk en exportpotentieel, op projectbasis specifieke acties worden ondernomen met betrekking tot de talen van belangrijke handelspartners van de EU (bv. het Mediterrane gebied, China, Latijns-Amerika). Een budget van 10 - 15 MEURO gedurende 5 jaar zou minder dan één dergelijk project per land/taalgemeenschap mogelijk maken (bij 1 MEURO per project).
Gevraagd totaal budget 60 MEURO.
Actielijn 3: Het ondersteunen van marktaanjagers
3.1 Het overbruggen van de financieringskloof.
Het algemene doel van deze actielijn is de toegang tot kapitaal voor startende internetbedrijven te vergemakkelijken teneinde nieuwe digitale-inhoudtoepassingen te ontwikkelen en de innovatiecapaciteit op te voeren in overeenstemming met de marktontwikkelingen en concurrentie.
Het versnellen van de aanpassing tussen investeerders en startende bedrijven; niet financiering van startende bedrijven. Het kan hier gaan om acties zoals de organisatie van seminars, conferenties, de inzet van voorzieningen voor afstandsonderwijs en de uitwisseling van beste praktijken. De activiteiten hebben een experimenteel karakter en er wordt gezocht naar nieuwe manieren om ideeën en middelen samen te brengen.
Het vereiste budget bedraagt ongeveer 5 - 6 MEURO gedurende 5 jaar.
3.2 Het verhandelen van multimediarechten. De verhandeling van rechten tussen de houders van rechten, producenten van nieuwe digitale diensten en producten en spelers uit andere delen van de waardeketen wordt steeds belangrijker. Om tot Europese systemen voor de verhandeling van rechten te komen worden de INFO2000-proefprojecten op dit gebied uitgebreid. Er wordt een klein aantal projecten gefinancierd die leiden tot het creëren van vereffeningscentra voor multimediarechten in Europa (3 - 5 projecten). Budget 4 - 6 MEURO.
Gevraagd totaal budget 10 MEURO
Actielijn 4: Ondersteunende acties
De programma-uitvoering zal worden ondersteund door acties die gericht zijn op de verspreiding van de resultaten (bv. publicaties, world wide web sites, conferenties, het onder de aandacht brengen van projecten) alsmede strategische activiteiten (bv. studies en fora) waarop verschillende delen van de inhoud- en taalmarkten worden samengebracht. In het bijzonder de onderstaande instrumenten maken deel uit van de geplande ondersteunende acties.
Het observeren van ontwikkelingen in de markt in nauw contact met de industrieactoren in de inhoud- en taalindustrieën is een natuurlijke aanvulling van elk marktgeoriënteerd programma. De onderstaande instrumenten zullen worden gebruikt:
o) Regelmatig zullen er strategische studies worden verricht en op grote schaal verspreid die nieuwe marktverschijnselen registreren. Twee - drie studies gedurende de vijf jaar;
p) Het verzamelen van basisgegevens. De regelmatige observatie van de convergerende inhoud- en talenmarkt verloopt momenteel gefragmenteerd;
q) Het samenbrengen van verschillende stemmen uit de verschillende delen van het inhoudspectrum en de taalindustrieën;
Gevraagd totaal budget 5 MEURO
7.2 Specificatie van de kosten
B5-334 Vastleggingskredieten EURO miljoen (tegen actuele prijzen)
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
7.3 Tijdschema van vastleggingen en betalingen
B5-334 EURO miljoen
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
8. Maatregelen om misbruik tegen te gaan
Ambtenaren van de Commissie, waar nodig bijgestaan door onafhankelijke deskundigen, controleren vóór betaling of de projecten en de studies naar behoren zijn uitgevoerd, daarbij rekening houdend met de contractuele verplichtingen en de beginselen van goed beheer. De Rekenkamer kan, in overeenstemming met het Verdrag, rekeningcontroles uitvoeren.
Na drie jaar en aan het eind van het programma wordt door onafhankelijke deskundigen een evaluatierapport opgesteld over de effecten van het programma op de marktplaats en de resultaten die door de uitvoering van de acties werden verkregen.
9. Elementen van een kosteneffectiviteitsanalyse
9.1 Specifieke en gekwantificeerde doelstellingen; doelgroep
Specifieke doelstellingen
Het actieprogramma streeft de algemene doelstellingen na als omschreven in 4.1. Voor elk van de actielijnen van het programma worden echter meer specifieke doelstellingen vastgesteld in het werkprogramma.
1. Het stimuleren van de exploitatie van overheidsinformatie
De doelstellingen die in het werkprogramma worden bepaald kunnen betrekking hebben op:
r) het aantal en de kwaliteit van de beschikbaar komende producten en diensten die gebaseerd zijn op overheidsinformatie
s) de economische activiteit en het aantal banen die de nieuwe producten en diensten die gebaseerd zijn op overheidsinformatie met zich meebrengen
t) de kwaliteit en kwantiteit van de banden die tot stand worden gebracht tussen overheidsorganisaties en particuliere inhoudbedrijven
u) verbetering van transnationale samenwerking op het gebied van overheidsinformatie (invoering van beste praktijken overal in Europa)
v) verbetering van de toegang tot overheidsinformatie voor burgers in heel Europa
w) verbetering van de infrastructuur voor overheidsinformatie in de kandidaat-lidstaten.
2. Het bevorderen van aanpassing voor een taal- en cultuurgebied
De in het werkprogramma bepaalde doelstellingen kunnen verband houden met:
x) succes en geëxpandeerde markten voor Europese inhoudbedrijven (en in het bijzonder KMO's) door aanpassing voor een taal- en cultuurgebied
y) toename van inhoud in de talen van de verschillende lidstaten op de mondiale netwerken
z) ontwikkeling van de taalinfrastructuur (perceptie van taalindustrieën en digitale-inhoudindustrieën), en in het bijzonder de infrastructuur in verband met talen uit de kandidaat-lidstaten.
aa) economische activiteit en aantal banen die worden gecreëerd door de activiteiten inzake aanpassing voor een taalgebied.
3. Het ondersteunen van marktaanjagers
De gekwantificeerde doelstellingen kunnen betrekking hebben op:
bb) het aantal startende en snelgroeiende inhoudbedrijven die geholpen worden in hun contacten met verstrekkers van risicokapitaal
cc) het aantal en de kwaliteit van de banden die tot stand worden gebracht tussen de financiële instellingen en de inhoudbedrijven
dd) de economische activiteit en het aantal nieuwe banen die worden gecreëerd via deze banden
ee) de bijdrage van de proefprojecten op het gebied van vereffening van multimediarechten aan de ontwikkeling van een Europees vereffeningssysteem voor multimediarechten. De economische activiteit en het aantal banen die daarmee samenhangen.
Doelgroep
De doelgroep bestaat voornamelijk uit aanbieders van inhoud en taalgerelateerde activiteiten in de informatiewaardeketen.
Deelnemers aan de projecten worden echter ook uit andere groepen gerecruteerd waaronder:
ff) die welke betrokken zijn bij communicatiesoftware en -hardware voor eindgebruikersapparatuur en productie-instrumenten, die worden uitgenodigd deel te nemen op basis van de specifieke bijdragen die zij aan het programma kunnen leveren
gg) industriële sectoren die digitale-inhouddiensten gebruiken en deze uitbreiden om de arbeidsprocessen te moderniseren.
hh) overheidsinstellingen, die worden uitgenodigd tot deelname aan projecten met particuliere partijen met het oog op de exploitatie van overheidsinformatie.
Binnen het programma wordt speciaal aandacht besteed aan KMO's en ondernemingen en instellingen in de kandidaat-lidstaten.
9.2 Motivering van de maatregel
Het programma vormt een vervolg op de programma's IMPACT, IMPACT II, INFO 2000 en MLIS, die de afgelopen jaren met succes zijn uitgevoerd. In overeenstemming met de aanbevelingen van de tussentijdse evaluatie van INFO2000 en MLIS is een nieuw programma, waarbij taalaspecten en de generieke stimulering van digitale-inhoudtoepassingen worden samengevoegd, nodig gezien het tempo van de marktontwikkelingen en de belangrijke economische en maatschappelijke spin-off van de inhoudsector. De bundeling van activiteiten met betrekking tot de inhoud en taalaspecten van de informatiemaatschappij zal significante synergetische effecten creëren en rechtvaardigt verwachtingen dat de effecten op de markt nog groter zullen zijn dan met de vorige afzonderlijke programma's. De actielijnen van het nieuwe programma zijn immers sterk met elkaar verweven: de taalaspecten zijn zeer belangrijk voor de exploitatie van overheidsinformatie, het opvoeren van kapitaal voor risicoprojecten is eveneens essentieel voor de taalindustrieën enz. enz.
De managementsbenadering wordt gebaseerd op vier principes:
1. Projecten van substantiële omvang (2 - 5 MEURO) met een EU-bijdrage van 1 - 2,5 MEURO.
2. Aantal projecten dat één projectfunctionaris kan leiden (max. 15 projecten).
3. De projecten worden geclusterd rond een beperkt aantal thematische gebieden. Deze worden vastgesteld in overleg met de lidstaten om de synergie te maximaliseren (een dergelijk gebied is geografische informatie).
4. Waar mogelijk een substantiële vereenvoudiging van de procedures via delegatie en een vereenvoudigde kostenstaat enz.
Bij de voorstellen wordt rekening gehouden met het beginsel van subsidiariteit tussen de Gemeenschap en de lidstaten en tussen de rol van de publieke en de particuliere sector. In overeenstemming met artikel 5 van het Verdrag van Rome zijn de activiteiten van het programma alleen gericht op de gebieden waar toegevoegde waarde op Europees niveau te vinden is. Synergie tussen de nationale en Europese beleidsinitiatieven wordt bevorderd.
Om ervoor te zorgen dat de acties in overeenstemming zijn met de mondiale context wordt specifiek aandacht eraan besteed deze te koppelen aan recente G7-initiatieven en de relevante activiteiten van internationale organisaties zoals de OESO, WHO, WIPO en de Raad van Europa.
9.3 Voortgangscontrole en evaluatie van de maatregel
Na drie jaar en bij voltooiing van het programma wordt een rapport opgesteld waarin de resultaten worden geëvalueerd die zijn behaald na uitvoering van de acties. De evaluatie wordt uitgevoerd door onafhankelijke evaluatoren. De resultaten van de evaluatie zijn belangrijk met het oog op mogelijke follow-upacties ter stimulering van de inhoudindustrieën.
In de evaluatie worden de resultaten aangegeven van het programma zowel op microniveau (aantal projecten dat is gegenereerd door aanbestedingen, succes van projecten, spin-off van studies enz.) als wat betreft het succes van de acties bij het verwezenlijken van de algemene doelstellingen van het programma op een meer abstract niveau.
10. Huishoudelijke uitgaven (Afdeling III, deel a van de begroting)
De huishoudelijke middelen die werkelijk worden gemobiliseerd worden bepaald in de jaarlijkse beslissing van de Commissie betreffende de toewijzing van middelen, rekening houdend met de bijkomende personeelsleden en kredieten die door de begrotingsautoriteit worden toegekend.
10.1 Effect op het aantal posten
Het voorstel vraagt 21 personeelsleden om de uitvoering van dit programma te leiden. Men name zijn 8 A-functionarissen vereist om de voorgestelde 120 projecten te leiden, waarbij ieder er ongeveer 15 voor zijn rekening neemt. Bovendien zijn 6 deskundigen van een equivalent van categorie A vereist om ervoor te zorgen dat de projecten naar behoren kunnen worden geclusterd via ondersteunende maatregelen die de informatie- en resultatendoorstroming tussen de projecten vergemakkelijken. Dit is een essentieel onderdeel van de toegevoegde waarde op EU-niveau van een communautair programma en kan niet worden losgezien van de uitvoeringsaspecten ervan.
Naast de personeelsniveaus die samenhangen met de INFO2000- en MLIS-programma's is naar schatting een bijkomende toewijzing van 5 A-, 1 B- en 2 C-posten vereist voor de periode 2001-2005, die moet voortkomen uit een interne hertoewijzing van middelen
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
10.2 Algemene financiële effecten van personeel
EURO
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
(*) Totale kosten van bijkomende posten voor de gehele duur van de maatregel (@116.103 EURO per jaar voor A-personeel/58.026 EURO per jaar voor B-personeel/40.806 EURO per jaar voor C-personeel/ 37 000 EURO per jaar per END / 625 EURO per dag voor deskundigen met een maximum van 200 dagen per jaar (begrotingslijn A0-7002-Deskundigen)
10.3 Stijging van andere huishoudelijke uitgaven ten gevolge van de maatregel
EURO
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
De gegeven bedragen moeten overeenstemmen met de totale uitgaven die voortvloeien uit de maatregel indien de duur ervan vooraf is bepaald of de uitgaven voor 12 maanden indien deze onbepaald is.